Zoekresultaten 38951-38960 van de 46730 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3063 Raad van Discipline Arnhem 12-80

    Verzet naar aanleiding van voorzittersbeslissing naar aanleiding van klacht over dienstverlening eigen advocaat. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3057 Raad van Discipline Arnhem 12-49

    Advocaat heeft de zaak laten behandelen door letselschademedewerker. Klager verwijt verweerder alsmede het kantoor waar verweerder werkzaam was, dat zij onvoldoende de belangen van klager hebben behartigd en hebben gedoogd dat de letselschade medewerker vrijwel volledig zelfstandig zaken behandelde. Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht jegens het kantoor omdat deze zich richt tot de advocaat die verantwoordelijk is voor de werkzaamheden van de juridisch medewerker en de onderlinge relatie tussen de advocaat en de juridische medewerker. De klacht tegen verweerder is gegrond. Het was verweerder toegestaan bepaalde werkzaamheden door een juridisch medewerker te laten verrichten doch hij behield als advocaat een zorgplicht jegens zijn cliënt waaruit voort vloeide dat hij voldoende toezicht diende te houden en de werkzaamheden van de juridisch medewerker voldoende diende af te bakenen conform regel 38 van de gedragsregels 1992. Daarvan is onvoldoende gebleken.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2012:YC0820 Kamer van toezicht Amsterdam 500384/NT 11-46 Pee

    De kamer is van oordeel dat het op de weg van de notaris had gelegen om de beperkte betekenis van “het samen ouder zijn” van [A] en [B] in het echtscheidingsconvenant duidelijker weer te geven, in die zin dat de rechten van klager niet zouden worden aangetast, of in ieder geval niet de indruk zou worden gewekt dat [A] en [B] volledig bevoegd waren over zaken te beschikken waarover zij dat niet zonder klager waren. Indien [A] en [B] het daarmee niet eens waren geweest, dan had de notaris, naar het oordeel van de kamer, haar ministerie dienen te weigeren. Immers, de notaris wist of had kunnen weten dat [A] en [B] niet het gezamenlijk gezag hadden over beide kinderen. Dat [A] en [B] de beleving hadden dat zij als ouders optraden en dat klager daarbij geen rol speelde, doet niet af aan de taak van de notaris, die hen had dienen te informeren over het feit dat dat juridisch niet juist was.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3064 Raad van Discipline Arnhem 12-20

    Beslissing op verzet. Klager heeft (medische)tuchtzaak aangespannen tegen zijn revalidatiearts. Verweerder staat revalidatiearts bij. In de tuchtprocedure heeft klager een beroep gedaan op een brief van een neuroloog en heeft hij deze brief als productie overgelegd. Omdat verweerder eraan twijfelde of de bewuste brief inderdaad van de hand van de neuroloog was heeft hij dat geverifieerd bij de neuroloog. De neuroloog heeft verweerder bevestigd dat de brief niet door hem was geschreven. Klager beklaagt zich erover dat verweerder de neuroloog heeft aangeschreven zonder een medische machtiging. Klacht is door voorzitter kennelijk ongegrond verklaard. Verweerder heeft geen medische gegevens opgevraagd. Het enige wat verweerder heeft gedaan was de authenticiteit van een door klager in het geding gebracht stuk te verifiëren. Daarvoor was geen medische machtiging vereist. Verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3058 Raad van Discipline Arnhem 12-65

    Klager verwijt verweerder dat hij zonder overleg met de deken zekerheid heeft bedongen voor declaraties aan de holding van zijn vader en wel van zijn vader alsmede van klager zelf. Klager is niet ontvankelijk in de klacht in zoverre deze betrekking heeft op de zekerheidstelling van zijn vader omdat klager geen belanghebbende is en alleen zijn vader daarover kan klagen. Voor het overige is de klacht ongegrond omdat verweerder zich niet kan herinneren met klager een afspraak te hebben gemaakt dat hij zij zich voor de betaling van zijn nota's heeft verbonden en de klacht dus feitelijke onjuist is.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2012:YC0821 Kamer van toezicht Amsterdam 503635/NT 11-50 Pee

    Ook al mocht de notaris in beginsel afgaan op de schriftelijke toezegging tot doorhaling van het oude hypotheekrecht door notaris [B], de kamer is van oordeel dat het in een geval als dit (ook) tot de zorgplicht van de notaris hoorde klager bij de koop van zijn woning te informeren over het oude hypotheekrecht dat nog zou moeten worden doorgehaald door een andere notaris. Het betrof immers niet een hypotheekrecht dat de overdragende eigenaar had gevestigd, maar een hypotheekrecht dat na een eerdere eigendomsoverdracht niet was doorgehaald, zodat er mogelijk meer aan de hand was dan in de gebruikelijke situatie bij een overdracht van een goed dat met hypotheek is belast. Indien hij daarover door de notaris was geïnformeerd had klager zelf bij de koop kunnen bepalen of hij genoegen nam met het feit dat de oude hypotheek nog op de woning rustte, dan wel dat hij zou eisen dat deze vóór de levering aan hem zou worden doorgehaald.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3065 Raad van Discipline Arnhem 12-24

    Verzetbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij in een procedure tot verdeling van de voormalige echtelijke woning. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen, geen sprake van het poneren van feiten waarvan advocaat weet of redelijkerwijs moet weten dat deze in strijd met de waarheid zijn. Geen sprake van het onnodig of onevenredig schaden van de belangen van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond. Verzet eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3059 Raad van Discipline Arnhem 11-153

    Klacht tegen eigen advocaat in strafzaak en procedure ex art. 89 Sv, 591a Sv en 12 Sv. Klacht over kwaliteit dienstverlening, declareren en het neerleggen van de opdracht. Klachten missen feitelijke grondslag en zijn dus ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2012:YC0822 Kamer van toezicht Amsterdam 503642/NT 11-51 P

    Er is niet voldaan aan de voorwaarden voor uitkering van het depot. De notaris heeft terecht niet voldaan aan het eenzijdig verzoek van klager om het restant van het depot aan hem uit te keren.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2012:YC0816 Kamer van toezicht Amsterdam 496394/NT 11-34 Pee

    De klacht wordt grotendeels gegrond verklaard. De kamer is van oordeel dat er bij de notaris in ernstige mate onbegrip bestaat over zijn rol als notaris en de betekenis van zijn ambt, hetgeen valt af te leiden onder meer uit de inhoud van zijn correspondentie met klaagster. De kamer is van oordeel dat een dergelijke onzorgvuldige wijze van declareren en hoogst merkwaardige schriftelijke omgang met een cliënt een goed notaris niet past en acht een de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt als notaris voor de duur van twee maanden daarom gepast en geboden.