Zoekresultaten 2981-3000 van de 48364 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 240272
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:158
Deze zaak betreft in hoger beroep een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden had verweerster met haar keuze om op een aantal e-mails van klaagster niet te reageren, onvoldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster bij opheffing van het beslag. Het hof is van oordeel dat er geen gerechtvaardigde belangen van klaagster zijn geschonden en dat klaagster wist dat zij nog de deurwaarderkosten moest betalen alvorens het beslag zou worden opgeheven. Het hof verklaart dit klachtonderdeel alsnog ongegrond en vernietigt in zoverre de beslissing van de raad alsmede de aan verweerster opgelegde maatregel. Voor het overige blijven de klachten ook in hoger beroep ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:140 Raad van Discipline Amsterdam 25-125/A/A
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:140
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond nu niet is gebleken dat verweerster vertrouwelijke informatie heeft verkregen waardoor zij de wederpartij niet meer mocht bijstaan. Van (de schijn van) belangenverstrengeling is naar het oordeel van de raad geen sprake.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:118 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-336/DB/NN/W 25-337/DB/NN/W
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:118
Wraking gegrond. De gewraakte tuchtrechter heeft eerder een tuchtklacht ingediend tegen verzoekster. Ook staan verzoekster en de gewraakte tuchtrechter momenteel als advocaten tegenover elkaar in een juridische procedure. Deze twee omstandigheden in samenhang bezien leiden in de concrete omstandigheden van het geval tot de conclusie dat de door verzoekster aangevoerde vrees voor partijdigheid en schijn van vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-388/DB/LI/D
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:119
Dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft zijn praktijk neergelegd op een wijze die zeer onzorgvuldig is. Cliënten zijn niet tijdig geïnformeerd of hebben zelfs pas op de dag van een zitting van verweerder vernomen dat hij hen niet langer bijstaat. Daarmee heeft verweerder de belangen van zijn (voormalige) cliënten ernstig veronachtzaamd. Die verantwoordelijkheid had verweerder wel moeten nemen. Ook al had verweerder het psychisch zwaar, verweerder kon zijn cliënten niet zonder enig bericht aan hun lot overlaten. Schrapping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 250005
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:154
Het beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen in de zin van artikel 13 Advocatenwet wordt ongegrond verklaard. Het hof is van oordeel dat het niet mogelijk is om beroep in cassatie in te stellen tegen het proces-verbaal van het hof Amsterdam. Dat kan immers alleen van een einduitspraak en daarvan is in dit geval geen sprake. Verder onderschrijft het hof het standpunt van de deken dat voorzover klager een advocaat wil voor een procedure om de schikking ongedaan te maken, deze procedure geen redelijke kans van slagen heeft. Terecht heeft de deken opgemerkt dat de enkele stelling dat er sprake zou zijn van verkeerd gedrag van een paar slechte advocaten en corrupte rechters daarvoor onvoldoende is. Dat geldt ook voor de stelling van klager dat de rechter de kant koos van de bank en dat klager door zijn advocaat, de rechter en de advocaat van de bank onder druk werd gezet om een minnelijke regeling te accepteren.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8015
- Datum publicatie: 15-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:202
Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster was opgenomen in het ziekenhuis, waar zij ’s nachts is gevallen. Deze val heeft geleid tot een hersenbloeding en de moeder van klaagster is vervolgens overleden. Verweerster was die nacht werkzaam als verpleegkundige en klaagster verwijt haar, kort gezegd, onzorgvuldig handelen. Naar het oordeel van het college had de verpleegkundige in deze situatie risico’s dienen uit te sluiten en de situatie door een arts moeten laten beoordelen. Ook is het college van oordeel dat het op de weg van de verpleegkundige had gelegen, zeker nu was nagelaten contact met een arts op te nemen, na de val gedurende de nacht extra observaties en controles uit te voeren. Ook dat heeft zij nagelaten. Klachtonderdeel a) de verpleegkundige heeft na de val geen adequate hulp verleend en klachtonderdeel c) er heeft uren na de val geen observatie meer plaatsgevonden zijn dan ook gegrond. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7547
- Datum publicatie: 15-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:203
