ECLI:NL:TGZRAMS:2021:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/136

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2021:29
Datum uitspraak: 08-03-2021
Datum publicatie: 08-03-2021
Zaaknummer(s): 2020/136
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: klaagster verwijt de oogarts (verweerder) dat hij - zonder overleg met klaagster - de operatie heeft uitgevoerd in plaats van zijn collega en dat de operatie onzorgvuldig is uitgevoerd. Voorts verwijt klaagster dat het dossier niet volledig is en dat zij niet volledig is ingelicht over de operatie. Verweerder heeft onder meer aangevoerd dat hij klaagster niet heeft geopereerd. Tijdens het consult waarop hij klaagster wel heeft gezien, heeft hij haar klachten onderzocht en daar zorgvuldig beleid op ingesteld. Het college heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht. Het college heeft geen aanwijzing gezien voor betrokkenheid van verweerder bij de operatie van klaagster. De verstrekking van het dossier aan klaagster is niet vlekkeloos verlopen maar hiervan kan verweerder geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het college heeft de klacht op alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

AMSTERDAM

Beslissing naar aanleiding van de op 11 juni 2020 binnengekomen klacht van:

A,

wonende te B,

k l a a g s t e r,

tegen

C,

oogarts,

werkzaam te D,

v e r w e e r d e r,

gemachtigde: mr. S.J. Muntinga, verbonden aan VvAA Rechtsbijstand.       

1.         De procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

-                  het klaagschrift met de bijlagen;

-                  het verweerschrift (brief van gemachtigde van verweerder van 1 september 2020);

-                  de brief van klaagster van 16 september 2020;

-                  de brief van de gemachtigde van verweerder van 9 oktober 2020;

-                  het proces-verbaal van het op 13 november 2020 gehouden vooronderzoek;

-                  de brief van de gemachtigde van verweerder met bijlagen van 18 december 2020.

De klacht is in raadkamer behandeld.

2.         De feiten

Op grond van het dossier, inclusief de nog door het college bij verweerder opgevraagde aanvullende gegevens, kan van het volgende worden uitgegaan:

Klaagster is bekend met myopia gravior (sterke bijziendheid: -7 beiderzijds, later toenemend tot rechts -15 en links -9), waarmee verhoogde kwetsbaarheid van de netvliezen gepaard gaat. Zij moest in 1980 behandelingen ondergaan wegens een netvliesloslating van haar linkeroog en daarna meerdere malen wegens netvliesdefecten van haar rechteroog. Links werd geopereerd middels cryocoagulatie, een cerclage (snoerring) en plombe; het rechteroog werd behandeld met transconjunctivale (uitwendige) cryocoagulatie. Later moest het rechter netvlies tweemaal met laser worden behandeld. Blijkens een gezichtsveldonderzoek gemaakt op 28 augustus 2010 heeft het linkeroog hier een fors gezichtsvelddefect, voornamelijk in de bovenhelft tot vrijwel centraal, aan overgehouden.

Op 10 april 2018 is klaagster na verwijzing door de huisarts gezien door een oogarts in het ziekenhuis waar ook verweerder werkzaam is. In het medisch dossier heeft deze oogarts bij conclusie genoteerd (alle citaten inclusief eventuele taal- en typefouten):

Functioneel monocula OD, status na ablatio bij myopia gravior

Heden fors myopisernd storend cataract OD

OS status na ablatio, mild cataract

Als beleid is afgesproken dat klaagster zou worden geopereerd aan beide ogen, het rechteroog (OD) eerst.

Op 23 augustus 2018 heeft klaagster een telefonisch consult gehad bij een collega van verweerder (hierna: oogarts 2), die de operaties zou uitvoeren. Op verzoek van klaagster is oogarts 2 akkoord gegaan met eerst opereren van het slechtere linkeroog (OS), en daarna pas het rechteroog.

De staaroperatie heeft op 4 september 2018 plaatsgevonden. In het weekrooster was oogarts 2 die week van dinsdag tot en met vrijdag iedere middag op de poliklinische operatiekamer (POK) ingeroosterd. Verweerder was blijkens het weekrooster die hele week vrij.

