Zoekresultaten 22021-22040 van de 47494 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-170
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:12
Deels gegronde klacht (zonder oplegging van een maatregel) tegen een huisarts. Gelet op de door de moeder (klaagster) ondertekende machtiging mocht de huisarts redelijkerwijs ervan uitgaan dat de moeder hem, als wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige dochter, toestemming gaf voor doorbreking van zijn beroepsgeheim aan de Raad voor de Kinderbescherming ten aanzien van zijn patiënte (de minderjarige dochter van klaagster). Daarmee was de huisarts echter niet ontslagen uit de verplichting tot geheimhouding ten aanzien van het gesprek over de problemen van de moeder en vader zelf. Geen toestemming verkregen en geen sprake van rechtmatige doorbreking van het beroepsgeheim op grond van de KNMG Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld. Klacht deels gegrond, maar het College ziet dat de huisarts heeft gehandeld met goede intenties en de geldende wet- en regelgeving biedt de beroepsbeoefenaar weinig duidelijkheid over het te hanteren beoordelingskader wanneer hem door een instantie als de RvdK om informatie betreffende een patiënt wordt gevraagd. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:52 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/321696 KL RK 17-67
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:52
Bij de afwikkeling van de nalatenschap van de vader van klager, heeft zijn broer een brief overgelegd waarin vader een vordering kwijtscheldt aan de broer. Het origineel van deze brief heeft de broer bij de notaris afgegeven. Klager betwist de handtekening van vader onder de brief en wil deze laten onderzoeken door het NFO. De notaris wil alleen aan dit onderzoek meewerken met toestemming van de broer. Klager verwijt de notaris dat zij weigert om zonder toestemming van de broer mee te werken aan het onderzoek door het NFO naar de handtekening van vader onder de brief. Hierdoor stelt de notaris zich afhankelijk en onkundig op. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Uit hetgeen over en weer door partijen is aangevoerd kan worden vastgesteld dat de brief eigendom is van de broer. De broer heeft immers het origineel van de brief, op verzoek van klager, afgegeven bij de notaris. Dan is het ook aan de broer om te bepalen of de brief mag worden onderzocht door derden. Dat de broer toestemming heeft gegeven voor het onderzoek door het NFO is niet komen vast te staan. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris niet klachtwaardig gehandeld door zich op het standpunt te stellen dat zij zonder de toestemming van de broer niet kan meewerken aan het onderzoek van het NFO.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-165
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 08-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:2
Dekenklacht. Een cliënt heeft verweerder gevraagd om hem bij te staan en te adviseren inzake de door die cliënt in zijn hoedanigheid van aandeelhouder van zijn ondernemingen gepretendeerde schade door aardbevingen als gevolg van de gaswinning door de NAM. De raad oordeelt dat verweerder niet heeft gehandeld als een behoorlijk advocaat betaamt door het maken van een verboden no cure no pay afspraak met de cliënt waardoor hij in strijd heeft gehandeld met art. 7.7 eerste lid Voda en gedragsregel 25 lid 3. Het met de cliënt overeengekomen uurtarief gold naar het oordeel van de raad allleen voor de onderhandelingsfase van verweerder met de NAM en uitdrukkelijk niet voor een eventueel daarna door verweerder te voeren procedure tegen de NAM. Pas na toewijzing van schadevergoeding was de cliënt 10% daarvan als honorarium aan verweerder verschuldigd bij een procedure. Dat verweerder tijdens de onderhandelingsfase een redelijke dekking van zijn kosten heeft gekregen en hij van mening is dat hij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in de gegeven financieel zorgelijke omstandigheden van zijn cliënt de gemaakte prijsafspraak zo mocht maken als hij heeft gedaan en bovendien de procedure niet is doorgegaan, doet aan de ontoelaatbaarheid van de prijsafspraak niet af en maakt het oordeel van de raad niet anders. Dekenbezwaar gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:218 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16.962
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:218
Verzet ongegrond. Betekening één dag te laat. Pas drie jaar later daarover een klacht ingediend, terwijl klager daar al meer dan drie jaar daarvan op de hoogte was. Geen belang.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:5 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.333
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:5
De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-185b
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:5
