ECLI:NL:TGZRZWO:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9012
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:107 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 03-07-2026 |
| Datum publicatie: | 03-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/9012 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen apotheker kennelijk ongegrond. Aan klager zijn door de oogarts oogdruppels voorgeschreven. Vanwege een tekort van deze oogdruppels bij de apotheek, heeft de apotheker aan klager als alternatief verschillende andere druppels verstrekt. Klager verwijt de apotheker dat zij stelselmatig heeft geweigerd de voorgeschreven en medisch noodzakelijke oogdruppels te verstrekken. Het college oordeelt dat de apotheker heeft kunnen volstaan met de door haar gegeven alternatieven. Van een tuchtrechtelijk verwijtbare weigerachtigheid is geen sprake. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 3 juli 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
apotheker,
werkzaam in B,
verweerster,
gemachtigde mr. C. van den Brink, werkzaam in Leusden.
1. De zaak in het kort
1.1 Aan klager zijn door de oogarts oogdruppels voorgeschreven. Vanwege een tekort
van deze oogdruppels bij de apotheek, heeft de apotheker aan klager als alternatief
verschillende andere druppels verstrekt. Klager verwijt de apotheker dat zij stelselmatig
heeft geweigerd de voorgeschreven en medisch noodzakelijke oogdruppels te verstrekken.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 10 september 2025;
- het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 31 oktober 2025;
- de repliek met bijlagen, ontvangen op 24 december 2025;
- de dupliek met bijlagen, ontvangen op 26 januari 2026;
- aanvullende stukken van de apotheker, ontvangen op 10 maart 2026;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 7 april 2026.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Aan klager zijn vanaf oktober 2024 door de oogarts Hylan-oogdruppels voorgeschreven. Deze oogdruppels werden aan hem door de apotheker verstrekt. In de periode van maart tot en met 24 augustus 2025 heeft de apotheker aan klager meegedeeld dat de oogdruppel Hylan op dat moment niet leverbaar was. In maart 2025 heeft de apotheker om die reden aan klager het alternatief Artelac EDO oogdruppels verstrekt. Dit alternatief was door de oogarts voorgeschreven voor het geval Hylan niet beschikbaar zou zijn.
3.2 De apotheker heeft Hylan wel in bestelling gezet. In afwachting van levering heeft de apotheker diverse andere therapeutische alternatieven aan klager geleverd, telkens wanneer bleek dat het geprobeerde alternatief niet effectief genoeg bleek. Het gaat (na Artelac) om respectievelijk Celluvisc en Duratears Free (allen kunsttranen). Eén keer per maand kreeg de apotheker Hylan oogdruppels geleverd van haar groothandel. Voor klager zijn hiervan op 2 juli 2025 en 9 oktober 2025 verpakkingen klaargelegd.
3.3 Bij e-mail van 25 augustus 2025 (met als onderwerp “Nakoming zorgplicht inzake levering Hylan-oogdruppels”) heeft klager de apotheker er op gewezen dat hem na eigen onderzoek is gebleken dat de Hylan-oogdruppels via andere kanalen wel degelijk beschikbaar waren. Volgens klager maakte dit duidelijk dat geen sprake was van een absoluut tekort maar van het uitblijven van adequate actie aan de zijde van de apotheker. Klager heeft het volgende verzoek aan de apotheker geformuleerd:
"1. Concreet te onderzoeken via welke erkende route u Hylan alsnog kunt leveren;
2. Mij binnen twee dagen schriftelijk te informeren over de door u genomen stappen en de uitkomst daarvan.”
3.4 De apotheker heeft hierop bij e-mail van 26 augustus 2025 gereageerd. Daarbij heeft zij – kort gezegd – aan klager toegelicht dat de leverbaarheid van oogdruppels Hylan nog steeds beperkt was en dat het middel ook beperkt op voorraad was bij de leverancier. De apotheek van verweerster kreeg slechts enkele doosjes per maand geleverd. Levering via een andere groothandel was volgens de apotheker niet mogelijk en een handelsvergunning voor een parallelproduct was niet aan de orde. Daarnaast was het verboden om Hylan via import te verkrijgen en te verstrekken, voor zover het al leverbaar zou zijn via de importkanalen. Onder verwijzing naar de Professionele Standaard Farmaceutische Zorg heeft de apotheker aan klager uitgelegd dat in het geval van Hylan werd uitgeweken naar de therapeutische alternatieven zoals aangegeven door KNMP Farmanco. De geleverde doosjes Hylan werden op basis van aanvraag aan de patiënten van de apotheek uitgeleverd.
