Zoekresultaten 11261-11270 van de 48314 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:43 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-514/AL/MN

    Klacht over kwaliteit dienstverlening deels verjaard op grond van artikel 46g lid 1 aanhef onder a en lid 2 Advocatenwet. Overige klachten over een niet ontvangen e-mail van verweerder en over het welbewust achterhouden van vermogensbestanddelen tijdens ondertekening vaststellingsovereenkomst niet komen vast te staan. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1063

    Klacht tegen huisarts. Tuchtklacht over het feit dat de huisarts naar aanleiding van een klacht van klaagster zonder haar toestemming haar medisch dossier geeft ingezien en bij zijn reactie op de klacht gebruik heeft gemaakt van daarin opgenomen gegevens. Inzien van dossier en gebruik van gegevens uit dossier. Het staat een zorgverlener tegen wie een klacht wordt ingediend vrij om bij het voorbereiden van een reactie op de klacht de inhoud te raadplegen van het dossier waartoe hij toegang had ten tijde van het handelen waarop de klacht betrekking heeft. Het staat zorgverleners die in het kader van een wettelijk geregelde procedure een klacht ontvangen in beginsel ook vrij om zich te verweren met relevante gegevens uit het patiëntendossier. Het Centraal Tuchtcollege komt tot de conclusie dat geen sprake is geweest van schending van het beroepsgeheim of van de privacy van klaagster door de huisarts. Dit betekent dat de klacht in zijn geheel ongegrond is en dat de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:139 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/689758 / DW RK 20/467

    Klacht gegrond. Berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft door klager verstrekte gegevens (waaronder ook medische gegevens) in het kader van het berekenen van een beslagvrije voet, gedeeld met zijn opdrachtgever, ondanks expliciete verzoeken van klager om dit niet te doen. De gerechtsdeurwaarder is niet verplicht om op grond van artikel 475g lid 1 Rv aangeleverde gegevens te beoordelen in samenspraak met de opdrachtgever. Ministerieplicht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:81 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.062

    Klacht tegen kinderarts. Deze klacht is ingediend naar aanleiding van de behandeling van de zoon van klagers (patiënt), die op zesjarige leeftijd is overleden. Patiënt is op een zaterdag via de spoedeisende hulp opgenomen op de kinderafdeling met (onverklaarbare) klachten, waaronder hoofdpijnaanvallen. Patiënt had eerder een middenoorontsteking gehad. Op zondagmiddag is een lumbaalpunctie gedaan en bleek een bacteriële meningitis. Patiënt is enkele weken later overleden. Klagers hebben meerdere verwijten geformuleerd, die door het Regionaal Tuchtcollege zijn samengevat in vijf onderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de arts met haar handelen tijdens en na de behandeling van patiënt is gebleven binnen de grenzen van wat van een redelijk bekwaam beroepsgenoot mocht worden verwacht en de klacht daarom ongegrond verklaard. Klagers hebben beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:75 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.252

    Klacht tegen plastisch chirurg. Bij klaagster is in het ziekenhuis door middel van micrografische chirurgie volgens Breuninger een basaalcelcarcinoom verwijderd. De plastisch chirurg is op enig moment bij deze behandeling betrokken geraakt. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat er voorafgaand aan de behandeling geen CT-scan met contrastvloeistof is gemaakt, klaagster geen ‘roesje’ voor de behandeling kon krijgen; zij niet al het tumorweefsel heeft weggehaald; zij het weefsel dat zij heeft weggefreesd niet heeft opgestuurd voor onderzoek door de patholoog; klaagster na de operatie geen afspraak meer met haar heeft gehad en zij dus ook niet heeft gehoord of het tumorweefsel geheel was verwijderd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:44 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-183/AL/MN

