Zoekresultaten 11121-11130 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:64 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-538/AL/MN

    Klaagster, een bedrijf, wordt door de raad ontvangen in haar klacht, omdat het aan verweerder verweten handelen ging over de periode waarin hij nog als advocaat werkzaam was. Op verzoek van de eigenaresse van zijn cliënte, een bedrijf, is verweerder in juni 2017 meegegaan met de dochter van de eigenaresse naar een afspraak met en rondleiding door een medewerker bij klaagster op de veiling. De eigenaresse van de cliënte van verweerder heeft onder een valse naam en namens een ander bedrijf die afspraak gemaakt met klaagster en aangekondigd dat twee mensen, waaronder haar dochter, op de afspraak zouden komen voor interesse in het kopen van bepaalde producten. Gelet op de tegenstrijdige verklaringen kan de raad niet vaststellen of verweerder zich tijdens voornoemde bespreking met een valse naam aan de medewerker van klaagster heeft voorgesteld. Voor zover verweerder zich toen meteen aan die medewerker als advocaat heeft voorgesteld, zoals hij heeft aangevoerd, dan is de raad niet gebleken dat hij zich kenbaar heeft gemaakt als advocaat van zijn cliënte. Verweerder heeft aangevoerd dat hij tijdens de bespreking werd verrast dat de dochter van de eigenaresse van zijn cliënte zich presenteerde als inkoper van een ander bedrijf dan zijn cliënte en dat hij op vragen daarover na de bespreking naar tevredenheid antwoorden heeft gekregen. Naar het oordeel van de raad kon verweerder daar niet mee volstaan. De twijfels en vraagtekens die hij had tijdens en na de bespreking bij klaagster, die hij ook in een interne notitie heeft verwoord, hadden toen aanleiding moeten zijn voor nader onderzoek en initiatief. De interne notitie, waarin verweerder verslag heeft gedaan van zijn opmerkelijke bezoek aan klaagster en waarin hij zijn cliënte negatief heeft geadviseerd over het voeren van een procedure tegen klaagster wegens vermeende octrooi inbreuk, heeft verweerder gedeeld met zijn toenmalige cliënte en is later via die cliënte in latere procedures tegen klaagster als productie overgelegd. Verweerder was daar niet meer als advocaat bij betrokken. De raad concludeert dat het bezoek van verweerder aan klaagster in 2017 een 'fishing expedition' voor zijn toenmalige cliënte is geweest. Dat verweerder de intentie had om (de medewerker van) klaagster te misleiden, kan de raad niet vaststellen, maar de hiervoor geschetste handelwijze betaamt een advocaat niet. Verweerder heeft daarmee niet integer gehandeld. De raad houdt geen rekening met de door verweerder aangedragen maatregelverlichtende omstandigheden en legt aan hem een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:53 Raad van Discipline Amsterdam 22-104/A/A

    Vrijheid advocaat wederpartij. Uit het feit dat het hof getuigenbewijs heeft toegelaten volgt reeds dat een getuigenverhoor niet zinloos was. Dat het hof heeft geoordeeld dat de getuigenverklaringen niet konden bijdragen aan het (te leveren) bewijs maakt nog niet dat de verhoren zinloos waren. Het per abuis opvragen van stukken bij de wederpartij en het daarbij dreigen met een kort geding levert geen nodeloze en/of ontoelaatbare schending van diens belangen op. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:60 Raad van Discipline Amsterdam 21-775/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2253

    Klacht tegen een psychiater. Klaagster was onder behandeling bij een verslavingskliniek voor een alcoholprobleem. Verweerder was naast psychiater medisch directeur van de verslavingskliniek. Klaagster verwachtte dat zij bij de kliniek ook behandeld zou worden voor haar ‘liefdesverslaving’, welke diagnose in Zuid-Afrika was gesteld. Dit bleek echter volgens klaagster niet of onvoldoende het geval, omdat de behandelaren van de kliniek in Nederland hier geen kennis van hadden. Klaagster verwijt verweerder dat hij 1) een verkeerde beslissing heeft genomen door voor klaagster een andere hoofdbehandelaar aan te wijzen, 2) zijn dossiervoering onvoldoende was en dat hij 3) geen goede doorverwijzing in gang heeft gezet. Verweerder voert verweer.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:65 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-377/AL/OV

    Betreft het optreden van de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Verweerder mocht als partijdig belangenbehartiger zijn cliënte het standpunt over een vermeende narcistische persoonlijkheidsstoornis van klager aanvankelijk naar voren brengen zoals door hem gedaan, maar heeft daarna na betwisting daarvan door klager volhard in deze onnodig grievende aantijgingen over klager. Ook over de vermeende mishandeling van de zoon van partijen door klager in zijn pleitnota heeft verweerder een te ongenuanceerd standpunt ingenomen. Deze onnodig grievende uitlatingen van verweerder hebben bovendien de verhoudingen tussen partijen en hun advocaten onnodig laten escaleren. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:54 Raad van Discipline Amsterdam 21-961/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Klacht gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder toestemming en medeweten van klaagster een gesprek met de zoon te voeren, terwijl er voor de zoon ook een bijzonder curator was aangesteld. Maatregel; waarschuwing aan verweerder opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:61 Raad van Discipline Amsterdam 22-217/A/DH/W

    Wrakingsbeslissing, wrakingsverzoek is als kennelijk ongegrond afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:55 Raad van Discipline Amsterdam 21-893/A/A

    Raadsbeslissing. Klachten over andere advocaat. Klachten deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet de terughoudendheid in acht te nemen die van een advocaat wordt verwacht bij het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar redelijke verwachting als kwetsend zal ervaren, alsmede in het entameren van procedures. Maatregel; waarschuwing aan verweerder opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2022:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/28

    Notaris heeft mede gehandeld in hoedanigheid van bestuurder van de STAK van een familiebedrijf. Nadien is hij ook notariële werkzaamheden voor klaagster (weduwe van de grondlegger van dat bedrijf en medebestuurder van de STAK) blijven verrichten i.v.m. de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap en de nalatenschap, waarvan de certificaten van de holding deel uitmaakten. In verband met de nauwe verwevenheid van de belangen van (de holding van) het familiebedrijf en de STAK en klaagster oordeelt de kamer dat de notaris in beginsel ook tuchtrechtelijk aan te spreken is op de werkzaamheden die hij in zijn hoedanigheid van bestuurder van de STAK heeft verricht. Groot deel van de klachten niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn. Kamer oordeelt dat de notaris zijn notariële geheimhoudingsplicht heeft geschonden door de ontwerpakte van verdeling ook aan andere medebestuurders van de STAK toe te sturen en door op een vergadering van de STAK mededelingen te doen over de motieven van de grondlegger om zijn aandelen te certificeren. Door zitting te nemen in het bestuur van de STAK en tegelijkertijd notariële werkzaamheden te (blijven) verrichten ten behoeve van klaagster, is de notaris met “een dubbele pet op” gaan handelen. In die situatie had hij er, gelet op het zwaarwegende maatschappelijke belang van de notariële geheimhoudingsplicht, eens te meer op bedacht moeten zijn in welke hoedanigheid hij bepaalde werkzaamheden verrichtte. Schending kernwaarde waarop de wettelijke en maatschappelijke vertrouwenspositie van het notariaat zijn gefundeerd. Berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:361 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-277/AL/MN/W

    Beslissing van de wrakingskamer. De wrakingskamer neemt het verzoek tot wraking van de voorzitter van de wrakingskamer niet in behandeling, wijst het verzoek tot wraking van de tuchtrechters af en bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van verzoeker met betrekking tot deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.