Zoekresultaten 11881-11890 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1020
- Datum publicatie: 18-01-2022
- Datum uitspraak: 10-01-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:7
C2021/1020Klacht tegen huisarts. De vader van de zoon van klaagster heeft de zoon meegenomen naar zijn eigen huisarts, verweerder (niet de huisarts van de zoon), vanwege vermeende mishandeling door klaagster. Verweerder heeft de zoon onderzocht en informatie over dit passantenconsult opgenomen in het dossier van de vader. Die heeft vervolgens een afdruk van deze informatie gevraagd en deze informatie nog dezelfde dag ingebracht in een lopende procedure bij het gerechtshof. Klaagster heeft meerdere klachtonderdelen geformuleerd maar verwijt verweerder in de kern dat hij een verklaring aan de vader heeft verstrekt die (medische) informatie over zowel de zoon als over klaagster bevatte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in zijn geheel ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing, verklaart het hiervoor omschreven klachtonderdeel alsnog gegrond en legt aan de huisarts de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:30 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/ 61 en 71
- Datum publicatie: 18-01-2022
- Datum uitspraak: 09-11-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:30
Bekrachtiging ordemaatregel ex 106 lid 5 Wna tot opschorting van de toevoeging van de toegevoegd notaris en ontzegging van de bevoegdheid om waar te nemen. Betrokkene heeft jarenlang op grote schaal onbevoegd de inloggegevens van twee oud-collega’s gebruikt om uit eigen nieuwsgierigheid en op verzoek van derden inzage te doen in het online zakelijke portaal van het kadaster. Daardoor heeft hij niet alleen aanzienlijke financiële schade toegebracht aan zijn oud-werkgever maar ook de privacy van derden – en daarmee het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen – in ernstige mate geschaad. Nu betrokkene in al die jaren klaarblijkelijk niet zelf tot het inzicht is gekomen dat hij het vertrouwen in het notariaat en in zijn eigen beroepsuitoefening door zijn handelwijze zou (kunnen) schaden, terwijl het strafrechtelijke en tuchtrechtelijke onderzoek nog niet is afgerond, is de kamer er vooralsnog niet van overtuigd dat het ernstige gevaar voor benadeling van derden is geweken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:1 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.030
- Datum publicatie: 18-01-2022
- Datum uitspraak: 10-01-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:1
C2021.030Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster is vele jaren werkzaam geweest in het ziekenhuis, laatstelijk als operatieassistent. Nadat zij was uitgevallen vanwege een longontsteking heeft zij door toegenomen pijnklachten aan hand en pols haar werk nadien niet kunnen hervatten. Klaagster verwijt de bedrijfsarts – kort samengevat – dat zij het ziekteverzuim van klaagster ten onrechte niet als beroeps-gerelateerd heeft erkend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2022:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/27
- Datum publicatie: 18-01-2022
- Datum uitspraak: 03-01-2022
- ECLI:NL:TNORSHE:2022:2
Klacht tegen veilingnotaris over lage opbrengst executoriale (internet)veiling kantoorgebouw. Kamer stelt voorop dat het een feit van algemene bekendheid is dat de op executoriale veilingen gerealiseerde opbrengst van onroerende zaken (ver) onder de marktwaarde kan liggen. Niet klachtwaardig dat veilingnotaris startbedrag van afslagveiling niet op hoger bedrag heeft bepaald. Hij heeft voldoende moeite gedaan om een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst te realiseren. Ondanks verwarrende mededeling in proces-verbaal van veiling van platformnotaris heeft veilingnotaris gezorgd voor eigendomsoverdracht aan de juiste bieder. Klager heeft diverse handgeschreven (moeilijk leesbare) faxberichten aan veilingnotaris gestuurd. Herhaald verzoek van veilingnotaris om voortaan berichten met getypte tekst of duidelijke blokletters te sturen, niet onredelijk. Notaris heeft naar behoren met klager gecommuniceerd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1012 - 1013
- Datum publicatie: 18-01-2022
- Datum uitspraak: 10-01-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:8
C2021/1012 en C2021/1013Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich gemeld bij de huisartsenpost (hap) waar een collega van verweerder de werkdiagnose niersteenkoliek heeft gesteld en pijnstilling heeft gegeven. Klager is vervolgens overgedragen aan verweerder die morfine heeft toegediend met als doel de pijn zodanig te verlichten dat nader onderzoek mogelijk was. Klager is vervolgens in slaap gevallen en heeft de hap na enige uren verlaten zonder dat nader onderzoek heeft plaatsgevonden. Een aantal dagen later is bij klager, na doorverwijzing door zijn eigen huisarts naar een uroloog, een langer bestaande torsio testis geconstateerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij klager onvoldoende zorg heeft geboden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, aan verweerder een waarschuwing opgelegd en hem veroordeeld in de proceskosten. Beide partijen hebben tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door na te laten de huisarts van klager over zijn bezoek aan de huisartsenpost in te lichten, verwerpt de beide beroepen en bekrachtigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, onder aanvulling van gronden. De maatregel van waarschuwing blijft gehandhaafd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:10 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.138
