Zoekresultaten 13461-13470 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 305-2019
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:35
Klacht tegen gynaecoloog. Bij patiënt wordt na NovaSure-procedure thermisch letsel geconstateerd, waarvan patiënte ernstige gevolgen ondervindt. Klaagster verwijt beklaagde o.a. dat hij haar niet had geïnformeerd over de risico’s van de ingreep, hij ten onrechte vol hield dat de procedure probleemloos was verlopen en probeerde te verhullen dat een eerste poging door de arts-assistent om het apparaat uit te vouwen, was mislukt. Tevens verwijt zij hem dat hij ondanks haar uitdrukkelijke verzoek de ingreep niet zelf heeft gedaan maar aan de arts-assistent had overgelaten. College: Procedure zorgvuldig gevolgd. Fouten zijn niet gebleken. Beklaagde hoefde patiënt niet specifiek vooraf te informeren over risico op deze zeldzame complicatie, bij een beproefde en gangbare methode. Beklaagde had inderdaad toegezegd de procedure zelf te doen. Beklaagde mocht de afspraak zo begrijpen dat hij persoonlijk (en niet een collega) bij de ingreep aanwezig was. Rol arts-assistent daarbij is niet in strijd met deze toezegging. Beklaagde heeft de procedure overgenomen toen de arts assistent er niet in een keer in slaagde het apparaat voldoende uit te vouwen. Dit gebeurt vaker, was geen oorzaak van het thermisch letsel en hoefde beklaagde niet als complicatie te beschouwen. De NovaSure-procedure als zodanig verliep ogenschijnlijk probleemloos. Dat daarna thermisch letsel werd geconstateerd, doet aan het vlotte verloop van die procedure op zich niet af. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 133-2020
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:36
Klacht tegen KNO-arts. Klager verwijt beklaagde onzorgvuldig en slordig te hebben gehandeld. Ook zou beklaagde een foutieve diagnose hebben gesteld en een verkeerde behandeling hebben uitgevoerd. Daarnaast zou klager onheus bejegend zijn. Het college oordeelt dat beklaagde een gedegen endoscopisch onderzoek heeft uitgevoerd waaruit geen bij een sinusitis passende objectiveerbare afwijkingen naar voren kwamen. Beklaagde kon volstaan met voortzetting van het reeds ingezette beleid. Niet is aannemelijk geworden dat er sprake is van een onjuiste diagnose of een foutieve behandeling ten tijde van het handelen van beklaagde. Het klachtonderdeel faalt. Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel oordeelt het college dat klager geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit een gebrek aan communicatie blijkt. Het college kan de gang van zaken omtrent hetgeen is voorgevallen gedurende het spreekuur niet vaststellen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099e
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:34
Ongegronde klacht tegen een arts. Klagers verwijten beklaagde dat hij gedurende de opname van klaagster in het ziekenhuis is tekortgeschoten in de zorg voor klaagster en de diagnose velamenteuze navelstrenginsertie en/of vasa previa heeft gemist. Beklaagde was destijds in het ziekenhuis werkzaam als arts in opleiding tot specialist (aios) in het tweede jaar van zijn opleiding. Dat betekent dat hij het beleid in overleg met de dienstdoende gynaecoloog als zijn supervisor bepaalde en bij bijzonderheden de supervisor diende te raadplegen. Dat heeft hij gedaan. Het door beklaagde in overleg met zijn supervisor uitgezette beleid was verdedigbaar en in overeenstemming met de geldende richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Er waren geen medische redenen om af te wijken van de eerder gestelde werkdiagnose en/of om de zwangerschap direct te beëindigen. Er is een CTG aangelegd, dat door beklaagde is beoordeeld als normaal. Daarbij werden tevens kindsbewegingen geregistreerd. Er was daarom voor beklaagde geen aanleiding om nader onderzoek te doen, ook niet naar velamenteuze navelstrenginsertie of vasa previa, of om daarover met zijn supervisor van die dag te overleggen. Ook waren er geen contra-indicaties voor een bepaalde manier van inleiden. Uit het dossier blijkt verder dat beklaagde adequaat overleg met zijn supervisor heeft gepleegd. Verder heeft hij klagers voldoende voorgelicht over het beleid en de voorgenomen manier van inleiding, zoals blijkt uit het dossier en wat klagers ter zitting hebben verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-135/DB/LI
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:39
Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich onnodig grievend over klaagster uit te laten en door zonder voorafgaand deugdelijk onderzoek en zonder enig voorbehoud zware beschuldigingen aan klaagsters adres te uiten. . Verweerder heeft in een beslagrekest gesteld dat klaagster heeft samengespannen met mevrouw S en dat zij mevrouw S behulpzaam is geweest bij malafide praktijken. Ook heeft verweerder gesteld dat klaagster het zwarte vermogen van mevrouw S bewaart of onder zich heeft en de mensen levert voor uitvoering van gijzeling en afpersing. Tot slot heeft verweerder gesteld dat klaagster werkzaam was in de illegale prostitutie, betrokken is geweest bij gijzeling, afpersing, diefstal, verduistering en witwassen. Waarschuwing proceskostenveroordeling
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099d
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:35
