Zoekresultaten 261-270 van de 15413 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2939
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:130
Klacht tegen orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is in 2023 onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Brabant (JBB) en uit huis geplaatst. De orthopedagoog-generalist is werkzaam bij JBB in de functie van gedragswetenschapper. Zij heeft in de maanden februari, maart, april en mei 2024 in een multidisciplinair overleg (MDO) adviezen gegeven aan de jeugdbeschermers, die betrekking hebben op de omgang tussen klaagster en haar dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij adviezen heeft gegeven op basis van de informatie van de gezinsvoogd, dat zij klaagster heeft verboden Russisch met haar dochter te spreken en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door alleen op grond van informatie van de jeugdbeschermers te adviseren over de omgangsregeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3005 en C2025/3011
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:131
Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut in de kern dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en daarmee bij klager een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Verder zou het dossier ook onjuistheden bevatten. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van berisping opgelegd en bepaald dat deze maatregel, zodra deze onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Ook het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, zij het in mindere mate dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de fysiotherapeut een lichtere maatregel op, te weten een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3105
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:132
Klacht tegen cosmetisch arts. Klaagster verwijt de arts a) schending van het informed consent, b) niet tijdig reageren op hulpverzoeken, c) onzorgvuldige uitvoering van de behandeling en d) vermelden van onjuiste informatie op de website van zijn huidige kliniek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De klachtonderdelen c) en d) zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard. Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klaagster heeft tot doel dat klachtonderdeel d) alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een zwaardere maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk zover het beroep zich richt tegen de zwaarte van de in eerste aanleg opgelegde maatregel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8668
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:93
Klacht tegen een sportarts gegrond. Maatregel: berisping met openbaarmaking in het BIG-register. Klager is gedurende een periode van twee jaar behandeld door de sportarts totdat de behandelingsovereenkomst door de sportarts werd opgezegd. Klager maakt de sportarts verschillende verwijten. Zo vindt hij dat de behandelrelatie ten onrechte is beëindigd, hij onvoldoende is geïnformeerd over de kosten van de behandeling, er sprake is van onjuiste declaraties, en de sportarts buitensporige giften waaronder €100.000,- contant heeft aangenomen. Het college oordeelt dat de klachtonderdelen betreffende niet-transparante behandelkosten en ontijdige/onjuiste declaraties gegrond zijn. Ook heeft de sportarts bij de beëindiging van de behandelingsovereenkomst de sportarts niet voldaan aan de door hem in acht te nemen zorgvuldigheidsregels. Daarnaast oordeelt het college dat het aannemen van de tas met contant geld, drie betalingen via PayPal en Formule 1 tickets in strijd is met de voor de sportarts geldende beroepsnormen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9393
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142
Gegronde klacht tegen een arts. De klacht is ingediend door de IGJ. De arts is als SCEN-arts betrokken geweest bij een door een huisarts (A2025/9392) uitgevoerde euthanasie bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college oordeelt dat de arts bij het verlenen van de SCEN-consultatie bij een euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden, niet de grote behoedzaamheid in acht heeft genomen die op grond van de wet en de beroepsnormen aangewezen was. Het verslag van de arts is onvoldoende onderbouwd. Ook heeft hij de huisarts er niet op terecht gewezen dat de verstrekte informatie onvoldoende was om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven. Het was naar het oordeel van het college ook aangewezen om in ieder geval overleg te hebben met een SCEN-arts die tevens psychiater is. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de arts zich heeft laten bijscholen en dat hij inmiddels met pensioen is. Klacht gegrond verklaard, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9392
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143
Gegronde klacht tegen een huisarts. De klacht is ingediend door de IGJ. De huisarts heeft euthanasie uitgevoerd bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld door niet zorg te dragen voor het raadplegen van voldoende psychiatrische expertise en genoegen heeft genomen met een ondermaats SCEN-verslag, waardoor zij niet de grote behoedzaamheid heeft betracht die bij het verlenen van euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden aangewezen was. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de huisarts op eigen initiatief nascholing en een intensief supervisietraject heeft gevolgd. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8966
- Datum publicatie: 23-06-2026
- Datum uitspraak: 23-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:144
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een verzoek tot vernietiging van een deel van zijn medisch dossier gedaan. De huisarts heeft binnen een maand na het verzoek contact opgenomen en na de zomersluiting van de praktijk heeft een fysieke afspraak plaatsgevonden om het verzoek te bespreken en uit te voeren. Hiermee heeft de huisarts voldoende zorgvuldig gehandeld. De huisarts kan niet worden verweten dat een notitie, die op verzoek van klager is vernietigd, nu niet meer in het dossier zit. Overige klacht ook ongegrond. Klacht kennelijk
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3211 VZ
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:128
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht in verband met een eerdere klacht van klaagster tegen de verzekeringsarts met eenzelfde inhoud en strekking.Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3223 VZ
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:129
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts was de huisarts van de broer van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat zij mede door zijn toedoen gedwongen is opgenomen.De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissingdan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8126
- Datum publicatie: 22-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94
Verweerder was in 2014 als huisarts betrokken bij de tweejaarlijkse cholesterol- controle van klaagster in verband met haar hoge bloeddruk. Vanaf 2016 is deze controle overgedragen aan de praktijkondersteuner somatiek. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogd cholesterolgehalte en dit in 2014 niet goed te noteren in het dossier. Hierdoor is klaagster te laat doorverwezen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat een deel van de klacht niet-ontvankelijk en dat de huisarts voor het overige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.