Zoekresultaten 13141-13150 van de 46787 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-037

    Gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Het college is van oordeel dat beklaagde de grenzen van een redelijk bekwame beroepsbeoefening fors heeft overschreden. Beklaagde heeft bij het zich vormen van zijn oordeel over de door hem gestelde werkissues de andersluidende opvatting van de eerste bedrijfsarts van beklaagde niet betrokken. Beklaagde heeft verder ten onrechte geen aanleiding gezien om zijn oordeel tenminste voorwaardelijk te maken in afwachting van de bevindingen van de ingeschakelde GGZ-psycholoog. Hij heeft evenmin contact gehad met de huisarts van klaagster. Het college acht in dit geval aangewezen om niet te volstaan met een berisping, maar beklaagde de maatregel van een voorwaardelijke schorsing op te leggen. Daarvoor is in de eerste plaats van belang dat beklaagde door zijn handelen en meer in het bijzonder zijn onverkort vasthouden aan zijn diagnose dat sprake was van een arbeidsconflict en zijn advies tot snelle werkhervatting, het herstelproces van klaagster zeker heeft belemmerd. Daardoor is zijn optreden contraproductief geweest. In de tweede plaats verwijt het college beklaagde dat hij aanvankelijk geen verweer heeft gevoerd. Pas bij dupliek heeft beklaagde summierlijk inhoudelijk gereageerd. Daarmee heeft beklaagde zich onvoldoende toetsbaar opgesteld. Tenslotte verwijt het college beklaagde dat hij, ondanks de diagnose van de psychiater en het intensieve behandeltraject dat klaagster ondergaat, ook ter zitting niet onder ogen heeft willen zien dat klaagster ziek is. Klacht gegrond verklaard. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-021

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster vindt dat haar chronische ziekte niet is erkend als beroepsziekte. Beklaagde heeft in haar verweerschrift uiteengezet dat zij geen beroepsziekte bij klaagster heeft geconstateerd. Volgens beklaagde hebben de burn-out ofwel psychische klachten grondslag in diverse zaken en zijn deze niet werkgerelateerd. De fibromyalgie en de later erbij gekomen diagnoses retropatellaire chondropathie (beschadiging aan het kraakbeen achter de knieschijf) en tendinopathie aan de handen (peesklachten) zijn niet als beroepsziekten aangeduid omdat deze geen gevolg zijn van de uitvoering van de werkzaamheden door klaagster. Het College oordeelt dat beklaagde op goede gronden tot deze beoordeling heeft kunnen komen. Het College is na lezing van de stukken in het dossier van beklaagde en de FML van oordeel dat de diagnoses niet zijn aangepast en dat deze op juiste wijze in de FML zijn verwerkt. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-032

    Ongegronde klacht tegen een arts. Klager stelt, kort samengevat, dat beklaagde ondanks duidelijke symptomen van een ernstige vernauwing van het ruggenmerg geen juiste diagnose heeft gesteld en voor klager ten onrechte geen spoed-MRI heeft aangevraagd. Het College concludeert dat beklaagde op basis van haar onderzoek en de gedane waarnemingen op dat moment niet tot de diagnose cervicale myelopathie behoefde te komen of vanwege de toen bij klager aanwezige symptomen moest overgaan tot een spoed-MRI. Er waren op dat moment geen duidelijke klachten of verschijnselen die wijzen op een beknelling van het ruggenmerg. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 007/2020

    Verzekeringsarts mist lichamelijke problematiek van cliënte en stelt bijgevolg geen beperkingen op dat terrein. Heeft verder als mogelijke diagnose zonder onderbouwing (ASS?) vermeld; die vermelding is tijdens de tuchtprocedure verwijderd. Onzorgvuldig handelen; waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-278

    Gegronde klacht tegen een neuroloog. In dit geval heeft klaagster beklaagde bij de door haar ondertekende machtiging toestemming gegeven om de medisch adviseur van haar arbeidsongeschiktheidsverzekeraar specifieke medische gegevens te verstrekken. De gegevensverstrekking moet zich dan beperken tot het beantwoorden van de specifieke vraagstelling en het geven van feitelijke, relevante informatie binnen het kader van de door de patiënt gegeven toestemming. Een zorgverlener dient verder altijd behoedzaam en uiterst zorgvuldig om te gaan met het verstrekken van medische informatie aan derden. Zoals beklaagde heeft erkend is dat in dit geval niet gebeurd. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-251

