Zoekresultaten 401-420 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:139 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8432

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TSCTS:2026:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-05 (2025.V10-THAMESBORG)

    Deze zaak gaat over een gronding op 6 september 2025 van het vrachtschip Thamesborg. Onderweg van Lianyungang (China) - via de Noordwestelijke doorgang (NWP) - naar Baie Comeau (Canada) is dit met carbon anodes beladen, 14 knopen varende, schip vastgelopen op een nog niet in kaart gebrachte ondiepte van 6,4 meter in de Franklin Strait, een Arctische zeestraat in Nunavut, Noord-Canada. Door de gronding raakten ruimten en tanks van het schip beschadigd en drong water binnen. Betrokkene was ten tijde van de gronding de OOW (Officer of the Watch). De inspecteur verwijt hem te hebben gehandeld in strijd met goed zeemanschap, doordat hij – varend in een gebied met ondiep water en een lage CATZOC classificatie - het risico van het bestaan van een onbekende ondiepte of obstructie voor lief heeft genomen en geen (juist) gebruik heeft gemaakt van het echolood. Wanneer men ervoor kiest om in ondiepere wateren te navigeren, met ook nog eens afwijkende en onbekende waterdiepten, is het van groot belang om de vaart aan te passen en het echolood continu te monitoren, aldus de inspecteur.Het tuchtcollege is het eens met de inspecteur en acht de tuchtklacht dan ook gegrond. Als maatregel volgt een schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van drie weken waarvan twee weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:146 Raad van Discipline Amsterdam 26-425/A/A 26-429/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Geen sprake van dreiging of intimidatie, maar een gebruikelijke advocatenbrief met sommatie. Verder is het aan de civiele rechter en niet aan de tuchtrechter om de rechtmatigheid van een gelegd beslag te beoordelen. De toets door de tuchtrechter is op dit punt een terughoudende, namelijk het onnodig of onevenredig schaden van de belangen van de wederpartij zonder redelijk doel. Daarvan is in de gegeven omstandigheden geen sprake.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:203 Hof van Discipline 's Gravenhage 260116

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voor de vordering van klaagster is de kantonrechter bevoegd. Het is dus geen zaak waarvoor vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8568

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:140 Raad van Discipline Amsterdam 25-910/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:147 Raad van Discipline Amsterdam 26-426/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder tekortgeschoten is in zijn dienstverlening.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:198 Hof van Discipline 's Gravenhage 240119H

    Verweerder heeft herziening verzocht van een uitspraak van het hof van 8 maart 2024. Het herzieningsverzoek is door het hof wegens schending van een fundamenteel rechtsbeginsel ontvankelijk geacht. Ten onrechte is een door verweerder ingediend verweerschrift bij de oorspronkelijke beoordeling niet meegenomen. Het hof stelt voorop dat na een gegrond verklaard herzieningsverzoek de zaak in hoger beroep opnieuw wordt behandeld, maar met dien verstande dat geen ruimte bestaat om nieuwe beroepsgronden naar voren te brengen. Er is slechts plaats voor een nadere beschouwing en/of onderbouwing van (een) reeds eerder ingenomen standpunt(en). Met medeneming van het eerder door verweerder ingediende verweerschrift in de integrale (her)beoordeling van de zaak komt het hof tot het oordeel dat het herzieningsverzoek niet slaagt. De uitspraak van het hof waarvan herziening is verzocht, wordt niet herzien.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8569

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog is bij de behandeling van klager betrokken geweest. Klager is ontevreden over de wijze waarop de behandeling is beëindigd.Het college is van oordeel dat het de gz-psycholoog niet kan worden verweten dat de behandeling onverwacht en eenzijdig is beëindigd, omdat zij op dat moment niet meer betrokken was bij de behandeling van klager. Weliswaar was zij bij het gesprek waarin de beëindiging van de behandeling aan klager werd medegedeeld aanwezig, maar dit was alleen ter ondersteuning van de psychiater en om de verwachte emoties te reguleren. Bij het (tot stand komen van het) besluit tot het beëindigen van de behandeling heeft de gz-psycholoog geen bemoeienissen gehad. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:141 Raad van Discipline Amsterdam 25-813/A/A