Ongegronde klacht tegen een arts. Beklaagde was nog maar enkele maanden als anios werkzaam in het ziekenhuis. Indien de anios geen of weinig ervaring heeft, geldt dat het gemis aan ervaring moet worden gecompenseerd door toezicht of tussenkomst van de supervisor. In het begin van de opleiding rust daarom een aanzienlijk deel van de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het handelen van de anios op de schouders van de supervisor. Voor zover al zou moeten worden geoordeeld dat onvoldoende onderzoek is verricht, dan geldt dat de supervisor daarvoor grotendeels verantwoordelijk zou zijn.. Beklaagde heeft het door de supervisor ingezette expectatieve beleid gehandhaafd en onder de omstandigheden mocht zij dit ook doen. Er waren geen signalen die aanleiding gaven tot nader overleg of om op een andere manier actie te ondernemen. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099c
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:36
Ongegronde klacht tegen een arts. Het College overweegt dat klaagster blijkens het dossier bij de opname onder de zorg van de verloskundige is gekomen. Bij vaginaal bloedverlies en contracties dienen volgens de geldende richtlijnen de volgende onderzoeken te worden uitgevoerd: een CTG, echoscopie en onderzoek van de zwangere buik, eventueel aangevuld met een inwendig onderzoek. De verloskundige heeft genoteerd dat al deze onderzoeken zijn verricht en gelet op wat beide partijen hebben opgemerkt, is het aannemelijk dat beklaagde alleen aanwezig is geweest om bij het opslaan van de echobeelden te assisteren. Bij de echo was een goed beeld te zien, de placenta was goed beoordeelbaar en eventuele ernstige problemen waren door de onderzoeken uitgesloten. Op basis van de bevindingen was de – verdedigbare – inschatting van de verloskundige dat er sprake was van een beginnende bevalling en dat andere onderzoeken voor dat moment niet aangewezen waren. Er was geen aanleiding voor beklaagde om in te grijpen of om op dat moment de dienstdoende gynaecoloog te raadplegen. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2020:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 686757/NT 20-29
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TNORAMS:2020:9
De conclusie is dat, uitgaande van de onder 5.2. genoemde maatstaf, het handelen van de notaris op de ALV onvoldoende verband houdt met zijn hoedanigheid als notaris om te kunnen leiden tot tuchtrechtelijke aansprakelijkheid. Voor zover dat al anders zou zijn, geldt dat, zoals de voorzitter ook heeft overwogen, klager onvoldoende concreet heeft gemaakt in welk(e) opzicht(en) de notaris verwijtbaar heeft gehandeld. Daarmee is niet voldaan aan het criterium dat het optreden van de notaris op de ALV van zodanige ernst moet zijn dat dit handelen nog de conclusie rechtvaardigt dat de notaris daardoor de eer en het aanzien van het notarisambt heeft geschaad of dat zijn handelen een notaris niet betaamt. De kamer is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de verwijten die klager aan de notaris maken, niet onder het notarieel tuchtrecht vallen, zodat klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/136
- Datum publicatie: 08-03-2021
- Datum uitspraak: 08-03-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:29
klaagster verwijt de oogarts (verweerder) dat hij - zonder overleg met klaagster - de operatie heeft uitgevoerd in plaats van zijn collega en dat de operatie onzorgvuldig is uitgevoerd. Voorts verwijt klaagster dat het dossier niet volledig is en dat zij niet volledig is ingelicht over de operatie. Verweerder heeft onder meer aangevoerd dat hij klaagster niet heeft geopereerd. Tijdens het consult waarop hij klaagster wel heeft gezien, heeft hij haar klachten onderzocht en daar zorgvuldig beleid op ingesteld. Het college heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht. Het college heeft geen aanwijzing gezien voor betrokkenheid van verweerder bij de operatie van klaagster. De verstrekking van het dossier aan klaagster is niet vlekkeloos verlopen maar hiervan kan verweerder geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het college heeft de klacht op alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/137
- Datum publicatie: 08-03-2021
- Datum uitspraak: 08-03-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:30
Klaagster verwijt de oogarts (verweerder) dat hij - zonder overleg met klaagster - de operatie niet zelf heeft uitgevoerd en dat de operatie onzorgvuldig is uitgevoerd. Voorts verwijt klaagster dat het dossier niet volledig is en dat zij niet volledig is ingelicht over de operatie. Verweerder heeft onder meer aangevoerd dat de stelling van klaagster, dat zij niet door verweerder is geopereerd, feitelijk onjuist is en dat dit ook niet uit het dossier blijkt. Tijdens het consult na de operatie heeft verweerder duidelijk met klaagster besproken wat er tijdens de operatie is gebeurd. Het college heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht. Het college heeft geoordeeld dat het dossier geen enkel aanknopingspunt biedt voor de juistheid van de stelling van klaagster dat klaagster door een collega van verweerder is geopereerd. De complicatie die tijdens de operatie is opgetreden is niet het gevolg van onzorgvuldig handelen. Verweerder kan hiervan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De verstrekking van het dossier aan klaagster is niet vlekkeloos verlopen maar hiervan kan verweerder geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het college heeft de klacht op alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/183
- Datum publicatie: 08-03-2021
- Datum uitspraak: 08-03-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:31
Klager verwijt verweerster, kinderarts, dat zij hem onder valse voorwenselen (van onder andere overplaatsing) akkoord heeft laten gaan met sondevoeding. Klacht kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1346
- Pagina: 1347
- Pagina: 1348
- ...
- Pagina: 4760
- Volgende pagina zoekresultaten