Zoekresultaten 12551-12560 van de 48123 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:72 Accountantskamer Zwolle 21/744 Wtra AK

    De Accountantskamer heeft de accountant eerder in verband met het niet voldoen aan de PE-verplichtingen de maatregel van (onder andere) geldboete opgelegd. De accountant heeft deze geldboete niet betaald. Op grond van artikel 5 lid 4 Wtra is de accountant de nadere maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Het is de accountant zwaar aangerekend dat hij zonder aanvaardbare reden een tuchtrechtelijke uitspraak niet heeft nageleefd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.219 en C2020.220

    Klacht tegen psychiater/psychotherapeut. Klager is jarenlang psychoanalytisch behandeld. Na het plotselinge overlijden van de behandelaar is klager in behandeling gekomen bij de aangeklaagde psychiater/psychotherapeut. Deze behandeling heeft vijf jaar geduurd. Klager verwijt de psychiater/psychotherapeut in de kern dat hij de problematiek waarmee hij - klager - kampte vanaf het begin verkeerd heeft beoordeeld en verkeerd heeft aangepakt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de psychiater/psychotherapeut de behandeling ten onrechte niet periodiek heeft geëvalueerd en zo nodig heeft bijgestuurd en acht de klacht daarom gegrond. Dit college vernietigt de bestreden beslissing, verklaart de klacht alsnog gegrond en legt aan de psychiater/psychotherapeut de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:61 Accountantskamer Zwolle 21/493 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht, waarschuwing. Een accountant had de opdracht om de jaarrekening van een maatschap samen te stellen. Hij heeft zonder overleg met de maten de (concept)jaarrekening 2019 van de maatschap aangepast en deze als definitief gepresenteerd. Dit is in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Ook heeft de accountant het bepaalde in artikel 21 VGBA niet nageleefd, omdat hij ten onrechte niet heeft onderkend dat zijn objectiviteit werd bedreigd door (onder andere) het geschil dat tussen de maten was ontstaan. Daardoor heeft hij gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van objectiviteit. De klacht is voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.255

    Klacht tegen arts. Verweerder heeft voor een zorgverzekeraar beoordeeld of klaagster in aanmerking kwam voor vergoeding van interdisciplinaire medisch specialistische revalidatiezorg en negatief geadviseerd. Klaagster verwijt verweerder dat het advies onzorgvuldig en onvoldoende onderbouwd is en dat verweerder met het advies de grenzen van zijn deskundigheid heeft overschreden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard en het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze beslissing onder aanvulling van gronden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.103

    Klacht tegen een arts, destijds werkzaam bij het UWV. De arts heeft klager in mei 2016 beoordeeld in het kader van een aanvraag voor een WIA-uitkering en hiervan een rapportage opgesteld. Klager verwijt de arts dat hij a. ten aanzien van de rapportage niet zorgvuldig heeft gehandeld, b. ongemotiveerd en onzorgvuldig stukken van behandelend specialisten en medisch informatie heeft genegeerd en c. ten tijde van het handelen geen verzekeringsarts was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep, omdat het beroepschrift niet de gronden bevat waarop het beroep berust.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.128

    Klacht tegen psychiater/psychotherapeut in haar hoedanigheid van voorzitter van de klachtencommissie van een beroepsvereniging. Er was geen sprake van een behandelrelatie. De klacht bij het Regionaal Tuchtcollege gaat over de wijze waarop de klachtenprocedure bij de klachtencommissie is gevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht niet-ontvankelijk, omdat de klacht niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht. De eerste en tweede tuchtnorm zijn niet van toepassing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:186 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210234

    Artikel 13 beklag. Het hof is dan van oordeel dat de deken het artikel 13 verzoek van klager in zijn e-mail van 13 juli 2021 aldus te beperkt heeft opgevat door de door klager genoemde ‘aansprakelijkheidszaak” te interpreteren als een aansprakelijkstelling waarvoor geen advocaat nodig is. Daarbij overweegt het hof dat het door de deken als verweer aangevoerde argument dat klager zelf juridisch geschoold zou zijn, de beslissing van de deken niet kan dragen. Het beklag wordt gegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.129

    Klacht tegen gz-psycholoog/psychotherapeut in haar hoedanigheid van voorzitter van een beroepsvereniging. Er was geen sprake van een behandelrelatie. De klacht bij het Regionaal Tuchtcollege gaat – onder meer - over de wijze waarop een klachtenprocedure bij de klachtencommissie van de beroepsvereniging is gevoerd en de behandeling van klager door leden van de beroepsvereniging. Volgens klager is de psychotherapeut als voorzitter van de beroepsvereniging verantwoordelijk voor het falen van deze behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht niet‑ontvankelijk, omdat de klacht niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht. De eerste en tweede tuchtnorm zijn niet van toepassing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.169

    Beklaagde heeft op verzoek van de gemeente in het kader van de WMO een sociaal-medisch advies uitgebracht met over het toekennen van hulp bij de huishouding. De klacht bestaat uit drie onderdelen. Het eerste onderdeel luidt dat: het medisch advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat beklaagde geen acht heeft geslagen op de oordelen van de specialisten en geen (aanvullende) medische informatie heeft opgevraagd waardoor hij een onjuist advies heeft gegeven. Het tweede onderdeel luidt dat het niet inzichtelijk is geworden hoe beklaagde tot het advies is gekomen. Het derde onderdeel luidt dat beklaagde klagers het correctie- en blokkeringsrecht en de mogelijkheid van een second opinion heeft ontnomen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van de vader niet-ontvankelijk verklaard en de klacht van de zoon kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.170

    Beklaagde heeft op verzoek van de gemeente in het kader van de WMO een sociaal-medisch advies uitgebracht met over het toekennen van hulp bij de huishouding. De klacht bestaat uit drie onderdelen. Het eerste onderdeel luidt dat: het medisch advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat beklaagde geen acht heeft geslagen op de oordelen van de specialisten en geen (aanvullende) medische informatie heeft opgevraagd waardoor hij een onjuist advies heeft gegeven. Het tweede onderdeel luidt dat het niet inzichtelijk is geworden hoe beklaagde tot het advies is gekomen. Het derde onderdeel luidt dat beklaagde klagers het correctie- en blokkeringsrecht en de mogelijkheid van een second opinion heeft ontnomen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft zowel de klacht van de vader als de klacht van de zoon kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.