Zoekresultaten 39451-39460 van de 48210 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2484 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.362
- Datum publicatie: 11-12-2012
- Datum uitspraak: 11-12-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2484
Klacht tegen GGZ-arts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard en het verzoek om een kostenveroordeling afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is anders dan het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat een geanonimiseerde verstrekking van medische rapportages een niet toegestane beperking is van het recht op inzage en verstrekking als bedoeld in artikel 7:456 BW. Hoewel het Centraal Tuchtcollege begrip heeft voor de GGZ-arts die een situatie van onverpleegbaarheid heeft willen voorkomen gelet op de omstandigheid dat er binnen de woongroep van klager spanningen heersten als gevolg van het – in meer en mindere mate – dwingende gedrag van klager en de omstandigheid dat ook de communicatie tussen klager en de verpleegkundigen van het vaste personeel zeer moeizaam was, maakt dit het hiervoor gegeven oordeel niet anders. Zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep is ook door de GGZ-arts erkend dat het dossier niet geanonimiseerd verstrekt had mogen worden en dat het volledige dossier alsnog aan klager is verstrekt. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat gelet op de door de GGZ-arts geschetste omstandigheden en de wijze waarop het recht op inzage en afschrift van klager vervolgens alsnog volledig is gerespecteerd, het handelen van de GGZ-arts niet dusdanig ernstig dat haar daarvan een tuchtrechtelijk verwijt moet worden gemaakt. Het Centraal Tuchtcollege acht het eerste klachtonderdeel, hoewel op andere gronden, evenals het Regionaal Tuchtcollege ongegrond. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3550 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 68-2012
- Datum publicatie: 11-12-2012
- Datum uitspraak: 19-11-2012
- ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3550
Verweerder mocht ter zake de door hem getroffen executiemaatregelen, afgaan op de plausibele informatie van zijn cliënte dat klaagster geen uitvoering gaf aan het onherroepelijke vonnis van de Rechtbank Maastricht waarbij zij was veroordeeld. Niet is komen vast te staan dat verweerder het OM heeft verzocht om op grond van eerder onderzochte feiten opnieuw een artikel 12 Sv procedure op te starten, dan wel anderszins initiatieven heeft ontplooid om het OM alsnog tot dagvaarding van klaagster aan te zetten. Slechts indien een advocaat weet of redelijkerwijs kan weten dat hij feiten in strijd met de waarheid aanlevert, of indien hij de belangen van de wederpartij onnodig of onevenredig schaadt zonder dat daarmee een redelijk doel wordt gediend, kan sprake zijn van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2492 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/479
- Datum publicatie: 11-12-2012
- Datum uitspraak: 11-12-2012
- ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2492
Klager verwijt de BMA-arts onder andere dat hij geen zelfstandig onderzoek heeft verricht naar de behandelmogelijkheden in Afghanistan en evenmin heeft onderzocht of de zorg aldaar voor klager toegankelijk en effectief is. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3544 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 101 - 2012
- Datum publicatie: 11-12-2012
- Datum uitspraak: 26-11-2012
- ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3544
Nu verweerder heeft nagelaten aan klaagster schriftelijk te bevestigen dat het haar keuze was om te wachten met het starten van een alimentatieprocedure, komt het misverstand hierover voor risico van verweerder en houdt de raad het ervoor dat verweerder klaagster heeft geadviseerd te wachten met het starten van een alimentatieprocedure totdat over de gezagvoorziening zou zijn beslist; belangen van klaagster onvoldoende zorgvuldig behartigd. Wat er ook moge zijn van de verklaring van verweerder dat de omissie zou zijn veroorzaakt door verwarring zijnerzijds, deze doet niets af aan het feit dat verweerder de zaak van klaagster niet voortvarend heeft aangepakt. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing 1 week
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2485 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.363
- Datum publicatie: 11-12-2012
- Datum uitspraak: 11-12-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2485
