Zoekresultaten 11731-11740 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2125

    Psychotherapeut wordt onder meer verweten dat er een diagnose is gesteld zonder klager hierover te informeren en waarbij een persoon is betrokken die klager nooit heeft gesproken, dat de diagnose niet aan hem is uitgelegd en dat klager niet heeft gesproken met het hele behandelteam en, na het stellen van de diagnose, met een psychiater. Op basis van het medisch dossier van klager gaat het college ervan uit dat de diagnose met klager is besproken en aan hem is uitgelegd. De wijziging van de diagnose was geen aanleiding om het medicatiebeleid te wijzigen en dus een psychiater te spreken. Een gesprek met het hele behandelteam acht het college niet werkbaar. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:22 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-330/DB/LI

    Herstelbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:16 Hof van Discipline 's Gravenhage 210178D

    Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad waarin het dekenbezwaar gegrond is verklaard en een waarschuwing is opgelegd. Verweerder heeft opgetreden voor het (meerderheids)lid van een VvE, tevens VvE-bestuurder en daarnaast voor de VvE zelf (in opdracht van het VvE-bestuur). Het optreden van verweerder zag telkens op geschillen met het tweede (minderheids)lid van de VvE. Ondanks de aanhoudende twijfel over de betamelijkheid van het handelen van verweerder en zelfs nadat het gerechtshof in een arrest uitdrukkelijk twijfel heeft uitgesproken over de onafhankelijkheid van verweerder, heeft verweerder zijn bijstand aan de VvE voortgezet. Dit is onbetamelijk. De verweten gedraging raakt aan de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid. In het kader van de maatregel is meegewogen dat de deken in januari 2018 een advies heeft gegeven dat inhield dat verweerder zijn bijstand aan de VvE kon voortzetten en dat de voorzitter van de raad in juli 2019 heeft geoordeeld dat geen sprake was van schending van gedragsregel 15. Door dit alles genoot verweerder lange tijd het voordeel van de twijfel. Het arrest van het gerechtshof en de daarop volgende terugtrekking van verweerder uit die zaak vormde het keerpunt. Dat verweerder na dit moment is blijven (althans opnieuw gaan) optreden voor de VvE in een nieuwe zaak is verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/3580

    GZ-psycholoog wordt onder meer verweten dat er een diagnose is gesteld zonder klager hierover te informeren en waarbij een persoon is betrokken die klager nooit heeft gesproken, dat de diagnose niet aan hem is uitgelegd en dat klager niet heeft gesproken met het hele behandelteam en, na het stellen van de diagnose, met een psychiater. Op basis van het medisch dossier van klager gaat het college ervan uit dat de diagnose met klager is besproken en aan hem is uitgelegd. De wijziging van de diagnose was geen aanleiding om het medicatiebeleid te wijzigen en dus een psychiater te spreken. Een gesprek met het hele behandelteam acht het college niet werkbaar. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:17 Hof van Discipline 's Gravenhage 210185

    Bekrachtiging uitspraak raad, waarin de klacht tegen de eigen advocaat gegrond is verklaard en een berisping is opgelegd. De advocaat heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij het aannemen van de opdracht onvoldoende onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van zijn cliënte en de voor haar bestemde correspondentie aan een derde te richten. Juist in dit soort situaties – waarin een opdracht niet rechtstreeks van de cliënte afkomstig is, de cliënte kort tevoren ten opzichte van de andere cliënt nog tegengesteld had gehandeld en ook niet rechtstreeks met de cliënte mocht worden gecommuniceerd – had de vraag gesteld moeten worden of de belangen van de verschillende cliënten wel parallel liepen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2022:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/33

