Zoekresultaten 13631-13640 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-087b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Voor een behandeling – en dus ook voor een second opinion – van een minderjarige tot zestien jaar is er toestemming nodig van beide gezaghebbende ouders. Klager en de moeder van de dochter zijn gescheiden en zij hebben beiden het gezag over de dochter. Dit betekent dat ook de moeder moet instemmen met een behandeling. Beklaagde merkt terecht op dat hij niet zonder meer kon aannemen dat ook de moeder instemde met de gevraagde second opinion. Er was op het moment van het consult geen sprake van een acute situatie waarin de toestemming van de moeder niet kon worden afgewacht. Ook het advies van beklaagde om, na het verkrijgen van de toestemming van de moeder, naar de kinderarts te gaan om de second opinion te regelen is een zorgvuldige handelwijze. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2481

    Specialist ouderengeneeskunde wordt verweten dat hij: 1. de wil van klager en zijn familie niet heeft gerespecteerd door patiënte (klagers moeder) morfine toe te dienen, terwijl klager daar geen toestemming voor gegeven had. Hierdoor was er voor de familie geen mogelijkheid meer om met moeder te communiceren; 2. in strijd met de wens van klager en de familie het actief behandelbeleid ten aanzien van patiënte heeft laten omzetten naar niet actief beleid en niet heeft meegedeeld dat de familie deze beslissing kon overrulen; 3. patiënte tweemaal te laat heeft ingestuurd naar het ziekenhuis; 4. tekortgeschoten is in de communicatie, omdat: - hij zonder voorafgaande kennisgeving pas vier uur later is verschenen op een afspraak op de dag vóór het overlijden van patiënte; - aan klager en de familie geen gelegenheid is geboden om ’s nachts bij patiënte te waken; - hij niet aan de familie heeft meegedeeld dat patiënte bij de cardioloog was uitbehandeld voor hartfalen en in feite al vaststond waaraan zij zou overlijden en de familie vanaf dat moment niet bij moeder zou hebben toegelaten, maar pas op het laatste moment. De familie mocht in verband met Covid-19 bijna drie maanden niet bij patiënte zijn.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-087a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is ontvankelijk in de klacht, nu zijn dochter op het moment van het indienen van de klacht 12 jaar oud was . Klager is dus bevoegd om in zijn rol van wettelijk vertegenwoordiger te klagen, zonder dat de dochter met het indienen van de klacht heeft ingestemd. Beklaagde heeft binnen een korte tijd de dochter tweemaal gezien en klager eenmaal. Na het tweede contact met de dochter, heeft beklaagde een spoedverwijzing gemaakt voor de kinderarts met daarbij het verzoek om een systemische aanpak, zoals overigens ook door klager gewenst. Deze verwijzing is een zorgvuldige en adequate handelwijze geweest. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2291

    Klager verwijt verweerster: 1) dat zij na herhaaldelijke en nadrukkelijke verzoeken op 18 juli 2019 en 22 augustus 2019 weigerde om onderzoek naar de feiten te doen; 2) dat zij doelbewust zijn moeder grote angsten heeft aangejaagd en een onterechte rechtsgang heeft ingezet; 3) dat zij zich zonder te legitimeren, onder valse voorwendselen in het woonhuis van zijn moeder zou hebben binnengedrongen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-162

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De beklaagde heeft weliswaar niet zelf de brieven opgesteld en deze niet zelf aan de echtgenoot overhandigd, maar hij heeft door ondertekening van de verwijsbrieven verantwoordelijkheid genomen voor de verwijzing en voor de inhoud ervan. Ook is hij als huisarts verantwoordelijk voor de wijze waarop in zijn praktijk de door hem ondertekende verwijsbrieven worden verstrekt. Door in dit geval zonder klaagsters toestemming de verwijsbrieven mee te geven aan haar echtgenoot, heeft beklaagde zijn beroepsgeheim geschonden. Beklaagde heeft zonder toestemming van klaagster een derde de gelegenheid gegeven kennis te nemen van haar medische gegevens. Het feit dat de enveloppen dichtgeplakt waren, maakt dit niet anders. Beklaagde heeft daarbij nagelaten te verifiëren of klaagster een verwijzing wenste en of zij er mee instemde dat haar echtgenoot ook haar verwijsbrief zou meenemen terwijl in die brief episodes uit haar medisch dossier stonden opgenomen, met alle gevolgen van dien voor klaagster. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/26

