ECLI:NL:TGZCTG:2022:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1209
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2022:184 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-11-2022 |
| Datum publicatie: | 16-11-2022 |
| Zaaknummer(s): | C2022/1209 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond/Afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk niet‑ontvankelijk, omdat onvoldoende duidelijk is wat klager de huisarts verwijt. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht voldoende duidelijk. Bij klager is in 2019 de prostaat verwijderd in verband met een prostaatcarcinoom. Klager verwijt de huisarts dat zij de PSA‑waarde niet heeft laten bepalen en klager niet heeft verwezen naar een uroloog. Dit terwijl klager haar hierom uitdrukkelijk heeft verzocht en al vanaf 2001 bij de voorganger van de huisarts kwam met plasklachten. Volgens klager was de prostaatoperatie met blijvende ingrijpende gevolgen niet nodig geweest als de huisarts anders had gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog ongegrond. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2022/1209 van:
A., wonend in B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager
tegen
C., destijds werkzaam als huisarts in B.,
verweerster in beide instanties, hierna: de huisarts,
gemachtigde: mr. M.E.M. van Eeden, verbonden aan Stichting VvAA Rechtsbijstand.
1. Verloop van de procedure
Klager heeft op 31 augustus 2021 bij het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle tegen de
huisarts een klacht ingediend. Bij beslissing van 14 december 2021, onder nummer Z2021/3428,
heeft dat college de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Klager heeft tegen die beslissing tijdig beroep ingesteld. De huisarts heeft een verweerschrift
in beroep ingediend.
Het Centraal Tuchtcollege heeft van beide partijen nog nadere correspondentie
ontvangen.
De zaak is in beroep tegelijkertijd maar niet gevoegd met de zaak C2022/1208 behandeld
op de openbare zitting van het Centraal Tuchtcollege van 26 september 2022. Zowel
klager als de huisarts zijn daar verschenen. De huisarts werd bijgestaan door
mr. S. Muntinga, verbonden aan Stichting VvAA Rechtsbijstand. Beide partijen hebben
hun standpunten nader toegelicht.
2. Beslissing in eerste aanleg
Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.
“2. DE OVERWEGINGEN
Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen. Omdat
het klaagschrift niet aan die eisen voldoet, heeft de secretaris van het college de
indiener van de klacht bij brief van 26 oktober 2021 gevraagd om binnen twee weken
een aantal vragen te beantwoorden. Meer specifiek heeft de secretaris klager gevraagd
wanneer het handelen van beklaagde waar hij over klaagt precies heeft plaatsgevonden
en wat hij beklaagde precies verwijt. Klager heeft op die brief niet gereageerd. Op
12 november 2021 heeft de secretaris van het college klager een herinnering gestuurd.
Daarop heeft klager gereageerd met twee aanvullende klaagschriften met bijlagen. Klager
heeft in zijn reacties echter niet of onvoldoende geantwoord op de vragen van de secretaris.
Klager beschrijft een medisch traject sinds 2000 waarin meerdere namen voorkomen maar
over welk handelen van beklaagde klager klaagt, wanneer dat dan zou hebben plaatsgevonden
en wat hij beklaagde dan precies verwijt, is onvoldoende duidelijk.
Daarom is de voorzitter van oordeel dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
De voorzitter maakt klager erop attent dat klager alsnog een klacht bij het college
kan indienen, als de klacht wel voldoende kan worden onderbouwd en omschreven. Daarbij
merkt de voorzitter op dat het tuchtrecht een verjaringstermijn van 10 jaar kent.”
3. Beoordeling van het beroep
3.1 Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege dat
de klacht onvoldoende duidelijk is en dus niet inhoudelijk kan worden beoordeeld.
Hij verzoekt impliciet het Centraal Tuchtcollege deze beslissing te vernietigen en
de klacht alsnog gegrond te verklaren.
3.2 De huisarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij verzoekt het Centraal Tuchtcollege
het beroep te verwerpen en de bestreden beslissing te handhaven.
De klacht is voldoende duidelijk
3.3 Uit het klaagschrift van 31 augustus 2021 en de twee aanvullingen daarop blijkt
dat in 2019 de prostaat van klager operatief is verwijderd in verband met een prostaatcarcinoom.
Uit deze stukken komt verder naar voren dat klager de huisarts verwijt dat zij de
PSA waarde niet heeft laten bepalen en klager niet heeft verwezen naar een uroloog.
Dit terwijl klager haar hierom uitdrukkelijk heeft verzocht en al vanaf 2001 bij de
voorganger van de huisarts kwam met plasklachten. Volgens klager was de prostaatoperatie
met voor hem blijvende ingrijpende gevolgen niet noodzakelijk geweest als de huisarts
anders had gehandeld.
3.4 Het Centraal Tuchtcollege is - anders dan het Regionaal Tuchtcollege - van
oordeel dat de klacht hiermee voldoende duidelijk is en er geen twijfel kan bestaan
over wat klager de huisarts precies verwijt. Dit betekent dat dat college de klacht
ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de klacht
alsnog inhoudelijk beoordelen.
De klacht is ongegrond
3.5 Uit het medisch dossier van klager blijkt dat hij de huisarts één keer in verband
met plasklachten heeft bezocht, op 19 juni 2017. Hij was toen al jaren bekend met
deze klachten en wilde dat de huisarts zijn PSA zou laten bepalen. De laatste keer
dat dit was gebeurd was minstens vijf jaar geleden. De huisarts heeft klager lichamelijk
onderzocht en een rectaal toucher verricht. De prostaat voelde toen glad en symmetrisch
aan. Uit de anamnese bleek verder dat de plasklachten de laatste paar jaar niet duidelijk
veranderd waren. De huisarts heeft klager vervolgens uitleg gegeven over de voor-
en nadelen die kleven aan het bepalen van een PSA waarde en aangegeven dat er in dit
geval geen indicatie was om die waarde te laten bepalen. In het medisch dossier heeft
de huisarts genoteerd: uitleg, PSA prikken niet geïndiceerd, Pt hiermee akkoord.
3.6 Klager is anderhalf jaar later, in december 2018, naar een andere huisarts
gegaan, die de PSA-waarde op verzoek van klager heeft laten bepalen. Klager is in
augustus 2019 geopereerd waarbij zijn prostaat is verwijderd.
Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege heeft de huisarts, die klager een keer
in verband met plasklachten heeft onderzocht, gehandeld in overeenstemming met de
destijds geldende NHG standaard M42 mictieklachten bij mannen. De huisarts kan dan
ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van het feit dat zij bij het consult
op 19 juni 2017, gelet op haar bevindingen, (een niet afwijkend aanvoelende prostaat
bij rectaal toucher) er niet toe heeft besloten om de PSA waarde te laten bepalen
of klager te verwijzen naar een uroloog. Dit betekent dat de klacht ongegrond is.
Conclusie
3.7 Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ten onrechte niet ontvankelijk geacht
omdat deze niet voldoende duidelijk was. Het Centraal Tuchtcollege zal de bestreden
beslissing vernietigen en opnieuw rechtdoend de klacht alsnog ongegrond verklaren.
4. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
vernietigt de beslissing waarvan beroep;
en, opnieuw rechtdoend:
verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door: C.H.M. van Altena, voorzitter; L.F. Gerretsen-Visser
en
J. Legemaate, leden-juristen en O.T.M. Schouten en D. van Sleeuwen, leden-beroepsgenoten
en E.D. Boer, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 7 november 2022.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.