Zoekresultaten 19961-19970 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-037a

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Op het moment dat klaagster in het ziekenhuis in het buitenland werd opgenomen, kwam het hoofdbehandelaarschap te berusten bij de gynaecoloog aldaar. Het College is van oordeel dat de keuze van de gynaecoloog in Nederland om een rustig moment te zoeken voor het telefoongesprek, valt te verdedigen, zeker nu aannemelijk is dat de gynaecoloog een druk dagprogramma had en een kwartier heeft besteed aan het gesprek. Het College acht het daarnaast verdedigbaar dat de gynaecoloog verschillende vragen die niet specifiek tot haar competentie als gynaecoloog behoren, heeft doorgeleid naar daartoe beter uitgeruste instanties. Aldus komt niet vast te staan dat de gynaecoloog slecht bereikbaar was, gebrekkig communiceerde en dat er sprake was van een inadequate en onjuiste informatievoorziening. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/167

    De klacht is gericht tegen de chirurg en de anesthesioloog en betreft de behandeling van klaagsters echtgenoot, verder te noemen de patient. Klaagster verwijt beide artsen onzorgvuldig te hebben gehandeld door de patient over te plaatsen naar een ander ziekenhuis en na te laten de toestand van de patient (nadat eerder die dag een recidief pneumothorax links werd gezien) voorafgaand aan deze overplaatsing meer expliciet te bespreken. De patient is kort na aankomst in het andere ziekenhuis overleden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 021/2018

    Klacht van moeder en stiefvader tegen GZ-psycholoog over behandeling van (stief)dochter en melding van vermoeden van kindermishandeling bij Veilig Thuis. Klagers vinden dat daardoor hun privacy is geschonden. Biologische vader zou te weinig bij behandeling betrokken zijn. Meldcode door de GZ-psycholoog nageleefd. Kind bevond zich in een positie van “gespleten loyaliteit” zodat vader systemisch betrokken had moeten worden. Klacht alleen op dit onderdeel gegrond, met oplegging van de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-037b

    Ongegronde klacht tegen een klinisch verloskundige. Op het moment dat klaagster in het ziekenhuis in het buitenland werd opgenomen, kwam het hoofdbehandelaarschap te berusten bij de gynaecoloog aldaar. Het College is van oordeel dat de afdeling Verloskunde behoorlijk bereikbaar is geweest. De klinisch verloskundige heeft klaagster drie keer telefonisch te woord gestaan. Volgens het College had het tijdens het tweede gesprek de voorkeur verdiend wanneer de klinisch verloskundige onmiddellijk had gezegd dat vliegen geen optie was. In de gegeven omstandigheden is deze opmerking niet van dien aard dat dit tot een tuchtrechtelijk verwijt leidt. Er zijn geen aanwijzingen dat de communicatie, informatievoorziening en bejegening door de klinisch verloskundige onder de tuchtrechtelijke maat zijn geweest. Klacht afgewezen

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/74

    Klacht tegen psychiater. Klaagster verwijt verweerder dat hij tijdens hun behandelrelatie – die inmiddels beëindigd is – ten onrechte heeft gemeend dat zij psychotisch/schizofreen is en dat hij weigert haar op haar verzoek het medisch dossier te verstrekken. Het college is van oordeel dat alles overziend niet gebleken is dat verweerders diagnose onjuist is geweest. Daarnaast is wel gebleken dat klaagster – voordat zij haar medisch dossier opvroeg – zelf aan verweerder heeft gevraagd haar medisch dossier te vernietigen. Nu verweerder hieraan gevolg heeft gegeven, kan het hem niet worden verweten dat hij niet langer in staat is om klaagster haar medisch dossier toe te zenden. De klacht is in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 020/2018

    Klacht van moeder en stiefvader tegen psychiater over behandeling van (stief)dochter en melding van vermoeden van kindermishandeling bij Veilig Thuis. Klagers vinden dat daardoor hun privacy is geschonden. Biologische vader zou te weinig bij behandeling betrokken zijn. Meldcode door de psychiater nageleefd. Kind bevond zich in een positie van “gespleten loyaliteit” zodat vader systemisch betrokken had moeten worden. Klacht alleen op dit onderdeel gegrond, met oplegging van de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-080

