Zoekresultaten 39451-39460 van de 46782 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2815 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3797/11.199

    Klacht betreft handelen van verweerster als advocaat van klagers wederpartijen. Klagers zijn bij arrest van het gerechtshof veroordeeld tot betaling van een bepaald bedrag aan de cliënten van verweerster. Verweerster is overgegaan tot executie van het arrest. De klachten betreffen de hoedanigheid waarin verweerster is opgetreden, de vermelding in het exploot van betekening van een onjuist adres van een van de cliënten van verweerster, het hanteren van een onjuiste opgave van het te vorderen bedrag, het achterhouden van het actuele woonadres, het beslagleggen door de deurwaarder onder een derde, die geen partij in het geschil is, het achterhouden van essentiële informatie die onder de mededelingsplicht van verweerster vallen, het ten onrechte incasseren van nakosten, het handelen in strijd met de Boekhoudverordening in verband met het niet-vermelden van de derdengeldenrekening op het briefpapier en het opdracht geven door verweerster tot betekening van een niet ondertekend kort geding vonnis. Op grond van artikel 6 lid 2 van de Verordening op de administratie en de financiële integriteit is vermelding van een rekeningnummer van de Stichting Derdengelden geen verplichting. De klacht wordt in alle onderdelen als kennelijk ongegrond afgewezen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2847 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3635/11.37

    Klacht dat de advocaat in haar hoedanigheid van klachtenfunctionaris van het advocatenkantoor in 2009 in het geheel niet en in 2010 niet binnen de door klaagster gestelde termijn inhoudelijk en schriftelijk heeft gereageerd op klachten tegen een kantoorgenoot. In 2009 is in overleg door de kantoorgenoot afgewikkeld, waarna deze de behandeling heeft voortgezet. Op de klacht uit 2010 heeft de advocaat binnen de gestelde termijn gereageerd en zij heeft klaagster voor een gesprek uitgenodigd (waarop klaagster niet is ingegaan). Er valt geen tuchtrechtelijk verwijt aan de advocaat te maken. Klacht kennelijk ongegrond. In het verzet oordeelt de Raad dat het functioneren van een advocaat als klachtenfunctionaris op een advocatenkantoor een activiteit is die voor advocaten behoort tot de gebruikelijke activiteiten bij de uitoefening van het advocatenberoep. Het optreden als klachtenfunctionaris is daardoor toetsbaar op grond van artikel 46 Advocatenwet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2828 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3928/12.62

    Nu klager twee keer een zelfde klacht heeft ingediend, wordt klachtenonderdeel a kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Klachtenonderdelen b en c zijn eveneens kennelijk niet-ontvankelijk, nu klager geen verschoonbare reden heeft aangevoerd waarom hij respectievelijk 12 en 10 jaar heeft gewacht om zijn klacht in te dienen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2809 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3669/11.71c

    De Raad is van oordeel dat het verweerster door middel van de door haar gevolgde weg niet vrij stond de belangen van de beoogde curandi te behartigen en hen bij te staan door namens hen de beschermingsmaatregel(en) te verzoeken. Door dat toch te doen heeft verweerster de schijn gewekt, althans in ieder geval de schijn kunnen wekken, dat zij niet (zozeer) optrad voor de beoogde curandi, maar voor stichting M.. Klacht gegrond, zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2790 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3685/11.87

    Klacht behelst meerdere verwijten, waaronder dat de advocaat heeft verzuimd deugdelijk en schriftelijk over de aanpak en voortgang van de zaak te communiceren, dat de verstrekte declaraties onvoldoende gespecificeerd zijn, ook na uitdrukkelijk verzoek, en dat de belangenbehartiging niet naar behoren is geweest. De advocaat is tekort geschoten in zijn verplichting om belangrijke afspraken en feiten schriftelijk te bevestigen. Dit had behoren plaats te vinden zeker nu de advocaat in eerste aanleg en in hoger beroep zowel in de bodemzaak als in kort geding heeft geprocedeerd. Over de stand en het verloop van de procedure is voldoende gecommuniceerd. Het niet tijdig indienen van een memorie kan de advocaat in de gegeven omstandigheden niet worden verweten; hij heeft de nog over te leggen stukken bij schriftelijk pleidooi in het geding gebracht. Ook overigens niet gebleken dat de advocaat in de belangenbehartiging tekort is geschoten. De op verzoek van klagers verstrekte specificatie van de declaraties geeft onvoldoende inzicht in de opbouw van de declaraties. Klacht in onderdelen gegrond; enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2797 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3921/12.55

    Verweerder heeft gehandeld binnen de beleidsvrijheid die hem als advocaat toekomt. De stukken geven geen aanleiding aan te nemen dat het advies van verweerder om niet over te gaan tot het uitbrengen van de dagvaarding kennelijk onjuist is. Onder deze omstandigheid kan en mag van verweerder niet worden verwacht dat hij overgaat tot het voeren van een procedure die naar zijn mening kansloos of in ieder geval te weinig kansrijk is. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2860 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3683/11.85

    Het zonder overleg met de wederpartij en consultatie van de deken overleggen van confraternele correspondentie, is niet handelen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Dat het belang van de cliënt overlegging van confraternele correspondentie bepaaldelijk vorderde, doet niet ter zake. Het klachtonderdeel is gegrond. Het klachtonderdeel dat ziet op het uitbrengen van een appeldagvaarding bij de cliënt van klager en niet op het kantooradres van de advocaat in eerste aanleg (klager)zelf is ongegrond. Anders dan verweerder stelt is het uit laten brengen van een appeldagvaarding niet gelijk te stellen met een aanzegging met rechtsgevolg. Verweerder wordt de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2841 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3632/11.34

    De advocaat heeft nagelaten klager schriftelijk te berichten dat zij de opdracht niet zou aanvaarden. Dit wordt de advocaat tuchtrechtelijk verweten, temeer nu sprake was van een vervaltermijn en er door klager stukken waren afgegeven aan verweerster. Klacht gegrond, maatregel een enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2822 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3980/12.114

    Verzoek ex artt. 60ab en 60b Advocatenwet. Verdenking van het plegen van ernstige strafbare feiten en inbreuken op de financiële integriteit. Onbehoorlijke praktijkuitoefening. Schorsing voor onbepaalde tijd. Benoeming waarnemers.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2803 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3762/11.164

    In casu is sprake van onnodig grievende opmerkingen in de brief van verweerder aan de advocaat van de wederpartij. Deze opmerkingen dienden ook geen zakelijk doel, zodat de klacht gegrond is. De stelling van verweerder dat de geuite beschuldigingen in de betreffende brief juist zijn en zijn gebaseerd op stukken van zijn client, neemt niet weg dat de wijze waarop verweerder zich heeft uitgelaten, ongepast is voor een advocaat. Maatregel: een enkele waarschuwing.