Zoekresultaten 44121-44130 van de 46730 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0513 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/098

    De klacht betreft de behandeling van klaagsters zoontje, verder patiëntje te noemen. Patiëntje is bekend met multipele congenitale afwijkingen. Klaagster verwijt beide kinderartsen –kort en zakelijk weergegeven- dat zij zijn tekortgeschoten in de zorg die patiëntje van hen mocht verwachten onder andere door ten onrechte een AMK melding te doen. Klaagster verwijt de revalidatiearts, die aan hetzelfde ziekenhuis verbonden is als de kinderartsen, dat hij een advies aan een gezins- en voogdij instelling heeft uitgebracht zonder het patiëntje te kennen en hem te hebben gezien. Alle drie de artsen hebben de klacht gemotiveerd betwist. De klachten werden gezamenlijk ter terechtzitting behandeld. In de zaken 09/097 en 09/098 heeft het college de klacht afgewezen. Het college oordeelde in beide zaken met betrekking tot de melding bij het AMK dat de kinderarts in de zaak 09/097 -nadat zij informatie over het patiëntje had ingewonnen- terecht direct actie had ondernomen en conform de KNMG Meldcode en Stappenplan “Artsen en kindermishandeling” had gehandeld, waarbij in de zaak 09/098 werd vooropgesteld dat de kinderarts slechts terloops betrokken was geweest bij de melding aan het AMK. In de zaak 09/099 heeft het college de revalidatiearts een waarschuwing opgelegd. Het college oordeelde dat de arts verwarring en onduidelijkheid ten aanzien van zijn rol en functie had veroorzaakt door zich in een e-mail aan de gezins-en voogdijinstelling te presenteren als (kinder)revalidatie arts terwijl hij in zijn hoedanigheid van medisch adviseur een advies had uitgebracht. Voorts was de onafhankelijkheid onvoldoende gewaarborgd, nu de revalidatiearts feitelijk het handelen van zijn collega’s had getoetst. Het college oordeelde dat in de gegeven omstandigheden –ernstig gehandicapt patiëntje met multipele afwijkingen- het zorgvuldiger was geweest dat de revalidatie arts in dit geval patiëntje had gezien en niet alleen op basis van de stukken en foto’s had geoordeeld. Ook was het advies niet met de vereiste mate van zorgvuldigheid opgesteld.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1010 Raad van Discipline Arnhem 10-07

    Beslissing dat klager in zijn verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk was is in verzet bekrachtigd. Alle overgelegde productie waren de raad al uit de oorspronkelijke klachtzaak bekend. Geen novum. Geen verschijningsplicht voor verweerder/verweerster.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1011 Raad van Discipline Arnhem 10-08

    Beslissing dat klager in zijn verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk was is in verzet bekrachtigd. Alle overgelegde productie waren de raad al uit de oorspronkelijke klachtzaak bekend. Geen novum. Geen verschijningsplicht voor verweerder/verweerster.

  • ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1009 Raad van Discipline Arnhem 10-11 (B165-2009)

    klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond, verzet tegen die beslissing ongegrond. De wijze waarop verweerder klagers klachten over de wijze van instructie van zijn /haar klacht door een andere deken heeft onderzocht is correct geweest. Hij behoefde de oorspronkelijke klacht die al door die andere deken was onderzocht niet opnieuw te onderzoeken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0508 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/232

    Klager heeft een niertransplantatie ondergaan, waarbij klaagster een nier aan hem heeft gedoneerd. Zij verwijten beide huisartsen onzorgvuldig jegens hen te hebben gehandeld door onder andere preoperatief te verzuimen regelmatig bloeddrukcontroles en bloedonderzoek bij klager te verrichten en voorts door hen postoperatief onvoldoende te begeleiden. Beide huisartsen hebben de klacht ten dele erkend en ten dele gemotiveerd betwist. Het college heeft de klachten gegrond verklaard en beide huisartsen de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0509 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/233

    Klager heeft een niertransplantatie ondergaan, waarbij klaagster een nier aan hem heeft gedoneerd. Zij verwijten beide huisartsen onzorgvuldig jegens hen te hebben gehandeld door onder andere preoperatief te verzuimen regelmatig bloeddrukcontroles en bloedonderzoek bij klager te verrichten en voorts door hen postoperatief onvoldoende te begeleiden. Beide huisartsen hebben de klacht ten dele erkend en ten dele gemotiveerd betwist. Het college heeft de klachten gegrond verklaard en beide huisartsen de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0503 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2008 O 218f

    Klaagster trekt ter zitting haar klacht tegen de huisarts in. Het College staakt de behandeling van de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0504 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 O 075

    Klaagster verwijt de arts dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen, onvoldoende onderzoek heeft verricht en medicatie heeft voorgeschreven die vanwege de zwangerschap van klaagster niet had mogen worden voorgeschreven. De arts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College wijst de klacht op al zijn onderdelen als ongegrond af.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0505 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 O 169

    De Inspectie verwijt de huisarts ernstig grensoverschrijdend gedrag. De arts heeft erkend een relatie te zijn aangegaan met twee patiëntes, maar stelt dat de Inspectie gezien het tijdsverloop niet in haar klacht kan worden ontvangen. Het College wijst het verweer dat de Inspectie vanwege tijdsverloop niet in haar klacht kan worden ontvangen af en beslist om de inschrijving van de huisarts in het register ex artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg gedurende een jaar te schorsen, maar deze maatregel voorwaardelijk op te leggen, zulks met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0506 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/274

    Klager verwijt de (wnd) huisarts dat deze ten behoeve van zijn ex-echtgenote een verklaring heeft afgegeven, welke verklaring is gebruikt in een juridische procedure en onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. De huisarts heeft erkend dat zij onjuist heeft gehandeld en kreeg de maatregel van een waarschuwing opgelegd.