Zoekresultaten 10861-10870 van de 48250 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:104 Hof van Discipline 's Gravenhage 210363

    Schending kernwaarde onafhankelijkheid. Gebleken is, dat verweerder te weinig onafhankelijk was van zijn cliënte om haar op objectieve wijze bij te staan. Het gebrek aan onafhankelijkheid van verweerder komt tot uitdrukking in de wijze waarop hij zijn zorgen over de gang van zaken in de VVE naar voren bracht en waarbij hij bestuurders en andere leden van de VVE en een deskundige beschuldigde van ernstige (strafbare) feiten. Als gevolg van de vermenging van rollen was voor klagers op enig moment niet meer duidelijk met wie zij te maken hadden: de buurman, de echtgenoot van hun medelid van de VvE of haar advocaat. Verweerder werkte dat in de hand, door klagers of anderen op willekeurige momenten te confronteren met zijn beschuldigingen. Doordat zijn hoedanigheid van advocaat steeds door zijn hoedanigheid van de medebewoner heen schemerde, ook wanneer hij wellicht beoogde als privépersoon op te treden, kunnen zijn uitlatingen steeds met zijn beroepsuitoefening in verband en daarmee onder het bereik van het tuchtrecht kan worden gebracht. Er is geen sprake van een schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Opgelegde maatregel: schorsing van 8 weken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3653

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft een Pro Justitia rapportage opgesteld over klager. Zij heeft dit onderzoek voortijdig afgebroken, omdat zij zich niet langer in staat achtte om haar werkzaamheden goed uit te voeren vanwege de door haar als dwingend ervaren verzoeken van klager. Klager is van mening dat de gz-psycholoog onjuist heeft gehandeld omdat zij, kort gezegd, niet de juiste informatie bij het rapport heeft betrokken, geweigerd heeft haar werkzaamheden uit te voeren, niet deskundig is en klager onheus heeft bejegend. Het college vindt de keuze van de gz-psycholoog om het onderzoek te beëindigen - gelet op de inhoud en toon van de e-mails van klager- verdedigbaar. Overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3500

    Klacht tegen psychiater. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Beklaagde is directeur van deze kliniek. Klager verwijt beklaagde dat er geen zorg voor hem is en dat hij zich niet gerespecteerd voelt. Volgens klager is hij weggestuurd bij de medische dienst en was er geen vervoer geregeld toen hij vanwege lichamelijke klachten naar het ziekenhuis moest. Ook is klager door werknemers van de kliniek geweigerd te skypen met zijn familie. Daarnaast is klager een keer in zijn kamer opgesloten. Klager acht beklaagde als directeur eindverantwoordelijk voor alles wat er in de kliniek gebeurt.Vaststaat dat er geen behandelrelatie heeft bestaan tussen beklaagde in zijn hoedanigheid van psychiater en klager en dat beklaagde ook anderszins geen zorg heeft verleend aan klager. Dat betekent dat beklaagde alleen aan het tuchtrecht is onderworpen voor zover sprake is van enig ander handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt (de tweede tuchtnorm). De klacht van klager gaat niet over het handelen van beklaagde, maar over het handelen of nalaten van anderen die werkzaam zij binnen de kliniek. Dit is iets waarvoor beklaagde niet zonder meer tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden, omdat het tuchtrecht in beginsel aangrijpt bij het individuele handelen van de zorgverlener. Feiten en omstandigheden die erop zouden wijzen dat beklaagde desalniettemin tuchtrechtelijk verantwoordelijk gehouden kan worden voor handelen ten opzichte van klager, zijn het college niet gebleken.Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-1001/DB/LI

    Klacht tegen eigen advocaat. Klager verwijt verweerder dat hij de zaak heeft teruggeven. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat klager en verweerder van mening verschilden over hoe de zaak van klager moest worden aangepakt. In die omstandigheden staat het een advocaat vrij zich terug te trekken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3319