    Klaagster verwijt de notaris in klachtonderdeel 1 onder andere dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van het testament van erflater en de samenlevingsovereenkomst tussen erflater en klaagster. Volgens klaagster heeft de notaris erflater - gelet op erflaters enige belangrijke vermogensbestanddeel: zijn woning in Frankrijk - niet geïnformeerd of geadviseerd over de substantiële (fiscale) consequenties van zijn testament. De notaris had klaagster en erflater moeten wijzen op de mogelijkheden die er waren om voor klaagster de erfbelastingdruk in Frankrijk te voorkomen.De kamer heeft overwogen dat niet is weersproken dat de notaris bij het passeren van erflaters testament bekend is geworden met het feit dat erflater een woning in Frankrijk in eigendom had. De notaris heeft erflater er toen naar eigen zeggen op gewezen dat haar dienstverlening en advisering zich beperken tot Nederlands recht. De kamer is van oordeel dat de notaris niet heeft aangetoond dat ze met erflater heeft gesproken over het elders inwinnen van advies. Zo heeft de notaris hiervan geen aantekening gemaakt in het dossier. Ook nadien heeft zij erflater niet schriftelijk bevestigd (in bijvoorbeeld een begeleidende brief bij het afschrift van het testament) wat zij op dit punt met hem zou hebben besproken.Klachtonderdeel 1 wordt gegrond verklaard en aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:18 Hof van Discipline 's Gravenhage 210198

    Anders dan de raad is het hof van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verweerder met de belastingdienst heeft onderhandeld – en een compromis heeft gesloten – zonder toestemming van klager (zijn cliënt). Daaraan doet niet af dat verweerder niet ook in de richting van klager heeft vastgelegd wat in de aanwezigheid van klager en diens boekhouder was besproken en afgesproken met de belastingdienst over de naheffingsaanslagen omzetbelasting en de daarover gevoerde beroepsprocedures. Een tekortschieten in de in dat opzicht van verweerder te verwachten vastlegging maakt echter als zodanig geen onderdeel uit van de klacht, en leidt, nu verweerder voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat tijdens de bespreking een compromis met de belastingdienst is gesloten in het bijzijn en met instemming van klager, niet tot een ander oordeel. De beide door de raad gegrond verklaarde klachtonderdelen worden door het hof ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:34 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/20

    Klagers verwijten de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader toen hij op 28 november 2019 zijn testament passeerde. Ook heeft de notaris volgens klagers onvoldoende gewaarborgd dat vader zijn wil op onafhankelijke wijze - zonder beïnvloeding van de partner - aan de notaris heeft kunnen overbrengen.Hoewel klagers niet rechtstreeks betrokken zijn geweest bij de handelwijze van de notaris, is de kamer van oordeel dat zij als kinderen en versterferfgenamen van vader een redelijk belang hebben bij hun klacht. Dat vader thans nog in leven is en zijn testament in theorie nog kan wijzigen, maakt dit niet anders. De klacht ziet immers op de wijze van totstandkoming van het testament en niet op de inhoud daarvan (vgl. gerechtshof Amsterdam 16 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1383). De kamer heeft de klacht vervolgens ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2022:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/16

    Het Veterinair Beroepscollege oordeelt dat niet vastgesteld kan worden dat verweerder de gewraakte uitlatingen heeft gedaan in de hoedanigheid van dierenarts. Gelet hierop is geen sprake van handelen in strijd met artikel 4.2, tweede lid, van de Wet dieren en bood artikel 8.15 van die wet geen grondslag voor het indienen van een klacht tegen verweerder. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de stichting terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht. Het beroep van de stichting is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:19 Hof van Discipline 's Gravenhage 210225

    Beslissing van de raad wordt grotendeels bekrachtigd. Verweerder voerde niet de regie over de aan hem en zijn kantoor toevertrouwde zaken. Verweerder schoot tekort in de communicatie met klager. Verweerder heeft evenmin de regie gevoerd over de afronding en overdracht van zaken in verband met de beëindiging van zijn advocatenpraktijk. In de procedure tegen de bank is geen griffierecht betaald en heeft verweerder klager niet op de hoogte gesteld van het verstekvonnis. Verweerder heeft hiermee de belangen van klager ernstig benadeeld. De gang van zaken duidt op een gebrek aan kwaliteit en deskundigheid, en twijfel aan verweerders integriteit. Het klachtonderdeel dat betrekking heeft op de financiële integriteit (declareren naast ontvangen toevoegingen) wordt door het hof echter ongegrond verklaard. Hierom en vanwege het beperkte tuchtrechtelijk verleden van verweerder bekrachtigt het hof niet de door de raad opgelegde schrapping. Het hof legt een schorsing op van 52 weken, waarvan 26 weken voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde dat verweerder een coachingstraject ingaat vanaf het moment dat de onvoorwaardelijke schorsing is verstreken.