Zoekresultaten 19971-19980 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:219 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-981
- Datum publicatie: 15-10-2018
- Datum uitspraak: 10-09-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:219
De raad oordeelt dat de werkzaamheden van verweerder in de bezwaarprocedure van klager bij een gemeente aan de verwachte kwaliteitseisen hebben voldaan. Verweerder heeft zich daarbij tijdig en voldoende ingezet, de strategie met klager besproken en diens belangen zorgvuldig behartigd. Stevige toonzetting in correspondentie van verweerder met klager na diens uitlatingen jegens verweerder niet onbegrijpelijk. Ongegronde klacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:200 Raad van Discipline Amsterdam 18-318/A/A 18-319/A/A
- Datum publicatie: 15-10-2018
- Datum uitspraak: 08-10-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:200
Klacht naar aanleiding van uitlatingen in blog op website advocatenkantoor en in televisieprogramma. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster, gelet op het geformuleerde beoordelingskader, met haar uitlatingen de grenzen van de haar als advocaat van mevrouw P toekomende vrijheid niet overschreden. Verweerster heeft als partijdig belangenbehartiger het standpunt van haar cliënte verwoord, en daarmee het belang van haar cliënte gediend. Verweerster heeft rekening gehouden met de belangen van klager door hem niet bij naam te noemen. Dat verweerster zich heeft bediend van (feitelijke) stellingen waarvan zij de onjuistheid kende of redelijkerwijs kon kennen is de raad niet gebleken. De raad begrijpt dat de door verweerster gebruikte bewoordingen door klager als grievend zijn ervaren, maar naar het oordeel van de raad zijn de grenzen van acceptabel professioneel gedrag niet overschreden. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:201 Raad van Discipline Amsterdam 18-412/A/A
- Datum publicatie: 15-10-2018
- Datum uitspraak: 08-10-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:201
Klacht over advocaat wederpartij. Gelet op het verweer van verweerder kan niet worden vastgesteld dat verweerder zich heeft uitgelaten op de wijze zoals door klager geschetst. Voor zover verweerder tegen klager zou hebben gezegd dat hij moest “oprotten” geldt dat, hoewel verweerder zich beter in meer zakelijke bewoordingen had kunnen uitlaten, verweerder hiermee – gelet op de door verweerder genoemde context – naar het oordeel van de raad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ook het aankondigen van een strafrechtelijke aangifte is niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat verweerder de aangifte als pressiemiddel heeft gebruikt is gesteld noch gebleken. Dat verweerder klager schade wenst toe te brengen wordt betwist en is de raad overigens ook niet gebleken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:202 Raad van Discipline Amsterdam 18-378/A/A
- Datum publicatie: 15-10-2018
- Datum uitspraak: 08-10-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:202
Klacht over advocaat wederpartij. Door het overleggen van confraternele brief als productie bij dagvaarding heeft verweerder gehandeld in strijd met gedragsregel 12 (Gedragsregels 1992). Klacht in zoverre gegrond, voor het overige ongegrond. Gelet op specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:215 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-577
- Datum publicatie: 15-10-2018
- Datum uitspraak: 03-10-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:215
Voorzittersbeslissing. Dat verweerder in zijn hoedanigheid van voormalig werkgever van klager in een e-mail aan klager heeft geschreven: Als u nog een keer mijn kantoor benaderd voor deze onnozele onzin zal ik aangifte doen van laster bij de politie.”, is in de gegeven omstandigheden niet onnodig grievend. Klacht op dat onderdeel kennelijk ongegrond en voor het overige niet-ontvankelijk wegens verjaring.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:73 Accountantskamer Zwolle 17/2555 Wtra AK
- Datum publicatie: 15-10-2018
- Datum uitspraak: 15-10-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:73
