Zoekresultaten 20281-20290 van de 46787 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:97 Raad van Discipline Amsterdam 17-1030/A/A/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft zich, zonder de cursus te hebben bijgewoond, na afloop van de cursus toch tot de tafel waarop de presentielijst lag gewend teneinde deze te ondertekenen. Vervolgens heeft verweerder hierover tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Hiermee heeft verweerder gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit. Dat verweerder tegen de stafmedewerkster van de deken in strijd met de waarheid heeft verklaard is niet komen vast te staan. Dekenbezwaar deels gegrond en deels ongegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:105 Raad van Discipline Amsterdam 17-910/A/A 17-864/A/A 17-865/A/A 17-866/A/A 17-867/A/A

    Klacht over eigen advocaten en advocatenkantoor. Klager is in 2010 betrokken geweest bij een ongeval waarbij hij door een schip is overvaren. Verweerders hebben klager vanaf 2012 bijgestaan in het kader van de aansprakelijkheid en schade. Verweerder sub 4 en verweerster sub 5 hebben in de opdrachtbevestiging geschreven dat zij (hoewel er een vermoedelijke eigenaar bekend was) nog zouden moeten natrekken wie de eigenaar van het schip was dat klager had overvaren. Uit het klachtdossier blijkt niet zij daartoe enige poging hebben ondernomen noch dat zij klager over eventuele pogingen hebben geïnformeerd. De stelling dat op dat moment, in 2012, niet kenbaar noch traceerbaar was wie de eigenaar was van het schip is niet onderbouwd. De raad zal het er voor houden dat het wel mogelijk was de eigenaar van het schip te achterhalen. Nu verweerder sub 4 en verweerster sub 5 dit niet hebben achterhaald noch daartoe voor klager kenbare pogingen hebben ondernomen, hebben zij niet voldaan aan hetgeen klager op grond van de opdrachtbevestiging redelijkerwijs mocht verwachten. Dit valt hen tuchtrechtelijk te verwijten. Voor zover klacht is gericht tegen advocatenkantoor is klager niet-ontvankelijk. Klacht over verweerder sub 4 en verweerster sub 5 deels gegrond, klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:98 Raad van Discipline Amsterdam 17-779/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:106 Raad van Discipline Amsterdam 18-008/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft namens klager en zijn (ex-)echtgenote een verzoek tot echtscheiding ingediend, onder verwijzing naar een convenant dat onder begeleiding van mediator tot stand is gekomen. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de onderliggende stukken van de mediator heeft ontvangen, het convenant heeft getoetst, telefonisch met klager en zijn (ex-)echtgenote heeft besproken en hen heeft gewezen op de juridische gevolgen daarvan. Het was weliswaar beter geweest als verweerder klager en zijn (ex-)echtgenote op kantoor had ontvangen om het convenant aldaar met hen gezamenlijk te bespreken, maar dat dit niet is gebeurd is onvoldoende om verweerder een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Daarbij is de raad van oordeel dat niet is komen vast te staan dat het convenant niet paste binnen de destijds geldende wettelijke maatstaven en marges. Klacht in beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:100 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-117/DH/RO

    Tenuitvoerlegging voorwaardelijke geldboete opgelegd bij beslissing 17-666/DH/RO

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:99 Raad van Discipline Amsterdam 17-996/A/A

    Ongegronde klacht over eigen advocaat. Hoewel aan klaagster kan worden toegegeven dat een en ander (iets) sneller had gekund, heeft verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het echtscheidingsverzoek pas op 4 oktober 2016 bij de rechtbank in te dienen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:100 Raad van Discipline Amsterdam 17-928/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:107 Raad van Discipline Amsterdam 17-1059/A/NH

    Klacht over advocaat wederpartij deels gegrond. Verweerder heeft zonder voorafgaand overleg met de advocaat van klaagster executiemaatregelen getroffen. Gelet op specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:93 Raad van Discipline Amsterdam 17-844/A/A

    Verzet tegen klachtonderdeel b) gegrond, verzet voor het overige ongegrond. Verweerster heeft de door haar gebezigde woorden “strafbaar feit” en “blijkbaar criminele zus” kennelijk enkel gebaseerd op de door haar zelf bij de politie gedane aangifte van huisvredebreuk tegen klaagster. Dat neemt niet weg dat voor de opvolgend advocaat duidelijk was dat de kwalificatie ”strafbaar feit” het standpunt van verweerster betrof en een en ander in rechte nog niet was komen vast te staan. In dat licht acht de raad het gebruik van de term “strafbaar feit” door verweerster in haar correspondentie met de opvolgend advocaat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Deze redenering kan echter niet onverkort gelden voor de aanduiding “blijkbaar criminele zus”. Daarmee heeft verweerster een tuchtrechtelijke grens overschreden omdat zij er de persoon van klaagster mee kwalificeert en niet slechts haar handelen. Verweerster had zich van een andere en minder incriminerende stellingname moeten bedienen. Klachtonderdeel b) deels gegrond, specifieke omstandigheden brengen de raad tot het oordeel dat geen maatregel behoeft te worden opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:101 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-216/DH/DH

    voorzittersbeslissing. klacht over kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond.