Zoekresultaten 12731-12740 van de 44458 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:235 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180330D 180331

    Klacht tegen advocaat wederpartij over de vraag of verweerder mocht optreden tegen klaagster, terwijl een (nieuwe) kantoorgenoot van verweerder eerder als advocaat voor klaagster is opgetreden. Uitleg van artikel 5.3 Voda en Regel 7 (Gedragsregels 1992) / Regel 15 (Gedragsregels 2018). Klaagster heeft een geschil gehad met een bedrijf. Dat bedrijf werd destijds bijgestaan door verweerder, werkzaam bij de Nederlandse vestiging van een internationaal advocatenkantoor. In een ander geschil tussen klaagster en dat bedrijf werd klaagster bijgestaan door een Zwitserse advocaat. Deze Zwitserse advocaat is later overgestapt naar de Zwitserse vestiging van het kantoor waaraan ook verweerder is verbonden. Daarna is opnieuw een geschil ontstaan tussen klaagster en het bedrijf, waarbij verweerder optreedt namens dat bedrijf. Het hof merkt het indirecte samenwerkingsverband tussen de Zwitserse en de Nederlandse vestiging aan als een samenwerkingsverband in de zin van artikel 5.3 Voda. Het hof oordeelt dat de genoemde Gedragsregels, die zien op de situatie dat zich een nieuwe cliënt aandient, niet van belang zijn voor de beoordeling van deze klacht omdat sprake is van een reeds bestaande cliënt. Op zoek naar houvast voor een situatie als deze heeft het hof na een rechtsvergelijkend onderzoek en dan toegespitst op de hier geldende normen de maatstaven geformuleerd voor advocaten die in een vergelijkbare situatie terecht komen. Zo moet de advocaat direct de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de overgestapte advocaat wordt afgeschermd van alle informatie over de zaak en verdient het aanbeveling dat de advocaat de overgestapte advocaat vraagt contact op te nemen met zijn voormalige cliënt om te vragen of die cliënt ermee instemt dat een andere advocaat binnen zijn nieuwe samenwerkingsverband namens zijn wederpartij tegen hem optreedt. Deze overgestapte kantoorgenoot kan, zonder zijn geheimhoudingsplicht te schenden, aan zijn voormalige cliënt uitleg geven over zijn geheimhoudingsplicht ten opzichte van hem en toelichten op welke wijze hij daar na zijn overstap uitvoering aan heeft gegeven en zal geven. Tegen de achtergrond van de kernwaarden partijdigheid, integriteit en vertrouwelijkheid verdient het daarbij aanbeveling dat de overgestapte advocaat geen (direct) deel zal ontvangen van de vergoeding van die zaak (anders dan zijn normale salaris of winstdeel) zodat de overgestapte advocaat geen enkel (direct) belang bij de zaak heeft. Getoetst aan de norm van art. 46 Advocatenwet, mede tegen de achtergrond van de genoemde kernwaarden, is het hof van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de belangen van X te blijven behartigen. Het hof vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:322 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-437

    Voorzittersbeslissing. De werkzaamheden van verweerder voor klager zijn voldoende van kwaliteit geweest en heeft de risico’s en verwachtingen voldoende met klager besproken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:43 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-399/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:272 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-176/DH/DH

    Herstelbeslissing. Kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:37 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-044/DH/RO

    Verzoek op grond van 60ab, subsidiair 60b Aw. Verweerder is verdachte in een witwaszaak en hij wordt strafrechtelijk vervolgd in verband met een verdenking van belastingfraude. Beide verdenkingen houden verband met de praktijkvoering van verweerder. Daarnaast is een faillissementsverzoek ingediend tegen de praktijkvennootschap van verweerder. De raad heeft voldoende grond om aan te nemen dat de zorgvuldige praktijkvoering van verweerder wordt bedreigd. Het verzoek is op grond van 60ab Aw toegewezen. De raad wijst een waarnemer voor de praktijk van verweerder aan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:323 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-451

    Voorzittersbeslissing over eigen advocaat. De voorzitter is, gegeven het, voor klager gunstige, vonnis en de gemotiveerde toelichting van verweerder waarom hij geen reden zag om daartegen een rechtsmiddel in te stellen, van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van het feit dat hij geen hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:38 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-683/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Geheimhouding is, zoals namens verweerster ter zitting ook is opgemerkt, een groot goed. Dat geldt niet alleen voor de geheimhouding tussen advocaat en cliënt, maar ook voor de geheimhouding die in andere gevallen is afgesproken en waarop niet alleen cliënten, maar ook hun wederpartijen moeten kunnen vertrouwen. Door in strijd met de afgesproken geheimhouding informatie over de inhoud van de mediation en de viergesprekken in het verweerschrift op te nemen en het niet getekende concept ouderschapsplan als bijlage bij het verweerschrift te voegen, heeft verweerster niet gehandeld zoals dat van een zorgvuldig en behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht. Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:324 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-452

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij in familierechtelijk geschil. Klaagster mocht in de procedure de standpunten namens haar cliënte innemen zoals door haar gedaan zonder dat zij daarbij, of anderszins, onnodig de belangen van klager heeft geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:318 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-229

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is van excessief declareren geen sprake geweest. Daarnaast heeft verweerster gedaan wat van haar gezien de beperkte opdracht verwacht mocht worden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:39 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-677/DH/RO 19-678/DH/RO

    Klachtzaak en dekenbezwaar in alle onderdelen gegrond. De verweten gedragingen raken de kernwaarden van de advocatuur, met name de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid en (financiële) integriteit. Door het handelen van verweerder zijn de belangen van zijn cliënte ernstig, voornamelijk in financiële zin, geschaad. Daarbij acht de raad van belang dat cliënte van verweerder de Nederlandse taal niet goed beheerst en verweerder haar desondanks diverse documenten heeft laten tekenen met verstrekkende gevolgen, zonder zich ervan te vergewissen dat zij bekend was met de inhoud en de strekking hiervan. De gegronde klachtonderdelen hebben betrekking op ernstig en langdurig tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag. Daarnaast heeft verweerder niet gereageerd op de verzoeken van de deken. Met zijn opstelling geeft verweerder jegens de deken geen blijk van respect en gevoel voor de onderlinge verhoudingen en de toezichthoudende taak van de deken. Vanwege de verwevenheid van de aan verweerder in de klachtzaak en het dekenbezwaar gemaakte verwijten - het daaraan ten grondslag liggende feitencomplex is in beide zaken hetzelfde - ziet de raad aanleiding om in beide zaken één en dezelfde maatregel op te leggen. Schrapping.