Zoekresultaten 11251-11260 van de 48314 resultaten
-
ECLI:NL:TGZREIN:2022:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/3242
- Datum publicatie: 14-04-2022
- Datum uitspraak: 14-04-2022
- ECLI:NL:TGZREIN:2022:13
Klacht tegen huisarts over het niet uitschrijven van een (extra) recept voor methadon ongegrond. Afwijken van het schema van methadonverstrekking zou niet verantwoord zijn geweest, omdat patiënte (die behalve drugsverslaafd ook gediagnosticeerd was met uitgezaaide kanker) in Spanje verbleef, verweerder niet over de behandeling en medicatieverstrekking in Spanje was geïnformeerd en ook patiënte zelf niet aan de telefoon kreeg.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2022:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2388
- Datum publicatie: 14-04-2022
- Datum uitspraak: 30-03-2022
- ECLI:NL:TGZREIN:2022:14
Fysiotherapeut wordt onder meer verweten dat hij meer verrichtingen heeft gedeclareerd bij de zorgverzekeraar dan hij heeft uitgevoerd en dat hij zonder uitleg klager niet meer wilde behandelen. Het eerste verwijt is niet komen vast te staan. Met betrekking tot het tweede verwijt is volgens het college sprake van een gewichtige reden die de opzegging van de behandelovereenkomst wellicht rechtvaardigde. De fysiotherapeut heeft echter verzuimd de opzegging en de reden daarvoor schriftelijk aan klager te bevestigen, zoals de Handreiking niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst van het KNGF voorschrijft. Bovendien heeft de fysiotherapeut nagelaten op een andere manier zeker te stellen dat klager de reden van de opzegging begreep en nauwelijks inspanning verricht om klager onder te brengen bij een andere fysiotherapeut, hetgeen gelet op de beperkingen van klager op het gebied van communicatie had gemoeten. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2022:7 Kamer voor het notariaat Amsterdam 706067/NT 21-47
- Datum publicatie: 14-04-2022
- Datum uitspraak: 10-03-2022
- ECLI:NL:TNORAMS:2022:7
Klacht over nalatigheid notaris bij opstellen en passeren testament van de zoon van klaagster. De kamer is van oordeel dat de notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de zoon van klaagster de nodige voorlichting over de gevolgen van het testament heeft gegeven. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:79 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.064
- Datum publicatie: 13-04-2022
- Datum uitspraak: 13-04-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:79
Klacht tegen neuroloog. Deze klacht is ingediend naar aanleiding van de behandeling van de zoon van klagers (patiënt), die op zesjarige leeftijd is overleden. Patiënt is op een zaterdag via de spoedeisende hulp opgenomen op de kinderafdeling met (onverklaarbare) klachten, waaronder hoofdpijnaanvallen. Patiënt had eerder een middenoorontsteking gehad. Op zondagmiddag is een lumbaalpunctie gedaan en bleek een bacteriële meningitis. Patiënt is enkele weken later overleden. Klagers hebben meerdere verwijten geformuleerd, die door het Regionaal Tuchtcollege zijn samengevat in vijf onderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de neuroloog met zijn handelen tijdens en na de behandeling van patiënt is gebleven binnen de grenzen van wat van een redelijk bekwaam beroepsgenoot mocht worden verwacht en de klacht daarom ongegrond verklaard. Klagers hebben beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:48 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-482/AL/MN
- Datum publicatie: 13-04-2022
- Datum uitspraak: 07-03-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:48
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door zich in een zaak ‘te wurmen’ waar hij part noch deel van uitmaakt. De raad oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:53 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-139/DB/OB
- Datum publicatie: 13-04-2022
- Datum uitspraak: 23-04-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:53
Klacht tegen advocaat van de wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk wegens ne bis in idem (art. 47b Advocatenwet).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.457
- Datum publicatie: 13-04-2022
- Datum uitspraak: 13-04-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:86