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster is in behandeling geweest bij de psychotherapeut. In verband met een geschil over een onbetaald gebleven zogenoemde ‘no show’ factuur, heeft een voorgenomen EMDR behandeling door de psychotherapeut niet plaatsgevonden. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat zij – kort gezegd – onvoldoende zorg heeft verleend door ten onrechte behandeling(en) te weigeren. Verder verwijt zij de psychotherapeut dat zij geen afschrift van haar medisch dossier heeft verstrekt en haar beroepsgeheim heeft geschonden. Of er al dan niet sprake is geweest van een ‘no show’, laat onverlet dat het college van oordeel is dat de psychotherapeut de behandeling niet heeft mogen uitstellen dan wel afzeggen. Dit is in strijd met goed zorgverlenerschap. De psychotherapeut heeft daarnaast niet voldaan aan haar dossierplicht en de plicht om een afschrift van het dossier aan klaagster te verstrekken. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, berisping en publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/5

    Klacht tegen (onder supervisie werkende) arts over de door hem opgestelde rapportage in het kader van de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling, tevens bejegeningsklacht. De rapportage voldoet aan de daaraan in de jurisprudentie gestelde vereisten. Geen tuchtrechtelijk verwijt ten aanzien van de bejegening. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:95 Hof van Discipline 's Gravenhage 210258D

    Dekenbezwaar, in hoger beroep alleen beroep tegen hoogte maatregel. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een depotovereenkomst te ondertekenen op basis waarvan een groot bedrag op de derdengeldenrekening is beheerd ten behoeve van een procesfinanciering. Verweerder heeft miskend dat de wwft van toepassing was en ten onrechte nagelaten een melding te doen in de zin van de wwft. Verder heeft hij ism Voda het feitelijke beheer overgelaten aan een personeelslid, waardoor betalingen zonder grond daarvoor aan de verkeerde partij zijn gedaan en de financier ten onrechte niet is geïnformeerd over de betalingen (die in strijd met de depotovereenkomst waren). Verweerder heeft ook in een andere zaak gebankierd op de derdengeldenrekening zonder de toestemming van betrokkenen vast te leggen. Ook hier heeft verweerder miskend dat de wwft van toepassing was en ten onrechte geen melding gedaan. Verder heeft hij zonder toestemming zijn declaraties verrekend met de derdengelden. Verweerder heeft in strijd met meerdere kernwaarden gehandeld (onafhankelijkheid, integriteit, deskundigheid). Anders dan de raad (schorsing 16 weken) legt het hof de maatregel van schrapping van het tableau op, omdat verweerder door zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur in het algemeen heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-949/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat als waarnemer. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klaagster niet te informeren over de overname van de behandeling van het dossier van klaagster en - vooral - door tijdens haar periode als waarnemer voor mr. Van B. niet bij de rechtbank te informeren naar de beschikking in de zaak van klaagster, terwijl dit gelet op het aantal aanhoudingen en de contacten daarover van klaagster met de secretaresse wel op haar weg had gelegen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/6

    Klacht tegen verzekeringsarts over zijn rapportage in het kader van bezwaar tegen de Eerstejaars ZW-beoordeling, tevens bejegeningsklacht/vooringenomenheid. De rapportage voldoet niet aan de daaraan in de jurisprudentie gestelde vereisten. Geen tuchtrechtelijk verwijt ten aanzien van de bejegening: geen (schijn van) vooringenomenheid of het niet serieus nemen van de gezondheidsproblematiek van klaagster. Klacht deels gegrond/deels ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:96 Hof van Discipline 's Gravenhage 210259D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft namens de stichting derdengelden een depotovereenkomst (zonder noemenswaardige kennisneming daarvan) ondertekend op basis waarvan een uitzonderlijk hoog bedrag op de derdengeldenrekening zou worden beheerd. Verweerder heeft nagelaten enig onderzoek te doen naar de daarbij betrokken partijen en zonder enig inzicht in de achtergrond en ratio van de afspraken getekend als bestuurder van de derdengeldenrekening. Verweerder is vervolgens nalatig geweest in het bestuur en het beheer van de stichting derdengelden. Door geen controle uit te oefenen op de herkomst en aanwending van die gelden is sprake geweest van bankieren met derdengelden op de rekening waar verweerder verantwoordelijkheid voor droeg. Hierdoor heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Dat verweerder de overeenkomst heeft ondertekend enkel op verzoek van een collega-partner van kantoor (zijn oud-patroon) en zonder zich te verdiepen in de overeenkomst, bevestigt dat verweerder heeft nagelaten zich goed te laten informeren terwijl dat mogelijk was. Bekrachtiging beslissing raad. Schorsing 8 weken.