Zoekresultaten 12011-12020 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3254
- Datum publicatie: 28-12-2021
- Datum uitspraak: 28-12-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:154
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft zonder toestemming van klager aan de huisarts van de kinderen laten weten dat bij klager sprake was van een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Niet alleen had beklaagde deze informatie niet zonder medeweten van klager mogen delen en heeft zij, door dit wel te doen, haar medisch beroepsgeheim en de privacy van klager geschonden, maar de door beklaagde verstrekte informatie bleek ook nog eens feitelijk onjuist te zijn. Beklaagde valt daarnaast te verwijten dat zij, toen zij erachter kwam dat zij een fout had gemaakt, dit niet uit eigen beweging bij klager getracht heeft recht te zetten. Het klachtonderdeel dat beklaagde onvoldoende rekening heeft gehouden met de gevolgen van haar handelen voor de kinderen is ongegrond. Het College acht het aannemelijk dat beklaagde het belang van de kinderen van klager heeft willen dienen. De klacht dat beklaagde de vragen van klager onvoldoende heeft beantwoord is ook ongegrond. Het College begrijpt dat het voor beklaagde niet mogelijk was om alle vragen van klager te beantwoorden, deels omdat zij de antwoorden niet wist en deels omdat zij gehouden was aan haar medisch beroepsgeheim. De vragen die zij kon beantwoorden, heeft zij beantwoord. Ook heeft zij klager aangeboden om in een begeleid gesprek tot een oplossing te komen. Klacht deels gegrond, berisping.Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft zonder toestemming van klager aan de huisarts van de kinderen laten weten dat bij klager sprake was van een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Niet alleen had beklaagde deze informatie niet zonder medeweten van klager mogen delen en heeft zij, door dit wel te doen, haar medisch beroepsgeheim en de privacy van klager geschonden, maar de door beklaagde verstrekte informatie bleek ook nog eens feitelijk onjuist te zijn. Beklaagde valt daarnaast te verwijten dat zij, toen zij erachter kwam dat zij een fout had gemaakt, dit niet uit eigen beweging bij klager getracht heeft recht te zetten. Het klachtonderdeel dat beklaagde onvoldoende rekening heeft gehouden met de gevolgen van haar handelen voor de kinderen is ongegrond. Het College acht het aannemelijk dat beklaagde het belang van de kinderen van klager heeft willen dienen. De klacht dat beklaagde de vragen van klager onvoldoende heeft beantwoord is ook ongegrond. Het College begrijpt dat het voor beklaagde niet mogelijk was om alle vragen van klager te beantwoorden, deels omdat zij de antwoorden niet wist en deels omdat zij gehouden was aan haar medisch beroepsgeheim. De vragen die zij kon beantwoorden, heeft zij beantwoord. Ook heeft zij klager aangeboden om in een begeleid gesprek tot een oplossing te komen. Klacht deels gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:236 Hof van Discipline 's Gravenhage 210236W 210237W
- Datum publicatie: 28-12-2021
- Datum uitspraak: 10-12-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:236
Wrakingsverzoeken. De omstandigheid dat de behandelend kamer heeft besloten de tuchtrechtelijke documentatie van de beklaagde advocaat niet voor de behandeling van de zaak ter beschikking te stellen, is geen grond voor wraking. Daarbij wijst de wrakingskamer erop dat uit het stelsel van de Advocatenwet blijkt dat slechts een beperkt aantal gerechtigden kennis kunnen nemen van het tuchtrechtelijk verleden van een advocaat. In een tuchtprocedure is het tuchtrechtelijk verleden verder doorgaans enkel van belang voor de bepaling van de maatregel. Verzoeker heeft geen argumenten aangedragen waarom dat in dit geval anders zou zijn. De wrakingsverzoeken zijn ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3375
- Datum publicatie: 28-12-2021
- Datum uitspraak: 22-12-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:123
