Zoekresultaten 9731-9740 van de 48358 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:212 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-800/DH/DH
- Datum publicatie: 07-12-2022
- Datum uitspraak: 07-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:212
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief cassatieadvies weigert om cassatie in te stellen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:213 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-801/DH/DH
- Datum publicatie: 07-12-2022
- Datum uitspraak: 07-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:213
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief procesadvies heeft geweigerd om de bijstand in het pro forma ingestelde hoger beroep voort te zetten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1285
- Datum publicatie: 07-12-2022
- Datum uitspraak: 07-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:200
Klacht tegen oogarts. Na een staaroperatie viel de gezichtsscherpte in het linkeroog tegen en had klaagster pijn- en irritatieklachten aan dat oog. Tijdens het controleconsult vond de TOA geen afwijkingen. De zoon van klaagster, zelf oogarts, heeft met instemming van de TOA zelf het oog bekeken en gaf aan cellen in het oog te zien. De TOA heeft deze bevindingen vervolgens met de behandelend oogarts besproken. De behandelend oogarts heeft niet zelf het oog van klaagster bekeken. De conclusie van de behandelend oogarts was dat het postoperatieve beleid en het druppelschema moesten worden afgemaakt. Klaagster verwijt de oogarts dat hij haar onheus heeft bejegend door haar niet zelf te onderzoeken, zijn eigen verantwoordelijkheid heeft miskend door af te gaan op de onderzoeksresultaten van de TOA, een onjuiste diagnose heeft gesteld en een verkeerde behandeling heeft ingezet en onvoldoende notities in het dossier heeft gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het beroep van klaagster slaagt deels. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de oogarts tuchtrechtelijk verweten kan worden dat hij niet zelf het oog van klaagster is komen onderzoeken en dat hij daarbij de slechte verstandhouding met de zoon van klaagster een rol heeft laten spelen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit deel gegrond zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:214 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-799/DH/DH
- Datum publicatie: 07-12-2022
- Datum uitspraak: 07-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:214
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief cassatieadvies weigert om cassatie in te stellen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:195 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1253
- Datum publicatie: 07-12-2022
- Datum uitspraak: 07-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:195
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft eerder een tuchtklacht ingediend tegen de bedrijfsarts. Toen is een mondeling vooronderzoek gehouden, waarin beide partijen verklaringen hebben afgelegd. Die tuchtklacht is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. Klager verwijt de bedrijfsarts in deze nieuwe tuchtprocedure dat zij destijds tijdens het mondeling vooronderzoek een leugenachtige, voor hem beledigende en kwetsende verklaring heeft afgeleid. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart deze klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing. Naar het oordeel van dit college is geen sprake van misbruik van tuchtrecht.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:215 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-795/DH/DH
- Datum publicatie: 07-12-2022
- Datum uitspraak: 07-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:215
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening deels niet-ontvankelijk i.v.m. tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:196 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1201
- Datum publicatie: 07-12-2022
- Datum uitspraak: 07-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:196
Klagers zijn de vader (klager 1) en de broer (klager 2) van patiënt. Patiënt heeft zich in juli 2020 in de praktijk van de huisarts ingeschreven en is op 16 juli 2020 voor de eerste maal op consult geweest in verband met slaapproblemen en spanningsklachten. In de opvolgende periode is de situatie van patiënt ernstig verslechterd en is hij verschillende keren, al dan niet vergezeld van (een van) zijn ouders, op consult geweest. Op 17 augustus 2020 in de middag heeft patiënt een einde aan zijn leven gemaakt. Klagers verwijten de huisarts dat hij tekort is geschoten (1) in de bejegening van patiënt en zijn ouders en (2) in de behandeling van patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager 2 in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaard, de klacht voor het overige gegrond verklaard, aan de huisarts de maatregel van berisping opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing, verklaart de klacht ongegrond en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:216 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-792/DH/RO
- Datum publicatie: 07-12-2022
- Datum uitspraak: 07-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:216
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening niet-ontvankelijk i.v.m. tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:197 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1225
- Datum publicatie: 07-12-2022
- Datum uitspraak: 07-12-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:197
Klacht tegen huisarts. Klaagster is een patiënte met complexe somatische en psychische problematiek. Zij verwijt verweerder dat hij haar verkeerde medicijnen heeft voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4031
- Datum publicatie: 06-12-2022
- Datum uitspraak: 06-12-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:178
Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klager brengt naar voren dat hij ernstige functionele hersenklachten heeft. Hij verwijt de neuroloog dat zij tijdens het telefonisch consult zonder nadere onderbouwing heeft gezegd dat zij de klachtenomschrijving van klager niet gelooft en er geen onderzoek (een SPECT-scan) zal worden gedaan. Het college overweegt dat omdat alleen klager en de neuroloog bij het telefonisch gesprek aanwezig waren, het voor het college niet mogelijk is om vast te stellen hoe het gesprek nu precies is verlopen. Het college kan daarom niet uitgaan van de juistheid van wat klager over dit gesprek zegt. Het college vindt verder dat de neuroloog op de juiste gronden heeft besloten om geen verdere (SPECT-) scan(s) te maken. Zij heeft de klachten van klager serieus genomen, onderzoek gedaan naar zijn voorgeschiedenis en terecht geoordeeld dat een SPECT-scan geen aanvullende waarde zou hebben ten opzichte van de eerdere resultaten van de PET-scan. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.