Zoekresultaten 9721-9730 van de 48358 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/404050 KL RK 22-58

    De kamer oordeelt uitsluitend over de tuchtrechtelijke betamelijkheid van het doen of laten van een (kandidaat-) dan wel toegevoegd notaris in de uitoefening van zijn of haar ambt. De beoordeling van de eventuele civielrechtelijke gevolgen van bedoeld doen of laten is voorbehouden aan de civiele rechter. Dit betekent dat de kamer niet bevoegd is om te oordelen in dit geval over de kwestie of de toegevoegd notaris in het testament al dan niet de werkelijk laatste wil van moeder heeft vastgelegd. De kamer kan klager daarom in dit onderdeel van zijn klacht niet ontvangen. Geluidsopname Gebrek aan toestemming voor de geluidsopname - afgezien van de wettelijke sancties die daarvoor van toepassing kunnen zijn - staat niet in de weg aan kennisname daarvan in deze tuchtrechtelijke procedure. Dit is naar analogie van het beginsel van vrije bewijsgaring van artikel 152 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in beginsel niet uitsluit. Dit is slechts anders indien en voor zover geoordeeld wordt dat bijkomende omstandigheden zwaarder wegen dan het belang van waarheidsvinding dat met de kennisname van de geluidsopname gediend is (zie onder meer ECLI:NL:GHSHE:2019:285). Zorgvuldig informeren en eigen wil(svorming) controleren. Op grond van de geluidopname, waarvan de inhoud door de toegevoegd notaris niet is betwist, wordt vastgesteld dat de toegevoegd notaris het testament destijds niet had moeten passeren aangezien bij het desbetreffende gesprek deels twee van de kinderen van erflaatster aanwezig zijn geweest die in een niet harmonieuze sfeer in tegengestelde zin op moeder hebben ingepraat. Ook is onvoldoende gebleken dat de toegevoegd notaris erflaatster voldoende zorgvuldig zou hebben geïnformeerd en haar wil gecontroleerd. Klacht deels gegrond, berisping wegens eerdere waarschuwing vergelijkbare kwestie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:244 Raad van Discipline Amsterdam 22-836/A/A

    Betreft kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de advocaat de belangen van klaagster bij de aanpak van de aanvraag schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade onvoldoende zorgvuldig heeft behartigd. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:42 Accountantskamer Zwolle 22/1608 Wtra PE

    Klacht over niet voldoen aan verplichte PE-training over het onderwerp Fraude(risico)factoren. Klacht gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Recidive; oplegging maatregel van berisping en van een geldboete van € 420 (6 PE-uren x € 70 per uur). Betrokkene heeft niet bestreden dat hij de verplichte training niet heeft gevolgd. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting om de verplichte PE-activiteit te verrichten. Ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in het portfolio voor het jaar 2021 te reflecteren op het onderwerp.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:245 Raad van Discipline Amsterdam 22-842/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze en het moment waarop zij aan klager heeft medegedeeld dat zij voornemens was te stoppen met haar advocatenpraktijk. Naar het oordeel van de voorzitter is voorts niet gebleken dat verweersters bijstand ondermaats is geweest. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:246 Raad van Discipline Amsterdam 22-845/A/A

    Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:247 Raad van Discipline Amsterdam 22-846/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht van een moeder over de advocaat van haar zoon. Klaagster heeft een voldoende eigen rechtstreeks belang om over verweerster een klacht in te dienen. Immers, door het handelen van verweerster heeft klaagster met haar zoon een gesprek gevoerd, dat hoorbaar was voor de andere personen in de verhoorkamer, hetgeen klaagster, naar zij stelt, niet heeft gewild. Verweerster heeft jegens klaagster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Uit het overgelegde klachtdossier volgt genoegzaam dat verweerster klaagster duidelijk heeft geïnformeerd over de wijze waarop het telefoongesprek in de verhoorkamer met haar zoon zou plaatsvinden.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3633

    Klacht tegen gynaecoloog ongegrond. Intra-uteriene-vruchtdood na 29 weken. Normaal verlopende zwangerschap zonder signalen voor aanvullend onderzoek of verwijzing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1257

    Klacht tegen huisarts. Klager is de broer van verweerster. De relatie tussen beiden is sinds enkele jaren ernstig verstoord. De klacht heeft betrekking op de inmiddels overleden vader van partijen. Beklaagde was niet de huisarts van haar vader. Zij heeft onder meer in het kader van de instelling van mentorschap ten behoeve van haar vader verklaard dat haar vader leed aan de ziekte van Alzheimer. Klager verwijt verweerster in de kern dat zij in haar rol van dochter van de patiënt valse verklaringen over de geestelijke gezondheid van haar vader heeft afgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:211 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-802/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. De ingediende klachten zijn niet door klager persoonlijk geformuleerd, maar door ene heer M, zonder dat die laatste of klager dat kenbaar heeft gemaakt. De voorzitter kan niet vaststellen of dhr. M zijn eigen standpunten of die van klager heeft weergegeven. In het geval dhr. M zijn eigen standpunten weergeeft, geldt dat hij geen belang heeft bij de klacht. In het geval hij de standpunten van klager heeft weergegeven, geldt dat niet gebleken is dat hij daartoe gemachtigd is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1284

    Klacht van arts tegen anesthesioloog.De anesthesioloog is door de rechtbank tot deskundige benoemd in een strafzaak tegen een huisarts die wordt vervolgd voor de moord op zijn schoonmoeder en heeft in die strafzaak als deskundige een verklaring afgelegd. Over die strafzaak is in de krant een artikel verschenen met het bericht dat de anesthesioloog op de zitting had verklaard dat de palliatieve sedatie van de schoonmoeder terecht was omdat de schoonmoeder stervende was en dat er sprake was van een natuurlijke dood. Klaagster is niet praktiserend arts en docent geneeskunde. Klaagster heeft kennisgenomen van dit krantenartikel en heeft naar aanleiding daarvan een tuchtklacht tegen de anesthesioloog ingediend. Klaagster verwijt de anesthesioloog dat hij in de rechtbank een onzorgvuldige verklaring heeft afgelegd. Klaagster vindt dat zij rechtsreeks belanghebbende is bij de door haar ingediende klacht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster bij voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende rechtstreeks belang van klaagster. Het Centraal Tuchtcollege deelt dat oordeel en verwerpt het beroep.