    Gegronde klacht tegen een maag-darm-lever-arts. Met klaagster is een behandelingsovereenkomst voor het verrichten van een gastroscopie tot stand gekomen, zeker nu de verdoving daartoe als op instignatie van de maag-darm-lever-arts was toegediend. Het zonder voldoende grond en ook nog eens tamelijk bruusk verbreken van de behandelrelatie en het vervolgens zonder enige nazorg achterlaten van klaagster in de behandelkamer is in strijd met de zorg die de maag-darm-lever-arts had moeten verlenen. De maag-darm-leverarts heeft in strijd met de dossierplicht geen aantekeningen bijgehouden in het medisch dossier over de toegediende verdoving en over (de motieven voor) het afbreken van de gastroscopie. Evenmin is een terugkoppeling gegeven aan de verwijzende huisarts. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:31 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/332269 / KL RK 18-10

    Zoals de notaris heeft erkend, is in eerste instantie ten onrechte maar één kindsdeel van moeder in de aangifte erfbelasting opgenomen. Daarnaast is de verklaring van erfrecht per abuis tweemaal in rekening gebracht. Beide fouten zijn direct hersteld nadat ze zijn ontdekt en er is voor klager geen schade uit voortgevloeid. Uit de stukken en het besprokene ter zitting komt het beeld naar voren dat de notaris ondanks de vele vragen en verzoeken van klager en zijn activiteiten buiten haar om, met veel geduld en welwillendheid is blijven proberen om de nalatenschap op een voor klager bevredigende wijze af te wikkelen. Deze constructieve houding stuitte echter dikwijls op onbegrip van klager. Verder is de notaris klager nog tegemoet gekomen door vanaf voorjaar 2016 haar verdere werkzaamheden niet meer in rekening te brengen. Onder deze omstandigheden kan, al heeft de notaris bovenvermelde fouten gemaakt, niet worden geoordeeld dat de notaris bij de afwikkeling van deze nalatenschap tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:199 Raad van Discipline Amsterdam 18-288/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:218 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-026

    De raad oordeelt het verwijt van een gemeente dat verweerders zich als advocaten van de wederpartij in een langjarig geschil van die cliënten met de gemeente herhaaldelijk onbetamelijk hebben gedragen jegens ambtenaren en bestuurders van die gemeente en in procedures tegen klaagster als gevolg van hun afhankelijke positie van die cliënt gegrond. De raad verwijst naar de beslissing van het Hof van Discipline van 24 november 2017 tussen de deken en verweerders, waarin is overwogen dat verweerders onvoldoende distantie hebben gehad jegens hun cliënten in hun geschil met deze gemeente en onvoldoende besef van de kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit hebben getoond. Daaruit leidt de raad af dat aldus sprake is van onbetamelijk gedrag van verweerders jegens klaagster waarmee verweerders de grenzen van de vrijheid die hun toekomt, als advocaten van de wederpartij, in ernstige mate hebben overschreden en de belangen van klaagster onnodig hebben geschaad. Ook de door verweerders gehanteerde respectloze toonzetting in hun al dan niet grievende - uitlatingen, zowel in hun correspondentie met ambtenaren en bestuurders van klaagster als ook in procedures met klaagster en tegenover derden, zoals deels opgenomen onder de vaststaande feiten hiervoor, is een advocaat niet waardig. Daarnaast oordeelt de raad de klacht dat diverse ambtenaren en bestuurders van de gemeente individueel en bij herhaling door verweerders civiel- en strafrechtelijk persoonlijk op hun privéadres aansprakelijk zijn gesteld en zijn beschuldigd van leugens en intimiderend gedrag, in de gegeven omstandigheden gegrond. Gelet op de ernst van de tuchtrechtelijke verwijten worden verweerders, na eventuele herinschrijving op het tableau, door de raad ieder voor 12 weken onvoorwaardelijk geschorst.