Zoekresultaten 43091-43100 van de 47232 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0977 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.270

    Klager is voor een intakegesprek gezien door de gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft in een brief hiervan aan de huisarts verslag gedaan. Nadien heeft klager elders een second opinion gevraagd. Klager stelt dat de gz-psycholoog de intake te snel heeft afgeraffeld, geheel ten onrechte de diagnose schizofrenie heeft gesteld en dat zij de As II diagnoses heeft gemist. Voorts stelt hij dat de gz-psycholoog geen diagnose mag stellen omdat zij geen arts is en dat zij klager vanwege de diagnose schizofrenie door een psychiater had moeten laten behandelen. Het RTG wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1005 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.147

    Klager stelt dat verweerder zijn beroepsgeheim heeft geschonden door persoonlijke medische gegevens van klager door te geven aan een medewerkster van het bedrijf waar klager werkzaam is. Klacht is afgewezen door het Regionaal Tuchtcollege. Het is gebruikelijk dat een advies van de bedrijfsarts naar betrokkene gaat alsmede naar een betrokken functionaris van de werkgever. Beroep tegen dit oordeel is verworpen door het Centraal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG0990 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/014GZP

    Klager verwijt de gezondheidszorgpsycholoog dat hij zijn beroepsgeheim jegens hem heeft geschonden. Niet ontvankelijk. Geen handelen in de zin van artikel 47 lid 1 Wet BIG

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1012 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-057

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij ten onrechte patiënte naar de mond heeft gepraat, haar medicatie heeft voorgeschreven die niet zomaar had mogen worden voorgeschreven en niet consequent is geweest in zijn standpunt dat hij de privacy van patiënte moest beschermen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0597 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/959

    Klager verwijt de (kandidaat-)notaris dat hij het testament van vader heeft gepasseerd, terwijl vader aan een levensbedreigende ziekte leed en de gevolgen van zijn handelen niet meer kon overzien. De Kamer is van oordeel dat de (kandidaat-)notaris de wilsbekwaamheid van vader niet op onzorgvuldige wijze heeft beoordeeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1480 Raad van Discipline Amsterdam 10-201A

    verzetzaak klacht tegen eigen advocaat Het enkele feit dat de advocatuurlijke bemoeienis niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd betekent niet dat de advocaat zijn werk niet goed heeft gedaan. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0984 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.009

    De huisarts en zijn elf eveneens aangeklaagde collega’s vormen het totale huisartsenbestand van een huisartsengroep. De klachten tegen de huisartsen betreffen de wijze waarop het roulatieschema tot stand is gekomen, waarbij klagers naar zij stellen verstoken bleven van eerstelijnszorg en door de artsen langdurig in het ongewisse werden gelaten. Voorts stellen klagers dat er zonder opgaaf van redenen werd geweigerd tot inschrijving in een patiëntenbestand over te gaan. Bovendien werd volgens klagers het recht op vrije artsenkeuze volledig genegeerd en iedere poging om tot een acceptabele en werkbare oplossing te komen zonder opgaaf van redenen ter zijde geschoven. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:YA1471 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5781

    Verwijt dat verweerder geen verantwoording over voorschotdeclaraties wil afleggen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0997 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.028

    Klager verwijt de internist dat zij door gebrek aan intercollegiale samenwerking, het ontbreken van schriftelijke formalisering van afspraken dan wel door een niet voldoende controleren op het uitvoeren op het “protocol screenen en opwerken van de transplantatiekandidaat” niet de zorg van een redelijk handelend arts heeft betracht. Verder verwijt klager de arts dat er onduidelijkheid is over de verdeling van de verantwoordelijkheid bij het screenen en opwerken van transplantatiekandidaten tussen het ziekenhuis dat de transplantatie zou uitvoeren en de behandelend arts. De arts heeft aangevoerd dat klager niet-ontvankelijk is, omdat geen behandelrelatie heeft bestaan tussen klager en de arts. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht op inhoudelijke gronden ongegrond. Klager stelt hoger beroep in en de arts stelt incidenteel appel in, betogende dat klager niet-ontvankelijk is. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg en verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klachten, omdat niet gebleken is van een behandelrelatie tussen klager en arts.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0978 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.003

    De huisarts en zijn elf eveneens aangeklaagde collega’s vormen het totale huisartsenbestand van een huisartsengroep. De klachten tegen de huisartsen betreffen de wijze waarop het roulatieschema tot stand is gekomen, waarbij klagers naar zij stellen verstoken bleven van eerstelijnszorg en door de artsen langdurig in het ongewisse werden gelaten. Voorts stellen klagers dat er zonder opgaaf van redenen werd geweigerd tot inschrijving in een patiëntenbestand over te gaan. Bovendien werd volgens klagers het recht op vrije artsenkeuze volledig genegeerd en iedere poging om tot een acceptabele en werkbare oplossing te komen zonder opgaaf van redenen ter zijde geschoven. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.