Zoekresultaten 10191-10200 van de 48269 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1189
- Datum publicatie: 15-09-2022
- Datum uitspraak: 14-09-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:159
Klacht tegen huisarts. Klager melde zich op de HAP omdat er iets in zijn rechteroog terecht was gekomen. De behandeling van de AIOS heeft niet tot een succesvolle verwijdering van het corpus alienum geleid. Vervolgens heeft de huisarts zelf pogingen ondernomen. Toen er ineens helder vocht vrijkwam en klager aangaf veel minder te zien, heeft de huisarts de behandeling gestaakt. Klager is diezelfde avond door een oogarts gezien en is nadien meerdere keren geopereerd. Dit heeft niet tot volledig herstel van het zicht van klagers oog geleid. De klacht houdt in dat de huisarts I) een onervaren AIOS zonder goede supervisie klagers oog niet volgens de NHG-standaard heeft laten behandelen, II) klager vervolgens zelf verwijtbaar, verkeerd en onzorgvuldig, niet volgens de NHG-standaard heeft behandeld, III) klager niet volgens de NHG-standaard direct, op zijn verzoek naar een oogarts heeft doorverwezen, IV) niet adequaat heeft gehandeld door af te gaan op het (onjuiste) advies van de telefonisch geraadpleegde oogarts, en V) klager aan zijn lot heeft overgelaten door hem zonder doorverwijzing naar huis te willen sturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen I, II, III en V ongegrond verklaard, klachtonderdeel IV gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep, hetgeen meebrengt dat de dat de maatregel van waarschuwing in stand blijft.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2022:20 Kamer voor het notariaat Amsterdam 714364 / NT 22 - 5
- Datum publicatie: 14-09-2022
- Datum uitspraak: 07-07-2022
- ECLI:NL:TNORAMS:2022:20
De notaris is opgetreden als veilingnotaris zoals bedoeld in artikel 3:268 BW, ter uitoefening van het recht van parate executie van Rabobank als hypotheekhouder. De transactie vond plaats tussen Rabobank als verkoper en [naam vastgoed bv] als koper en klaagster was daarbij geen partij. De notaris had jegens klaagster dan ook niet een verplichting om haar actief over de levering te informeren. Omdat klaagster als eigenaresse van de woning wel belanghebbende was, ware het naar het oordeel van de kamer wel beter geweest indien de notaris klaagster na de beschikking van 13 september 2021 had laten weten dat de levering doorgang zou vinden en dat de akte zou worden gepasseerd op het moment dat de koopsom zou zijn ontvangen. Dat de notaris dit heeft nagelaten is in de gegeven omstandigheden echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2022:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 714363 / NT 22 - 4
- Datum publicatie: 14-09-2022
- Datum uitspraak: 07-07-2022
- ECLI:NL:TNORAMS:2022:19
Uit het relaas van de notaris blijkt dat zij slechts één keer een half uur met erflaatster heeft gesproken, namelijk alleen bij het passeren van het testament. Daarom kon niet getoetst worden of en op welke wijze erflaatster consistent in haar wensen was. Aantekeningen van de bespreking, zo die er al zijn, heeft de notaris niet overgelegd. Vanwege praktische redenen – zo verklaarde de notaris ter zitting – is besloten alles in één keer, dus zonder voorgesprek, te laten plaatsvinden. De notaris kon verder niet verklaren wie het testament uit de gesloten en geadresseerde envelop heeft gehaald en met wie erflaatster voorafgaand aan het gesprek met de notaris de inhoud van het concept heeft besproken, maar de notaris kon zich wel herinneren dat het testament op tafel lag om door erflaatster te worden getekend. Voorts is gebleken uit de ter zitting gegeven verklaring van de notaris dat zij de tweetrapsmaking in het testament en met name de betekenis en consequenties daarvan voor haar kleinkinderen, de kinderen van [A] (klagers sub 2 en 3), niet althans niet duidelijk met erflaatster heeft besproken.Met klagers is de kamer van oordeel dat de notaris onvoldoende zorgvuldig is geweest en onvoldoende aan eigen waarneming heeft gedaan om de wilsbekwaamheid van erflaatster naar behoren te kunnen beoordelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:179 Raad van Discipline Amsterdam 22-588/A/A
- Datum publicatie: 12-09-2022
- Datum uitspraak: 05-09-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:179
Voorzittersbeslissing. Klacht van een deurwaarderskantoor over verweerder niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:180 Raad van Discipline Amsterdam 22-623/A/A
- Datum publicatie: 12-09-2022
- Datum uitspraak: 05-09-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:180
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder zijn beroepsgeheim heeft geschonden of klager niet goed heeft bijgestaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022.1239 + 1240
- Datum publicatie: 12-09-2022
- Datum uitspraak: 07-09-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:155
