Zoekresultaten 36351-36360 van de 46629 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2968 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.272
- Datum publicatie: 07-06-2013
- Datum uitspraak: 06-06-2013
- ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2968
Klager verwijt de psychiater dat zij niet (tijdig) inhoudelijk gereageerd op de brief van mr. B d.d. 21 december 2010, dat zij een onjuiste verklaring heeft gegeven voor de weigering inhoudelijk op genoemde brief te reageren en dat zij ten onrechte niet inhoudelijk heeft gereageerd en zich te dien aanzien heeft verscholen achter de geneesheer directeur. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager tijdens de BOPZ-zitting van 30 december 2010 door niet adekwaat en tijdig reageren door de psychiater niet is bijgestaan door de door hemzelf gekozen raadsman. Bij de brief van mr. B. was een door klager ondertekende medische machtiging gevoegd, op grond waarvan de psychiater gerechtigd en gehouden was nadere informatie te verstrekken. De psychiater heeft het recht van klager op een vrije keuze van zijn advocaat gefrustreerd in een voor klager precaire situatie en ten opzichte van hem in dit opzicht niet de zorg betracht, die zij had behoren te betrachten. Het college acht de klacht gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing en verklaart de klacht alsnog ongegrond. De psychiater heeft de brief van mr. B. beantwoord bij schrijven van 14 januari 2011, en op dat moment was de zitting bij de rechtbank al geweest. Deze ongelukkige omstandigheid is naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege niet toe te rekenen aan onzorgvuldigheid van de psychiater, nu zij uit de inhoud van deze brief en de weinig specifieke vraagstelling daarin niet heeft hoeven begrijpen dat het risico bestond dat klager bij een zitting mogelijk niet zou worden vertegenwoordigd door de advocaat van zijn eerste keuze. Temeer niet, nu de gebruikelijke gang van zaken zou zijn geweest dat een advocaat die zijn cliënt wenst bij te staan bij de behandeling van een verzoek tot rechterlijke machtiging daartoe contact opneemt met de rechtbank om zich bekend te maken als advocaat. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege is de oorzaak dat mr. B. niet in de gelegenheid is geweest klager ter zitting bij te staan primair gelegen in diens eigen handelen c.q. nalaten. De psychiater was, als ambulant behandelaar van klager, niet de aangewezen persoon voor het verkrijgen van de informatie die mr. B. nodig had en zij was als zodanig ook niet op de hoogte van het feit dat de mondelinge behandeling van het voorzoek tot rechterlijke machtiging van klager aanstaande was.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2975 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.036
- Datum publicatie: 07-06-2013
- Datum uitspraak: 06-06-2013
- ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2975
Klaagster lijdt aan een chronische darmziekte waarvoor zij onder behandeling is geweest in het ziekenhuis waar de aangeklaagde verpleegkundige werkzaam is. Klaagster verwijt de verpleegkundige a) een onheuse bejegening, b) het zorg dragen voor onterecht ontslag van klaagster uit het ziekenhuis zonder afgifte van de ontslagpapieren en medicijnen, en c) manipulatie, intimidatie, verkondigen van onwaarheden en het misbruiken van haar machtspositie. Het RTG wist de klacht als ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2969 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.273
- Datum publicatie: 07-06-2013
- Datum uitspraak: 06-06-2013
- ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2969
Klager verwijt de psychiater, voor zover in hoger beroep nog van belang, dat hij op onwettelijke gronden het contact tussen de op grond van de Wet Bopz gedwongen opgenomen klager en zijn advocaat – die de patiënt niet bijstond in de Bopz-procedure - heeft beperkt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft te dien aanzien overwogen dat, hoewel een advocaat in beginsel een onbeperkt recht tot bezoek aan zijn cliënt heeft, het college niet uitsluit, dat er sprake kan zijn van zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan dat bezoekrecht dient te worden gereguleerd of gedoseerd, zulks in verband met de gezondheidstoestand van de patiënt. Naar het oordeel van het college heeft de psychiater echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er op dat tijdstip sprake was van de hiervoor bedoelde uitzonderlijke omstandigheden om elk bezoek van mr. B aan klager op dat moment te verhinderen. Het Regionaal Tuchtcollege acht het klachtonderdeel gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat ook het handelen van de psychiater als geneesheer-directeur voor wat betreft zijn eigen verantwoordelijkheid voortvloeiend uit de tuchtrechtnorm als vervat in