Zoekresultaten 14291-14300 van de 47536 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-437

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/135

    De familie verwijt de arts (verweerster) dat zij 1) heeft geweigerd te vertellen welke onderzoeksvraag beantwoord moest worden, 2) ten onrechte heeft geconcludeerd dat er bij de vader geen sprake is van een energetische beperking, 3) het correctierecht verkeerd heeft toegepast en verstrekte gegevens bewust heeft genegeerd en 5) heeft nagelaten door te vragen naar overige (mantel)taken bij het vaststellen van de belasting. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht op alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:229 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200142

    Beroep tegen besluit algemene raad tot afwijzing van verzoek om vrijstelling van artikel 9j, eerste lid, van de Advocatenwet. Naar het oordeel van het hof heeft de algemene raad in redelijkheid tot haar besluit tot afwijzing kunnen komen. Volgens de algemene raad beschikt appellant over onvoldoende proceservaring om op grond van de uitzonderingsgrond te kunnen worden toegelaten tot de cassatiebalie, nu zijn ervaring voornamelijk ziet op het adviseren van advocaten-generaal en andere cassatieadvocaten. Appellant kan dus -anders dan degenen voor wie de wetgever heeft beoogd een uitzondering te maken- niet bogen op de ruime proceservaring waarover onvoorwaardelijk ingeschreven advocaten en bijvoorbeeld –voormalig- leden van de Hoge Raad beschikken. Door het ontbreken van die proceservaring kon de algemene raad in redelijkheid tot de vaststelling komen dat appellant niet beschikt over de vereiste bekwaamheid om in de periode dat hij nog niet onvoorwaardelijk als advocaat is toegelaten, zelfstandig de cassatiepraktijk uit te oefenen. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:230 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200149

    Klacht tegen advocaat. Beroep is beperkt tot de maatregel van schrapping die de raad heeft opgelegd. Verweerder heeft klager op diverse momenten tussen 2012 en 2017 laten weten dat een procedure nog liep, terwijl daarin in augustus 2012 een eindvonnis was gewezen. Verweerder heeft tot in de procedure bij de raad onduidelijkheid laten bestaan over de gang van zaken in die zaak. Het hof matigt de maatregel en legt een schorsing voor de duur van 52 weken op waarvan 13 weken voorwaardelijk. Het hof slaat acht op de specifieke context van de persoonlijke relatie met klager en de druk die verweerder daarin heeft gevoeld en sluit niet uit dat de schending van kernwaarde integriteit tot deze context beperkt moet worden gezien. Verweerder heeft beginstappen in zelfinzicht gezet. Uit het tuchtrechtelijk verleden van verweerder blijkt niet van eerdere schendingen van de kernwaarde integriteit. Het hof legt als bijzondere voorwaarde op dat aan de deken wordt voorgelegd het plan van aanpak van de praktijkcoach en de ontwikkeling van het coachingstraject. Geen proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-271b

    Ongegronde klacht tegen een arts. Het College begrijpt goed dat de totaal ruptuur zeer vervelend voor klaagster is geweest, maar heeft geen aanwijzingen dat dit het gevolg is van ondeskundig handelen van beklaagde. Ook tijdens de nacontrole in oktober is beklaagde, mede gezien de in het dossier opgenomen verslagen van eerdere controles, niet tekort geschoten in de zorg die klaagster van haar mocht verwachten. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 681115/NT 20-7

    Klagers verwijten de notaris dat hij hen onvoldoende heeft geadviseerd, dat de notaris jegens hen een ongeïnteresseerde houding heeft aangenomen en dat hij de zaak traag heeft afgehandeld. De kamer verklaart de klacht ongegrond. Niet is gebleken van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-271a

    Klacht niet-ontvankelijk tegen een gynaecoloog. Beklaagde was ten tijde van de bevalling van klaagster niet in het ziekenhuis werkzaam. Vast staat dat beklaagde niet betrokken is geweest bij de gebeurtenissen waar de klacht betrekking op heeft. Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam 681588/NT 20-9

    De notaris heeft niet gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt. De kamer acht het elementair dat een notaris bij een verzoek tot uitbetaling van een depotbedrag zijn eigen afweging maakt en daarbij zorgvuldig te werk gaat, met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen. Het lijkt erop dat hij zijn oren naar de wensen van één partij heeft laten hangen, in plaats van zijn rol als onafhankelijk en onpartijdig baken in het rechtsverkeer tussen partijen waar te maken. De kamer acht dit ernstig, maar houdt rekening met het feit dat de notaris niet eerder een (tucht)maatregel is opgelegd, hij inzicht heeft getoond in het onjuiste van zijn handelen en heeft verklaard in de toekomst anders te zullen handelen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-271c

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Het College begrijpt goed dat de totaal ruptuur zeer vervelend voor klaagster is geweest, maar heeft geen aanwijzingen dat dit het gevolg is van ondeskundig handelen van de anios gynaecologie of beklaagde. Beklaagde is niet betrokken geweest bij de controles van klaagster na de bevalling. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-001b

    Klacht niet-ontvankelijk tegen een gynaecoloog. Klaagster is in haar klacht niet-ontvankelijk, omdat de klacht geen handelen of nalaten betreft in strijd met de zorg die beklaagde behoorde te betrachten ten opzichte van klaagster dan wel haar ex-partner. Het handelen/nalaten waar klaagster over klaagt betreft geen handelen/nalaten van beklaagde in haar hoedanigheid van gynaecoloog of anderszins als arts. Dat is een vereiste om een oordeel over dat handelen/nalaten te kunnen geven. Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.