ECLI:NL:TNORAMS:2015:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 569584/NT14-50 O
| ECLI: | ECLI:NL:TNORAMS:2015:4 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-01-2015 |
| Datum publicatie: | 13-02-2015 |
| Zaaknummer(s): | 569584/NT14-50 O |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Hoewel uit de feiten blijkt dat de kandidaat-notaris de nodige tijd heeft besteed aan het opstellen van de akte van verdeling, acht de kamer het opmerkelijk dat zij de meest in het oog springende posten in die akte, te weten de hoogte van de hypothecaire inschrijvingen met daartegenover de taxatiewaarde van de woning, niet naar behoren heeft doorgenomen. De kandidaat-notaris kan zich niet verschuilen achter het feit dat het email-bericht van klager van 5 januari 2013 (waarschijnlijk) in de spambox is terechtgekomen en evenmin disculpeert haar het gegeven dat klager daar zelf niet op is teruggekomen. Het hiervoor onder 3.1 genoemde klachtonderdeel is dan ook gegrond. De kamer acht het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en geboden, rekening houdend met het feit dat ook klager de kandidaat-notaris had kunnen herinneren aan de door hem gestelde vragen in zijn e-mailbericht van 5 januari 2013. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM
Beslissing van 22 januari 2015 in de klacht met nummer 569584/NT 14-50 O van:
[klager],
wonende te [plaats],
klager,
tegen:
[de kandidaat-notaris],
kandidaat-notaris te [plaats],
de kandidaat-notaris.
1. Het verloop van de procedure
De kamer is uitgegaan van de volgende stukken:
- klaagschrift met bijlagen van 24 juli 2014;
- verweerschrift met bijlagen van 5 september 2014;
- aanvullend verweerschrift met bijlage van 8 september 2014;
- overlegging productie klager, ingekomen op 16 september 2014.
Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 27 november 2014 zijn klager en de kandidaat-notaris verschenen en zij hebben beiden het woord gevoerd. Uitspraak is bepaald op heden.
2. De feiten
De kamer gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden:
- Klager is gehuwd geweest met mevrouw [naam] (hierna: zijn ex-echtgenote).
- Op 28 september 2012 hebben klager en zijn ex-echtgenote een echtscheidingsconvenant getekend, waarin zij verdelingsafspraken hebben vastgelegd.
- Hun huwelijk is op 8 november 2012 ontbonden.
- Medio december 2012 heeft klager de kandidaat-notaris, toen nog werkzaam als notaris, verzocht de in het convenant neergelegde verdelingsafspraken in een akte van verdeling vast te leggen.
- Het intakegesprek op het notariskantoor hebben klager en zijn ex-echtgenote gevoerd met kandidaat-notaris [naam andere kandidaat-notaris], in aanwezigheid van de financieel adviseur van klager (de heer [naam]). In afwijking van het convenant zijn klager en zijn ex-echtgenote toen mondeling overeengekomen dat aan klager de echtelijke woning zou worden toebedeeld. Deze woning was bezwaard met twee hypothecaire inschrijvingen ten behoeve van Argenta Spaarbank N.V. van respectievelijk € 157.668,00 en € 30.000,-. De waarde van de woning is bij taxatie vastgesteld op € 175.000,-.
- Op 4 januari 2013 heeft de kandidaat-notaris het eerste concept van de akte van verdeling verzonden aan klager. In het concept is onder meer vermeld: “(…) Ten aanzien van de verdeling gelden nog de volgende bepalingen: (…) – Tussen partijen zal geen verrekening van baten en lasten ten aanzien van het registergoed en/of ten aanzien van voormelde (hypothecaire) geldleningen plaatsvinden.”
- In de begeleidende brief heeft de kandidaat-notaris geschreven: “Op grond van uw afspraken zal de eigendom van voormeld woonhuis aan u worden toebedeeld. Deze toedeling vindt plaats onder de verplichting voor u om de hypothecaire geldleningen bij Argenta voor uw rekening te nemen. Ten aanzien van deze hypothecaire lening is het verzoek tot ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor [de ex-echtgenote van klager] aangevraagd bij de bank. U bent nu nog samen aansprakelijk voor de verplichtingen die uit de hypotheek voortvloeien. Nadat de woning geheel op naam van u is gesteld (door de akte van verdeling) zal deze aansprakelijkheid van [de ex-echtgenote van klager] vervallen. Door toedeling van onder meer de woning is er sprake van overbedeling. Het bedrag van deze overbedeling is in onderling overleg door u vastgesteld op € 15.407,45, dit is inclusief de helft van het opgebouwde kapitaal in de polis bij AEGON. Dit bedrag is voor een gedeelte van € 4.500,00 al door u aan [de ex-echtgenote van klager] voldaan. De verdeling van de overige gemeenschappelijke goederen (bijvoorbeeld inboedelgoederen en bankrekeningen) en schulden is in het convenant vastgelegd en niet in de akte opgenomen.”
- Op 4 januari 2013 heeft de kandidaat-notaris de conceptakte ook aan de financieel adviseur van klager gezonden en in de begeleidende brief aan deze vermeld: “Naar aanleiding van het mailverkeer met [klager] ontvangt u hierbij het ontwerp van de akte van verdeling, zoals ik deze vandaag ook naar partijen heb gezonden. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben, dan verneem ik deze graag.”
