Zoekresultaten 11561-11570 van de 48269 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:316 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-063/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk onggegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:342 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-149/AL/MN

    Klacht over eigen advocaat. De raad stelt vast dat a) verweerder ten onrechte de eerste factuur heeft gestuurd b) verweerder ten onrechte allerlei voorstellen heeft gedaan voor verrekening met derdengelden en deze derdengelden niet direct aan klaagster heeft doorbetaald en c) verweerder ten onrechte beslag heeft gelegd op zijn eigen derdengeldrekening, althans verkeerde informatie in het desbetreffende verzoekschrift heeft opgenomen, namelijk dat de toevoeging al was ingetrokken, wat dus niet waar was op dat moment. Dat is verwijtbaar, waarbij verzwarend geldt dat de kantoorgenoot van verweerder meermaals is gewaarschuwd door het ordebureau maar zonder verder onderzoek naar toevoegingsregels het beslag heeft doorgezet en niet direct tot uitbetaling van de derdengelden is overgegaan. Dat handelen van verweerder is in strijd met artikel 9.19 Voda en artikel 46 Advocatenwet, zoals uitgewerkt in gedragsregel 19, waarbij verzwarend geldt dat de kantoorgenoot van verweerder meermaals is gewaarschuwd door ordebureau maar zonder verder onderzoek naar toevoegingsregels het beslag heeft doorgezet en niet direct tot uitbetaling derdengelden is overgegaan. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:22 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-063/AL/GLD

    Verzet deels gegrond want door voorzitter niet over geoordeeld. Verweerder is in een onteigeningsprocedure als derde benoemd ex artikel 20 Onteigeningswet om de belangen van klaagster en de andere erfgenamen te behartigen. Klacht over onvoldoende kwaliteit dienstverlening ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:20 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-754/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3035

    Ongegronde klacht tegen een SEH-arts. Klager is gewond geraakt aan zijn hoofd bij ongeregeldheden tijdens een demonstratie tegen het kabinetsbeleid dat verband houdt met het coronavirus. Klager heeft een klacht ingediend tegen de SEH-arts, omdat zij hem niet wilde behandelen vanwege het niet dragen van een mondkapje. Het College is van oordeel dat zich de situatie voordeed dat beklaagde kon besluiten om geen behandelingsovereenkomst aan te gaan. Beklaagde had daarbij een aanzienlijk belang als bedoeld in de KNMG-richtlijn, gelet op het mondkapjesbeleid van het ziekenhuis dat is bedoeld om (andere) patiënten, bezoekers en mensen die werken in het ziekenhuis te beschermen tegen besmetting met het coronavirus en de weigering van klager om een mondkapje te dragen. Beklaagde heeft onder de gegeven omstandigheden voldoende inzicht gekregen in de medische situatie van klager en een juiste beoordeling gemaakt dat er geen sprake was van een medische noodsituatie. Beklaagde heeft daarom klager de toegang tot het ziekenhuis kunnen ontzeggen zolang hij weigerde een mondkapje te dragen en zij heeft hierbij zorgvuldig gehandeld. Overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:21 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-799/DH/RO/D

    Dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstige schending van de kernwaarde (financiële) integriteit. Gelet op eerder opgelegde maatregelen, waarbij onder meer de financiële integriteit ook in het geding was, legt de raad nogmaals de maatregel van schrapping van het tableau op. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3036

    Ongegronde klacht tegen een cardioloog. Klager is gewond geraakt aan zijn hoofd bij ongeregeldheden tijdens een demonstratie tegen het kabinetsbeleid dat verband houdt met het coronavirus. Klager heeft een klacht ingediend tegen beklaagde, destijds waarnemend hoofd van de SEH, omdat de dienstdoende SEH-arts in overleg met beklaagde klager niet wilde behandelen vanwege het niet dragen van een mondkapje. Klager heeft tevens een klacht ingediend tegen de dienstdoende SEH-arts (dossiernummer D2021/3035). In die klacht heeft het College geoordeeld dat de SEH-arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door geen behandelingsovereenkomst met klager aan te gaan. De betrokkenheid van beklaagde was beperkt tot het voeren van telefonisch overleg met de SEH-arts. Het is niet gebleken dat beklaagde hierbij in strijd met een beroepsnorm of onzorgvuldig heeft gehandeld. Nu verder de klacht tegen de SEH-arts ongegrond is verklaard, is de klacht tegen beklaagde eveneens ongegrond. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:22 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1022/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3491

    Klager is gewond geraakt aan zijn hoofd bij ongeregeldheden tijdens een demonstratie tegen het kabinetsbeleid dat verband houdt met het coronavirus. Klager heeft een klacht ingediend tegen de SEH-arts, omdat zij hem niet wilde behandelen vanwege het niet dragen van een mondkapje. Het College is van oordeel dat zich de situatie voordeed dat beklaagde kon besluiten om geen behandelingsovereenkomst aan te gaan. Zij had daarbij een aanzienlijk belang als bedoeld in de KNMG-richtlijn, gelet op het mondkapjesbeleid van het ziekenhuis dat is bedoeld om (andere) patiënten, bezoekers en mensen die werken in het ziekenhuis te beschermen tegen besmetting met het coronavirus en de weigering van klager om een mondkapje te dragen. Beklaagde heeft onder de gegeven omstandigheden voldoende inzicht gekregen in de medische situatie van klager en een juiste beoordeling gemaakt dat er geen sprake was van een medische noodsituatie. Beklaagde heeft daarom klager de toegang tot het ziekenhuis kunnen ontzeggen zolang hij weigerde een mondkapje te dragen en zij heeft hierbij zorgvuldig gehandeld. Overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Publicatie

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:16 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-410/DH/DH

    Verzet ongegrond.