Zoekresultaten 36311-36320 van de 47303 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2013:23 Accountantskamer Zwolle 12/1524 Wtra AK
- Datum publicatie: 19-08-2013
- Datum uitspraak: 19-08-2013
- ECLI:NL:TACAKN:2013:23
Sobi-klacht tegen de accountant die de jaarrekeningen 2008 en 2009 van Vestia heeft gecontroleerd. Het tegen die klacht, voor zover het de jaarrekening 2008 betreft, opgeworpen formele verweer van niet-ontvankelijkheid is ongegrond. Het enkele feit dat de jaarrekening 2008, inclusief goedkeurende verklaring en het jaarverslag, op de website van Vestia is geplaatst, leidt er niet toe dat klaagster daardoor op de hoogte is geraakt, van wat zij nu betrokkene verwijt. Anders dan betrokkene betoogt, is de Accountantskamer bevoegd zich een oordeel te vormen of hij tot een goedkeurende verklaring heeft kunnen komen, waarbij betrokkene bij zijn controle een zekere beoordelingsruimte over de verenigbaarheid van de jaarrekening met de regels van het gekozen stelsel van verslaglegging moet worden gelaten, die groter is naarmate de te hanteren normen in het maatschappelijk verkeer minder duidelijk vastleggen. Het komt er daarbij aan of de jaarrekening voldoet aan het inzichtvereiste van artikel 2:362 BW en de aan bij of krachtens de wet gestelde voorschriften. Daarbij kan Richtlijn 290 voor de jaarverslaggeving van belang zijn. In voldoende mate is gebleken dat betrokkene actief, bewust op kritische wijze heeft getoetst of de voor de derivatenportefeuille gekozen en gebruikte waarderings- en verslaggevingsgrondslag van kostprijshedge accounting passend was en dat de controle van de derivatenportefeuille met voldoende diepgang is uitgevoerd. Op zich is verdedigbaar de stelling van klaagster dat het karakter en het gebruik van andere dan eenvoudige rentederivaten niet voldoet aan de voorwaarden voor kostprijshedge accounting. Bij nadere beschouwing moet echter worden geoordeeld dat betrokkene mocht menen dat kostprijshedge accounting voor alle derivaten verdedigbaar en dus aanvaardbaar was. Daarvoor is onder meer redengevend dat waardering tegen reële waarde het inzicht niet had vergroot, dat aan die waardering de complicatie kleeft dat bij uitoefening van een optie op een renteswap de accounting daarvan op basis van reële waarde dient te worden gestaakt, dat er geen reden was voor twijfel over de continuïteit, dat RJ 290 betreffende kostprijshedge accounting niet eenvoudig is, niet steeds eenduidig is geformuleerd en ruimte laat voor meer dan één oplossing, dat de wetgever geen nadere regels had gesteld of kostprijshedge accounting voor sommige of alle typen van derivaten voor woningcorporaties heeft beperkt of uitgesloten en dat er geen rechtspraak voorhanden was die dwingend noopte tot een nu door klaagster voorgestane engere en meer kritische interpretatie van de voorwaarden voor waardering van derivaten op basis van kostprijs. De inhoud van het financieel statuut van Vestia stond niet in de weg aan het gebruik van meer complexe rentederivaten, terwijl het enkele feit dat de marktwaarde van die meer complexe derivaten negatief is, niet betekende dat die meer complexe derivaten zich diskwalificeerden voor toepassing van kostprijshedge accounting. Als het gaat om het aan rentederivaten verbonden liquiditeitsrisico van het moeten storten van gelden als onderpand voor toekomstige verplichtingen is gesteld noch gebleken dat er een relevant verschil bestond tussen de reguliere renteswaps en de meer complexe rentederivaten. Er zijn samenvattend geen dwingende normen voor de conclusie dat de derivaten in de boekjaren 2008 en 2009 hadden moeten worden opgenomen in de (balans van de) jaarrekeningen van Vestia. Gesteld noch gebleken is dat de op basis van kostprijshedge accounting buiten de balans gelaten derivatenportefeuille niet voldoende is toegelicht en die toelichting onvoldoende inzicht zou geven. De toelichting gaf voldoende inzicht in welke mate Vestia blootstond aan rente- en kasstroomrisico en het daaruit voortvloeiende liquiditeitsrisico voor Vestia. Het was wellicht te verkiezen geweest dat de rentegevoeligheid in de toelichting concreet cijfermatig was onderbouwd, doch het nalaten daarvan is ook verdedigbaar en dus aanvaardbaar te achten. Onjuist is het verwijt dat een grondslagwijziging heeft plaatsgevonden. De conclusie is dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2012:13 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6492
- Datum publicatie: 17-08-2013
- Datum uitspraak: 30-11-2012
- ECLI:NL:TAHVD:2012:13
Aanhouding om verweerder vragen te kunnen stellen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2013:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 315-2012
- Datum publicatie: 16-08-2013
- Datum uitspraak: 16-08-2013
