ECLI:NL:TGZRZWO:2021:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 133-2020
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2021:36 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 09-03-2021 |
| Datum publicatie: | 09-03-2021 |
| Zaaknummer(s): | 133-2020 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen KNO-arts. Klager verwijt beklaagde onzorgvuldig en slordig te hebben gehandeld. Ook zou beklaagde een foutieve diagnose hebben gesteld en een verkeerde behandeling hebben uitgevoerd. Daarnaast zou klager onheus bejegend zijn. Het college oordeelt dat beklaagde een gedegen endoscopisch onderzoek heeft uitgevoerd waaruit geen bij een sinusitis passende objectiveerbare afwijkingen naar voren kwamen. Beklaagde kon volstaan met voortzetting van het reeds ingezette beleid. Niet is aannemelijk geworden dat er sprake is van een onjuiste diagnose of een foutieve behandeling ten tijde van het handelen van beklaagde. Het klachtonderdeel faalt. Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel oordeelt het college dat klager geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit een gebrek aan communicatie blijkt. Het college kan de gang van zaken omtrent hetgeen is voorgevallen gedurende het spreekuur niet vaststellen. De klacht is kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE
Beslissing in raadkamer d.d. 9 maart 2021 naar aanleiding van de op 31 augustus 2020
bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van
A , wonende te B,
k l a g e r
-tegen-
C , arts, (destijds) werkzaam te D,
bijgestaan door mr. F. Lijffijt, te Zwolle,
b e k l a a g d e
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
- het klaagschrift met de bijlagen;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het op 8 december 2020 gehouden gehoor in het kader van het vooronderzoek.
2. DE FEITEN
Op grond van de stukken (waaronder het medisch dossier) dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.
Klager, geboren in 1965, is in verband met rhinorrhoe door zijn huisarts verwezen naar beklaagde. Vanwege de Covid-19 pandemie vond het eerste consult op 14 mei 2019 telefonisch plaats. Het medisch dossier vermeldt onder de anamnese als volgt (de weergave is letterlijk overgenomen inclusief eventuele schrijf- en typefouten):
“[…]
Telefonisch consult (i.v.m. Covid-19 pandemie): Al een half jaar klachten; elke dag hoestbui en opgeven geel slijm. Ook rhinorrhoe. Ervaart geen duidelijke PND klachten.
Vooral bij gaan liggen nemen de klachten toe. Ervaart ook wel reflux. Omeprazol 1dd 20 mg, zn. ervaart ook wel een brok in de keel. Stem is wel normaal.
Lijkt wel iets te verbeteren nu. Heeft nu flixonase sinds 21 april, 1dd2
VG/ septumcorr E te F”
Uit het medisch dossier volgt verder:
“[…]
Conclusie
Slijmklachten in de keel
Diagnose
14-05-2020 chronische sinusitis
Beleid
Ik heb mijn bevindingen met patiënt besproken
proef met Nexium 1dd 40 mg AN
flixonase 1 dd2 door
beetje spoelen met NaCi (heeft een rhinohorn)
Controle afspraak: 2 maanden, max datum 1-8-2020”
Klager heeft vervolgens op 10 juni 2020, respectievelijk 30 juni 2020, contact opgenomen met de KNO- afdeling met het verzoek tot een nieuw recept. Het medisch dossier vermeldt:
“[…]
Reden telefoongesprek: medicatie. Toelichting: Dhr is zijn herhaalrecept Esomaprazol kwijt. Het helpt heel goed, dus dhr wil graag een nieuw recept.”
Vanwege de aanhoudende klachten vond er op 15 juli 2020 een poliklinische afspraak plaats. Beklaagde heeft een standaard KNO-onderzoek uitgevoerd, inhoudende een endoscopisch onderzoek van de neus, de overgang van de neus naar de keelholte en de keel tot aan de ingang van de luchtpijp en slokdarm (strottenhoofd). Uit het medisch dossier volgt:
“[…]
Anamnese
Ophogen PPI heeft helemaal niet veel geholpen voor de keelklachten. Wel maagzuur wat minder. ziet lange tijd doorgaan met hoge dosering ook niet echt zitten, heeft op internet gelezen over bijwerkingen. Ook veel stress ivm onderbuurman, procedure loopt. Neusspray helft verder ook niet echt, maar wel het gevoel dat het slijm wat dunner wordt, neus ioetsje rustiger misschien.
VG/ PDS
Lichamelijk onderzoek
Cavum oris: gaaf en rustig slijmvlies, geen afwijkingen zichtbaar
NES: schoon rustig
Nasopharynx: gb
Laryngoscopie: symmetrisch mobiele larynxhelften en normaal slijmvlies. ietsje postcricoid oedeem
Conclusie
Keelklachten en hoesten. Bij KNO- onderzoek wat aanwijzingen voor extra-oesofageale reflux, verder geen objectiveerbare afwijkingen
Ook veel stressklachten tgv ruzie met onderbuurman
Beleid
Ik heb mijn bevindingen met patiënt besproken, op KNO gebied verder geen therapeutische opties
In samenspraak met patiënt voorlopig toch door met het ingestelde beleid (esomeprazol en flixonase, spoelen met NaCI zn), indien mogelijk PPI t.z.t. toch weer afbouwen naar 1dd 20 mg in samenspraak met de huisarts.
Bij chronisch gebruik van de maagzuurremmer, controle vitamine B12 via de huisarts?
Controle KNO zo nodig, graag herhaalrecepten via de huisarts”
Op 16 juli 2020 heeft klager contact gezocht met het secretariaat van de KNO-afdeling. Het medisch dossier vermeldt:
“[…]
Pt. Belt: heeft het gesprek met de arts een dag eerder als niet prettig ervaren. Wil ook graag weten waar zijn klachten vandaag komen. Duidelijk aangegeven wat de arts heeft gezien en dat er op KNO gebied verder geen ander beleid kan worden voorgesteld dan er al is. Pt. Twijfelt overigens niet aan de expertise van de arts, dus anders arts vindt pt. Niet direct zinvol. Verder bij pt. gelaten en zo is het goed voor nu.”
Klager heeft vervolgens een second opinion aangevraagd bij een collega van beklaagde, omdat hij het niet eens was met de gestelde diagnose van beklaagde. De second opinion is uitgevoerd op 21 augustus 2020 en als uitkomst werd een sinusitis vastgesteld. Het medisch dossier geeft het volgende weer:
“[…]
Reden van komst / Verwijzing
second opinion
Relevante voorgeschiedenis
septumcorrectie in F
Beloop
al 9 maanden heel veel slijm in de keel en ahcter uit de neus
Lichamelijk onderzoek
nneus : bdz purulent slijm uit de middelste neusgang
nasofarynx droge groene korst
Flexibele scopie Symmetrisch bewegende larynxhelften , geen bijzonderheden
Conclusie
sinusitis.”
3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT
Klager verwijt beklaagde -zakelijk weergegeven- dat:
1. hij onzorgvuldig en slordig heeft gehandeld, een foutieve diagnose heeft gesteld en een foutieve behandeling heeft uitgevoerd;
2. hij niet juist heeft gecommuniceerd en klager niet serieus heeft genomen.
4. HET STANDPUNT VAN BEKLAAGDE
Beklaagde voert aan - zakelijk weergegeven en op gronden genoemd in het verweerschrift - dat de tegen hem ingediende klacht als ongegrond moet worden afgewezen. Voor zover nodig wordt hierna meer specifiek op het verweer ingegaan.
5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1
Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.
5.2
Het eerste klachtonderdeel is kennelijk ongegrond. Het dossier geeft geen blijk van een ondeugdelijke diagnose en een daaropvolgende foutieve behandeling. Beklaagde heeft klager wegens Covid-19 telefonisch gesproken. Op basis van de door klager geduide klachten, te weten hoesten, slijm en een brokgevoel in de keel, heeft beklaagde Esomeprazol geadviseerd. Ook heeft beklaagde een corticosteroïd neusspray voorgeschreven en klager geadviseerd de neus te spoelen met een fysiologische zoutoplossing. Het advies van beklaagde, gelet op de NVKNO-richtlijn Rhinosinusitis en neuspoliepen, behelst de primaire behandeling van een chronische ontsteking van het slijmvlies van de neus- en neusbijholten. Daarnaast heeft beklaagde de mogelijkheid van een chronische sinusitis in zijn differentiaal diagnose meegenomen.
Vervolgens heeft beklaagde klager poliklinisch gezien. Tijdens het consult waren er nog altijd geen aanwijzingen van chronische sinusitis. Beklaagde heeft een gedegen endoscopisch onderzoek uitgevoerd waaruit geen bij een sinusitis passende objectiveerbare afwijkingen naar voren kwamen. Wel waren er aanwijzingen voor extra-oesophagaele reflux. Het beeld was daarmee passend bij de initiële werkhypothese en het beleid gericht op keelklachten op basis van gastro-oesophagaele reflux. Beklaagde kon derhalve volstaan met de voortzetting van het reeds ingezette beleid. Niet is gebleken dat de latere uitkomst van de second opinion, te weten de chronische sinusitis, tijdens het poliklinisch onderzoek ook al aan de orde was. Derhalve is niet aannemelijk geworden dat er sprake is van een onjuiste diagnose ten tijde van het handelen van beklaagde. Dat tijdens de second opinion toch een chronische sinusitis werd gediagnosticeerd kan beklaagde niet worden aangerekend, nu een dergelijk ziektebeeld een grillig beloop kent en de sinusitis ten tijde van het endoscopisch onderzoek op 15 juli 2020 niet objectiveerbaar waarneembaar was. Derhalve is niet gebleken dat beklaagde een foutieve diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Klachtonderdeel 1 slaagt niet.
5.3
Betreffende het tweede klachtonderdeel oordeelt het college als volgt. Klager heeft in zijn klaagschrift geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit een gebrek aan communicatie blijkt. Wat er tijdens het spreekuur tussen partijen exact is voorgevallen valt derhalve door het college niet vast te stellen. Ten tijde van het mondeling vooronderzoek heeft klager verklaard, dat hij zich niet serieus genomen voelde door beklaagde en daarom verzocht heeft om een second opinion. Beklaagde heeft bij het mondeling vooronderzoek aangegeven, dat hij door het secretariaat van de KNO- afdeling niet op de hoogte was gebracht van de geuite onvrede van klager. Indien dit wel het geval was geweest, had beklaagde contact gezocht met klager om zijn onvrede en twijfel ten aanzien van de gestelde diagnose weg te nemen. Beklaagde stelt dat hij de wijze waarop klager de gang van zaken omtrent het poliklinische spreekuur heeft ervaren betreurt. Naar het oordeel van het college is alles in aanmerking nemend niet gebleken dat beklaagde niet juist heeft gecommuniceerd of de klachten van klager niet serieus heeft genomen. Daarnaast heeft beklaagde voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de gang van zaken betreurt. Daarmee is dit handelen niet aan beklaagde tuchtrechtelijk te verwijten.
Gelet op het voorgaande dient als volgt te worden beslist.
6. DE BESLISSING
Het college verklaart dat de klacht kennelijk ongegrond is.
Aldus gegeven door P.A.H. Lemaire, voorzitter, J.Q.P.J. Claessen en T.D. Bruintjes, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van V.R. Knopper, secretaris.
voorzitter
secretaris
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
a. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring
kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
b. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
c. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.