Klacht tegen gz-psycholoog/psychotherapeut. Klaagster is gedurende een week voor een klinische behandeling in een traumacentrum opgenomen geweest. Verweerder heeft het opnamegesprek met haar gevoerd en dezelfde dag in de middag op haar eerste traumabeeld een exposure-behandeling toegepast. Bij de rest van de klinische behandeling is verweerder niet meer betrokken geweest. Nadat zij uit het traumacentrum was ontslagen heeft klaagster een LinkedIn-connectie verzoek gestuurd aan onder anderen verweerder. Verweerder heeft dit verzoek geaccepteerd en via deze weg hebben klaagster en verweerder veelvuldig persoonlijke berichten met elkaar gedeeld. Na vier dagen is het contact op initiatief van klaagster verbroken. Klaagster heeft zes klachtonderdelen geformuleerd waarmee zij verweerder grensoverschrijdend gedrag verwijt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op alle onderdelen gegrond verklaard, aan de gz-psycholoog een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 12 maanden opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing, verklaart het klachtonderdeel waarmee verweerder seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt verweten ongegrond en bevestigt de gegrondverklaring van de andere klachtonderdelen. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de maatregel van schorsing voor de duur van 12 maanden, maar bepaalt dat deze schorsing voor de duur van 8 maanden in voorwaardelijke vorm wordt opgelegd, met een proeftijd van twee jaar. Het Centraal Tuchtcollege gelast, evenals het Regionaal Tuchtcollege publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:181 Raad van Discipline Amsterdam 22-625/A/A 22-626/A/A
- Datum publicatie: 12-09-2022
- Datum uitspraak: 05-09-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:181
Voorzittersbeslissing. Klacht over voormalig advocaat en diens advocaat kennelijk ongegrond. Klaagster klaagt in deze klachtprocedure over hetzelfde als hetgeen zij aan haar vordering bij de kantonrechter ten grondslag heeft gelegd. De voorzitter ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan de kantonrechter heeft gedaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1150
- Datum publicatie: 12-09-2022
- Datum uitspraak: 07-09-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:156
Klacht tegen gz-psycholoog. Klager heeft een dochter uit een inmiddels verbroken relatie. Op basis van een advies van de Raad voor de Kinderbescherming heeft de rechtbank besloten tot eenmaal in de veertien dagen begeleide omgang tussen klager en zijn dochter. Vanaf die datum zijn er tussen klager en de moeder onder begeleiding meerdere gesprekken geweest en hebben er meerdere begeleide bezoeken plaatsgevonden.Klager verwijt verweerster dat zij de beroepscode voor psychologen op 30 punten heeft geschonden met als gevolg dat er geen goede omgang tussen klager en zijn dochter tot stand is gekomen. Klager stelt dat hij en zijn dochter hierdoor ernstige psychische schade hebben opgelopen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de verweerster niet bij de gesprekken betrokken is geweest en heeft klager in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wat betreft de niet-ontvankelijkverklaring, verklaart klager ontvankelijk in zijn klacht en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1179
- Datum publicatie: 12-09-2022
- Datum uitspraak: 07-09-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:157
Klacht tegen tandarts. Klaagster had een partiële prothese in de boven- en onderkaak en wilde naar een vaste constructie. Klaagster heeft met de tandarts afgesproken dat de tandarts twee implantaten in de onderkaak zou plaatsen zodat daar een nieuwe prothese (klikgebit) zou kunnen worden geplaatst. Tijdens de ingreep is vanwege de complexiteit de behandeling gestaakt. Klaagster is daarna doorverwezen naar de kaakchirurg. Klaagster klaagt over de prothesen die de tandarts heeft laten maken en die niet goed pasten, over het voorafgaande informed consent, over onvoldoende vooronderzoek en het niet maken van foto’s om de dikte van het kaakbot te bepalen, over het binnen te korte tijd na elkaar maken van kaakoverzichtsfoto’s, over de onzorgvuldig uitgevoerde behandeling en plaatsing van de implantaten, over haar geleden (immateriële) schade, over het onzorgvuldig informeren van klaagster over de aanleiding voor het staken van de ingreep, over onzorgvuldige dossiervoering en over het niet verstrekken van het patiëntendossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht (gedeeltelijk) gegrond verklaard, de klacht voor het overige ongegrond verklaard en de tandarts voor het gegrond verklaarde deel van de klacht de maatregel van berisping opgelegd. De tandarts is tijdig van die beslissing in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verklaart de gegrond verklaarde klachtonderdelen alsnog ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:177 Raad van Discipline Amsterdam 22-318/A/A/D
- Datum publicatie: 12-09-2022
- Datum uitspraak: 05-09-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:177
Dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft niet voldaan aan het verzoek van de deken om de financiële kengetallen over het boekjaar 2020 (en de vergelijkende cijfers over 2019) aan te leveren. Op grond van de beslissing van het Hof van Discipline van 15 november 2021 (ECLI:NL:TAHVD:2021:214) zijn advocaten gehouden medewerking te verlenen aan het in de vorm van preventief toezicht door de deken collectief uitvragen van de financiële kengetallen. Door hier niet aan te voldoen heeft verweerder gehandeld in strijd met de betamelijkheid als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en gedragsregel 29. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding verweerder een voorwaardelijke boete op te leggen van € 2.500,- en daarbij te bepalen dat deze boete verschuldigd is indien hij niet uiterlijk vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan de deken de gevraagde informatie heeft verstrekt. Daarnaast ziet de raad aanleiding verweerder een onvoorwaardelijke maatregel op te leggen. Gelet op de ernst van de aan verweerder gemaakte verwijten en zijn antecedentenlijst, acht de raad de maatregel van berisping passend en geboden.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1019
- Pagina: 1020
- Pagina: 1021
- ...
- Pagina: 4827
- Volgende pagina zoekresultaten