Als een accountant een professionele dienst voor iemand verricht (betaald of onbetaald) en in de hoedanigheid van accountant contact zoekt met een ander en deze vraagt om informatie, dient hij of zij zich vanaf het eerste contact als accountant kenbaar te maken, zodat degene met wie contact wordt gezocht adequaat daarop kan reageren. Door dit niet te doen heeft betrokkene niet eerlijk en oprecht opgetreden en daarmee het in artikel 6 van de VGBA neergelegde fundamentele beginsel van integriteit geschonden. Betrokkene heeft verder in strijd met genoemd fundamenteel beginsel gehandeld door op persoonlijke titel lid van klaagster te worden, op persoonlijke titel inzage in de jaarrekening en de daarvoor vereiste toegang tot het hoofdkantoor te vragen en haar rol niet te verduidelijken, terwijl zij wist dat daarover bij klaagster onduidelijkheid bestond. Tot slot heeft betrokkene niet eerlijk en oprecht gehandeld door een journalist als partnerlid in te schrijven met het oogmerk deze toegang te geven tot bepaalde gegevens van klaagster, terwijl die journalist niet haar partner was en evenmin op hetzelfde adres als betrokkene stond ingeschreven. Maatregel: berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:203 Raad van Discipline Amsterdam 18-363/A/NH
- Datum publicatie: 15-10-2018
- Datum uitspraak: 08-10-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:203
Klacht over eigen advocaat. In het geval een bestuursorgaan stelt een bezwaarschrift niet te hebben ontvangen, ligt het op de weg van degene die stelt het bezwaarschrift te hebben verzonden om aannemelijk te maken dat het bezwaarschrift ter post is bezorgd dan wel is afgegeven. In dat kader had het op de weg van verweerder gelegen om het bezwaarschrift per aangetekende post te versturen, of in elk geval te controleren of het bezwaarschrift tijdig was ontvangen. Voorts kan bij gebreke aan schriftelijke vastlegging niet worden vastgesteld dat verweerder klaagster heeft geïnformeerd over en begeleid in de herzieningsprocedure, dat tussen klaagster en verweerder was afgesproken dat klaagster in de bezwaarfase zou worden bijgestaan door mevrouw S, en dat verweerder klaagster een toelichting op de uitspraak heeft gegeven. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:216 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-159
- Datum publicatie: 15-10-2018
- Datum uitspraak: 01-10-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:216
Geschil tussen twee advocaten over handelwijze van verweerder bij overname van een strafzaak van een cliënt van klaagster in detentie. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om op eigen initiatief de gedetineerde te bezoeken om een oude civiele zaak met zijn cliënt af te ronden, zonder dat hij voorafgaand aan dat bezoek contact met klaagster behoefde op te nemen. In zoverre is de klacht ongegrond, maar het tweede klachtonderdeel over de beantwoording door verweerder van concrete vragen van de gedetineerde over zijn strafzaak zijn gegrond. Gelet op het feit dat verweerder al langer bekend was met de kwetsbare persoon van de gedetineerde en had kunnen weten dat de gedetineerde op een bijzondere (zorg) afdeling van de PI was geplaatst, is de raad van oordeel dat het, in het licht van de door advocaten in acht te nemen welwillendheid jegens elkaar (vide gedragsregel 17 oud) en gelet op de eisen die bij overname van strafzaken aan een behoorlijk advocaat worden gesteld blijkens gedragsregel 22 (oud), des te meer op de weg van verweerder had gelegen om eerst contact met klaagster te zoeken alvorens op de concrete adviesvraag van de gedetineerde te reageren, al dan niet in algemene bewoordingen. Van verweerder mocht worden verwacht dat hij meteen na zijn bezoek aan de PI aan klaagster de zorgen van de gedetineerde over de advisering had overgebracht, zodat klaagster daardoor in staat zou zijn gesteld om eventueel zelf contact met haar cliënt op te nemen en met de gedetineerde tot overdracht van diens strafzaak aan een andere advocaat te beslissen. Omstandigheden op grond waarvan een dergelijk behoorlijk overleg van verweerder met klaagster na zijn bezoek aan de PI niet heeft kunnen plaatsvinden, zijn niet gesteld of gebleken. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:217 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-962
- Datum publicatie: 15-10-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:217
De raad verklaart het verzet van klager tegen de voorzittersbeslissing over de handelwijze van de voormalig deken in zijn arrondissement ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-540/DH/RO
- Datum publicatie: 12-10-2018
- Datum uitspraak: 10-10-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:230
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1997
- Pagina: 1998
- Pagina: 1999
- ...
- Pagina: 4760
- Volgende pagina zoekresultaten