Zoekresultaten 13631-13640 van de 46829 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:148 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-817

    Raadsbeslissing. Klacht met elf onderdelen over de eigen advocaat. Door niet op de rolzitting te reageren, dit niet met klager te communiceren en het aan te laten komen op een akte niet-dienen, heeft verweerder niet gehandeld zoals het een zorgvuldig en redelijk handelend advocaat betaamt. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verder is verweerder ook in het geval van betwisting van de verrekening dan wel de vrijwaring gehouden om het geldbedrag op de derdengeldenrekening dat aan klager toebehoort naar klager over te maken. Door dit niet te doen en te wachten totdat klager het formulier ‘betalingsopdracht en verrekening’ terugstuurt, heeft verweerder in strijd gehandeld met artikel 6.19 van de Voda en ook tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Tot slot heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet vooraf met klager te overleggen over het tegenvoorstel van de wederpartij, althans niet schriftelijk vast te leggen dat dit is gebeurd en dat klager daadwerkelijk akkoord was met het voorstel. Drie klachtonderdelen gegrond, de overige klachtonderdelen ongegrond. Voorwaardelijke schorsing van zestien weken.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-035

    Klacht niet-ontvankelijk tegen een internist. Vast staat dat beklaagde geen behandelrelatie heeft of heeft gehad met klaagster. Het betreft hier handelingen van een BIG-geregistreerde in de privésfeer. In het licht van jurisprudentie en de Memorie van Toelichting oordeelt het College dat de gedragingen van beklaagde niet in strijd zijn met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Daarbij heeft beklaagde de uitlatingen waarover wordt geklaagd uitsluitend gedaan in zijn hoedanigheid van preses van de kerkenraad, waarbij hij zich in de overgelegde e-mails steeds heeft gepresenteerd als privépersoon en niet als arts. Er is geen sprake van weerslag op het belang van de individuele gezondheidszorg. Klaagster niet-ontvankelijk verklaard en publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:228 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190080H en 190237H

    Herzieningsverzoek. Verzoeker kan niet worden ontvangen in zijn herzieningsverzoek, omdat hij geen advocaat is ten aanzien van wie een klacht gegrond is verklaard. Reeds op deze grond zal verzoeker in zijn herzieningsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:95 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-806/DB/OB

    Nu op het eerdere 60ab-verzoek door het Hof van Discipline bij beslissing van 24 juli 2020 in hoogste instantie is beslist en de deken geen nieuwe feiten of omstandigheden -anders dan de beslissing van de raad op het dekenbezwaar, waarbij aan verweerder de maatregel schrapping is opgelegd,-- aan zijn 60ab-verzoek ten grondslag heeft gelegd, waaruit zou kunnen blijken van een nieuw ernstig vermoeden van een handelen of nalaten van verweerder, waardoor enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang is geschaad of dreigt te worden geschaad, biedt het verzoek onvoldoende aanknopingspunten voor een onmiddellijk ingrijpen om de belangen uit artikel 46 Advocatenwet te beschermen. 60ab verzoek afgewezen

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:161 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-241

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat verweerder bij de behartiging van de belangen van zijn cliënten de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2020:50 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/47

    Dierenarts wordt verweten tekort te zijn geschoten ten aanzien van een keizersnede bij een hond en een kort daarna uitgevoerde tweede operatie. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:222 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190114H

    Herzieningsverzoek. Volgens verzoeker is bij de behandeling van het hoger beroep geen sprake geweest van een eerlijk proces onder meer doordat het tuchtrechtelijk verleden van verzoeker ter zitting is besproken. Verzoeker stelt dat hierdoor een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Het hof overweegt dat het bespreken van het tuchtrechtelijk verleden ter zitting geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel oplevert en evenmin een schending van de AVG. Het bespreken van het tuchtrechtelijk verleden ter zitting is geen verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in de AVG. De verwerking van de tuchtrechtelijke gegevens op het tableau vindt plaats door de algemeen secretaris van de NOVA en heeft een wettelijke basis in art. 8 Advocatenwet. Niet valt in te zien waarom het hof de AVG zou schenden door van deze gegevens gebruik te maken. Het hof verklaart het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-161

    Op twee onderdelen van de klacht is bij een eerdere beslissing van de Raad van Discipline reeds beslist. Klacht heeft betrekking op optreden van advocaat in hoedanigheid van curator. Voldoende aannemelijk dat er goede gronden aanwezig waren om geen aangifte vennootschapsbelasting te doen. Advocaat/curator heeft niet aan een willekeurige derde inzage in een afschrift van de faillissementsrekening gegeven, maar aan een bij de afwikkeling van het faillissement betrokken advocaat, met het oog op haar verweer tegen een door klager tegen haar ingediende klacht. Onder deze omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-111

    Advocaat zag onvoldoende mogelijkheden om met succes een procedure te voeren. Klagers zagen dit anders. Klagers hebben nagelaten om van hun andersluidend standpunt ondersteunend bewijsmateriaal aan te leveren. Advocaat heeft zich op goede gronden wegens een vertrouwensbreuk terug getrokken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-263

    Ongegronde klacht tegen een cardioloog. Het College is van oordeel dat het handelen van beklaagde, te weten het beleid van geruststelling en terugkoppeling van haar bevindingen aan de huisarts, gelet op de laboratoriumuitslagen, het ECG en de haar bekende anamnese, binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Klacht ongegrond verklaard