Zoekresultaten 461-470 van de 48147 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3211 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht in verband met een eerdere klacht van klaagster tegen de verzekeringsarts met eenzelfde inhoud en strekking.Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:125 Raad van Discipline Amsterdam 26-341/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening en over de onttrekking van verweerder kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-085/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De klacht dat verweerster professioneel tekort is geschoten, incompetent is en nalatig is geweest, juridisch inzicht mist en hierdoor heeft gehandeld in strijd met de Advocateneed, de kernwaarden voor de advocatuur en de gedragsregels is deels vanwege tijdsverloop niet-ontvankelijk en deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:119 Raad van Discipline Amsterdam 26-432/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Voor zover de klacht (ook) is ingediend door de advocaat van klaagster, is de klacht (grotendeels) kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtsreeks eigen belang.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3223 VZ

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts was de huisarts van de broer van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat zij mede door zijn toedoen gedwongen is opgenomen.De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissingdan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:55 Accountantskamer Zwolle 25/2663 Wtra AK

    Betrokkene heeft een rapportage opgesteld over de eindafrekening van de bedragen die door een groep vennootschappen zijn betaald in relatie tot een overeenkomst van opdracht met klagers. Deze rapportage is gebruikt in een gerechtelijke procedure. Volgens klagers had de rapportage geen deugdelijke grondslag en heeft betrokkene niet voorkomen dat de rapportage zou worden gebruikt als accountantsrapport met goedkeurend oordeel. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:183 Hof van Discipline 's Gravenhage 250410

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster heeft geen eigen, rechtstreeks belang bij haar klachtonderdelen die gaan over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder ten behoeve van zijn cliënt (de vader van klaagster). Niet is gebleken dat verweerder zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten of bewust onwaarheden heeft verkondigd over de medische situatie van zijn cliënt (vader van klaagster). Verweerder is met zijn uitlatingen en handelwijze gebleven binnen de toepasselijke tuchtrechtelijke kaders. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:126 Raad van Discipline Amsterdam 26-352/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Hoewel het beter was geweest als verweerder neutralere bewoordingen had gekozen in het bemiddelingsgesprek met klaagster, is geen sprake van onnodig grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-041/DB/OB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8126

    Verweerder was in 2014 als huisarts betrokken bij de tweejaarlijkse cholesterol- controle van klaagster in verband met haar hoge bloeddruk. Vanaf 2016 is deze controle overgedragen aan de praktijkondersteuner somatiek. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogd cholesterolgehalte en dit in 2014 niet goed te noteren in het dossier. Hierdoor is klaagster te laat doorverwezen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat een deel van de klacht niet-ontvankelijk en dat de huisarts voor het overige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.