Zoekresultaten 13621-13630 van de 47441 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/223

    De inspectie verwijt verweerder (verpleegkundige) dat hij ten opzichte van een patiënte de professionele grenzen heeft overschreden. Verweerder is na de behandelrelatie tijdens de 1e opname een persoonlijke relatie aangegaan met deze patiënte en heeft dit na de behandelrelatie tijdens de 2e opname gecontinueerd. Hij heeft geen noodzakelijke afkoelingsperiode in acht genomen. De persoonlijke relatie mondde uit in een intieme relatie. Verder wordt verweerder verweten dat hij ten tijde van deze langdurige, persoonlijke relatie met regelmaat ongeoorloofd in haar patiëntendossier heeft gekeken. Verweerder erkent dat hij gedurende jaren een vriendschap is aangegaan met deze patiënte en dat hij de grenzen, ter bescherming van de patiënt, in acht had moeten nemen. Dit heeft verweerder naar eigen zeggen nagelaten en daar heeft hij veel spijt van. Gegrond schorsing

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:9 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200141

    Klacht over eigen advocaat. De raad heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het hof verklaart klachtonderdeel a) alsnog gegrond voor zover dit ziet op het verwijt dat verweerder klaagster ten onrechte heeft laten weten dat “zo nodig” na de comparitie nog producties in het geding gebracht konden worden. Het hof legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad ten aanzien van de ongegrondverklaring van de overige klachtonderdelen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2036

    Huisarts, die is gaan samenwonen met de ex-echtgenote en de kinderen van klager, wordt verweten dat hij de behandelrelatie met de ex-echtgenote en de kinderen had moeten beëindigen, in plaats daarvan deze tot op de dag van vandaag heeft voortgezet, hier een inschrijvingstarief voor ontvangt, klager niet heeft medegedeeld niet meer zijn huisarts te kunnen zijn, heeft nagelaten klager te informeren over de medische zorg aan de kinderen en geen enkel gebaar richting klager heeft gemaakt of inzicht heeft getoond. Beroepsnorm handeling familieleden. Informatieplicht gezaghebbende ouders. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-067

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Het College stelt voorop dat beklaagde, nu hij zich zorgen maakte over de veiligheid van met name de oudste zoon van klaagster, op zich niet onjuist heeft gehandeld door actie te ondernemen, waarbij melding bij Veilig Thuis het sluitstuk kon zijn. Beklaagde heeft echter zonder deugdelijke reden het in de meldcode opgenomen stappenplan niet gevolgd. Zo heeft beklaagde de melding niet eerst anoniem voorgelegd (stap 2). Ook de feitenvergaring was zeer summier en niet beperkt tot de objectieve omstandigheden (stap 1). Beklaagde heeft voorts in strijd gehandeld met gehandeld met de derde stap van het stappenplan door een melding te doen bij Veilig Thuis zonder dat hij met klaagster en/of haar oudste zoon heeft gesproken, althans zonder daartoe tenminste een deugdelijke poging te hebben gedaan. Daarbij is beklaagde volledig afgegaan op de informatie die hij van de vader heeft ontvangen, terwijl hij bekend was met de conflictsituatie tussen de ouders en er dus rekening mee moest houden dat de informatie gekleurd en eenzijdig kon zijn. Het College is van oordeel dat de door beklaagde verstrekte informatie de noodzakelijke neutraliteit, professionaliteit en zorgvuldigheid mist. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-081

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft niet aangegeven met welke medische gegevens er zou zijn gesjoemeld en op welke wijze dit zou zijn gebeurd. Het College ziet in het medisch dossier geen enkele aanwijzing dat er onjuiste informatie is genoteerd. Beklaagde is al lange tijd niet meer betrokken bij de behandeling van klager. Het College begrijpt het belang van klager dat hij wil worden doorverwezen voor het verwijderen van schroeven vanwege de pijn die hij aan de schroeven heeft. Omdat beklaagde niet meer betrokken is bij klagers behandeling, is het niet aan beklaagde om klager te voorzien van een verwijzing. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-079

    Gegronde klacht tegen een gz-psycholoog, psychotherapeut. Vaststaat dat beklaagde het dossier van klaagster heeft ingezien, terwijl zij geen behandelrelatie met haar had en klaagster haar daartoe ook geen toestemming had verleend. Hiermee heeft zij de privacy van klaagster geschonden. Beklaagde had geen recht op inzage in het patiëntdossier van klaagster. Door die informatie zonder toestemming van klaagster te delen met derden heeft zij haar beroepsgeheim geschonden . Het college is van oordeel dat het handelen van beklaagde alsmede de ingrijpende gevolgen ervan in het bijzonder voor klaagster, zodanig ernstig zijn, dat niet met een waarschuwing kan worden volstaan. Het college neemt daarbij ook in aanmerking dat beklaagde heeft nagelaten om na inzage in het dossier haar eigen handelen en de (persoonlijke) impact van de gevonden informatie proactief en op een passende professionele manier in het kader van (zelf)reflectie te onderkennen en actief in enig verband aan de orde te stellen. Dit had van haar in het kader van haar professionaliteit mogen worden verwacht. Klacht gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-088c

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het College wijst er allereerst op dat beklaagde in zijn verdediging is geschaad, omdat klager geen afschrift van zijn medische dossier heeft willen geven aan beklaagde. Beklaagde beschikt niet meer over een dossier, nadat het dossier aan klager is verstrekt en klager als cliënt is uitgeschreven. Daar komt bij dat klager de klachten niet heeft onderbouwd met nadere medische gegevens. Het College neemt die omstandigheid mee bij zijn beoordeling ten voordele van beklaagde. Beklaagde ontkent een zorgmachtiging te hebben aangevraagd. Klager heeft die vermeende zorgmachtiging niet overgelegd. Dat beklaagde een zorgmachtiging heeft aangevraagd, is volgens het College dan ook niet gebleken. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-116a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verwijt beklaagde dat er meer urinecontroles zijn afgenomen dan het afgesproken aantal van twaalf per jaar. Het College stelt vast dat er – zoals klager heeft aangegeven – in totaal veertien urinecontroles hebben plaatsgevonden over periode van 16 maanden. Het College is van oordeel dat er niet meer dan twaalf urinecontroles in een jaar tijd zijn afgenomen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-088b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Uit de door beklaagde overgelegde stukken blijkt dat voor de behandeling van klager van essentieel belang is dat hij zijn medicatie gebruikt. Ook is daarin te lezen dat het medicatiegebruik en de dosering van zijn medicatie onderwerp van gesprek is geweest tussen klager en zijn behandelaren. In de afgelopen jaren heeft beklaagde klager gemotiveerd om de medicatie (te blijven) in te nemen. Die rol past binnen de functie van beklaagde. Klager heeft niet onderbouwd, en het dossier biedt ook geen aanwijzingen, dat beklaagde buiten de taken van zijn functie is getreden, zodat van laster of een persoonlijk offensief geen sprake is. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-116b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt beklaagde dat er meer urinecontroles zijn afgenomen dan het afgesproken aantal van twaalf per jaar. Het College stelt vast dat er – zoals klager heeft aangegeven – in totaal veertien urinecontroles hebben plaatsgevonden over periode van 16 maanden. Het College is van oordeel dat er niet meer dan twaalf urinecontroles in een jaar tijd zijn afgenomen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.