Uit de logginggegevens van het elektronisch patiëntendossier (EPD) van klaagster van die dag (het volledige overzicht van alle mutaties - onder andere door wie, wanneer en waar - in dit EPD) blijkt dat klaagster zich op 4 september 2018 om 12:00 uur meldde via de centrale kiosk (kolom 2 regels 3-5). De enige artsen die daarna aantekeningen hebben gemaakt in het EPD zijn oogarts 2 en de anesthesioloog (kolommen 2, 3 en 5 vanaf regel 26). Tussen 13:52 en 13:54 uur heeft de anesthesioloog aantekeningen gemaakt, in lijn met de volgens het anesthesieverslag om 13:45 en 13:46 uur toegediende anesthetica. Vanaf 13.58 uur zijn aantekeningen gemaakt in de operatiekamer en vanaf 14.23 uur aantekeningen van anesthesie, verkoeverkamer en dagverpleging chirurgie. De in het volledige operatieverslag vermelde begin- en eindtijdstippen van de operatie zijn 14:00 uur en 14:20 uur. Ook heeft oogarts 2 aan het einde van de middag vanaf 16:47 uur tot 17.02 uur nog enige aantekeningen gemaakt in het dossier van klaagster.

In het volledige operatieverslag staat oogarts 2 vermeld als operateur. In het operatieverslag zijn onder meer de volgende notities opgenomen:

Phaco emulsificatie met lens implant. Links .

CTR ivm zonulolysis van 4-8

OS geopereerd target refr S-2 (niet torisch, cyl zal blijven)”

Op 13 september 2018 is klaagster op de polikliniek gezien door verweerder. Verweerder noteerde van dit consult in het dossier:

Kan van dichtbij niet goed zien met OS, veraf gaat goed maar is heel groot. Target -2.00 OS. Is gewijzigd zou eerst OD geopereerd zijn, vraagt zich af of de goede lens geplaatst is. Heeft hoofdpijn temp+en op het hoofd.

Pt wil zelf geen mydriasis (vind het niet nodig)

Lichamelijk onderzoek

Visus zonder correctie OS: 0.2- ntv

Opmerkingen visus OS: PH 0.2+

Tonometer OS: 18 mmHg, applanatie

Cornea OS niet helder, erosie en irregulair

VOK open OS

Lens helder pseudofaak

[…]

Beleid

Tobradex stop, start chlooramfenicol 3dd

Op 20 september 2018 is klaagster wederom door verweerder gezien.

Hij heeft in het dossier als conclusie genoteerd:

Post-op 2 wk na phaco OS

- sulcuslens in situ-

- geen erosie meer na map-dot-fingerprint dystrofie

- storende Cv troebelingen, geen defecten of ablatio

Verder heeft hij onder andere genoteerd:

Pte niet tevreden over voorlichting voor en na operatie;

oa over anisometropie, nu erg storend en lapje voor OS.

Ziet op tegen operatie OD en netvlies risico’s postoperatief

Op 25 september 2018 is klaagster ter controle door een andere oogarts gezien.

Op 2 oktober 2018 heeft klaagster een vervolgconsult gehad bij oogarts 2. Deze heeft onder meer het volgende in het dossier genoteerd:

pat denkt dat perop cryo is verricht en dat het lenszakje gescheurd is

Speciële anamnese

mist temporaal deel van het beeld, en mn groen is minder duidelijk

Lichamelijk onderzoek

geen erosie

nastaar ant en post

rhexis OS iets gedecentr naar superior, curvilineair

geen CTR te zien door beperkte mydr

FOS beeld van st n abl ret, rondom littekens tot vrij centraal, retina binnen de littekens aanliggend

Aanvullend onderzoek

FOS: retina aanliggend, veel littekens

Beleid

besproken wschl zonulolysis tgv eerdere operatie OS zwakke zonula vezels, CTR geplaatst geen cryo verricht geen cryo of laser verricht , niet mogelijk in OK tijd < 14 min incl CTR

mydr @11.31u

Er is een nieuwe afspraak gemaakt voor 18 oktober 2018, maar deze is klaagster niet nagekomen en op 22 oktober 2018 heeft klaagster laten weten dat zij geen nieuwe afspraak wilde maken.