- ECLI:NL:TGZRZWO:2013:18
Klacht van osteopaat tegen huisarts over diens column op internet tegen verwijzing door kinderartsen van huilbabys voor osteopathische behandeling. Wel ontvankelijk maar ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2013:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1252a
- Datum publicatie: 16-08-2013
- Datum uitspraak: 18-03-2013
- ECLI:NL:TGZREIN:2013:17
Onverwachts overlijden van jonge patiënte. Somatische oorzaak? Klagers verwijten de psychiater dat hij bij de behandeling van patiënte niet de zorg heeft betracht die hij te haren opzichte had behoren te betrachten. Diagnostisch traject had beter en sneller moeten verlopen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2013:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 318-2012
- Datum publicatie: 16-08-2013
- Datum uitspraak: 16-08-2013
- ECLI:NL:TGZRZWO:2013:19
Klacht tegen psychiater. Het geven van een klap aan een patiënte in een poging contact te krijgen is laakbaar, maar in de gegeven omstandigheden kan worden volstaan met een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2013:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1252b
- Datum publicatie: 16-08-2013
- Datum uitspraak: 18-03-2013
- ECLI:NL:TGZREIN:2013:18
Onverwachts overlijden van jonge patiënte. Somatische oorzaak? Klagers verwijten de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige dat zij bij de behandeling van patiënte niet de zorg heeft betracht die zij te haren opzichte had behoren te betrachten. Diagnostisch traject had beter en sneller moeten verlopen, maar verpleegkundige had slechts een bijkomende, ondersteunende rol. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2013:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1252c
- Datum publicatie: 16-08-2013
- Datum uitspraak: 18-03-2013
- ECLI:NL:TGZREIN:2013:19
Onverwachts overlijden van jonge patiënte. Niet gebleken van organisatorisch falen door de psychiater, tevens geneesheer-directeur. Wel tekort geschoten in de nazorg. Verslechterende communicatie, zeer onhandige en weinig empathische brief, ongehonoreerd gesprek, defensief en voorbarig gedrag m.b.t. calamiteitsmelding. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2013:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 106-2012
- Datum publicatie: 16-08-2013
- Datum uitspraak: 16-08-2013
- ECLI:NL:TGZRZWO:2013:20
Klacht tegen psychiater over rijbewijskeuring. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARN:2013:50 Raad van Discipline Arnhem 13-155
- Datum publicatie: 15-08-2013
- Datum uitspraak: 31-07-2013
- ECLI:NL:TADRARN:2013:50
Klacht van een voormalig advocaat tegen de advocaat bij wie zij in dienst was. De klacht betreft het verwijt dat verweerder post- en emailverkeer heeft gemanipuleerd, zich tijdens werktijd aan drank- en drugsmisbruik heeft schuldig gemaakt, klaagster in rechte gedwongen heeft tot onder meer liegen en geen zorg heeft gedragen voor financiële afwikkeling met klaagster. De feitelijk beweringen van klaagster zijn weersproken en niet door klaagster onderbouwd en gesubstantieerd. Er is een kort geding geweest, dat door verweerder is gewonnen, om klaagster te verplichten om van allerlei ongunstige uitlatingen over verweerder te rectificeren. Een bepaalde stelling van klaagster is innerlijk tegenstrijdig. Voorzittersbeslissing. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARN:2013:51 Raad van Discipline Arnhem 13-157
- Datum publicatie: 15-08-2013
- Datum uitspraak: 31-07-2013
- ECLI:NL:TADRARN:2013:51
Voorzittersbeslissing. Klacht van klager namens zichzelf en als bestuurslid van de informele belangenvereniging Slachtoffers Oplichting en Advocatuur Flevoland (SOA) tegen advocaat bij wie de echtgenote van klager voorheen in dienst was. Klager verwijt de advocaat dat hij van klager heeft gezegd dat hij leed of herstellende was van een whiskyverslaving en dat hij aan hem toevertrouwde dossiers ongeordend aan klager of diens familie heeft geretourneerd. Verweerder ontkent de aan hem gemaakte verwijten. De beweringen zijn door klager niet onderbouwd en gesubstantieerd. Bij dergelijke ernstige beschuldigingen zoals klager aan het adres van verweerder heeft geuit mag worden verlangd dat klager – wat voor de hand ligt – meteen al man en rugnummer noemt. Hoe dat door en bij een behandeling ter zitting (alsnog) anders zou kunnen worden is door klager niet aangegeven. De vraag of klager in zijn kwaliteit van bestuurslid van SOA ontvankelijk is (de voorzitter begrijpt dat de beide klachtonderdelen betrekking hebben op klager zelf en op zijn familie) kan blijven rusten. Klacht kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 3631
- Pagina: 3632
- Pagina: 3633
- ...
- Pagina: 4731
- Volgende pagina zoekresultaten