Zoekresultaten 1321-1330 van de 46710 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:138 Raad van Discipline Amsterdam 25-072/A/A 25-073/A/A
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:138
Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben de wijze waarop hun kantoorgenoot, een (potentiële) getuige heeft benaderd in de procedure waarin zij als procesadvocaten optreden voor de wederpartij niet als onbehoorlijk aangemerkt, maar dit gedrag juist verdedigd. Met deze houding hebben verweerders laten zien onvoldoende gewicht toe kennen aan het belang van gedragsregel 22, die beoogt de onafhankelijkheid van getuigen te waarborgen en ongeoorloofde beïnvloeding te voorkomen. Een waarschuwing met kostenveroordeling is passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 240276
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:157
Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Hij verwijt verweerster dat zij in strijd met op een zitting gemaakte afspraken heeft gehandeld. Het hof overweegt dat het verweerster niet is aan te rekenen dat zij in opdracht van haar cliënte diens gewijzigde standpunt ten opzichte van de op de zitting gemaakte afspraken heeft verwoord in een e-mail aan de advocaat van klager. Verweerster was zelf geen partij bij de gemaakte afspraak en het stond verweerster als belangenbehartiger van haar cliënte niet vrij om tegen de instructie van haar cliënte in te handelen. De klacht is ongegrond verklaard door de raad. Het hof bekrachtigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:139 Raad van Discipline Amsterdam 25-091/A/NH
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:139
Raadsbeslissing; klacht van een advocaat over een advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder toestemming van klager een e-mail van klager gericht aan de gevolmachtigde van zijn cliënten (die door een verzendvergissing bij verweerder terecht was gekomen) in de procedure in te brengen. De door verweerder naar voren gebrachte omstandigheden bieden geen rechtvaardiging voor dit handelen. De kwestie over de (proces)volmacht had ook op andere wijze aan de orde gesteld kunnen worden. Daarmee is de klacht gegrond. Ondanks de gegrondverklaring, is geen maatregel opgelegd. Verweerder heeft het gebruik van de e-mail aangekondigd en klager heeft hiertegen niet geprotesteerd. Ook na het toezenden van de producties en daarna op de zitting heeft klager zijn bezwaren tegen het gebruik van de e-mail niet kenbaar gemaakt. Klager heeft derhalve drie gelegenheden voorbij laten gaan zonder zijn bezwaren tegen de overlegging van de e-mail te uiten. Vervolgens heeft klager pas twee jaar later zijn klacht hierover tegen verweerder ingediend. Tot slot bevat de e-mail geen vertrouwelijke informatie, maar gaat het slechts om het doorsturen van een rolbericht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 240272
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:158
Deze zaak betreft in hoger beroep een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden had verweerster met haar keuze om op een aantal e-mails van klaagster niet te reageren, onvoldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster bij opheffing van het beslag. Het hof is van oordeel dat er geen gerechtvaardigde belangen van klaagster zijn geschonden en dat klaagster wist dat zij nog de deurwaarderkosten moest betalen alvorens het beslag zou worden opgeheven. Het hof verklaart dit klachtonderdeel alsnog ongegrond en vernietigt in zoverre de beslissing van de raad alsmede de aan verweerster opgelegde maatregel. Voor het overige blijven de klachten ook in hoger beroep ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:140 Raad van Discipline Amsterdam 25-125/A/A
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:140
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond nu niet is gebleken dat verweerster vertrouwelijke informatie heeft verkregen waardoor zij de wederpartij niet meer mocht bijstaan. Van (de schijn van) belangenverstrengeling is naar het oordeel van de raad geen sprake.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:118 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-336/DB/NN/W 25-337/DB/NN/W
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:118
Wraking gegrond. De gewraakte tuchtrechter heeft eerder een tuchtklacht ingediend tegen verzoekster. Ook staan verzoekster en de gewraakte tuchtrechter momenteel als advocaten tegenover elkaar in een juridische procedure. Deze twee omstandigheden in samenhang bezien leiden in de concrete omstandigheden van het geval tot de conclusie dat de door verzoekster aangevoerde vrees voor partijdigheid en schijn van vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-388/DB/LI/D
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:119
Dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft zijn praktijk neergelegd op een wijze die zeer onzorgvuldig is. Cliënten zijn niet tijdig geïnformeerd of hebben zelfs pas op de dag van een zitting van verweerder vernomen dat hij hen niet langer bijstaat. Daarmee heeft verweerder de belangen van zijn (voormalige) cliënten ernstig veronachtzaamd. Die verantwoordelijkheid had verweerder wel moeten nemen. Ook al had verweerder het psychisch zwaar, verweerder kon zijn cliënten niet zonder enig bericht aan hun lot overlaten. Schrapping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 250005
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:154
Het beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen in de zin van artikel 13 Advocatenwet wordt ongegrond verklaard. Het hof is van oordeel dat het niet mogelijk is om beroep in cassatie in te stellen tegen het proces-verbaal van het hof Amsterdam. Dat kan immers alleen van een einduitspraak en daarvan is in dit geval geen sprake. Verder onderschrijft het hof het standpunt van de deken dat voorzover klager een advocaat wil voor een procedure om de schikking ongedaan te maken, deze procedure geen redelijke kans van slagen heeft. Terecht heeft de deken opgemerkt dat de enkele stelling dat er sprake zou zijn van verkeerd gedrag van een paar slechte advocaten en corrupte rechters daarvoor onvoldoende is. Dat geldt ook voor de stelling van klager dat de rechter de kant koos van de bank en dat klager door zijn advocaat, de rechter en de advocaat van de bank onder druk werd gezet om een minnelijke regeling te accepteren.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8015
- Datum publicatie: 15-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:202
Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster was opgenomen in het ziekenhuis, waar zij ’s nachts is gevallen. Deze val heeft geleid tot een hersenbloeding en de moeder van klaagster is vervolgens overleden. Verweerster was die nacht werkzaam als verpleegkundige en klaagster verwijt haar, kort gezegd, onzorgvuldig handelen. Naar het oordeel van het college had de verpleegkundige in deze situatie risico’s dienen uit te sluiten en de situatie door een arts moeten laten beoordelen. Ook is het college van oordeel dat het op de weg van de verpleegkundige had gelegen, zeker nu was nagelaten contact met een arts op te nemen, na de val gedurende de nacht extra observaties en controles uit te voeren. Ook dat heeft zij nagelaten. Klachtonderdeel a) de verpleegkundige heeft na de val geen adequate hulp verleend en klachtonderdeel c) er heeft uren na de val geen observatie meer plaatsgevonden zijn dan ook gegrond. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7547
- Datum publicatie: 15-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:203
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster ontvangt zorg van het GGZ team van de instelling. Verweerster was onderdeel van dit team (tegen haar collega en teamlid is ook een klacht ingediend, geregistreerd onder zaaknummer A2024/7546) en de eerste contactpersoon voor klaagster. Klaagster verwijt haar dat zij heeft gelogen over de medische situatie van klaagster bij de rechtszaak om de zorgmachtiging en dat zij aandringt op het verhuizen naar een HAT-woning op het terrein van de instelling en het innemen van medicatie. Niet kan worden vastgesteld dat de verpleegkundige onwaarheden over klaagster heeft vermeld en de door klaagster gestelde onwaarheden zijn niet onderbouwd. Daarnaast is het college van oordeel dat het handelen van de verpleegkundige erop was gericht passende zorg te verlenen en verdere escalatie te voorkomen.