Klacht tegen psychiater. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard en het verzoek om een kostenveroordeling afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is anders dan het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat een geanonimiseerde verstrekking van medische rapportages een niet toegestane beperking is van het recht op inzage en verstrekking als bedoeld in artikel 7:456 BW. Hoewel het Centraal Tuchtcollege begrip heeft voor de psychiater die een situatie van onverpleegbaarheid heeft willen voorkomen gelet op de omstandigheid dat er binnen de woongroep van klager spanningen heersten als gevolg van het – in meer en mindere mate – dwingende gedrag van klager en de omstandigheid dat ook de communicatie tussen klager en de verpleegkundigen van het vaste personeel zeer moeizaam was, maakt dit het hiervoor gegeven oordeel niet anders. Zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep is ook door de psychiater erkend dat het dossier niet geanonimiseerd verstrekt had mogen worden en dat het volledige dossier alsnog aan klager is verstrekt. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat gelet op de door de GGZ-arts geschetste omstandigheden en de wijze waarop het recht op inzage en afschrift van klager vervolgens alsnog volledig is gerespecteerd, het handelen van de psychiater niet dusdanig ernstig dat haar daarvan een tuchtrechtelijk verwijt moet worden gemaakt. Het Centraal Tuchtcollege acht het eerste klachtonderdeel, hoewel op andere gronden, evenals het Regionaal Tuchtcollege ongegrond. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2479 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.237
- Datum publicatie: 11-12-2012
- Datum uitspraak: 11-12-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2479
Klager verwijt de aangeklaagde psychiater: 1.dat hij oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van zijn positie en klager de kans heeft ontnomen om zijn zoon aan te geven en te erkennen; 2. dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie en ervoor heeft gezorgd dat klager niet bij patiënte kon blijven wonen, waardoor de weg werd geopend voor ingrijpen door jeugdzorg en het leven van klager en zijn gezin werd verstoord; 3. dat hij de inbreng van klager in de behandeling van patiënte wat betreft haar (culturele) achtergrond en de vraag of zij HIV-positief was heeft genegeerd; 4. dat hij heeft nagelaten patiënte te verwijzen naar een andere behandelaar die rekening hield met haar culturele achtergrond. Het RTG heeft klager wat betreft klachtonderdeel 4 niet-ontvankelijk verklaard (geen rechtstreeks belanghebbende). De overige klachtonderdelen zijn als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3551 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 174-2012
- Datum publicatie: 11-12-2012
- Datum uitspraak: 19-11-2012
- ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3551
Niet verschoonbare termijnoverschrijding verzet. Dat klager als gevolg van een oogoperatie tijdelijk niet in staat was een verzetschrift op te stellen levert –gelet op diens mededeling dat zijn partner hem daarbij wel had kunnen helpen- geen verschoonbare overschrijding van de verzettermijn op. Verzet niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2493 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/391
- Datum publicatie: 11-12-2012
- Datum uitspraak: 11-12-2012
- ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2493
Klager verwijt de BMA-arts dat hij ten onrechte heeft geconcludeerd dat de behandelingsmogelijkheden in Sri Lanka voldoende zijn. Gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3545 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 71-2012
- Datum publicatie: 11-12-2012
- Datum uitspraak: 19-11-2012
- ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3545
Onvoldoende voortvarend gehandeld. Verzuimd aan cliënt mede te telken dat tijdens de toevoegingsaanvraag nog geen werkzaamheden zouden worden verricht. Niet de benodigde zorg jegens cliënt betracht door zonder instemming een brief van klager rechtstreeks aan de wederpartij door te zenden en zonder mandaat afspraken te maken bij de notaris en niet te reageren tegen een brief, waarin die afspraken werden vastgelegd. Klacht gegrond. Maatregel: schorsing één maand onvoorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2486 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.364
- Datum publicatie: 11-12-2012
- Datum uitspraak: 11-12-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2486
Klacht tegen arts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de arts in zijn verweerschrift en tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft erkend dat klager recht heeft op inzage en afschrift van een niet geanonimiseerde versie van de verpleegkundige rapportages en dat het op zijn weg had gelegen om deze eigener beweging aan klager te verstrekken, in reactie op diens verzoek van 4 februari 2009. Het feit dat klager noch in het gesprek van 20 februari 2009, noch op latere momenten waarop klager de arts op de gang tegenkwam is teruggekomen op zijn verzoek van 4 februari 2009 om inzage, maakt niet dat de arts aan dat verzoek geen gehoor meer behoefde te geven. Nu de arts dat heeft erkend acht het Centraal medisch Tuchtcollege zijn handelwijze niet zodanig ernstig dat hem daarvan tuchtrechtelijk een verwijt moet worden gemaakt. Het beroep wordt verworpen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 3945
- Pagina: 3946
- Pagina: 3947
- ...
- Pagina: 4821
- Volgende pagina zoekresultaten