Zoekresultaten 20101-20110 van de 47591 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:68 Accountantskamer Zwolle 17/2735 Wtra AK
- Datum publicatie: 21-09-2018
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:68
Klagers verwijten betrokkene onder meer dat hij als (indirect) bestuurder van zijn vennootschap onjuiste, onvolledige en informatie heeft ingebracht in een gerechtelijke procedure, dat hij ondanks een daartoe strekkend verzoek geen maatregelen heeft genomen om deze informatie weg te nemen of te corrigeren, maar daarentegen strafrechtelijk aangifte heeft gedaan en dat hij een onware verklaring heeft ondertekend en onder ede heeft bevestigd. Volgens vaste jurisprudentie kan het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen - al dan niet in rechte - innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Een en ander geldt eveneens wanneer een accountant strafrechtelijk aangifte doet. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als schadelijk voor de goede naam van het accountantsberoep of, in de terminologie van de VGBA: het accountantsberoep in diskrediet brengend. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van bedoelde bijzondere omstandigheden, zodat de klacht in zoverre ongegrond is. Voor zover de klacht inhoudt dat betrokkene functies combineert die onverenigbaar zijn met de aan een accountant te stellen eisen en dat hij nooit heeft vastgesteld of zijn vennootschap ook daadwerkelijk eigenaar is van haar belangrijkste activa, is deze, voor zover al ontvankelijk, bij gebreke van voldoende onderbouwing, ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:243 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.075
- Datum publicatie: 20-09-2018
- Datum uitspraak: 20-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:243
Klager heeft zich gewend tot de aangeklaagde huisarts vanwege klachten aan zijn rechteroog. Klager verwijt de huisarts: 1. het stellen van een verkeerde diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie, terwijl de toestand van het oog, met aangroei op het hoornvlies, aanleiding had moeten vormen voor onmiddellijke doorverwijzing naar de oogarts; 2.verantwoordelijk te zijn voor het gezichtsverlies van 40% van het rechteroog; 3.verantwoordelijk te zijn voor de emotionele schade. Het Regionaal Tuchtcollege beslist dat de huisarts heeft gehandeld en mocht handelen conform de NHG-standaard Het rode oog. Nu het eerste klachtonderdeel faalt, komt het college niet toe aan de bespreking van de overige twee klachtonderdelen. De klacht wordt zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:242 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.364
- Datum publicatie: 20-09-2018
- Datum uitspraak: 20-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:242
Klacht tegen verpleegkundige. Klager verwijst de arts dat zij ten overstaan van het Centraal Tuchtcollege opzettelijk in strijd met de waarheid een verklaring heeft afgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het door klager gestelde handelen van de arts valt onder de tweede tuchtnorm en verklaart klager daarom ontvankelijk in zijn klacht, maar verklaart de klacht vervolgens kennelijk ongegrond wegens gebrek aan onderbouwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:132 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-205/DB/ZWB
- Datum publicatie: 19-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:132
Verweerder heeft onvoldoende met klager gecommuniceerd over de te voeren strategie, de procedurele gang van zaken, de inhoud van het verweerschrift en hij heeft onvoldoende juridische inspanning geleverd. Ook heeft verweerder onvoldoende met de wederpartij van klager gecommuniceerd. Verweerder heeft voorts onvoldoende nauwgezetheid betracht in de financiële afspraken met klager en niet het complete dossier overgedragen aan de opvolgend advocaat. Aan verweerder wordt een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:133 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-635/DB/ZWB
- Datum publicatie: 19-09-2018
- Datum uitspraak: 11-09-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:133
Klacht ingediend nadat de in artikel 46g lid 1 Advocatenwet is verstreken. Klacht niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/51
- Datum publicatie: 18-09-2018
- Datum uitspraak: 18-09-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:55
Klacht tegen huisarts. Klager wendde zich in april 2018 tot de huisartsenpost, waar verweerder op dat moment dienst had, met pijn in zijn knie en lies als gevolg van een botsing in de botsauto’s op de kermis. Verweerder heeft onderzoek gedaan, pijnstilling gegeven en klager geadviseerd bij aanhoudende klachten naar zijn eigen huisarts te gaan. Volgens klager heeft verweerder op deze wijze niet adequaat gehandeld. Hierdoor heeft verweerder de inwendige bloeduitstorting gemist die de volgende dag bij klager werd geconstateerd, toen klager zich met buikpijn tot een andere arts wendde. Klager moest hiervoor een operatie ondergaan. Het college volgt daarentegen verweerder in zijn verweer dat er tijdens het bewuste consult nog geen signalen aanwezig waren die wezen op de later ontstane en geconstateerde inwendige bloeduitstorting. De pijnklachten die tot nader onderzoek aanleiding gaven zijn ook pas ontstaan op de dag na het consult met verweerder. Het betreft hier overigens een zeldzame complicatie. Verweerder mocht volstaan met de behandeling die hij heeft ingezet. Dat er de volgende dag naar aanleiding van nieuw ontstane pijnklachten een inwendige bloeduitstorting werd geconstateerd, maakt het voorgaande niet anders. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/58