In een brief van 19 september 2019 van een ander ziekenhuis aan de advocaat van klaagster is vermeld:

20-12-2018 vitrectomie OS wegens dropped IOL, hierbij verwijderen IOL en tension ring en plaatsing artisan lens”.

Klaagster heeft een klacht ingediend bij het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is. In de reactie van het ziekenhuis op die klacht van 24 oktober 2019 heeft het ziekenhuis onder meer geschreven:

U heeft op verschillende manieren uw medisch dossier aangevraagd. Rechtstreeks via de polikliniek, dan ontvangt u een beknopte uitdraai van uw medisch dossier. Deze worden doorgaans aangevraagd voor een second opinion (brieven en verslagen). Er wordt niet geregistreerd welke documenten u ontvangen heeft. U heeft daarnaast een aanvraag via de zorgadministratie gedaan. De aanvraag wordt altijd voorgelegd aan de behandelaar. Een patiënt heeft recht op een afschrift van zijn medische gegevens. De behandelaar beoordeeld of er gegevens over derden (echtgenoot, kinderen bijv.) genoteerd staan. Ook bij de zorgadministratie zijn er afspraken over welke gegevens verzonden worden naar de patiënt. Dat zijn de meest relevante stukken. Als de patiënt een specifiek deel wil ontvangen, kan hij dit aangeven op het aanvraagformulier.

Wat betreft uw verdenking van aanpassing van medische gegevens kan ik u het volgende melden: Als in het EPD bijvoorbeeld een operatieverslag geopend wordt, en daarna wordt afgesloten, wijzigt de melding “laatst gewijzigd op …”. Dit heeft geen gevolgen voor de inhoud van het document omdat het niet mogelijk is om gegevens of teksten te wijzigen in geautoriseerde documenten.

[…]

Wij zijn van mening dat er organisatorisch een aantal tekortkomingen zijn geweest. Dit als gevolg van de overstap naar een nieuw EPD. Echter heeft dit geen gevolgen voor uw behandelingen gehad. Wij betreuren het uiteraard dat u daar veel stress van heeft ervaren.

In vervolg op een gesprek dat klaagster op 16 december 2019 met een lid van de raad van bestuur van het ziekenhuis heeft gehad, is nog een rapportage opgemaakt met een samenvattende tijdlijn van het beloop vanaf 10 april 2018. In deze rapportage van 6 februari 2020 staat onder meer vermeld:

“   -      in de logging is te zien dat [oogarts 2] om 13.18 uur in het EPD is ingelogd. In de        logging is te zien dat perioperatief geen andere oogarts is ingelogd.

     -      De starttijd operatie van [klaagster] was:           14.00 uur en de eindtijd 14.19 uur.

            De starttijd operatie van de andere patiënt was: 14.55 uur en de eindtijd 15.36 uur.

            (N.B. De andere patiënt had toestemming gegeven om in zijn dossier te kijken. De        gegevens m.b.t. de andere patiënt zijn geregistreerd in de operatieplanning

            oogheelkunde.)

-                  De oogheelkunde werkt met één operatiekamer (patiënten oogheelkunde worden na elkaar geopereerd).

3.         De klacht en het standpunt van klaagster

Zakelijk weergegeven verwijt klaagster verweerder:

1.    dat – als zij niet door oogarts 2 is geopereerd maar door verweerder – dit zonder overleg met haar is gebeurd; doordat er tijdens de oogoperatie complicaties zijn opgetreden en er onder een andere naam is gewerkt, zijn de gebeurtenissen tijdens de operatie niet genoteerd of openbaar gemaakt;

2.    dat de operateur de staaroperatie niet zorgvuldig heeft uitgevoerd met als gevolg verlies van visus aan haar linkeroog en bijkomende onnodige hoornvliesschade. Hierdoor moest zij een hersteloperatie ondergaan in een ander ziekenhuis en heeft zij blijvende schade opgelopen: een trillende lens in de voorkamer van haar linkeroog en geen mogelijkheid voor plaatsing van een torische lens in haar rechteroog. Klaagster kan niet meer normaal lezen en haar werkzaamheden op de computer uitvoeren;

3.    het niet inzien en niet gebruiken van haar oude medische gegevens voorafgaand aan de operatie;

4.    onvolledige informatieverstrekking in het dossier dat zij heeft ontvangen. Er ontbreken operatieverslagen en anesthesiegegevens. Ook tijdens het gesprek op 13 september 2018 met verweerder en in oktober 2018 met oogarts 2 heeft zij geen informatie gekregen over de handelingen die zijn verricht tijdens de operatie op 4 september 2018.