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster ontvangt zorg van het GGZ team van de instelling. Verweerster was onderdeel van dit team (tegen haar collega en teamlid is ook een klacht ingediend, geregistreerd onder zaaknummer A2024/7546) en de eerste contactpersoon voor klaagster. Klaagster verwijt haar dat zij heeft gelogen over de medische situatie van klaagster bij de rechtszaak om de zorgmachtiging en dat zij aandringt op het verhuizen naar een HAT-woning op het terrein van de instelling en het innemen van medicatie. Niet kan worden vastgesteld dat de verpleegkundige onwaarheden over klaagster heeft vermeld en de door klaagster gestelde onwaarheden zijn niet onderbouwd. Daarnaast is het college van oordeel dat het handelen van de verpleegkundige erop was gericht passende zorg te verlenen en verdere escalatie te voorkomen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7455
- Datum publicatie: 15-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:91
Ongegronde klacht van ouders van patiëntje tegen verweerster, tandarts, over de behandeling van patiëntje met angstklachten. Klagers verwijten verweerster onzorgvuldige behandeling van de fistel bij de beschadigde tand, weigeren sedatie bij het trekken van beschadigde melktanden, onjuist advies, niets geven tegen de ontsteking, onvoldoende personele bezetting en geen goede achtervang bij de vakantiesluiting van de praktijk. Volgens klagers werd eerst na meerdere verzoeken van klagers patiëntje aan een andere praktijk overgedragen. Volgens klagers heeft verweerster geen verantwoordelijkheid genomen, niet direct met klagers gecommuniceerd en niet gereflecteerd op eigen handelen. Het college oordeelt dat verweerster geen onnodige risico’s heeft genomen en heeft vastgehouden aan een zorgvuldige medische afweging ondanks de druk om met Dormicum te behandelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7957
- Datum publicatie: 15-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:204
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Voor het college is het invoelbaar dat het voor klager traumatisch is geweest dat de verpleegkundige (met haar collega’s, geregistreerd onder zaaknummers A2024/7955 en -7956) tegen klagers wil in zijn huis is geweest. Het college oordeelt echter dat het gezien de zorgen die waren geuit, begrijpelijk is dat er (door de psychiater, geregistreerd onder A2024/7958) een huisbezoek door de crisisdienst is aangevraagd. Vervolgens valt het de verpleegkundige niet te verwijten dat klager niet op de hoogte was van dit huisbezoek. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige voldoende de-escalerend heeft opgetreden en dat zij voldoende de zorg in acht heeft genomen die van een goed hulpverlener wordt verwacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:149 Hof van Discipline 's Gravenhage 250037
- Datum publicatie: 14-08-2025
- Datum uitspraak: 08-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:149
Klacht tegen de eigen advocaat. Klager was geen cliënt en is daarom door de raad niet-ontvankelijk verklaard. De raad heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het hof verklaart de klacht, voor zover die ziet op het niet goed adviseren door verweerder over de sanctielijst, alsnog gegrond, legt verweerder de maatregel van waarschuwing op en bekrachtigt de beslissing van de raad voor het overige.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:150 Hof van Discipline 's Gravenhage 240339
- Datum publicatie: 14-08-2025
- Datum uitspraak: 08-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:150
Het betreft hier een hoger beroep van verweerder. In deze zaak ligt de vraag voor of verweerder de belangen van klagers niet goed heeft behartigd en klagers onder zodanige druk heeft gezet om de schikking te accepteren dat hij daarmee de grenzen van het tuchtrechtelijk toelaatbare heeft overschreden. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam heeft verweerder hiervoor een onvoorwaardelijke schorsing van zes (6) weken opgelegd. Vast is komen te staan dat klagers tegenover verweerder ondubbelzinnig hebben aangegeven dat zij niet met het schikkingsvoorstel konden instemmen. Het hof oordeelt dat de druk die klagers vanuit verweerder hebben ervaren om de vaststellingsovereenkomst toch te tekenen, direct is te relateren aan een ernstig nalaten van verweerder om klagers op deugdelijke wijze te informeren en te consulteren over de lopende schikkingsonderhandelingen, waardoor het uiteindelijke schikkingsvoorstel voor klagers als een ‘complete verrassing’ kwam. Deze druk is in hevige mate versterkt door de ‘dreiging’ die verweerder vervolgens heeft geuit om bij het niet tekenen van de vaststellingsovereenkomst door klagers uitvoering te zullen gaan geven aan de tussen klagers en verweerder gemaakte verboden prijsafspraak (no cure no pay). Het hof rekent dit verweerder zwaar aan. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar ziet aanleiding een fors zwaardere maatregel op te leggen dan de raad, te weten een onvoorwaardelijke schorsing van twaalf weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:151 Hof van Discipline 's Gravenhage 250176
