Zoekresultaten 11761-11770 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:223 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.023

    C2021.023Klacht tegen orthodontist. Klaagster heeft zich eind 2012 tot de orthodontist gewend in verband met de door haar gewenste correctie van de stand van enkele tanden in haar onderkaak. Begin 2013 is de behandeling gestart, onder meer bestaande uit het plaatsen van vaste apparatuur op de boven- en onderkaak. In 2014 is deze apparatuur verwijderd. Klaagster verwijt de orthodontist dat hij 1) haar niet althans onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling, zodat geen sprake is van een informed consent, 2) haar na de diagnose wortelresorptie niet heeft geïnformeerd over de te verwachten gevolgen en risico’s daarvan en de behandeling ten onrechte en zonder overleg heeft voortgezet, en 3) zijn dossierplicht heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.260

    C2020.260 Klacht tegen psychiater. Klager is door een basisarts onderzocht in verband met een rijbewijskeuring. De psychiater is deels aanwezig geweest en heeft de rapportage mede-ondertekend. Klager vindt dat de psychiater onvoldoende invulling heeft gegeven aan het correctierecht en dat niet gewezen is op de klachtmogelijkheden. De psychiater heeft tijdens de tuchtklachtprocedure de rapportage aangepast, waarop klager de klacht heeft ingetrokken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft in een tussenbeslissing besloten dat de behandeling van de klacht uit algemeen belang dient te worden voortgezet door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft in een eindbeslissing de klacht gegrond verklaard en een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:224 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.276

    C2020.276Klacht tegen tandarts. De beklaagde tandarts heeft in 2019 bij klager boven in de mond een 10-delige brug geplaatst. De klacht bestaat uit elf onderdelen. Klager verwijt de tandarts onder meer dat hij hem onbehoorlijk heeft bejegend, dat hij onjuist heeft gefactureerd, dat hij het door klager te veel betaalde bedrag niet aan klager heeft terugbetaald en dat hij het medisch dossier van klager niet heeft doorgestuurd naar de nieuwe tandarts van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, de tandarts ter zake daarvan de maatregel van waarschuwing opgelegd, en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en komt ambtshalve tot een andere beoordeling van klachtonderdeel 10. Het Centraal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel ongegrond, met instandhouding de opgelegde van de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:225 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.237

    C2020.237 Klacht tegen een tandarts. Klager is sinds 2014 patiënt bij de kliniek de tandarts werkt. In 2015 is bij een tussentijdse controle gebleken dat alle elementen in de bovenkaak geëxtraheerd dienen te worden en klager komt naar aanleiding daarvan bij de tandarts op consult. Zij hebben daarna meermalen contact over een gefaseerd behandelplan en de begroting daarvan. De behandeling wordt door de tandarts in 2016 uitgevoerd. Bij nacontroles blijkt sprake van veel plaque en in 2017 wordt klager door een internist i.v.m. pre-implantitis naar een kaakchirurg verwezen.Klager verwijt de tandarts – kort gezegd – dat hij een ingreep heeft aangeraden waarbij implantaten werden aangebracht zonder voorafgaand voldoende onderzoek te doen naar de bloedplaatjesafwijking van klager en bij zijn advies geen rekening heeft gehouden met de afwijking van klager. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:226 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.156

    C2020.156Klacht tegen tandarts. Klaagster heeft in 2018 bij de tandarts een esthetische behandeling door middel van ‘facings’ gehad. Daarbij is op een nieuwe porseleinen/keramische kroon en brug een laag composiet geplaatst. Nadien is ook een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd. De klacht luidt kort gezegd dat de porseleinen kronen van klaagster zijn vervangen door composiet terwijl dat nooit haar bedoeling is geweest, dat de behandeling van de tandarts pijnklachten heeft veroorzaakt en dat door onnodig bijslijpen de kroon steeds loslaat. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Door de nieuwe porseleinen/keramische kroon en brug te voorzien van een laag composiet heeft de tandarts tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan de tandarts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster en het incidenteel beroep van de tandarts en komt ambtshalve tot oplegging van een zwaardere maatregel: een berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:13 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-943/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet ontvankelijk door overschrijding van de vervaltermijn.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3114

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is door beklaagde onderzocht vanwege toegenomen klachten bij het lopen. Klaagster verwijt beklaagde seksuele aanranding en misbruik van zijn vertrouwenspositie. Het college stelt vast dat de lezingen van klaagster en beklaagde volstrekt uiteen lopen. Nu alleen klaagster en beklaagde bij het onderzoek aanwezig waren, kan het college niet vaststellen of beklaagde grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond binnen de behandelrelatie. Het college concludeert wel dat beklaagde lichamelijk onderzoek heeft uitgevoerd dat niet in overeenstemming was met de standaard van de beroepsgroep, zonder deze werkwijze duidelijk toe te lichten aan klaagster, laat staan haar daarvoor om toestemming te vragen. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:7 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-686/DH/DH

    Klacht over feitenonderzoek door advocaat. Verweerster heeft in opdracht van klaagsters werkgever een zogenaamd feitenonderzoek verricht in een arbeidsrechtelijke kwestie, terwijl feitelijk sprake was van een zedenzaak. Er is veel misgegaan voor, tijdens en na het onderzoek: zo is klaagster voorafgaand en tijdens het onderzoek op geen enkel moment geïnformeerd over het doel en de werkwijze van het onderzoek en haar rechten en mogelijkheden in het onderzoek, terwijl het onderzoek verstrekkende (arbeidsrechtelijke) gevolgen voor haar kon hebben en uiteindelijk ook heeft gehad. Verder is klaagster niet op de hoogte gestelde van de uitbreiding van het onderzoek en is een gesprek met klaagster op sturende wijze gevoerd. Ook heeft verweerster een conceptrapport opgesteld dat tendentieus, selectief en eenzijdig belicht is. Verweerster heeft onzorgvuldig, ondeskundig en onvoldoende integer gehandeld en klaagsters belangen op meerdere momenten nodeloos en op ontoelaatbare wijze geschaad. Gelet op onder meer het feit dat sprake is van een opeenstapeling van opvolgende fouten en onzorgvuldigheden in een gevoelig (zeden)onderzoek en de impact van het handelen op klaagster legt de raad, ondanks dat verweerster nog maar kort advocaat-stagiaire was, een voorwaardelijke schorsing van twee weken op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/14

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt beklaagde dat hij haar verkeerde medicijnen heeft voorgeschreven. Het college acht de overstap van oxycodon naar fentanylpleisters een goed te volgen en verdedigbare overstap gezien de klachten van klaagster. Niet aannemelijke is dat de gezondheidsklachten die klaagster ondervond het gevolg waren van het toedienen van fentanylpleisters. De klachten konden evenmin aan andere door beklaagde voorgeschreven medicatie worden toegeschreven. De dosering van de fentanylpleisters is verdedigbaar. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:8 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-687/DH/DH

    Klacht over belangenverstrengeling. Verweerster heeft in een arbeidsrechtelijke kwestie tegen klaagster opgetreden, terwijl haar kantoorgenoot (en tevens stagiair) kort daarvoor een feitenonderzoek had gedaan, dit onderzoek had geleid tot de arbeidsrechtelijke kwestie en de legitimiteit van het onderzoek nadrukkelijk ter discussie was gesteld. Verweerster had in deze kwestie niet voor de werkgever mogen optreden. Berisping.