Zoekresultaten 10871-10880 van de 48250 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:100 Hof van Discipline 's Gravenhage 220071

    Appelverbod. De door klaagster aangevoerde gronden zien uitsluitend op de inhoudelijke beoordeling van de zaak. Dergelijke beroepsgronden leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel en doorbreken dus niet het appelverbod. Het hoger beroep van klaagster zal dan ook niet ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-948/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft gebrekkig met klaagster gecommuniceerd door in ieder geval tot tweemaal toe in een tijdsbestek van ruim vijf maanden niet te antwoorden op een voor klaagster relevante en door haar herhaalde vraag, en zo klaagster in het ongewisse te laten. Verder heeft verweerder, ondanks de zeer lange duur van de procedure (waarin hij klaagster sinds maart 2017 bijstond), bij de rechtbank slechts tweemaal naar de reden van aanhouding van de zaak gevraagd zonder daaraan daarna nog enig vervolg te geven. De raad rekent verweerder dit tegen de achtergrond van de onderhavige feiten en omstandigheden zwaar aan en acht hierin een schending van een gedragsnorm gelegen die een zorgvuldig en redelijk handelend advocaat niet zou zijn overkomen. De raad betrekt verder bij zijn oordeel dat aan verweerder ook in 2015 een maatregel (waarschuwing) is opgelegd wegens schending van een zorgvuldigheidsnorm. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:109 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.044

    Klacht tegen cardioloog. De moeder van klaagsters is overleden na een behandeling met Amiodaron. Klaagsters verwijten de behandelend cardioloog onvolledigheid van het medisch dossier, onzorgvuldigheid bij de diagnosestelling en bij de bepaling van het beleid, onjuist medicatiebeleid en onheuse bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het beroep van klaagsters beperkt zich tot de klachten over onzorgvuldigheid bij de diagnosestelling en de bepaling van het beleid en over het voeren van een onjuist medicatiebeleid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:87 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-545/AL/MN

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster werd verweten dat zij in strijd met gedragsregel 21 lid 3 heeft gehandeld door te reageren op een bericht van de wederpartij na het sluiten van het debat. Hoewel gedragsregel 21 lid 3 algemeen is geformuleerd, richt deze zich niet (primair) op een situatie als de onderhavige, maar op de daaraan voorafgaande situatie dat een partij zich zonder toestemming tot de rechter wendt. Wat daarvan zij, het procesrechtelijk beginsel van hoor en wederhoor brengt met zich dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zonder toestemming van de advocaat van klager te reageren op zowel de in het geding gebrachte brief als de in het F9-formulier verstrekte toelichting daarop door de advocaat van klager. Hoewel verweerster er beter aan had gedaan haar reactie neutraler te formuleren, is zij naar het oordeel van de raad (juist) binnen de grenzen van het tuchtrechtelijk toelaatbare gebleven. Klacht in beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1035

    Klacht tegen een psychiater over tekortschietende rapportage. De dochter van klaagster is psychologisch onderzocht door een psycholoog en een orthopedagoog werkzaam bij een ggz-instelling. De psychiater is daar ook werkzaam en is in het rapport als hoofdbehandelaar (regiebehandelaar) vermeld. Het rapport is niet gedateerd en alleen ondertekend door de orthopedagoog. De dochter had aangegeven dat ze niet wilde dat het rapport bij haar moeder terecht zou komen. Het rapport is echter, per niet-aangetekende post, naar klaagster en haar dochter gestuurd. Klaagster verwijt de psychiater een aantal zaken aangaande het rapport, die er in de kern op neerkomen dat zij vindt dat de psychiater het regiebehandelaarschap niet goed heeft ingevuld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klacht gegrond voor wat betreft het optreden van beklaagde als regiebehandelaar, laat het rapport als zodanig alsmede de gang van zaken daaromheen buiten beschouwing en legt aan de psychiater de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing, verklaart de klacht alsnog ongegrond en gelast de publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-054/AL/GLD

    Verzet ongegrond. Naar het oordeel van de raad heeft de voorzitter de verjaringsbepalingen juist toegepast.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.261

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is bekend met een schizo-affectieve stoornis en wordt ambulant behandeld door PsyQ. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat hij als voorwacht van de crisisdienst niet heeft erkend dat klaagster psychotisch aan het ontregelen was, dat hij ’s nachts geen huisbezoek heeft afgelegd om klaagster te beoordelen en het verzoek om een huisbezoek niet serieus heeft genomen. Zij verwijt verweerder dat hij een toegezegde beoordeling later weer weigerde, voor verder beleid doorverwees naar Intensieve Behandeling Thuis en de behandelaren, geen nazorg heeft geboden en geen contact met de familie heeft opgenomen om hun onvrede te bespreken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:89 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-636/AL/OV

    Klacht tegen eigen advocaat. Nadat verweerder de stukken van de griffie van het gerechtshof retour had ontvangen wegens te laat aanbrengen, had verweerder dit verzuim nog kunnen herstellen. Hij was echter niet bekend met deze mogelijkheid. Het is verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij onvoldoende heeft onderzocht of er mogelijkheden bestonden om het verzuim te herstellen. Klacht gedeeltelijk gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-991/DB/LI

    Voorzitter heeft niet op alle (aangevulde) klachtonderdelen beslist.Verzet gegrond.Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder bewust onware mededelingen heeft gedaan dan wel anderszins de belangen van klager nodeloos heeft geschaad. Het staat een advocaat vrij om in zijn verweer op een tegen hem ingediende klacht datgene naar voren te brengen wat hij in het kader van zijn verweer van belang acht. Dit is slechts anders indien de advocaat de deken dan wel de tuchtrechter bewust misleidt. Hiervan is in deze niet gebleken.Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-502/AL/GLD

    Op basis van de overgelegde stukken kan niet worden vastgesteld dat verweerder klager niet naar behoren heeft bijgestaan. Verweerder mocht naar het oordeel van de raad op grond van de aan hem verstrekte beperkte opdracht de executie van (een deel van) de beschikking van 10 januari 2019 namens klager in gang zetten. In het belang van klager heeft hij dat vervolgens ook gedaan. Van onnodig procederen, in de zin van onnodige werkzaamheden, is geen sprake geweest. Verweerder wist niet meteen bij aanvang van de opdracht, en kon op basis van de van klager ontvangen informatie ook niet weten, dat tussen klager en zijn ex-vrouw nog te verrekenen vorderingen open stonden. Daarmee is verweerder pas later bekend geworden via de door hem ingeschakelde deurwaarder, die weigerde te executeren omdat partijen over en weer nog te verrekenen vorderingen hadden. Ongegrond.