Zoekresultaten 10851-10860 van de 48227 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:87 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-545/AL/MN

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster werd verweten dat zij in strijd met gedragsregel 21 lid 3 heeft gehandeld door te reageren op een bericht van de wederpartij na het sluiten van het debat. Hoewel gedragsregel 21 lid 3 algemeen is geformuleerd, richt deze zich niet (primair) op een situatie als de onderhavige, maar op de daaraan voorafgaande situatie dat een partij zich zonder toestemming tot de rechter wendt. Wat daarvan zij, het procesrechtelijk beginsel van hoor en wederhoor brengt met zich dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zonder toestemming van de advocaat van klager te reageren op zowel de in het geding gebrachte brief als de in het F9-formulier verstrekte toelichting daarop door de advocaat van klager. Hoewel verweerster er beter aan had gedaan haar reactie neutraler te formuleren, is zij naar het oordeel van de raad (juist) binnen de grenzen van het tuchtrechtelijk toelaatbare gebleven. Klacht in beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1035

    Klacht tegen een psychiater over tekortschietende rapportage. De dochter van klaagster is psychologisch onderzocht door een psycholoog en een orthopedagoog werkzaam bij een ggz-instelling. De psychiater is daar ook werkzaam en is in het rapport als hoofdbehandelaar (regiebehandelaar) vermeld. Het rapport is niet gedateerd en alleen ondertekend door de orthopedagoog. De dochter had aangegeven dat ze niet wilde dat het rapport bij haar moeder terecht zou komen. Het rapport is echter, per niet-aangetekende post, naar klaagster en haar dochter gestuurd. Klaagster verwijt de psychiater een aantal zaken aangaande het rapport, die er in de kern op neerkomen dat zij vindt dat de psychiater het regiebehandelaarschap niet goed heeft ingevuld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klacht gegrond voor wat betreft het optreden van beklaagde als regiebehandelaar, laat het rapport als zodanig alsmede de gang van zaken daaromheen buiten beschouwing en legt aan de psychiater de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing, verklaart de klacht alsnog ongegrond en gelast de publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-054/AL/GLD

    Verzet ongegrond. Naar het oordeel van de raad heeft de voorzitter de verjaringsbepalingen juist toegepast.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.261

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is bekend met een schizo-affectieve stoornis en wordt ambulant behandeld door PsyQ. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat hij als voorwacht van de crisisdienst niet heeft erkend dat klaagster psychotisch aan het ontregelen was, dat hij ’s nachts geen huisbezoek heeft afgelegd om klaagster te beoordelen en het verzoek om een huisbezoek niet serieus heeft genomen. Zij verwijt verweerder dat hij een toegezegde beoordeling later weer weigerde, voor verder beleid doorverwees naar Intensieve Behandeling Thuis en de behandelaren, geen nazorg heeft geboden en geen contact met de familie heeft opgenomen om hun onvrede te bespreken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:89 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-636/AL/OV

    Klacht tegen eigen advocaat. Nadat verweerder de stukken van de griffie van het gerechtshof retour had ontvangen wegens te laat aanbrengen, had verweerder dit verzuim nog kunnen herstellen. Hij was echter niet bekend met deze mogelijkheid. Het is verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij onvoldoende heeft onderzocht of er mogelijkheden bestonden om het verzuim te herstellen. Klacht gedeeltelijk gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-991/DB/LI

    Voorzitter heeft niet op alle (aangevulde) klachtonderdelen beslist.Verzet gegrond.Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder bewust onware mededelingen heeft gedaan dan wel anderszins de belangen van klager nodeloos heeft geschaad. Het staat een advocaat vrij om in zijn verweer op een tegen hem ingediende klacht datgene naar voren te brengen wat hij in het kader van zijn verweer van belang acht. Dit is slechts anders indien de advocaat de deken dan wel de tuchtrechter bewust misleidt. Hiervan is in deze niet gebleken.Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-502/AL/GLD