    Klacht tegen huisarts. Klager wendde zich in 2020 met oorpijn tot zijn huisarts. Er werd een ontsteking van de gehoorgang vastgesteld en klager kreeg medicatie. De klachten namen toe en er werd een middenoorontsteking vastgesteld. Klager werd ook met enige spoed verwezen naar de KNO-arts. Uiteindelijk werd klager pas op een later moment, nadat hij er zelf achteraan moest gaan, gezien door de KNO-arts. Hij verwijt beklaagde 1) dat deze zijn klachten onvoldoende serieus heeft genomen, 2) dat beklaagde een onjuiste diagnose heeft gesteld en 3) dat beklaagde onvoldoende nazorg heeft verleend. Het college is van oordeel dat alleen het derde klachtonderdeel gegrond is. Beklaagde krijgt hiervoor een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2021-005

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft erkend dat hij in principe de toestemming van beide ouders met gezag nodig had om de dochters van klager in zijn praktijk in te schrijven. Hij heeft uitgelegd dat hij nog niet eerder een vergelijkbaar geval had meegemaakt. De werkwijze binnen de groepspraktijk waar beklaagde werkt is onmiddellijk gewijzigd naar aanleiding van dit voorval. Het standaardinschrijfformulier is hierop aangepast. Voorts heeft beklaagde zich bij herhaling verontschuldigd voor het veel te lang uitblijven van zijn reactie op het schrijven en mailen door klager. D e administratieve inrichting van de praktijk is zodanig aangepast, dat een herhaling niet meer voor kan komen . Klacht gegrond verklaard. Geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-183

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts. Het College stelt vast dat beklaagde erkent dat hij verantwoordelijk is voor de uitschrijving van de dochters van klager uit zijn praktijk, op verzoek van de ex-echtgenote van klager. Het verzoek is weliswaar aangenomen en behandeld door een van de assistentes van de praktijk, maar beklaagde heeft dit verzoek gefiatteerd. Beklaagde heeft toegelicht dat hij in de veronderstelling verkeerde dat klager op de hoogte was van het verzoek tot uitschrijving van de dochters en had aangenomen dat dit in het verlengde lag van de door de rechtbank verleende toestemming tot verhuizing en inschrijving in de school van de kinderen . Omdat beklaagde de dochters zonder te informeren naar de toestemming van de vader met gezag heeft uitgeschreven is dit onderdeel van de klacht gegrond. De administratieve inrichting van de praktijk is zodanig aangepast, dat een herhaling niet meer voor kan komen. Het overige klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/108

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich in 2018 in zijn vinger gezaagd met elektrische cirkelzaag. Hij wendde zich tot de doktersdienst waar hij door beklaagde werd gezien. Zij beoordeelde de wond en gaf de aanwezige triagiste opdracht om de wond te hechten en het consult af te ronden. Klager kreeg geen antibiotica. Enkele dagen na het consult raakte klagers vinger ernstig ontstoken. Hij heeft van zijn eigen huisarts alsnog antibiotica gekregen. Een deel van de functionaliteit van zijn vinger is klager kwijtgeraakt. Hij verwijt beklaagde 1) dat zij aan hem geen antibiotica heeft voorgeschreven, 2) dat zij het hechten heeft overgelaten aan triagiste in plaats van een plastisch chirurg en 3) dat hij geen advies heeft gekregen over hoe te handelen bij ontstekingsverschijnselen. Het college overweegt dat de verwijten niet terecht zijn en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2021:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/16

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de inzet van antibiotica op vier melkveebedrijven (droogzetters en mastitis preparaten) in strijd te hebben gehandeld met de wettelijke voorschriften en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Het Veterinair Beroepscollege komt tot de slotsom dat de dierenarts tekort is geschoten in de naleving van de (administratieve) verplichtingen voor het voorschrijven en de aflevering van antibiotica als bedoeld in artikel 5.14 en 5.17 van de Regeling diergeneeskundigen en bijlage 9 van de Regeling diergeneesmiddelen. Voorts heeft de dierenarts in strijd gehandeld met artikel 2.8 van de Wet dieren en de registratiebeschikkingen en bijsluiters ten aanzien van de toepassing van de diergeneesmiddelen Avuloxil, Curaclox en Albiotic Formula. Beroep verworpen.