Zoekresultaten 1771-1780 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2015:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 571316/NT14-54 B

    Klaagster is geen erfgenaam en heeft derhalve geen belang bij een uitspraak over de boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater. Hetzelfde geldt ten aanzien van de declaratie van de notaris, die ten laste komt van de erfgenamen en dus niet van klaagster. Ook heeft klaagster geen belang bij een klacht over de uitkering van een legaat aan andere legatarissen dan zijzelf. Klacht deels ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2015:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 569584/NT14-50 O

    Hoewel uit de feiten blijkt dat de kandidaat-notaris de nodige tijd heeft besteed aan het opstellen van de akte van verdeling, acht de kamer het opmerkelijk dat zij de meest in het oog springende posten in die akte, te weten de hoogte van de hypothecaire inschrijvingen met daartegenover de taxatiewaarde van de woning, niet naar behoren heeft doorgenomen. De kandidaat-notaris kan zich niet verschuilen achter het feit dat het email-bericht van klager van 5 januari 2013 (waarschijnlijk) in de spambox is terechtgekomen en evenmin disculpeert haar het gegeven dat klager daar zelf niet op is teruggekomen. Het hiervoor onder 3.1 genoemde klachtonderdeel is dan ook gegrond. De kamer acht het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en geboden, rekening houdend met het feit dat ook klager de kandidaat-notaris had kunnen herinneren aan de door hem gestelde vragen in zijn e-mailbericht van 5 januari 2013.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2015:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam 557414/NT14-2P 564762/NT14-32SP

    Klacht over - kort gezegd - onjuiste advisering inzake een nalatenschap - is deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond; de andere klacht - over partijdig en onzorgvuldig handelen met betrekking tot een overeenkomst van geldlening - is in zijn geheel niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNORARL:2014:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/182

  • ECLI:NL:TNORAMS:2015:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 570050/NT 14-52 P

    Bij uitgebreid gemotiveerde beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 7 september 2011 is het verzoek tot machtiging tot verkoop van de onroerend goed portefeuille van klaagster aan [naam] B.V. en [naam] B.V. toegewezen. Daarbij heeft de kantonrechter geoordeeld dat, - gezien de urgentie van het verzoek en de overige omstandigheden zoals genoemd onder e. van deze beslissing - , het in het belang van klaagster was de machtiging tot verkoop van de onroerend goed portefeuille aan de curator van klaagster te geven. De notaris voert terecht aan dat het niet aan hem is om deze beslissing te beoordelen. Ook was er voor hem geen aanleiding om te menen dat de curator deze beslissing op valse gronden had verkregen of dat door het uitvoeren van deze beslissing klaagster zou worden benadeeld. Onder deze omstandigheden moest de notaris – gelet op zijn ministerieplicht - tot passeren van de leveringsakte overgaan. Deze klacht is derhalve ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-25

    Klagers verwijten de notaris dat hij heeft gehandeld in strijd met artikel 17 van de Wet op het notarisambt (Wna) door niet de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken partijen, waaronder die van klagers, onpartijdig en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te behartigen. Hangende een verplichte aanbiedingsplicht van de aandelen aan klagers heeft de notaris niet gehandeld zoals een redelijk notaris betaamt, omdat hij partijdig bij de statutenwijziging en aandelenemissie heeft geadviseerd waardoor aanzienlijk financieel nadeel is ontstaan bij klagers. Het handelen van de notaris is laakbaar en onverantwoordelijk. De notaris heeft gehandeld in strijd met de notariële beroepsregels (onder andere artikel 2, 5 en 18 van de Verordening Beroeps-en gedragsregels).

  • ECLI:NL:TNORAMS:2015:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 568923/NT 14-46 P

    De kamer heeft geconstateerd dat de notaris weliswaar de betreffende verklaring heeft opgevraagd maar daarna geen navraag bij de administrateur of klaagster zelf heeft gedaan omtrent het uitblijven van deze verklaring. Het had op de weg van de notaris gelegen om na te gaan of het niet verstrekken van de verklaring een gevolg was van het bewust afzien door de administrateur van het geven van een verklaring. Dit geldt temeer nu de notaris, in verband met de haast van partijen, de administrateur slechts enkele uren de tijd had gegeven. De notaris heeft zich derhalve niet voldoende ingespannen om de verklaring te verkrijgen. Zij heeft in de akte dan ook ten onrechte opgenomen dat de verklaring “ondanks voldoende inspanning van de notaris” niet door of namens het bestuur van de Vereniging van Eigenaars is afgegeven. Door deze onterechte vermelding heeft de notaris de rechtspositie van klaagster benadeeld, immers hierdoor heeft zij klaagster in een moeilijker bewijspositie gebracht bij een eventuele poging om op grond van artikel 5:122 lid 3 BW haar vordering op de koper te verhalen. Derhalve komt de kamer tot het oordeel dat de klacht gegrond is.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 13-60

    De notaris wordt verweten dat het voor hem op 15 september 2010 onmogelijk moet zijn geweest om vast te stellen wat de wil van erflaatster met betrekking tot haar nalatenschap was.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-22

    Klaagster verwijt de notaris dat hij in strijd heeft gehandeld met artikel 17 van de Wet op het notarisambt (Wna). De notaris heeft nagelaten de belangen van alle bij de akte van levering van 14 oktober 2011 betrokken partijen, met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te behartigen.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-44

    Klager verwijt de notaris dat pas zeven maanden na aanwijzing van de notaris door de kantonrechter haar advocaat voor het eerst contact heeft gehad met de notaris.