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts. Uit het dossier en het ter zitting verhandelde is niet gebleken dat beklaagde heeft getracht een goed beeld te krijgen van de gezondheidssituatie van klaagster. Voorts bevat het rapport onjuistheden en ontbreekt een deugdelijke onderbouwing van de conclusie in het rapport dat beklaagde een psychiatrisch onderzoek wenselijk acht. Voorts is het College van oordeel dat beklaagde zich niet op een professionele wijze en zonder respect over klaagster heeft uitgelaten. Dat een deel van die uitlatingen bovendien ook feitelijk onjuist is, maakt het des te meer verwijtbaar. Het College acht de maatregel van berisping passend, nu het beklaagde in deze zaak heeft ontbroken aan de noodzakelijke mate van zorgvuldigheid en een professionele houding. Het onderzoek van klaagster was onvolledig en het rapport bevat op essentiële punten feitelijke onjuistheden en onprofessionele uitlatingen. Dat laatste is met name kwalijk gelet op de kwetsbare positie waarin iemand als klaagster zich bevindt. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-065

    Gegronde klacht tegen een arts. Het College is van oordeel dat beklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld door de tretinoïne/hydrochinoncrème 0,05/5% voor te schrijven aan klaagster zonder klaagster hier direct aan voorafgaand te zien en de gelaserde huid te beoordelen, bij het voorschrijven gedegen voorlichting over dit middel te geven en (gedocumenteerde) gebruiksinstructies te geven. Naar het oordeel van het College heeft beklaagde ook onzorgvuldig gehandeld door de donkere plek die boven het litteken van klaagster was ontstaan – door beklaagde volgens haar verklaring ter zitting gediagnosticeerd als postinflammatoire hyperpigmentatie, hetgeen zij niet in het dossier heeft vermeld – te behandelen met de Mixto CO2-laser, en dit bovendien niet (uitdrukkelijk) met klaagster te bespreken. In haar drang om klaagster te helpen heeft beklaagde niet zorgvuldig gehandeld en – blijkens de (extreem) uitgebreide e-mailwisseling met klaagster – onvoldoende professionele afstand tot klaagster bewaard. Nu ook de dossiervoering zeer te wensen overlaat, kan niet met een waarschuwing worden volstaan. Klacht gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 012/2020

    Klacht tegen verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Niet gebleken van vooringenomenheid of persoonlijke rancune. Beklaagde heeft de haar toegewezen taak het oordeel van de primaire verzekeringsarts te toetsen uitgevoerd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-050

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Het College komt tot de conclusie dat beklaagde geen (cruciale) informatie heeft achtergehouden. De volledige rapportage inclusief medische informatie is zeer uitgebreid en omvat voldoende overwegingen omtrent de beschikbare medische informatie, zo ook de informatie zoals ontvangen van de huisarts. Ook is uitvoerig beschreven wat klager en beklaagde tijdens het consult hebben besproken. Voorts heeft beklaagde terecht geoordeeld dat er voor een juiste beoordeling niet meer informatie nodig was. Uit de rapportage is gebleken dat er al recente informatie van verschillende behandelaars lag, dat klager en beklaagde uitgebreid hebben gesproken over de diagnostiek van de behandelaars en dat er derhalve voldoende informatie was om tot een oordeel te kunnen komen. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/151

    Klager is het niet eens met de inhoud van het door de psychiater (verweerder) opgestelde concept rapport - een rapportage die door verweerder is opgesteld in opdracht van de rechtbank met betrekking tot een letselschadeprocedure. Daarnaast verwijt klager verweerder dat hij zich niet onafhankelijk heeft opgesteld. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het college de klacht als (kennelijk) ongegrond c.q. als van onvoldoende gewicht af te wijzen. kennelijk ongegrond