Ter toelichting heeft klaagster onder meer aangevoerd dat de operatie zou worden uitgevoerd door oogarts 2, die alle complexe en getraumatiseerde ogen opereert, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd. Zij gaat ervan uit dat zij is geopereerd door verweerder. Ook meent klaagster dat zij in de klinische operatiekamer (KLOK) is geopereerd, en niet in de poliklinische operatiekamer (POK). Een andere patiënt, waarmee zij contact heeft gehad, zou tegelijkertijd door verweerder geopereerd zijn in de POK, en dit is voor haar een aanwijzing dat zij niet door oogarts 2 kan zijn geopereerd.

Klaagster vermoedt dat in haar linkeroog een lens is geplaatst bestemd voor haar rechteroog. Dat kan zijn veroorzaakt door het feit dat zij oorspronkelijk zou worden geopereerd aan haar rechteroog, wat op haar verzoek is veranderd naar het linkeroog. In de brief naar de huisarts van klaagster na de operatie stond ook nog dat het rechteroog was geopereerd.

Verder vermoedt klaagster dat haar oog tijdens de operatie met koude stikstof is behandeld (cryotherapie), een ingreep die zij al eens eerder had ondergaan en die zij herkende. Haar opmerking hierover werd afgedaan met de opmerking dat het een beetje koud water was.

Na de operatie is klaagster verteld dat er een complicatie was opgetreden: het lenszakje was gescheurd, maar dat was weer verholpen. In het dossier stond naderhand niets over deze complicatie. Klaagster is uiteindelijk naar een ander ziekenhuis gegaan, waar de arts haar vertelde dat de zonulavezels aan de onderkant waren losgescheurd en samen met de lens naar boven waren geschoven. Op 20 december 2018 is klaagster elders opnieuw geopereerd. De lens was inmiddels in haar glasvocht gevallen en deze kreeg zij als aandenken mee.

Klaagster heeft meerdere keren haar dossier opgevraagd; telkens kreeg zij kleine stukjes informatie en toen zij uiteindelijk het “volledige dossier” kreeg was dat zonder operatieverslagen en anesthesiegegevens.

Klaagster wenst bij gegrondverklaring van haar klacht vergoeding van de kosten van deze procedure door verweerder en twee jaar ‘levensvergoeding’.

4.         Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden.

Hij heeft in dat kader onder meer aangevoerd dat hij klaagster niet heeft geopereerd. Omdat verweerder niet bij de operatie betrokken is geweest, moet klaagster in de klachtonderdelen 1 tot en met 3 niet-ontvankelijk worden verklaard.

Met betrekking tot klachtonderdeel 4 stelt verweerder dat hij klaagster blijkens het dossier in september 2018 gedurende een uitgebreid consult heeft gezien omdat zij klachten had. Verweerder heeft haar klachten onderzocht, daar zorgvuldig beleid op ingesteld en dat genoteerd in het dossier.

5.         De beoordeling

Algemeen

Het college stelt voorop dat het b ij de tuchtrechtelijke beoordeling van beroepsmatig handelen niet gaat om de vraag of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de aangeklaagde beroepsbeoefenaar binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in zijn beroepsgroep ter zake als norm was aanvaard. Van belang is hierbij voorts dat het gaat om persoonlijk handelen of nalaten door de beroepsbeoefenaar en dat deze niet verantwoordelijk is voor het handelen of nalaten van een andere zorgverlener.

De klacht moet met inachtneming van deze uitgangspunten worden beoordeeld.

Verder merkt het college op dat h et niet bevoegd is om te oordelen over andere vormen van schade dan kosten van de procedure.

Ontvankelijkheid klachtonderdelen 1 tot en met 3

Als blijkt dat verweerder niet bij de operatie betrokken is geweest, leidt dit niet tot niet-ontvankelijkheid van klaagster, maar tot ongegrondverklaring van deze klachtonderdelen. Klaagster is dus ontvankelijk in de klacht, die hierna inhoudelijk wordt besproken.