3.5 Bij e-mail van respectievelijk 26 en 28 augustus 2025 heeft klager gereageerd. Volgens hem miste de argumentatie van de apotheker een solide juridische en feitelijke grondslag en was sprake van een incomplete en daardoor feitelijk misleidende voorstelling van zaken door de apotheker. Concluderend heeft klager van de apotheker gevorderd dat zij uiterlijk 29 augustus 2025 schriftelijk zou bevestigen welke concrete stappen zij had ondernomen om Hylan alsnog te leveren, inclusief een bevestigde leverdatum. Wanneer de apotheker hieraan niet zou voldoen, heeft klager gedreigd een klacht in te dienen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het tuchtcollege en de vastgestelde schade op de apotheker te verhalen.
3.6 Op 29 augustus 2025 heeft de apotheker in een e-mail aan klager meegedeeld niet meer inhoudelijk te zullen reageren.
3.7 Vervolgens heeft klager (onder andere) deze tuchtklacht ingediend.
4. De klacht en de reactie van de apotheker
4.1 Klager verwijt de apotheker dat zij stelselmatig heeft geweigerd om een door de oogarts voorgeschreven, medisch noodzakelijk, geneesmiddel (Hylan oogdruppels) te leveren, niet vanwege objectieve onmogelijkheid, maar door:
- het niet benutten van beschikbare noodroutes;
- het laten prevaleren van commerciële afspraken boven de wettelijke zorgplicht;
- het verstrekken van misleidende en pseudo-juridische informatie aan de patiënt;
- het voortijdig beëindigen van de inspanningsplicht door het recept door te schuiven.
Hiermee is volgens klager sprake van:
- het verzaken van de zorgplicht;
- het onjuist toepassen van de Geneesmiddelenwet;
- het schenden van de dossier- en informatieplicht;
- het ontbreken van lerend vermogen.
4.2 De apotheker stelt zich op het standpunt dat zij zich voldoende heeft ingespannen
om het tekort van Hylan in kaart te brengen en het middel te verkrijgen. Zij heeft
passende alternatieven verstrekt, er was geen medische noodzaak met betrekking tot
het middel Hylan. Volgens de apotheker heeft zij gepoogd duidelijk te maken waarom
het niet mogelijk was het middel te verkrijgen en gezocht naar een oplossing. Zij
heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de apotheker de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende apotheker. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de apotheker geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
Beoordeling van de klacht
5.2 Omdat de verwijten van klager alle voortvloeien uit de klacht dat de apotheker
stelselmatig heeft geweigerd om Hylan oogdruppels te leveren, ziet het college aanleiding
om de klacht in zijn geheel te beoordelen.
5.3 Het college stelt allereerst vast dat uit geen van de stukken blijkt dat sprake was van een medische noodzaak voor het gebruik van specifiek de Hylan-oogdruppels. De apotheker heeft er in dat verband terecht op gewezen dat de oogarts al had voorzien in het voorschrijven van een alternatief (Artelac) voor het geval Hylan niet op voorraad zou zijn. Verder wordt in het door klager bij zijn repliek overgelegde medisch dossier van
30 september 2025 weliswaar gesproken van een “Medische indicatie” bij voorgeschreven oogdruppels, maar uit de hierop door het oogziekenhuis per e-mail van 22 januari 2026 aan de apotheker gegeven toelichting (door de apotheker op 10 maart 2026 overgelegd aan het tuchtcollege) blijkt dat deze aantekening betrekking had op Hylogel en niet op Hylan en dat deze aantekening enkel op verzoek van klager is gemaakt. Ook is door het oogziekenhuis in een e-mail van 13 januari 2026 aan de apotheker expliciet verklaard dat van een medische noodzaak geen sprake was.
5.4 Daarnaast is een gegeven dat ten aanzien van Hylan-oogdruppels sprake was en is van leveringsproblemen. Van deze leveringsproblemen kan aan de apotheker geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Ook kan de apotheker niet verweten worden dat zij het middel niet uit het buitenland heeft geïmporteerd dan wel via een andere groothandel heeft ingekocht. De apotheker heeft hierover navolgbaar toegelicht dat voor de import van Hylan geen vrijstelling gold (en nog steeds niet geldt). Ook het inkopen via een andere apotheek was geen optie.
5.5 Gelet hierop, in combinatie met het feit dat er geen medische noodzaak
was voor het gebruik van Hylan, is het college van oordeel dat de apotheker heeft
kunnen volstaan met de door haar gegeven alternatieven. Van een tuchtrechtelijk verwijtbare
weigerachtigheid is geen sprake. Daarmee zijn de door klager gestelde schendingen
(van onder meer de zorgplicht en de dossier- en informatieplicht) evenmin aan de orde.
Slotsom
5.6 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 3 juli 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, P.C. Daniels-Hansum en D. Touw, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.D. Moeke, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.