We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 19791-19800 van de 47680 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/83

    Klacht tegen huisarts. Verweerster had klager eerst naar ziekenhuis A verwezen voor een ingreep en daarna – omdat de ingreep toch niet in ziekenhuis A kon worden verricht – naar ziekenhuis B. Van dit laatste had zij klager abusievelijk niet op de hoogte gesteld. Klager kreeg een tweede oproep (van ziekenhuis B) zonder dat hij wist dat de eerdere oproep (van ziekenhuis A) was komen te vervallen. Dit verwijt hij verweerster. Het college begrijpt dat de vergissing van verweerster vervelend is geweest voor klager, maar wijst de klacht af als zijnde van onvoldoende gewicht voor een tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:199 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180164B

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder had de kern van de uitkomst in vergelijkbare (niet openbare) arbitragevonnissen in de zaken van andere cliënten met klager moeten delen omdat verweerder er rekening mee diende te houden dat de wederpartij zich op deze vonnissen zou beroepen wegens inhoudelijke gelijkenissen van de zaak. Dat kon zonder daarbij de geheimhouding jegens die cliënten te schenden. Voorts heeft verweerder met de opmerking dat een procedure risicovol is, geen adequate inschatting over procesrisico’s en proceskansen aan klager gegeven. Dat klager (bedrijfs)jurist is doet niet ter zake, nu het inschatten van kansen en risico’s van procedures tot de expertise van een advocaat behoort. Klacht gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-141

    Deels niet-ontvankelijke klacht vanwege verjaring en deels ongegronde klacht tegen een neurochirurg. De neurochirurg had, gelet op de daaraan verbonden risico’s, goede redenen om niet eerder dan in 2016 tot een spondylodese op het niveau L5-S1 te besluiten. Er is geen grond voor het oordeel dat de neurochirurg onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Anders dan klager heeft betoogd, reikte de verantwoordelijkheid van de neurochirurg niet zo ver, dat hij klager actief diende te blijven volgen, totdat hij zich ervan verzekerd had dat voor klager een stabiele en aanvaardbare situatie was ontstaan. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:238 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-547 18-548

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij in personen- en familierechtkwestie kennelijk ongegrond. Niet is komen vast te staan dat verweerster zich in brieven aan klager dreigend heeft uitgelaten of haar betalingsverzoek op onjuiste gegevens heeft gebaseerd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:239 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1053 17-1054 17-1055 17-1056

    Klaagster stelt dat het kantoor en drie advocaten daarvan zich schuldig hebben gemaakt aan belangenverstrengeling (gedragsregel 7 oud) door in geschillen van klaagster met een gemeente op te treden voor die gemeente en daarmee tegen klaagster als ex-cliënt van datzelfde kantoor. De raad toetst aan artikel 46 Aw in combinatie met het zesde lid van gedragsregel 7. De raad oordeelt dat klaagster vanaf haar bekendheid in 2011 met de belangenbehartiging van de gemeente door drie advocaten van haar voormalige kantoor in de geschetste omstandigheden door haar opstelling impliciet toestemming aan die verweerders heeft gegeven om voor de gemeente op te (blijven) treden in kwesties tegen klaagster, zodat verweerders reeds daarom geen tuchtrechtelijk verwijt treft. Daarnaast hebben de betreffende advocaten ieder voldaan aan de cumulatieve vereisten van het vijfde lid van gedragsregel 7 en is de raad van (schijn van) belangenconflict ook daaruit niet gebleken. De klacht tegen het bestuur van het advocatenkantoor is ontvankelijk, maar dat het kantoor niet beschikt over een conflict of interest systeem, zoals klaagster haar verwijt, is feitelijk niet komen vast te staan. Deze klacht wordt ongegrond geoordeeld, evenals de daarmee samenhangende klacht over schending van de geheimhoudingsplicht (gedragsregel 6 oud). Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verwijt dat verweerders hun eigen commerciële belang voorop zouden stellen (gedragsregel 5 oud).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/255

    Klaagster dient een klacht in tegen de kinderarts van haar zoon. Klaagster verwijt de arts het delen van informatie zonder toestemming en het beëindigen van de zorgovereenkomst zonder gewichtige reden. Tevens verwijt zij de arts het doen van een Veilig Thuis-melding zonder haar op de hoogte te brengen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1849

    Klacht tegen gynaecoloog over verleende zorg tijdens tweede bevalling klaagster. Elf klachtonderdelen waarvan onderdeel E gedeeltelijk gegrond. Optreden ten aan zien van pijnstilling voor en tijdens de bevalling. Bij de beoordeling door het college speelt een rol dat de eerste bevalling van klaagster via keizersnede traumatisch is verlopen, het bepaalde in artikel 7:454 BW, informatie die voor goede hulpverlening noodzakelijk is, aanbeveling 33 van de Richtlijn Medicamenteuze pijnbestrijding tijdens de bevalling en aandachtspunt 5 van de Handreiking Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg. Ook al was het in 2014 kennelijk niet gebruikelijk om in dossier aantekening te houden van gesprek over pijnstilling tijdens bevalling, volgens vaste rechtspraak CTG heeft hoofdbehandelaar regiefunctie en dient zij er in dit bijzondere geval ook op toe te zien of informatie van collega over pijnstilling in dossier is opgenomen. In bijzondere omstandigheden proactieve houding vereist. Verweerster is tuchtrechtelijk aansprakelijk voor het ontbreken van verslaglegging. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/248

    Klagers (vader en moeder van een minderjarige dochter) dienen een klacht in tegen een vertrouwensarts van Veilig Thuis, onder andere inhoudende dat de vertrouwensarts onzorgvuldig en onprofessioneel heeft gehandeld door het stempel van PCF op de moeder te plakken zonder de medische achtergrond van de dochter van klagers in acht te nemen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1850

    Klacht tegen verloskundige over verleende zorg tijdens tweede bevalling klaagster. Eerste bevalling van klaagster via keizersnede is traumatisch verlopen. Klaagster verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van informeren over pijnstilling, verkrijgen van informed consent voor EDA (Epidurale analgesie/ruggenprik), notities in het medisch dossier en het kunnen begrijpen van de gegeven informatie door klaagster. Verloskundige bevoegd en bekwaam tot voeren counseling gesprekken, uit dossier en besprokene ter zitting blijkt toestemming voor EDA. Als redelijk bekwaam en redelijk zorgvuldig verloskundige gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 124/2018

    Inschrijving patiënt huisartsenpraktijk, verantwoordelijkheid zorg huisarts versus woonzorginstelling, weigering patiënt op grond van zorgzwaarte.