Klager, zelf arts, heeft een klacht ingediend tegen de medisch manager van het centrum waar hij werkzaam was. Klager neemt het de medisch manager (verweerster) kwalijk dat zij met haar telefoontje en voicemailbericht onzorgvuldig heeft gehandeld, met het risico dat uitvoering van de door klager geplande werkzaamheden uitgesteld moest worden.De gemachtigde van verweerster heeft primair het verweer gevoerd dat de klacht (kennelijk) niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat geplaatst kan worden in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het door klager gestelde belang van de patiëntenzorg is niet alleen slechts hypothetisch geschonden, maar betreft voorts ook een afgeleid belang, te weten het belang van de patiënt in kwestie. Klager kan volgende de gemachtigde niet als 'rechtstreeks belanghebbende' bij de klacht worden aangemerkt. Subsidiair heeft de gemachtigde aangevoerd dat de klacht kennelijk ongegrond moet worden verklaard.De voorzitter heeft beslist dat het handelen niet geplaatst kan worden in het kader van de individuele gezondheidszorg én dat de arts zich bij haar handelen niet heeft begeven op het deskundigheidsgebied dat bij haar hoedanigheid als BIG-geregistreerde hoort. Verweerster heeft het bewuste telefoontje gepleegd als manager van het centrum, die klager mededeling wilde doen van een beslissing van het bestuur. Het feit dat verweerster ook BIG-geregistreerd is, speelde daarbij geen rol. Voor de bewuste mededeling was ook geen BIG-registratie als arts vereist. Het tuchtrecht is bovendien niet bedoeld om (arbeids-)geschillen op te lossen of daarmee samenhangende kwesties te berechten. De voorzitter heeft beslist dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2339
- Datum publicatie: 28-12-2021
- Datum uitspraak: 22-12-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:124
Klaagster verwijt verweerster, huisarts, dat zij haar medicatie (kalmeringsmiddelen en pijnstillers niet (tijdig) heeft voorgeschreven. Ook heeft verweerster volgens klaagster de situatie laten escaleren, toen klaagster naar de praktijk kwam om haar medicatie voorgeschreven te krijgen. Verweerster voert verweer.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/2550
- Datum publicatie: 28-12-2021
- Datum uitspraak: 28-12-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:116
Klacht tegen orthopedisch chirurg. De chirurg heeft bij klaagster in 2011 een heupprothese rechts geplaatst. In 2015 plaatste de chirurg bij klaagster ook een heupprothese links. Klaagster heeft na deze laatste operatie veel pijnklachten aan haar heup gehad, waarvoor ze tot in 2018 geregeld werd gezien door de chirurg. De chirurg vermoedde dat de klachten veroorzaakt werden door slijmbeursontsteking en behandelde klaagster daarvoor. Uiteindelijk bleek in 2020 sprake te zijn van een loszittende heupprothese die vervangen moest worden. Klaagster verwijt de chirurg onder meer dat hij zonder toestemming van klaagster in 2015 een andere prothese heeft geplaatst dan in 2011. Ook zou de chirurg ten onrechte hebben gedacht dat de klachten veroorzaakt werden door een slijmbeursontsteking en daardoor niet hebben gezien dat de heupprothese loszat. Het college deelt de verwijten van klaagster niet en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:110 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/690157 / DW RK 20/482 MdV/WdJ
- Datum publicatie: 28-12-2021
- Datum uitspraak: 27-12-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:110
Beslissing op verzet. Niet is gebleken dan wel is met stukken aangetoond dat gerechtsdeurwaarder sub 1 iets met de ontvangst of afwikkeling van de losse opdracht te maken heeft gehad. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2267
- Datum publicatie: 28-12-2021
- Datum uitspraak: 22-12-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:125
