Zoekresultaten 12551-12560 van de 46847 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/009

    Klager verwijt verweerster dat haar uitlatingen via sociale media en televisie over de noodzaak van (kort gezegd) het doen van PCR-testen bij kinderen schadelijk zijn voor kinderen en leiden tot bangmakerij. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk omdat de aangehaalde uitspraken en uitlatingen van beklaagde geen betrekking hebben op een specifiek persoon en de bevordering of bewaking van diens gezondheid. De verweten gedragingen hebben onvoldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg en vallen niet onder de tweede tuchtnorm. Niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:61 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-133/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over voormalig advocaat. Executie bevel tot betaling eigen bijdrage. Verweerder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van het feit dat hij bij uitblijven van betaling de deurwaarder heeft verzocht om tot executie van de beschikking van de rechtbank over te gaan. Klachtonderdeel 1 is kennelijk ongegrond. Hoewel verweerders reactie op de klacht buiten de door de deken bij e-mail van 5 augustus 2020 gestelde termijn van drie weken heeft plaatsgevonden, heeft verweerder wel binnen de op basis van de interne klachtenregeling van verweerders kantoor geldende termijn van een maand gereageerd. De klacht dat verweerder de opdracht van de deken niet heeft uitgevoerd door de klacht niet intern te behandelen mist naar het oordeel van de voorzitter dan ook feitelijke grondslag. Ook klachtonderdeel 2 is dan ook kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:62 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-067/DB/ZWB

    Advocaat heeft als oud-collega in procedure tussen klager en zijn voormalige kantoor een verklaring afgelegd. Niet gebleken dat die advocaat valse informatie aan de kantonrechter heeft verstrekt. Advocaat voelde zich gegriefd door de inhoud van een brief van klager aan de kantonrechter. Het stond die advocaat vrij daarover een klacht bij de deken in te dienen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/367793 / KL RK 20-32

    1)Uit de aantekeningen van de notaris volgt dat de notaris bij haar werkzaamheden in deze zaak wel degelijk het Stappenplan gevolgd heeft. De omstandigheid dat er in deze zaak weinig tijd was tussen het eerste, het tweede en het passeergesprek met erflaatster volgt uit de medische toestand van erflaatster. Geen grond aan te nemen dat wilsbekwaamheid onzorgvuldig zou zijn beoordeeld. 2) De kamer is van oordeel dat de notaris een plausibele verklaring geeft voor de aanpassing van de passeerdatum in het CTR, die ook volledig aansluit op de feiten zoals klager die stelt. 3) De notaris stelt weliswaar terecht dat zij de instemming van de zoon van klager/executeur van het testament nodig had om klager een volledig afschrift van het testament te kunnen verstrekken, maar voor het vragen van deze toestemming - waardoor de zoon van klager op dat moment bekend werd met klagers belangstelling voor het testament - had de notaris in dit geval eerst toestemming moeten vragen aan klager.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:59 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-040/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Nu niet is gebleken dat verweerster bij het behartigen van de belangen van H Advocaten de grenzen van de aan haar, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden, zal de voorzitter de klachtonderdelen 1, 2, 3 en 5, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk onderdelen kennelijk ongegrond verklaren. Klager heeft bij e-mail d.d. 7 augustus 2019 bij de deken geklaagd over gedragingen die op 7 augustus 2015 en 2 februari 2016 hebben plaatsgevonden, zodat de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet genoemde termijn is verstreken en klachtonderdeel 4 niet-ontvankelijk wordt verklaard. Omdat klachtonderdeel 6 ziet op vermeend handelen van mr. W kan klager niet in dit klachtonderdeel worden ontvangen. De voorzitter zal dit klachtonderdeel met toepassing van artikel 46j lid 1 sub b Advocatenwet kennelijk niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:55 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-598/DB/OB

    De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling van de klacht het juiste beoordelingscriterium heeft gehanteerd en acht heeft geslagen op alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. De raad is voorts van oordeel dat de voorzitter terecht en op juiste gronden toepassing heeft gegeven aan artikel 46j lid 1 sub c Advocatenwet, op grond waarvan de klacht zonder voorafgaande mondelinge behandeling bij beslissing van de voorzitter kan worden afgedaan. Nu het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter ook overigens geen nieuwe gezichtspunten oplevert is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht en moet het verzet ongegrond worden verklaard. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:56 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-982/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder aankondiging conservatoir beslag te doen leggen. Klager verwijt verweerder voorts dat deze heeft geweigerd om het beslag op het bedrag dat de vermeende vordering van zijn cliënte overstijgt op te heffen. Naar het oordeel van de voorzitter mist dit klachtonderdeel feitelijke grondslag. Immers, naar aanleiding van het verzoek van klagers advocaat om tot opheffing over te gaan heeft verweerder aan klagers advocaat kenbaar gemaakt onder welke voorwaarden zijn cliënte bereid was om tot opheffing over te gaan. Dat klagers advocaat niet op dat voorstel heeft gereageerd kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden aangerekend. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat verweerders cliënte niet gehouden was om de beslagen op te heffen. Derhalve valt niet in te zien op grond waarvan verweerder de gelegde beslagen (deels) had moeten opheffen. Tot slot is niet gebleken dat verweerder zich schandalig heeft opgesteld en een advocaat onwaardig gedrag heeft vertoond. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:57 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-042/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van managing-partner. Klacht deels niet-ontvankelijk op grond van het verstrijken van de termijn als bedoeld in art. 46g Advocatenwet. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond nu niet is gebleken dat verweerder zich bij de vervulling van diens andere hoedanigheid zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is ondermijnd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-043/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van managing-partner. Klacht kennelijk ongegrond nu niet is gebleken dat verweerder zich bij de vervulling van diens andere hoedanigheid zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is ondermijnd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:53 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200228

    Anders dan de raad acht het hof een klachtonderdeel niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop. Een ander klachtonderdeel, betreffende het niet nakomen van een door de beklaagde advocaat met klager gemaakte verrekeningsafspraak is gegrond. Verweerder was niet de advocaat van klager, hoewel de belangen van klager en de cliënten van verweerder deels parallel liepen. Het hof hanteert de maatstaf van de advocaat van de wederpartij. De ongegrondverklaring door de raad van het laatste klachtonderdeel over bejegening wordt bekrachtigd.