- Datum publicatie: 18-09-2018
- Datum uitspraak: 18-09-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:56
Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is sinds 2016 ziek voor eigen werk vanwege diverse lichamelijke en psychische klachten. In 2017 is zijn Ziektewetuitkering stopgezet, omdat hij niet langer voor meer dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit oordeel is in bezwaar en beroep in stand gebleven. Klager kan zich hier niet in vinden. Volgens hem heeft verweerster, die klager meerdere keren heeft gezien, zijn benutbare mogelijkheden veel te positief ingeschat. Ook verwijt klager verweerster dat zij niet bereid was haar beoordeling aan te passen op basis van zijn telefonische reactie daarop. Voorts zou verweerster ten onrechte hebben gezegd dat er geen second opinion mogelijk was. Het college beoordeelt verweersters rapportage aan de hand van de criteria waaraan deze volgens vaste jurisprudentie dient te voldoen. Nu de rapportage hieraan voldoet, dient de klacht ten aanzien van de inhoud en de totstandkoming van de rapportage te worden afgewezen. Dat verweerster niet bereid was de rapportage naderhand aan te passen op verzoek van klager kan evenmin tot een tuchtrechtelijk verwijt leiden. En het verwijt dat verweerster gezegd zou hebben dat een second opinion niet mogelijk was, mist feitelijke grondslag nu verweerster dit betwist en dit ook niet uit de stukken blijkt. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:66 Accountantskamer Zwolle 16/2883 en 16/2884 Wtra AK
- Datum publicatie: 17-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:66
Klacht over controles post royalty’s (die ten goede kwamen aan een trust gevestigd op Cyprus) in jaarrekeningen gegrond. De truststructuur is opgezet door belastingadviseurs die zijn verbonden aan dezelfde organisatie als de betrokken accountants. Begunstigde van de trust is onder andere de natuurlijke persoon die (indirect) directeur/grootaandeelhouder is van de entiteit die de royalty’s betaalde. Betrokkenen (de controlerend accountant en de leider van het controleteam die naar eigen zeggen niet deskundig waren op het gebied van trusts) hadden bij de controles niet uitsluitend mogen steunen op informatie van deze fiscalisten, omdat niet is voldaan aan de vereisten van de NVCOS voor het gebruik maken van de werkzaamheden van deskundigen. De informatie waarover de fiscalisten en betrokkenen beschikten betreffende het zakelijke karakter van de overeenkomst op grond waarvan de royalty’s werden betaald en het ontbreken van zeggenschap van de directeur/grootaandeelhouder over het uitkeringsbeleid van de trust was immers (zoals blijkt uit de opdrachtbevestiging voor het opzetten van de truststructuur) louter gebaseerd op mededelingen aan de fiscalisten van die directeur/grootaandeelhouder zelf. Vanwege de tekortschietende controles van de post royalty’s berusten de goedkeurende verklaringen bij de jaarrekeningen op een ondeugdelijke grondslag. Betrokkenen hadden tegen deze achtergrond het aangaan van de licentieovereenkomst en het opzetten van de truststructuur moeten aanmerken als een ongebruikelijke transactie in de zin van de Wwft en die transactie op grond van de wet moeten melden. Klacht dat dit ten onrechte niet is gebeurd is eveneens gegrond. Tuchtrechtelijke procedure op grond van de Wtra valt niet te kwalificeren als een criminal charge in de zin van het EVRM en daarom is er geen sprake van ne bis in idem wat betreft de klacht dat betrokkene (2) omschrijvingen in facturen heeft aangepast. Ook die klacht is gegrond omdat dit handelen strijd oplevert met het fundamentele beginsel van integriteit. Bij het opleggen van een maatregel is ten voordele van betrokkenen meegewogen dat zij lange tijd in onzekerheid hebben verkeerd over de uitkomst van de tuchtprocedure.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:67 Accountantskamer Zwolle 18/292 Wtra AK
- Datum publicatie: 17-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:67
Uitgevoerde onderzoeksopdracht waarbij betrokkene zowel conceptversies als een eindversie in het rechtsverkeer brengt. Betrokkene had in de conceptrapportages een verspreidingsverbod moeten opnemen. Het is van diverse in de conceptrapportages voorkomende meningen en conclusies onduidelijk van wie die zijn; dat is onzorgvuldig. Voorts ontbeert het definitieve rapport ter zake meerdere door betrokkene getrokken conclusies een deugdelijke grondslag. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:131 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-997/DB/OB
- Datum publicatie: 14-09-2018
- Datum uitspraak: 10-08-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:131
Herstelbeslissing. Verzet ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard omdat is uitgegaan van verkeerde datum verzending beslissing. Alsnog ontvankelijk, verzet ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2010
- Pagina: 2011
- Pagina: 2012
- ...
- Pagina: 4760
- Volgende pagina zoekresultaten