Gegronde klacht (zonder oplegging van een maatregel) tegen een verpleegkundige. Van een verpleegkundige in de functie van verzorger en begeleider bij een stervensproces mag verwacht worden dat er niet alleen aandacht is voor het comfort van de stervende, maar ook dat de nabestaande wordt voorbereid op het overlijden van een dierbare. Gelet hierop mocht meer begeleiding en advisering verwacht worden. Ook was het zinvol om duidelijk te maken dat de instantie behulpzaam zou kunnen zijn bij eventuele inschakeling van een arts. Klacht gegrond, maar niet noodzakelijk om maatregel op te leggen, omdat het voor klager wel duidelijk was dat hij bij verandering van de situatie de gehele dag de instantie mocht bellen. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:219 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 16.377
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:219
Betekening naar Belgisch en Nederlands recht was juist. Dat aan de echtgenote is betekend met wie klager in onmin leefde, maakt dat niet anders aangezien klager ingeschreven stond op dat adres.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:6 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.375
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:6
Klager verwijt de psychiater dat hij een onzinnig en onnodig onderzoek heeft uitgevoerd, bewust zich heeft geprobeerd te onttrekken aan een onafhankelijke klachtenprocedure en dat hij inbreuk heeft gemaakt op de privacy van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-185c
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:6
Gegronde klacht (zonder oplegging van een maatregel) tegen een verpleegkundige/triagiste. Klager ontvankelijk in zijn klacht, omdat het werk van verweerster als triagiste nauw verweven is met haar registratie als verpleegkundige. Hoewel klager in het telefoongesprek met de triagiste zijn hulpvraag anders had moeten formuleren, had verweerster pro-actiever kunnen en moeten optreden tijdens dit gesprek. Zij had gelet op de inhoud van het gesprek de vraag achter de hulpvraag moeten zien. Klacht gegrond, maar niet noodzakelijk om een maatregel op te leggen, omdat het College ervan overtuigd is dat zij in de toekomst meer proactief zal optreden. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2017:175 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 302.2016
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 20-10-2017
- ECLI:NL:TGDKG:2017:175
Voor het eerst maakt de Kamer de oplegging van een berisping openbaar in het register gerechtsdeurwaarders dat wordt bijgehouden door de KBvG door het opnemen van een link in de beslissing naar dit register. De gerechtsdeurwaarders hebben bij de executie van een vonnis waarbij klagers tot ontruiming en tot betaling van huurachterstand zijn veroordeeld, geen gebruik gemaakt van de voor de in deze situatie door de KBvG voorgeschreven bijsluiter. In plaats daarvan hebben de gerechtsdeurwaarders een aanplakbiljet op de voordeur van de (voormalige)woning van klagers geplakt met de mededeling dat ontruiming zou plaatsvinden en dat deze kon worden voorkomen door betaling van het verschuldigde. De Kamer acht dat onder de omstandigheden van het geval tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.384
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:7
Klacht tegen uroloog. Klager is door de uroloog gezien in verband met verdenking van een recidiverende urineweginfectie. Bij de naar aanleiding daarvan gemaakt echo is een niersteen ontdekt. De uroloog heeft de steen in 2014 operatief vergruisd onder achterlating van een JJ- en spoelkatheter. Een jaar na de operatie is naar aanleiding van klachten wederom een echo gemaakt en een CT-onderzoek verricht, waarop een solide afwijking in de rechternier is geconstateerd. Klager verwijt de uroloog dat hij op het beeldmateriaal in 2014 een tumor in de nier over het hoofd heeft gezien. Het RTG wijst de klacht af. Volgens het Regionaal Tuchtcollege mocht de uroloog afgaan op het verslag van de uroloog, die geen melding maakt van een, in retroperspectief reeds aanwezige, tumor in de rechternier. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft dit oordeel en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-145
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:7
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De (waarnemend) huisarts beschikte tijdens het telefonisch contact met de ambulanceverpleegkundige over voldoende (medische) informatie om de beslissing te kunnen nemen akkoord te gaan met het voorstel om patiënte niet in te sturen naar het ziekenhuis. Er bestond ook geen reden om na dit telefonisch gesprek nog zelf verdere actie te ondernemen. Het advies aan patiënte om zich zo nodig de volgende dag tot haar eigen huisarts te wenden, is correct gegeven. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2017:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/324539 KL RK 17-107
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2017
- ECLI:NL:TNORARL:2017:49
Klaagster verwijt de notaris dat hij geen duidelijkheid heeft gegeven over de hoedanigheid waarin hij optrad. De kamer komt tot het oordeel dat er geen sprake is van een verwijtbare gedraging van de notaris. De notaris heeft zijn hoedanigheid kenbaar gemaakt bij klaagster. Bij twijfel had klaagster het boedelregister kunnen raadplegen, dan wel nogmaals navraag kunnen doen bij de notaris. Voorts verwijt klaagster de notaris dat hij de schijn van partijdigheid heeft gewekt. Ook dit punt wordt ongegrond verklaard. Klaagster heeft haar stellingen op geen enkele wijze onderbouwd, terwijl de notaris de stellingen nadrukkelijk betwist.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-074b
