Zoekresultaten 10181-10190 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:32 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/53

    Dierenarts wordt verweten veterinair onjuist en onzorgvuldig te hebben gehandeld bij de keuring van een paard. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:33 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/70

    Dierenarts wordt verweten in meer algemene zin mee te werken aan de malafide hondenhandel, dat hij daarnaast met betrekking tot een pup geen volledige gezondheidscheck heeft uitgevoerd, dat hij de pup niet heeft behandeld en niet heeft gevaccineerd en een onvolledig ingevuld dierenpaspoort heeft afgegeven. Het college acht de klacht met betrekking tot de afgifte van het dierenpaspoort bewezen en gegrond. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:27 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/117

    Klachten tegen twee dierenartsen. Een van hen wordt verweten nalatig te hebben gehandeld bij het onderzoek van een hond en de invulling en afgifte van een dierenpaspoort. Deze klacht is gegrond verklaard met oplegging van een waarschuwing. De andere dierenarts wordt verweten bij een onderzoek te hebben gemist dat de hond een hartruis had, die later door andere dierenartsen wel is opgemerkt en op een aangeboren hartafwijking wees. Deze klacht is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:21 Hof van Discipline 's Gravenhage 6296wr

    Wrakingsverzoek. Met betrekking tot de samenstelling van de kamer van het hof waar twee advocaat-leden deel van uitmaken, overweegt de wrakingskamer dat de betrokkenheid van advocaat-leden benodigd is voor de vereiste deskundigheid, dat de wijze van benoeming onafhankelijkheid van die leden waarborgt en daarmee geen sprake is van strijd met art. 6 EVRM. Ook uit de overige gronden blijkt niet van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:34 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/95

    Ondanks de grote hoeveelheid stukken die er van de zijde van klaagster in het geding is gebracht, zijn deze onvoldoende concreet toegespitst op beklaagde en ontoereikend om te kunnen dienen als afdoende bewijs voor de stelling dat zij in haar hoedanigheid van dierenarts ernstig tekort is geschoten en daarmee in algemene zin de malafide hondenhandel heeft gefaciliteerd. Ook ten aanzien van de overige algemeen geformuleerde, ernstige en per saldo ook strafrechtelijke beschuldigingen, zoals dat beklaagde frauduleus handelt, stelselmatig en opzettelijk wet- en regelgeving op het gebied van het dierenwelzijn overtreedt en valsheid in geschrifte pleegt, geldt dat deze beschuldigingen, althans op basis van de door klaagster ingebrachte stukken, door het college niet bewezen kunnen worden geacht.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:28 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/35

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een paard onjuist en niet adequaat te hebben gehandeld inzake de behandeling van hoefbevangenheid en met betrekking tot de informatieverstrekking over de bijwerkingen van het toegepaste middel phenylbutazon. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:35 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/126

    Dierenarts wordt verweten in algemene zin mee te werken aan de malafide hondenhandel, dat zij daarnaast met betrekking tot een pup geen volledige gezondheidscheck heeft uitgevoerd, dat zij de pup niet heeft gevaccineerd en een onvolledig ingevuld dierenpaspoort heeft afgegeven. Het college acht de klacht met betrekking tot de afgifte van het dierenpaspoort bewezen en gegrond. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-548/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de curator in een faillissement kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:29 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/36

    Dierenarts wordt verweten niet adequaat te hebben gehandeld met betrekking tot de klachten die een paard kreeg na een behandeling in het kader van hoefbevangenheid. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:5 Hof van Discipline 's Gravenhage 5867

    Verweerder komt in hoger beroep. De raad heeft een klacht tegen hem gegrond verklaard en een schorsing opgelegd. Het beroep van verweerder betreft formele punten, waaronder de termijn waarbinnen de klacht is ingediend, de doorgang van de zitting en de stelling dat de raad van discipline niet onpartijdig is. Het beroep op de onredelijke klachttermijn slaagt. De overige grieven falen. Verweerder wist van de zitting van de raad, dus het risico van niet-verschijnen vanwege verblijf in het buitenland blijft voor zijn rekening. Ter zake van de onpartijdigheid van de raad, overweegt het hof: - dat op de tuchtrechtspraak voor advocaten artikel 6 EVRM van toepassing is omdat de vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen in het geding kan zijn; - dat de gewenste deskundigheid bij de behandeling rechtvaardigt dat de colleges ten dele zijn samengesteld uit beroepsgenoten, en dat dit onvoldoende grond is voor de veronderstelling dat dit afbreuk zou doen aan de onpartijdigheid van de colleges, - dat de wijze van benoeming (bij wet geregeld, voor een vaste termijn, voor de leden-advocaten voor ten hoogste vier jaar) en de regeling van incompatibiliteiten voldoende waarborgen biedt voor onafhankelijkheid van de leden, - dat daarnaast de samenstelling van het hof, dat in meerderheid bestaat uit met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht, nog een extra waarborg biedt voor een onafhankelijke en onpartijdige behandeling in hoger beroep. De grief dat geen sprake is van een onpartijdige behandeling van zijn zaak faalt.