- Datum publicatie: 14-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:151
Het beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen is ongegrond. Klager heeft verzocht om een advocaat voor een bestuursrechtelijke procedure. Voor het voeren van een procedure bij de bestuursrechter is geen verplichte procesvertegenwoordiging voorgeschreven. Er zijn geen aanwijzingen dat klager vanwege zijn kwetsbare positie niet in staat zou zijn om zijn klachten te benoemen en te onderbouwen. Dat advocaten de zaak van klager niet willen aannemen vanwege inhoudelijke complexiteit, kan niet worden opgemaakt uit de afwijzingsgronden van de door klager aangeschreven advocaten. Verder heeft de deken terecht opgemerkt dat het bewaken van de equality of arms aan de rechter is en dat dit geen taak van de deken is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:152 Hof van Discipline 's Gravenhage 250110
- Datum publicatie: 14-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:152
Beklag artikel 13 , lid 1 Advocatenwet. Niet duidelijk op welke gronden klager het niet eens is met de beslissing van de deken. Nu klager geen gronden van zijn beklag heeft aangevoerd en het hof evenmin ambtshalve uit de stukken kan afleiden waarom de beslissing van de deken onjuist is, zal het hof het beklag ongegrond verklaren
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:153 Hof van Discipline 's Gravenhage 250243
- Datum publicatie: 14-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:153
Herstelbeslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:148 Hof van Discipline 's Gravenhage 250272
- Datum publicatie: 14-08-2025
- Datum uitspraak: 14-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:148
Klager is het niet eens met de mededeling van de deken. Daarin staat dat de deken uit de beschikbare stukken heeft afgeleid dat een zitting plaats vindt bij het gerechtshof Den Haag en dat klager een kort geding tegen de staat zou willen starten. Om die reden heeft de deken het verzoek ex artikel 13 Advocatenwet doorgeleid naar de deken Den Haag met het verzoek de kwestie op te pakken.Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om te klagen over een mededeling waar men het niet mee eens is. Dit wordt beschouwd als misbruik van het klachtrecht. Om die reden verwijst de voorzitter de klacht niet door naar een andere deken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-201/DH/RO/D
- Datum publicatie: 13-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:162
Dekenbezwaar. Eindbeslissing na tussenbeslissing. Kantoororganisatie die langdurig niet heeft voldaan aan de basisverplichtingen die gelden voor de advocatuur. Aanwijzingen van de deken worden niet tot nauwelijks opgevolgd. De deken uit terechte zorgen over het dossierbeheer van verweerster. Verweerster lijkt het belang van goede waarneming ten behoeve van cliënten niet in te zien. Fundamenteel gebrek aan inzicht in de verantwoordelijkheden en verplichtingen van advocaten. Schrapping.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7355
- Datum publicatie: 13-08-2025
- Datum uitspraak: 13-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:87
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Patiënt bij wie na verloop van tijd de diagnose ‘creeping eruption’ is gesteld, verwijt huisarts het stellen van een verkeerde diagnose, het voorschrijven van verkeerde medicatie, onvoldoende deskundigheid en onvoldoende begrip. Werkdiagnose en aanpassing werkdiagnose. Passende medicatie bij de gemelde klachten. Medisch dossier biedt geen aanknopingspunten voor de verwijten van klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-221/DH/RO
- Datum publicatie: 13-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:163
Raadsbeslissing. Verweerster heeft meerdere malen in strijd gehandeld met de aan haar opgelegde schorsing. Geen sprake van berichten op persoonlijke titel of handelingen die niet vallen onder de praktijkuitoefening. Schrapping.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7503
- Datum publicatie: 13-08-2025
- Datum uitspraak: 13-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:88
Ongegronde klacht tegen huisarts. Hulpvraag van een niet in de praktijk ingeschreven kind en zijn oma. De klacht gaat over het niet verlenen van spoedeisende zorg en het negeren en afwimpelen van de passanten. Geen passantenzorg verleend. Adequate beoordeling of acute zorg al dan niet nodig was. Het ontbreken van noodzakelijke persoonsgegevens. Verwijzing naar eigen huisarts. Vastlopen van het gesprek tussen de huisarts en de oma. Geen sprake van onzorgvuldig handelen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-390/DH/DH
- Datum publicatie: 13-08-2025
- Datum uitspraak: 13-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:164
Voorzittersbeslissing. Derde klacht van klager tegen verweerster kennelijk niet-ontvankelijk, deels vanwege strijd met het ne bis in idem beginsel en deels vanwege strijd met de beginselen van een behoorlijke tuchtprocesorde.