Klachtonderdelen 1 tot en met 3

Deze klachten kunnen gezamenlijk worden behandeld. Het dossier biedt het college geen enkel aanknopingspunt voor de juistheid van de stelling dat klaagster door verweerder is geopereerd. Blijkens het bezettingsschema was verweerder in de week van 4 september 2018, toen klaagster werd geopereerd, niet aanwezig in het ziekenhuis. Verder blijkt uit alle documentatie dat klaagster is geopereerd door oogarts 2, zoals de vermelding van de naam van oogarts 2 in het operatieverslag en de logginggegevens van 4 september 2018, waaruit blijkt dat op die dag geen enkele andere oogarts dan oogarts 2 in het EPD van klaagster ingelogd is geweest. Klaagster heeft nog aangevoerd dat zij contact heeft gehad met een patiënt die diezelfde middag omstreeks dezelfde tijd door oogarts 2 is geopereerd en dat zij meent geopereerd te zijn in een andere operatiekamer dan POK 3, zoals gepland, waaruit zij afleidt dat oogarts 2 haar niet geopereerd kan hebben. Uit de onder de feiten aangehaalde rapportage van 6 februari 2020 blijkt voldoende dat er bij de afdeling oogheelkunde in het ziekenhuis slechts één operatiekamer in gebruik is en dat de bedoelde patiënt na klaagster is geopereerd. Ook dit levert dus geen aanwijzing op voor betrokkenheid van verweerder bij de operatie van klaagster.

Het voorgaande betekent dat klachtonderdeel 1 geen feitelijke grondslag heeft, evenmin de klachtonderdelen 2 en 3, die verwijten aan de operateur – niet zijnde verweerder – inhouden. Al deze klachtonderdelen zijn daarom ongegrond.

Klachtonderdeel 4

Klaagster heeft terecht aangegeven dat de verstrekking van het dossier aan haar niet vlekkeloos is verlopen, waardoor zij verschillende en soms onvolledige documenten heeft ontvangen. Het ziekenhuis heeft dit in de brief van 24 oktober 2019 toegegeven en aangegeven dat het te wijten is aan een gebrekkig werkend EPD (HiX) in een overgangsperiode naar het nieuwe EPD. Hiervan kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden, nu niet hij, maar het ziekenhuis verantwoordelijk is voor de keuze en werking van een EPD.

Verweerder heeft klaagster na de operatie twee keer tijdens een consult gezien, namelijk op 13 en 20 september 2018. Uit de aantekeningen van verweerder tijdens die consulten blijkt dat verweerder klaagster op 13 september 2018 heeft onderzocht en een irregulair oppervlak en erosie van het hoornvlies vastgesteld heeft, waarvoor behandeling werd ingezet. Op 20 september 2018 was het epitheeldefect gesloten en is klaagster een vitamine A-oogzalf voorgeschreven om te voorkomen dat het droge ooglid vastplakte aan het oogoppervlak en een epitheelvelletje zou lostrekken. Voorts heeft verweerder geconstateerd dat de lens op zijn plek (in situ) zat. Het college is van oordeel dat de verslaglegging door verweerder zorgvuldig is en volledig overkomt. Indien en voor zover verweerder vragen van klaagster over de gang van zaken tijdens de operatie niet heeft beantwoord – waarvan overigens uit het dossier niet blijkt – kan hem daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt, omdat hij niet degene is die de operatie heeft uitgevoerd. Ook klachtonderdeel 4 is ongegrond.

De conclusie

De conclusie van het voorgaande is dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is.

Verweerder kan met betrekking tot de door hem verleende zorg geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt.

Gelet hierop komt het verzoek van klaagster om verweerder in de kosten van de procedure te veroordelen niet voor toewijzing in aanmerking.

6. De beslissing

Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

Aldus beslist op 8 maart 2021 door:

N.B. Verkleij, voorzitter,

J.H.J. Klaver en B.F.Th. Hogewind, leden-beroepsgenoten,

bijgestaan door N.A.M. Sinjorgo, secretaris.

  WG                                                                                                   WG

secretaris                                                                                       voorzitter