Klacht tegen KNO-arts. De klacht betreft de behandeling van de (inmiddels overleden) vader van klager. Patiënt was onder behandeling vanwege een langer durende ontsteking van de huid van de gehoorgang (otitis externa). Klager verwijt verweerster dat zij niet professioneel en niet zorgvuldig heeft gehandeld door de urgentie van de situatie niet te onderkennen en niet tijdig de juiste diagnose te stellen. Verder verwijt klager verweerster dat zij – kort gezegd – tekort is geschoten in haar reactie op het verzoek om een second opinion en op het verzoek om contact met klager op te nemen over de gang van zaken en het ziekteverloop. Ook heeft zij onvoldoende informatie gegeven over de behandeling en de daaraan verbonden risico’s en vragen hierover niet beantwoord. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel dat betrekking heeft op het verzoek om contact met klager op te nemen afgewezen, de andere klachtonderdelen grotendeels gegrond verklaard, aan verweerster een berisping opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. In beroep wordt de beslissing vernietigd voor zover daarin het klachtonderdeel dat betrekking heeft op de second opinion gegrond is verklaard en aan verweerster een berisping is opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart bedoeld klachtonderdeel alsnog ongegrond, verwerpt het beroep voor het overige, legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:138 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/686784 / DW RK 20/345
- Datum publicatie: 13-04-2022
- Datum uitspraak: 04-10-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:138
Verzet gedeeltelijk gegrond. Voortzetting executie ondanks toezegging dat het dossier zou worden gesloten. Artikel 7 KBvG Verordening Normen voor Kwaliteit. Brieven niet binnen redelijke termijn beantwoord. Maatregel: berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:80 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.063
- Datum publicatie: 13-04-2022
- Datum uitspraak: 13-04-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:80
Klacht tegen destijds AIOS kindergeneeskunde. Deze klacht is ingediend naar aanleiding van de behandeling van de zoon van klagers (patiënt), die op zesjarige leeftijd is overleden. Patiënt is op een zaterdag via de spoedeisende hulp opgenomen op de kinderafdeling met (onverklaarbare) klachten, waaronder hoofdpijnaanvallen. Patiënt had eerder een middenoorontsteking gehad. Op zondagmiddag is een lumbaalpunctie gedaan en bleek een bacteriële meningitis. Patiënt is enkele weken later overleden. Klagers hebben meerdere verwijten geformuleerd, die door het Regionaal Tuchtcollege zijn samengevat in vijf onderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de arts, door patiënt niet zelf te beoordelen en de voorgenomen lumbaalpunctie niet met de nodige voortvarendheid uit te voeren of daarvoor hulp te vragen aan haar supervisor, niet binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven. In zoverre is de klacht gegrond verklaard. Ter zake daarvan is de maatregel van waarschuwing opgelegd. De overige klachtonderdelen, die kort gezegd zien op het doen van aanvullend onderzoek, de communicatie met klagers en de dossiervoering, zijn ongegrond verklaard. Klagers hebben beroep ingesteld tegen deze beslissing voor zover de klacht ongegrond is verklaard. Het incidenteel beroep van de arts richt zich tegen het gegrond verklaarde gedeelte van de klacht. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het handelen van de arts op bepaalde punten beter had gekund, maar dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers, vernietigt de beslissing in eerste aanleg en verklaart de klacht alsnog in zijn geheel ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1083
- Datum publicatie: 13-04-2022
- Datum uitspraak: 13-04-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:74
Klacht tegen klinisch geriater. De klacht gaat over de inmiddels overleden tante van klaagster (patiënte). Klaagster verwijt de klinisch geriater dat zij patiënte ten onrechte heeft gediagnosticeerd met dementie en dat zij heeft geweigerd om fatsoenlijk onderzoek te doen. De vraag die moet worden beantwoord is of klaagster als naaste betrekking van patiënte gerechtigd was om een klacht in te dienen. Het indienen van de klacht rechtvaardigt het oordeel dat de klagende nagelaten betrekking de wil van de overleden patiënt vertegenwoordigt, behoudens het geval dat sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven daaraan te twijfelen. Brief van voormalige mentor betekent niet dat sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden. Klaagster is in de klacht ontvankelijk. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst de zaak terug naar het Regionaal Tuchtcollege.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1125
- Pagina: 1126
- Pagina: 1127
- ...
- Pagina: 4832
- Volgende pagina zoekresultaten