Klaagster dient een klacht in tegen een specialist ouderengeneeskunde over de behandeling van wijlen haar echtgenoot tijdens zijn verblijf in een verpleeghuis. Klaagster verwijt verweerster dat zij heeft verzuimd te communiceren met in ieder geval klaagster zelf (als eerste contactpersoon) en waarschijnlijk ook met haar patiënt, de echtgenoot van klaagster.Verder verwijt klaagster dat zij het medisch dossier van haar echtgenoot niet aan haar heeft overhandigd, niet de medicatielijst heeft overhandigd en het medicijn Quietapine offlabel - waarschijnlijk - heeft voorgeschreven aan haar echtgenoot die leed aan dementie. Daarnaast verwijt klaagster verweerster dat zij als regisseur en eind verantwoordelijk SOG geen zorgplan en behandelplan heeft besproken met haar echtgenoot en haarzelf als eerste contactpersoon. Verweerster voert verweer.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:292 Raad van Discipline Amsterdam 21-683/A/A
- Datum publicatie: 27-12-2021
- Datum uitspraak: 27-12-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:292
Klacht over mr. Hammerstein ingediend door de persoon die vanaf medio 2020 tot zijn overlijden in juli 2021 Nabil B. als vertrouwenspersoon heeft bijgestaan. De raad oordeelt dat mr. Hammerstein de gerechtvaardigde belangen van klager onvoldoende in acht heeft genomen en daarmee onbetamelijk heeft gehandeld. Mr. Hammerstein had de naam van klager zonder enige noodzaak aan een journalist van De Telegraaf gemeld. Dit met betrekking tot de Marengo-zaak waarvan mr. Hammerstein als voormalig advocaat van de kroongetuige als geen ander weet welke veiligheidsrisico’s die zaak kent. Bovendien stond op dat moment in het geheel nog niet vast dat klager de kroongetuige zou gaan bijstaan, laat staan dat dit publiekelijk bekend was. Klacht gegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:293 Raad van Discipline Amsterdam 21-684/A/A
- Datum publicatie: 27-12-2021
- Datum uitspraak: 27-12-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:293
Klacht ingediend door de (voormalige) cliënt van mr. Hammerstein. De raad oordeelt dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door meermaals zijn geheimhoudingsplicht te schenden: in interviews gegeven aan De Telegraaf en het AD, in een e-mail aan de officier van justitie en in een telefoongesprek met een misdaadverslaggever. De geheimhoudingsplicht van mr. Hammerstein en de belangen van klager zijn ook geschaad doordat mr. Hammerstein in een telefoongesprek de officier van justitie ervan op de hoogte heeft gebracht dat hij in het bezit was van een envelop met spullen van klager, waaronder een telefoon. Vervolgens heeft mr. Hammerstein die envelop met inhoud aan de deken verstrekt met de mededeling dat de inhoud van de envelop levensgevaarlijk is. Klacht gegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:80 Accountantskamer Zwolle 21/876 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-12-2021
- Datum uitspraak: 27-12-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:80
Klager is professioneel wielrenner geweest. Klager heeft betrokkene gevraagd de Belastingdienst ervan te overtuigen dat hij met zijn werkzaamheden als wielrenner als ondernemer voor de inkomstenbelasting diende te worden aangemerkt. Betrokkene heeft de aangiften inkomstenbelasting op die basis ingediend, maar de Belastingdienst heeft geoordeeld dat klager geen ondernemer is. De klacht gaat over onjuiste advisering over diverse belastingonderwerpen, zoals de aanvraag van een VAR-verklaring, het niet-toepassen van de 183-dagenregeling en de beperkte aftrek van kosten. De Accountantskamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Betrokkene heeft de keuze voor de aangifte als winst uit onderneming of resultaat overige werkzaamheden expliciet aan klager voorgelegd en geïnformeerd over de gevolgen daarvan voor de belastingdruk. Het is niet aan betrokkene te wijten dat de Belastingdienst in de werkzaamheden van klager geen ondernemerschap heeft gezien.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1201
- Pagina: 1202
- Pagina: 1203
- ...
- Pagina: 4816
- Volgende pagina zoekresultaten