Zoekresultaten 9791-9800 van de 48350 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3890
- Datum publicatie: 30-11-2022
- Datum uitspraak: 29-11-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:174
Ongegronde klacht tegen een internist. De internist was één van de behandelaren van de 19-jarige zoon van klaagster, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. Volgens klagers heeft de internist ondanks de allergie van de zoon voor dit middel barnidipine voorgeschreven en, geen rekening houdend met het angio-oedeem van de zoon, besloten tot afbouw van de prednison. Daarnaast heeft er geen warme overdracht plaatsgevonden toen de internist met vakantie ging. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college is van oordeel dat de internist juist heeft gehandeld door barnidipine voor te schrijven. Er is onvoldoende gebleken dat bij de zoon sprake zou zijn van een allergie voor deze stof. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Wat betreft het stopzetten van de prednison oordeelt het college dat de internist op grond van het medisch dossier en de huidige situatie van de zoon terecht heeft besloten om de prednison af te bouwen. De prednison, die oorspronkelijk was voorgeschreven voor het nefrotisch syndroom, droeg niet meer bij aan de medische situatie en behandeling van de zoon. Een verband tussen het recente begin van de afbouw van de prednison en het angio-oedeem met overlijden tot gevolg is niet komen vast te staan. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3888
- Datum publicatie: 30-11-2022
- Datum uitspraak: 29-11-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:170
Ongegronde klacht tegen een internist-nefroloog. De internist was één van de behandelaren van de 19-jarige zoon van klaagster, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. Klagers verwijten de internist dat hij zoon en zijn moeder onvoldoende heeft geïnformeerd en geen toestemming van zoon heeft verkregen om de dialyselijn te plaatsen. Daarmee zou het zelfbeschikkingsrecht van de zoon geschonden zijn. Verder wordt de internist verweten dat hij bij het plaatsen van de dialyselijn het verkeerde materiaal heeft gebruikt en dat hij daarna onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de op hem rustende zorgplicht en regiefunctie. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college overweegt dat hoewel uit gespreksopnames die tijdens het inbrengen van de lijn zijn gemaakt het duidelijk is dat de zoon bang was voor het inbrengen van de dialyselijn, niet de conclusie kan worden getrokken dat er geen toestemming was en/of dat de gegeven toestemming voor het plaatsen van de dialyselijn later is ingetrokken. Hoewel de procedure voor de zoon emotioneel verliep, kan het college niet vaststellen dat zijn zelfbeschikkingsrecht is geschonden. Ongegrond. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:300 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-031/AL/MN
- Datum publicatie: 29-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:300
Klaagster klaagt over de dienstverlening door verweerster. Er was gebrek aan helderheid over de te volgen procedure. Klaagster werd zonder enig overleg geschrapt uit een procedure. Ook reageerde verweerster niet op telefoontjes en e-mails en gaf uiteindelijk aan niet voor klaagster te willen optreden. Naar het oordeel van de raad zijn de klachten deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn deels ongegrond omdat verweerster aantoonde voldoende gereageerd te hebben.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:301 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-724/AL/NN
- Datum publicatie: 29-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:301
Klaagster verwijt verweerder tekort geschoten te zijn in zijn dienstverlening. Verweerder liet de behandeling van klaagster zaak zonder overleg over aan een kantoorgenoot. Het feit dat klaagster pas twee jaar later bezwaar heeft gemaakt tegen de inschakeling van een kantoorgenoot en verweerder daar direct op gereageerd heeft door de zaak weer over te nemen, brengt naar het oordeel van de raad met zich mee dat verweerder niet onprofessioneel heeft gehandeld en dat hem op dit punt geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Klaagster verwijt dat verweerder voorts de afspraak om een schikkingsvoorstel te doen voordat er een uitspraak in een procedure was, niet te zijn nagekomen. Dit heeft verweerder nagelaten ondanks aandringen van klaagster. Dit klachtonderdeel is gegrond. Verweerder zou daarnaast ten onrechte geweigerd hebben urenregistraties aan klaagster te verschaffen. Gelet op de specifieke afspraken die zijn gemaakt met betrekking tot een fixed fee heeft klaagster naar het oordeel van de raad onvoldoende belang bij een urenspecificatie van verweerder. Bijzondere omstandigheden die dat anders zouden maken zijn niet gesteld of gebleken. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond. Klaagster verwijt verweerder terecht dat hij door declaraties ter zake zijn honorarium toe te zenden gehandeld heeft in strijd met de zorgvuldigheid die hem zeker in financiële zaken betaamt. Dit staat nog los van het feit dat verweerder op geen enkele wijze blijk heeft gegeven de financiële afspraken betreffende de zaak in eerste aanleg duidelijk voor klaagster te hebben vastgelegd. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. Vast staat naar het oordeel van de raad dat verweerder op geen enkel moment met klaagster heeft overlegd over de mogelijkheid om op basis van een toevoeging te procederen. Dat had voorafgaand aan het instellen van het hoger beroep en bij het maken van de afspraken over de kosten van dit beroep moeten gebeuren. Klaagsters verwijt hierover is gegrond. Verweerder krijgt een berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-458/DB/OB