- Datum publicatie: 18-01-2022
- Datum uitspraak: 10-01-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:10
C2020.138 Klacht tegen psychiater en een arts in opleiding (AIOS) tot psychiater. De beklaagde psychiater heeft (als supervisor van de AIOS psychiatrie) een Pro Justitia rapportage over klaagster opgesteld. Klaagster heeft geen medewerking verleend aan het Pro Justitia onderzoek. De rapportage is een zogenoemde ‘weigerrapportage’. Klaagster verwijt de psychiater dat hij (als supervisor) tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door een gewoon kritisch burger te beschadigen, onwaarheden te melden en smaad en laster te plegen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TNORARL:2022:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/390872 / KL RK 21-117
- Datum publicatie: 18-01-2022
- Datum uitspraak: 24-03-2022
- ECLI:NL:TNORARL:2022:4
De kamer stelt in deze zaak voorop dat de notaris in deze zaak door de executeur is ingeschakeld met de vraag om een berekening te maken van de omvang van de nalatenschap en het legaat.De notaris was dus niet werkzaam als boedelnotaris en had ook overigens geen rechtstreekse verantwoordelijkheid voor de afwikkeling van de nalatenschap als geheel of voor de advisering of ondersteuning van klaagster over haar positie als legataris.Mogelijk was dit voor klaagster niet volstrekt duidelijk en wellicht zou het beter zijn geweest wanneer de notaris klaagster dit met zoveel woorden zou hebben voorgehouden.Het feit dat dit kennelijk niet is gebeurd vormt echter onvoldoende grond om de notaris onder de gegeven omstandigheden een tuchtrechtelijk verwijt te maken, immers klaagster was niet haar cliënte. Klacht ook overigens ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:31 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/25 en 35
- Datum publicatie: 18-01-2022
- Datum uitspraak: 06-12-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:31
Executoriale verkoop van de helft van een berging. Klagers hadden jarenlang de rechter berging in gebruik en hun buren de linker berging, als kort voor de executoriale verkoop in opdracht van de hypotheekbank van de buren blijkt dat het Kadaster beide bergingen “andersom” heeft vernummerd. Na aanvankelijke schorsing van de executie heeft de bank de notaris opdracht gegeven deze te hervatten. De kamer oordeelt dat het niet vanzelfsprekend op de weg van de notaris, die (enkel) optrad als veilingnotaris, lag om voor hervatting van de executie een regeling te treffen om de juridische situatie door middel van een akte van dwaling of ruilovereenkomst in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Dat de notaris zijn medewerking heeft verleend aan de eigendomsoverdracht van de rechter berging aan de veilingkopers, acht de kamer niet klachtwaardig. Evenmin klachtwaardig dat hij zich nadien – na kort geding vonnis – bij gebrek aan een andersluidend declaratoir vonnis op het standpunt is blijven stellen dat de rechter berging in eigendom was overgedragen aan de veilingkopers. Enkele klachtonderdelen en verzoeken niet-ontvankelijk, klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.028
- Datum publicatie: 18-01-2022
- Datum uitspraak: 10-01-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:2
C2021.028 Klacht tegen een arts. De beklaagde arts is werkzaam bij een landelijke arbodienst. Hij heeft klaagster diverse malen op het spreekuur gezien, zowel voor haar eerste ziekmelding als daarna. Op enig moment is klaagster hersteld gemeld en heeft zij haar werkzaamheden weer volledig hervat. Ruim een jaar later wilde klaagsters werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden. Daarna heeft klaagster zich opnieuw ziekgemeld. De arts concludeerde dat de oorzaak van de ziekmelding was gelegen in een arbeidsconflict. Klaagster heeft daarna gewerkt en heeft zich vervolgens weer ziekgemeld. De arts heeft klaagster toen weer op spreekuur gezien en testen afgenomen en is bij zijn eerdere conclusie gebleven. Klaagster verwijt de arts dat hij een verkeerde dan wel onvolledige diagnose heeft gesteld, hij klaagster onzorgvuldig en partijdig heeft begeleid tijdens het re-integratie-traject, dat hij onjuiste informatie heeft verschaft en dat hij de behandelend psychiater heeft buitengesloten. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2022:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/36
- Datum publicatie: 18-01-2022
- Datum uitspraak: 03-01-2022
- ECLI:NL:TNORSHE:2022:3
Klacht over huwelijkse voorwaarden uit 2012. De van oorsprong Spaanstalige klaagster, die destijds een inburgeringscursus volgde, is in persoon aanwezig geweest bij het passeren van de akte en heeft deze zelf ondertekend, zonder dat daarbij een tolk aanwezig was. Enkele jaren eerder was wel een tolk aanwezig geweest bij passeren van een samenlevingscontract. In 2021 klaagt zij over de Belehrung bij de huwelijkse voorwaarden. De kamer oordeelt dat zij bij het passeren van de akte daadwerkelijk bekend is geworden met/redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van de handelwijze van de notaris waar zij over klaagt. Hoezeer het ook te betreuren is als klaagster zich door het gestelde nalaten van de notaris wellicht niet voldoende bewust is geweest van de mogelijke gevolgen van de huwelijkse voorwaarden, is de kamer - mede gelet op de ratio van de driejaarstermijn - van oordeel dat deze vervaltermijn is gaan lopen op 30 augustus 2012. Klacht niet-ontvankelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1188
- Pagina: 1189
- Pagina: 1190
- ...
- Pagina: 4820
- Volgende pagina zoekresultaten