    Verweerder heeft in kort geding opgetreden voor een vennoot en voor de vof in een geschil met de medevennoot, terwijl die medevennoot daarvoor vooraf geen toestemming heeft gegeven. Naar het oordeel van de raad was verweerder op grond van de tussen partijen gemaakte afspraken in hun managementovereenkomst niet bevoegd om ook namens de vof in rechte op te treden. Dat de civiele rechter de vertegenwoordigingsbevoegdheid van verweerder van de vof toelaatbaar heeft geoordeeld, ontsloeg verweerder niet van zijn verplichting om onderzoek te doen naar de tuchtrechtelijke toelaatbaarheid van zijn optreden namens de vof tegen een medevennoot. Door op verzoek van de ene vennoot op te treden namens die vennoot en namens de vof tegen de andere vennoot heeft verweerder in elk geval de schijn gewekt dat hij zich meer voor de belangen van de ene vennoot zou inspannen dan ook voor de belangen van klaagster, de andere vennoot. Dit terwijl verweerder volledig bekend was met het feit dat het een geschil tussen de twee vennoten betrof. Verweerder heeft zich in één kamp laten trekken. Dat had hij niet had moeten laten gebeuren, temeer er nog voldoende alternatieven waren. VErweerder heeft gehandeld zoals een behoorlijk advocaat niet betaamt. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.036

    Klacht tegen arts. In verband met invaliderende nekpijn, uitstralend naar de armen, is klager door zijn huisarts met spoed verwezen naar de afdeling neurologie waar verweerster als aios neurologie werkzaam was. Verweerster heeft klager onderzocht en klager verwijt haar dat zij tijdens dat consult een ernstige aandoening van het ruggenmerg heeft gemist, heeft nagelaten een spoed-MRI aan te vragen en klager, nadat hij daags na het consult vanwege verergering van de klachten contact heeft opgenomen, niet heeft teruggebeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de klachten over de diagnose en het aanvragen van de MRI gegrond zijn, legt aan de arts daarvoor de maatregel van waarschuwing op en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:82 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.061 en C2021.065

    Klacht tegen kinderarts. Deze klacht is ingediend naar aanleiding van de behandeling van de zoon van klagers (patiënt), die op zesjarige leeftijd is overleden. Patiënt is op een zaterdag via de spoedeisende hulp opgenomen op de kinderafdeling met (onverklaarbare) klachten, waaronder hoofdpijnaanvallen. Patiënt had eerder een middenoorontsteking gehad. Op zondagmiddag is een lumbaalpunctie gedaan en bleek een bacteriële meningitis. Patiënt is enkele weken later overleden. Klagers hebben meerdere verwijten geformuleerd, die door het Regionaal Tuchtcollege zijn samengevat in vijf onderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de arts op een aantal momenten onvoldoende invulling heeft gegeven aan haar rol van (superviserend) kinderarts door patiënt niet zelf te beoordelen, en dat zij onvoldoende is nagegaan of nader onderzoek naar de oorzaken van de toestand patiënt aangewezen was. In zoverre is de klacht gegrond verklaard. Ter zake daarvan is aan de arts de maatregel van een berisping opgelegd. De overige klachtonderdelen, die kort gezegd zien op de communicatie met klagers, de dossiervoering en het natraject, zijn ongegrond verklaard. Klagers en de arts hebben allebei zelfstandig beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het beroep van klagers wordt verworpen. Het beroep van de arts slaagt. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het handelen van de arts op bepaalde punten beter had gekund, maar dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg en verklaart de klacht alsnog in zijn geheel ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:76 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.251

    Klacht tegen dermatoloog. Bij klaagster is in het ziekenhuis door middel van micrografische chirurgie volgens Breuninger een basaalcelcarcinoom verwijderd. De dermatoloog is op verschillende momenten bij de behandeling betrokken geweest. Klaagster verwijt de dermatoloog dat zij nalatig is geweest in de aansturing van de behandelende artsen van klaagster; er voorafgaand aan de behandeling geen CT-scan met contrastvloeistof is gemaakt; de verdoving tijdens de tweede ingreep onvoldoende werkte; de wond die na de ingreep ontstond geïnfecteerd raakte en onvoldoende genas; zij geen gevoel voor medemenselijkheid heeft getoond, omdat zij weigerde klaagster een ‘roesje’ voor de behandeling te geven.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:45 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-359/AL/MN

    Verweerder heeft in het arbeidsgeschil als deskundig advocaat voor klager opgetreden en heeft klager nauw bij zijn werkzaamheden betrokken. Eigen regie van een advocaat. Dat sprake was van onvoldoende communicatie met klager of dat verweerder klager onvoldoende serieus heeft genomen, is niet gebleken. Ongegrond.