- Datum publicatie: 29-11-2022
- Datum uitspraak: 28-11-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:165
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft onzorgvuldig jegens klager gehandeld door geen kantoorklachtenregeling aan klager kenbaar te maken en door de over de wijze van declareren gemaakte afspraak niet na te komen. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:296 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-066/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:296
Verweerster heeft in strijd met het eerste lid van gedragsregel 25 een e-mail aan de advocaat van klagers en in cc aan klagers zelf gestuurd. Ook een in cc gestuurde e-mail moet naar het oordeel van de raad worden gekwalificeerd als een rechtstreeks verstuurd bericht in de zin van genoemde gedragsregel. Door dit zo te doen heeft verweerster de filterfunctie van een advocaat miskend. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:302 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-045/AL/NN
- Datum publicatie: 29-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:302
Deze klacht gaat over het optreden van verweerder als advocaat voor zijn wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij niet voldoende onafhankelijk is opgetreden en daarmee klagers belangen heeft geschaad. Klager heeft echter onvoldoende gesteld en onderbouwd op welke wijze zijn belangen door het optreden van verweerder zijn geschaad. Klager verwijt verweerder ook afspraken niet na te komen. Klager heeft ook dit verwijt niet met feiten onderbouwd. Ook zou verweerder mediation hebben afgewezen. Mediation is echter niet verplicht. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Het verwijt dat de wederpartij ten onrechte zou procederen op basis van een toevoeging is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-224/DB/ZWB
- Datum publicatie: 29-11-2022
- Datum uitspraak: 28-11-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:166
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Dat tussen het aanvaarden van klaagsters verzoek om rechtsbijstand en het verzenden van de laatste versie van de dagvaarding meerdere maanden zijn verstreken, kan verweerder gelet op niet alleen de complexiteit van de zaak maar vooral het aanhoudende en zeer uitvoerige commentaar van klaagster naar het oordeel van de raad niet worden aangerekend. Dat verweerder niet al het commentaar en niet alle wijzigingsvoorstellen van klaagster heeft verwerkt is naar het oordeel van de raad evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:297 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-153/AL/MN
- Datum publicatie: 29-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:297
Naar het oordeel van de raad is niet vast te stellen dat verweerder opzettelijk een beroepsfout heeft gemaakt. Hij heeft de concept memorie van grieven voor indiening met klager besproken, zodat klager bekend was met de juridische grondslag van de grieven. Dat het gerechtshof heeft geoordeeld dat de vordering van klager verjaard is, kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:303 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1021/AL/MN
- Datum publicatie: 29-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:303
Klaagster beklaagt zich over het optreden van verweerster als advocaat voor haar wederpartij. Verweerster heeft onvoldoende rekening gehouden met klaagsters belangen en die van de kinderen. Zij is niet de-escalerend opgetreden en heeft zich kwetsend uitgelaten over klaagster als moeder. Ook heeft verweerster haar vals en onjuist beschuldigd. De raad oordeelt dat niet is komen vast te staan dat verweerster zich onvoldoende terughoudend heeft opgesteld in deze familiezaak. Verweerster baseert zich uitdrukkelijk op informatie van haar cliënt en zij hanteert een voldoende zakelijke toonzetting. Het verwijt dat verweerster stukken die niet juist zijn zou hebben ingediend heeft klaagster niet aan de hand van schriftelijke bescheiden onderbouwd. Klaagster verwijt verweerster ook dat zij nodeloze procedures heeft aangespannen. Verweerster heeft uiteen gezet dat het hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking en het kort geding zijn aangespannen om tijd te winnen. Dit optreden past naar het oordeel van de raad binnen de grote mate van vrijheid die een advocaat heeft om de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die haar, in overleg met haar cliënt, goeddunkt. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Het verwijt dat de wederpartij procedeert op basis van een toevoeging waarvan klaagster stelt dat hij daarvoor niet in aanmerking komt is niet ontvankelijk.