artikel 47 lid 1 sub b, aan de tuchtrechter ter beoordeling kan worden voorgelegd (CTG 19 april 2011, LJN YG1057). De psychiater heeft ten onrechte op grond van art. 40 van de Wet Bopz beperkingen gesteld aan het contact tussen klager en zijn advocaat. Het door hem gemaakte onderscheid tussen een ‘Bopz-advocaat’ (die de patiënt bijstaat in Bopz-procedures) en een andere advocaat van de patiënt, berust niet op die wet. Geen tuchtrechtelijk verwijt gerechtvaardigd omdat de psychiater volgens destijds gangbaar beleid in de onjuiste veronderstelling verkeerde dat hij dat onderscheid wel mocht maken. Na deze uitspraak mogen slechts in uitzonderlijke omstandigheden de in art. 40 Wet Bopz genoemde beperkingen aan het contact tussen patiënt en advocaat worden gesteld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2963 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.358
- Datum publicatie: 07-06-2013
- Datum uitspraak: 06-06-2013
- ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2963
Klacht over een in opdracht van het CBR door de arts, tezamen met een psychiater, opgemaakte rapportage in het kader van een vorderingsprocedure van het rijbewijs van klaagsters dochter. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat de arts geen verwijt kan worden gemaakt ter zake van de aan klaagsters dochter verzonden brief met uitleg over het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht die wellicht duidelijker had gekund. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2012:YA4387 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6289
- Datum publicatie: 06-06-2013
- Datum uitspraak: 10-12-2012
- ECLI:NL:TAHVD:2012:YA4387
Verweerder citeerde uit confraternele e-mails in een processtuk en schond daarmee gedragsregel 13. Verweeer dat hij daarmee de beriekte schikking moest aantonen is niet toereikend, omdat de siutuatie van de gestelde bewijsnood zich ( nog) niet voordeed. Hof toetst aan art 46 Aw: gedragsregeld zijn richtlijn. klacht deels gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA4384 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3907/12.41 (i)
- Datum publicatie: 04-06-2013
- Datum uitspraak: 16-04-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA4384
Verzoek 60b Advocatenwet. De verwijten die aan verweerder worden gemaakt worden weliswaar gedeeltelijk ondersteund door bevindingen in onder meer de onderzoeksrapportages maar zijn onvoldoende om een zware maatregel al schorsing voor onbepaalde tijd te rechtvaardigen
-
ECLI:NL:TADRSHE:2013:YA4369 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch L 135-2013
- Datum publicatie: 04-06-2013
- Datum uitspraak: 15-05-2013
- ECLI:NL:TADRSHE:2013:YA4369
Deken achtte zich voldoende geinformeerd om een klacht, zoals door partijen verzocht, middels een bindend advies af te doen. Dat klager zich niet in het advies kon vinden, betekent niet dat de deken het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht: kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4378 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4096/13.3
- Datum publicatie: 04-06-2013
- Datum uitspraak: 06-05-2013
- ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4378
Advocaat treedt op voor de vennootschap onder firma tegen een der vennoten. Bepreking van de beoordeling van de raad tot al dan niet klachtwaardig handelen van verweerder in zijn rol asl advocaat van vennootschap onder firma in het geschil met klagers. Niet is gebleken dat verweerder de vrijheid heeft overschreden die hem als advocaat van de wederpartij toekomt. Er zijn evenmin reden te twijfelen aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van klager. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2013:YA4363 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch B289-2012
- Datum publicatie: 04-06-2013
- Datum uitspraak: 27-05-2013
- ECLI:NL:TADRSHE:2013:YA4363
Niet gebleken dat verweerder fouten heeft gemaakt in zijn procesvoering. Verweerder heeft eigen bijdrage beperkt tot € 101, - en stond hem vrij om, toen betaling uitbleef, verzoek in te dienen bij Voorzieningenrechter. K lacht die ziet op de wijze waarop de vader van klager door verweerder zou zijn benaderd is niet-ontvankelijk. Klacht gedeeltelijk ongegrond; gedeeltelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2013:YA4376 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H322-2012
- Datum publicatie: 04-06-2013
- Datum uitspraak: 03-06-2013
- ECLI:NL:TADRSHE:2013:YA4376
Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door wettelijke verhoging te vorderen. Uit het feit dat de vordering is toegewezen blijkt immers reeds dat het standpunt van verweerder goed verdedigbaar was. Klacht ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 3635
- Pagina: 3636
- Pagina: 3637
- ...
- Pagina: 4663
- Volgende pagina zoekresultaten