Zoekresultaten 39441-39450 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2483 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.361

    Klacht tegen GGZ-arts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard en het verzoek om een kostenveroordeling afgewezen. De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3549 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 89 - 2012

    Het behoort niet tot de mogelijkheden om ter zitting nog stukken over te leggen. Klager is bij de oproepingsbrief van 13 augustus 2012 in de gelegenheid gesteld om tot uiterlijk 14 dagen voor de zitting van de raad nog stukken over te leggen. Klager heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Klager heeft ook in verzet niet aannemelijk gemaakt dat de echtscheidingsprocedure door gedragingen van verweerster zou zijn vertraagd dan wel tegengewerkt. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2491 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/402

    Klager verwijt de BMA arts dat hij ten onrechte heeft geconcludeerd dat de behandelingsmogelijkheden in het Afghanistan voldoende zijn. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3543 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 64 - 2012

    Klaagster mocht er op vertrouwen dat verweerster in deze kwestie later niet de belangen van een andere cliënt zou gaan behartigen, waardoor de belangen van klaagster zouden (kunnen) worden geschaad. Dat de brief van verweerster was gericht aan de gemeente en niet aan klaagster, maakt dit niet anders. Klacht gegrond; berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2484 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.362

    Klacht tegen GGZ-arts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard en het verzoek om een kostenveroordeling afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is anders dan het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat een geanonimiseerde verstrekking van medische rapportages een niet toegestane beperking is van het recht op inzage en verstrekking als bedoeld in artikel 7:456 BW. Hoewel het Centraal Tuchtcollege begrip heeft voor de GGZ-arts die een situatie van onverpleegbaarheid heeft willen voorkomen gelet op de omstandigheid dat er binnen de woongroep van klager spanningen heersten als gevolg van het – in meer en mindere mate – dwingende gedrag van klager en de omstandigheid dat ook de communicatie tussen klager en de verpleegkundigen van het vaste personeel zeer moeizaam was, maakt dit het hiervoor gegeven oordeel niet anders. Zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep is ook door de GGZ-arts erkend dat het dossier niet geanonimiseerd verstrekt had mogen worden en dat het volledige dossier alsnog aan klager is verstrekt. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat gelet op de door de GGZ-arts geschetste omstandigheden en de wijze waarop het recht op inzage en afschrift van klager vervolgens alsnog volledig is gerespecteerd, het handelen van de GGZ-arts niet dusdanig ernstig dat haar daarvan een tuchtrechtelijk verwijt moet worden gemaakt. Het Centraal Tuchtcollege acht het eerste klachtonderdeel, hoewel op andere gronden, evenals het Regionaal Tuchtcollege ongegrond. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3550 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 68-2012

    Verweerder mocht ter zake de door hem getroffen executiemaatregelen, afgaan op de plausibele informatie van zijn cliënte dat klaagster geen uitvoering gaf aan het onherroepelijke vonnis van de Rechtbank Maastricht waarbij zij was veroordeeld. Niet is komen vast te staan dat verweerder het OM heeft verzocht om op grond van eerder onderzochte feiten opnieuw een artikel 12 Sv procedure op te starten, dan wel anderszins initiatieven heeft ontplooid om het OM alsnog tot dagvaarding van klaagster aan te zetten. Slechts indien een advocaat weet of redelijkerwijs kan weten dat hij feiten in strijd met de waarheid aanlevert, of indien hij de belangen van de wederpartij onnodig of onevenredig schaadt zonder dat daarmee een redelijk doel wordt gediend, kan sprake zijn van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2492 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/479

    Klager verwijt de BMA-arts onder andere dat hij geen zelfstandig onderzoek heeft verricht naar de behandelmogelijkheden in Afghanistan en evenmin heeft onderzocht of de zorg aldaar voor klager toegankelijk en effectief is. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3544 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 101 - 2012

    Nu verweerder heeft nagelaten aan klaagster schriftelijk te bevestigen dat het haar keuze was om te wachten met het starten van een alimentatieprocedure, komt het misverstand hierover voor risico van verweerder en houdt de raad het ervoor dat verweerder klaagster heeft geadviseerd te wachten met het starten van een alimentatieprocedure totdat over de gezagvoorziening zou zijn beslist; belangen van klaagster onvoldoende zorgvuldig behartigd. Wat er ook moge zijn van de verklaring van verweerder dat de omissie zou zijn veroorzaakt door verwarring zijnerzijds, deze doet niets af aan het feit dat verweerder de zaak van klaagster niet voortvarend heeft aangepakt. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing 1 week

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2485 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.363

    Klacht tegen psychiater. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard en het verzoek om een kostenveroordeling afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is anders dan het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat een geanonimiseerde verstrekking van medische rapportages een niet toegestane beperking is van het recht op inzage en verstrekking als bedoeld in artikel 7:456 BW. Hoewel het Centraal Tuchtcollege begrip heeft voor de psychiater die een situatie van onverpleegbaarheid heeft willen voorkomen gelet op de omstandigheid dat er binnen de woongroep van klager spanningen heersten als gevolg van het – in meer en mindere mate – dwingende gedrag van klager en de omstandigheid dat ook de communicatie tussen klager en de verpleegkundigen van het vaste personeel zeer moeizaam was, maakt dit het hiervoor gegeven oordeel niet anders. Zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep is ook door de psychiater erkend dat het dossier niet geanonimiseerd verstrekt had mogen worden en dat het volledige dossier alsnog aan klager is verstrekt. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat gelet op de door de GGZ-arts geschetste omstandigheden en de wijze waarop het recht op inzage en afschrift van klager vervolgens alsnog volledig is gerespecteerd, het handelen van de psychiater niet dusdanig ernstig dat haar daarvan een tuchtrechtelijk verwijt moet worden gemaakt. Het Centraal Tuchtcollege acht het eerste klachtonderdeel, hoewel op andere gronden, evenals het Regionaal Tuchtcollege ongegrond. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2479 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.237

    Klager verwijt de aangeklaagde psychiater: 1.dat hij oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van zijn positie en klager de kans heeft ontnomen om zijn zoon aan te geven en te erkennen; 2. dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie en ervoor heeft gezorgd dat klager niet bij patiënte kon blijven wonen, waardoor de weg werd geopend voor ingrijpen door jeugdzorg en het leven van klager en zijn gezin werd verstoord; 3. dat hij de inbreng van klager in de behandeling van patiënte wat betreft haar (culturele) achtergrond en de vraag of zij HIV-positief was heeft genegeerd; 4. dat hij heeft nagelaten patiënte te verwijzen naar een andere behandelaar die rekening hield met haar culturele achtergrond. Het RTG heeft klager wat betreft klachtonderdeel 4 niet-ontvankelijk verklaard (geen rechtstreeks belanghebbende). De overige klachtonderdelen zijn als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.