    Raadsbeslissing; verzet niet-ontvankelijk; te laat ingediend.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9029

    klacht tegen huisarts ingediend door nabestaanden van patiente. Beroep op artikel 67 lid 3 Wet BIG door de huisarts is gehonoreerd. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:199 Hof van Discipline 's Gravenhage 250322

    Klagers hebben een klacht ingediend over het handelen van verweerder in zijn hoedanigheid van advocaat van hun wederpartij in een civiel geschil. Het verwijt dat verweerder zich tijdens een telefoongesprek met één van de klagers onnodig grievend heeft uitgelaten is door de raad van discipline Den Haag gegrond verklaard. Ook verweerders verdere opstelling in het telefoongesprek is naar het oordeel van de raad onbehoorlijk en onvoldoende zakelijk geweest. De raad heeft daarvoor een waarschuwing opgelegd. De klachten zijn door de raad voor het overige niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard. Verweerder is het niet eens met de gegrondverklaring door de raad en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof van discipline bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:142 Raad van Discipline Amsterdam 25-905/A/A 25-908/A/A

    Raadsbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9012

    Klacht tegen apotheker kennelijk ongegrond. Aan klager zijn door de oogarts oogdruppels voorgeschreven. Vanwege een tekort van deze oogdruppels bij de apotheek, heeft de apotheker aan klager als alternatief verschillende andere druppels verstrekt. Klager verwijt de apotheker dat zij stelselmatig heeft geweigerd de voorgeschreven en medisch noodzakelijke oogdruppels te verstrekken. Het college oordeelt dat de apotheker heeft kunnen volstaan met de door haar gegeven alternatieven. Van een tuchtrechtelijk verwijtbare weigerachtigheid is geen sprake.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8570

    Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. De psychotherapeut is bij de behandeling van klager betrokken geweest. Klager is ontevreden over de wijze waarop de behandeling is beëindigd.Het college is van oordeel dat het de psychotherapeut niet kan worden verweten dat de behandeling onverwacht en eenzijdig is beëindigd, omdat zij op dat moment niet meer betrokken was bij de behandeling van klager. Weliswaar was zij bij het gesprek waarin de beëindiging van de behandeling aan klager werd medegedeeld aanwezig, maar dit was alleen ter ondersteuning van de psychiater en om de verwachte emoties te reguleren. Bij het (tot stand komen van het) besluit tot het beëindigen van de behandeling heeft de psychotherapeut geen bemoeienissen gehad. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:194 Hof van Discipline 's Gravenhage 260215 260223

    Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De beslissing van de deken om een schriftelijke reactie in een lopend klachtonderzoek al dan niet aan het dossier toe te voegen, is een procedurele beslissing in het kader van het klachtonderzoek. Het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. Klager kan, na afronding van het onderzoek door de deken en betaling van het griffierecht, zijn klacht laten toetsen door de Raad van Discipline en binnen de kaders van die procedure kan klager ook zijn klachten over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen aan de raad voorleggen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing A2025/8418

    Herstelbeslissing van de beslissing van 8 mei 2026 ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106 .

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:195 Hof van Discipline 's Gravenhage 260162

    Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De beslissing van de deken om tijdens het lopende onderzoek naar de door klager ingediende klacht over een advocaat geen re- en dupliek te laten plaatsvinden is een procedurele beslissing in het kader van het klachtonderzoek. Het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. Het tuchtrecht zoals beschreven in de Advocatenwet is alleen van toepassing op advocaten. Er is dus geen grondslag voor een onderzoek door een deken naar een over de stafjurist of de adjunct-secretaris ingediende klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing A2025/8417

    Herstelbeslissing van de beslissing van 8 mei 2026 ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 .