    Op basis van de overgelegde stukken kan niet worden vastgesteld dat verweerder klager niet naar behoren heeft bijgestaan. Verweerder mocht naar het oordeel van de raad op grond van de aan hem verstrekte beperkte opdracht de executie van (een deel van) de beschikking van 10 januari 2019 namens klager in gang zetten. In het belang van klager heeft hij dat vervolgens ook gedaan. Van onnodig procederen, in de zin van onnodige werkzaamheden, is geen sprake geweest. Verweerder wist niet meteen bij aanvang van de opdracht, en kon op basis van de van klager ontvangen informatie ook niet weten, dat tussen klager en zijn ex-vrouw nog te verrekenen vorderingen open stonden. Daarmee is verweerder pas later bekend geworden via de door hem ingeschakelde deurwaarder, die weigerde te executeren omdat partijen over en weer nog te verrekenen vorderingen hadden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-732/AL/GLD

    Eigen advocaat wordt verweten dat zij klaagster tijdens de behandeling van de zaak niet naar een advocaat die op basis van gefinancierde rechtshulp werkt heeft doorverwezen en dat zij klaagster niet heeft geïnformeerd over de kosten van de deurwaarder. Eerder was klaagster door een advocaat op basis van gefinancierde rechtshulp bijgestaan en zij was vervolgens welbewust naar verweerster overgestapt die geen toegevoegde zaken behandelt. Op grond van gedragsregel 18 lid 1 rust op een advocaat de plicht om een cliënt erop te wijzen dat deze mogelijk in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand niet alleen bij aanvang van de zaak, maar ook steeds tussentijds wanneer daartoe aanleiding bestaat. Deze verplichting gaat echter niet zover dat ook in een situatie als deze, waarin een cliënt deze mogelijkheid kent en de weg om deze mogelijkheid te benutten zelfstandig kan bewandelen, van een advocaat verwacht moet worden dat hij zijn cliënt naar een advocaat die op basis van gefinancierde rechtshulp werkt doorstuurt. Op grond van gedragsregel 16 lid 1 is een advocaat gehouden om zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie en dient hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. Deze verplichting geldt met name ook in financiële aangelegenheden en bevat mede de verplichting om een cliënt vooraf over de hoogte van de kosten van een in te schakelen deurwaarder te informeren. Het ontbreken van schriftelijke vastlegging komt voor risico van verweerster. In dit geval is niet komen vast te staan dat verweerster klaagster deugdelijk over de (aanzienlijke) kosten van de deurwaarder heeft geïnformeerd. Klachtonderdeel gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.258

    Klacht tegen psychiater. Klaagster is bekend met een schizo-affectieve stoornis en wordt ambulant behandeld door PsyQ. Klaagster verwijt verweerster in de kern dat zij als achterwacht van de crisisdienst heeft geweigerd klaagster ‘s nachts thuis te (laten) beoordelen en dat zij geen nazorg heeft geboden en geen contact met de familie heeft opgenomen om hun onvrede te bespreken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht over de weigering thuis te komen beoordelen gegrond verklaard, aan verweerster de maatregel van berisping opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Zowel verweerster als klaagster komen in beroep maar alleen het beroep van verweerster slaagt. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, verklaart de klacht alsnog in zijn geheel ongegrond en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:92 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-562/AL/MN

    Naar het oordeel van de raad heeft verweerder de zaak van klaagster onvoldoende voortvarend behandeld na het verzoek van de deken om aan klaagster een second opinion te geven over de werkwijze van de haar aangewezen advocaat. Alhoewel voor de raad begrijpelijk is dat drukte en de beperkende maatregelen door corona in die periode bij verweerder tot vertraging hebben geleid, laat dat onverlet dat verweerder klaagster daarover actief had moeten informeren en niet een half jaar moeten wachten tot klaagster contact zou zoeken. Voor zover hij onvoldoende tijd had om klaagster binnen een redelijke termijn te adviseren, had hij dat met haar of met de deken vooraf moeten bespreken. Verweerder heeft dat niet gedaan en is op dit punt in de zorg voor de belangen van klaagster tekortgeschoten. Waarschuwing.