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:1
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts maatschappij en gezondheid. De arts behoefde geen eigen onderzoek te verrichten of aanvullende informatie op te vragen. Evenmin is gebleken dat het gesprek te kort heeft geduurd om in redelijkheid tot een beoordeling te komen. De arts heeft klaagster niet voldoende duidelijk gewezen op het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht en hij mocht niet uit een telefoongesprek met klaagster afleiden dat zij deze rechten prijsgaf zonder dat hij zich ervan vergewiste of klaagster dit begreep. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.389
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:8
Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster is in 2013 enige malen door de fysiotherapeut behandeld in verband met klachten na een ongeval in een lijnbus. Eind 2013 heeft klaagster een medische volmacht verleend aan de rechtsbijstandsverzekeraar tot het namens klaagster opvragen, inzien en ontvangen van medische informatie over klaagster. De fysiotherapeut heeft in september 2014 op verzoek van de medisch adviseur van de rechtsbijstandsverzekeraar informatie overgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het verwijt van klaagster dat hij het beroepsgeheim heeft geschonden en dat hij het patiëntendossier heeft aangepast gegrond verklaard. De verwijten van klaagster dat de fysiotherapeut onvoldoende dossier heeft gevoerd en dat hij in de tuchtprocedure medische informatie aan het college heeft overgelegd is ongegrond verklaard. Het Regionaal Tuchtcollege legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep ten aanzien van de door het Regionaal Tuchtcollege gegrond bevonden klachtonderdelen. Ten aanzien van de ongegrond verklaarde onderdelen onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-157a
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:8
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Niet vast komt te staan dat de (ambulance)verpleegkundige zich bij haar werkdiagnose heeft laten leiden door de eerdere diagnose van de huisarts of SEH-arts. Ook niet dat de verpleegkundige de ECG verkeerd heeft afgelezen. Evenmin dat zij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gezondheidstoestand van patiënte, hoewel het beter ware geweest als zij grondiger had doorgevraagd naar de medische voorgeschiedenis van patiënte, met name de collaps. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2017:39 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640040/NT17-83OJ
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 08-12-2017
- ECLI:NL:TNORAMS:2017:39
Er is sprake van een klacht van zeer ernstige aard en eveneens kennelijk gevaar voor benadeling van derden op grond waarvan de voorzitter de door het BFT verzochte ordemaatregelen aan de notaris oplegt.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.038
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:2
Klacht tegen verpleegkundige. Klager is vader en gedurende een bepaalde periode de contactpersoon van de patiënt (hierna: de zoon). De zoon is onder behandeling bij een GGZ-instelling en heeft uit zelfbescherming gekozen voor een onder curatelestelling. Klager is niet de curator. Klager verwijt de verpleegkundige - kort weergegeven - een onjuiste en slechte behandeling van de zoon en van hemzelf als contactpersoon. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet ontvankelijk voor zover zijn klacht de behandeling van de zoon betreft. De overige klachten worden als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-159
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 09-01-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:2
Ongegronde klacht tegen een psychiater. In het rapport (een rijbewijskeuring) is op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De gronden kunnen de conclusie ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ rechtvaardigen. De arts mag, anders dan bij een behandelrelatie, bij een keuring zijn conclusies aan de opdrachtgever verstrekken zonder toestemming van de betrokkene. Niet is gebleken dat de psychiater klager over het blokkeringsrecht onjuist heeft ingelicht. Verzending van de conceptrapportage is niet onzorgvuldig gebeurd. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640040/NT 17-83Th
- Datum publicatie: 09-01-2018
- Datum uitspraak: 04-01-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:1
De kamer bekrachtigt de beslissing van de voorzitter van 8 december 2017 (met kenmerk 640040/NT 17-83OJ). De kamer is van oordeel dat de voorzitter onder voornoemde omstandigheden terecht tot zijn beslissing is gekomen dat het hier gaat om een klacht van zeer ernstige aard, en terecht het ernstige vermoeden heeft uitgesproken ten aanzien van de gegrondheid van de klacht. Ook het door de voorzitter uitgesproken ernstig vermoeden van kennelijk gevaar voor de benadeling van derden wordt door de kamer gedeeld. Op 8 december 2017 bedroeg het bewaringstekort volgens het BFT circa € 2.186.000,- negatief.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1101
- Pagina: 1102
- Pagina: 1103
- ...
- Pagina: 2375
- Volgende pagina zoekresultaten