- Op 5 januari 2013 heeft klager in een e-mailbericht aan de kandidaat-notaris in reactie op haar onder f genoemde brief van 4 januari 2013 onder meer geschreven: “Sorry, het is een heel verhaal maar dit zal uiteindelijk de tijd bekorten van een bezoek aan u. Ik hoop dat u het zult lezen. Ik kreeg bericht dat de mail gezonden vanaf mijn telefoon niet door is gekomen. Ik wil dan graag reageren op de (concept) verdeelakte. Vraag over overbedeling. Begrijp ik goed dat u zegt dat er overwaarde/overbedeling is van € 15.407,45 euro is? Ik heb begrepen dat de waardebepaling van het huis € 175.000,- euro is dit terwijl de hypotheek € 188.000,- euro is. Ik begrijp daarbij de in de vierde alinea genoemde zin: in onderling overleg. Ik denk dat u hiermede bedoeld het opgebouwde spaarkapitaal (…). Hierbij gaf (..) [naam financieel adviseur] aan dat er iets meer dan € 22.000 euro was opgebouwd. Als ik dit door twee deel en de € 4500 euro erbij optel kom ik op uw bedrag van € 15.407,45. Is dat juist? (…..) Uitbetaling Ik hoop dat ik (man) het niet goed begrijp. Heb ik nu een schuld van € 11.209,45 aan [naam ex-echtgenote]? Mevrouw [naam ex-echtgenote] is de vertrekkende partij. Ik was van mening dat de vertrekkende partij bij overwaarde ontvangt doch bij onderwaarde betaald. Zie ik dit onjuist? Hypotheek € 188.000. Waarde huis € 175.000. Onderwaarde € 13.000. Ik zou dus voor mijn gevoel € 6.500 van mevrouw [naam ex-echtgenote] moeten krijgen. (…)”
- In een e-mailbericht van 2 februari 2013 heeft klager aan de kandidaat-notaris om uitleg over de conceptakte verzocht in een persoonlijk gesprek: “Ik zou graag een afspraak maken met u. Ik snap namelijk niet het gedeelte op bladzijde 4 onder kopje Overbedeling. Ik zou een schuld hebben van 4500 euro aan mijn ex. Dat begrijp ik niet en wil graag uitleg. Ik zou graag weten waar dat bedrag vandaan komt.”
- Op 5 februari 2013 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen klager, zijn ex-echtgenote en de kandidaat-notaris op het notariskantoor. Na dat gesprek heeft de kandidaat-notaris klager en zijn ex-echtgenote per e-mailbericht een gewijzigde conceptakte gezonden : “Zoals besproken ontvangt u hierbij het gewijzigde ontwerp van de akte van verdeling, waarin is opgenomen, dat de spaarkasverzekering bij Reaal inmiddels door u samen is opgezegd; van het kapitaal zal [klager] € 1.500,00 ontvangen en [de ex-echtgenote van klager] € 4.500,00. De helft van het opgebouwde kapitaal in de polis van AEGON zal dan worden schuldiggebleven en pas uitgekeerd worden o.a. bij verkoop van de woning of oversluiting van de hypotheek. Graag verneem ik in hoeverre u met de inhoud akkoord kunt gaan, waarna ik het ontwerp naar Argenta/Stater zal mailen.”
- Op 6 februari 2013 hebben klager en zijn ex-echtgenote aan de kandidaat-notaris per e-mailbericht laten weten akkoord te gaan met het gewijzigde concept van de akte van verdeling.
- Op 22 maart 2013 is de akte van verdeling in tegenwoordigheid van klager en zijn ex-echtgenote gepasseerd.
- Op 19 augustus 2013 heeft klager aan de kandidaat-notaris geschreven: “Nu ik in een wat rustiger vaarwater ben gekomen werd ik door brieven/communicatie van de advocaat van mijn ex genoodzaakt de door u opgemaakte akte van verdeling meerdere malen aandachtig door te lezen. Het is me daarbij opgevallen dat u onder het punt overbedeling op pagina vier laatste alinea en pagina vijf van deze akte wel de verdeling heeft gedaan van het eindkapitaal van de levensverzekering. Ik kan alleen nergens in de akte lezen dat u de negatieve waarde van het woonhuis gelijkelijk heeft verdeeld.”
- Met ingang van 31 augustus 2013 is aan de kandidaat-notaris eervol ontslag verleend uit haar functie als notaris.
- Op 26 september 2013 heeft de kandidaat-notaris klager geschreven: “Naar aanleiding van uw brief van 19 augustus 2013 bericht ik u, dat een negatieve waarde van de woning niet is meegenomen in de akte. Zowel tijdens de eerste bespreking als tijdens de bespreking die wij op 5 februari hebben gevoerd is niet aan de orde gekomen dat er een negatieve waarde zou zijn die in de verrekening betrokken zou moeten worden. Ook na ontvangst van het ontwerp hebt u hierop niet gereageerd. Bij de ondertekening van de akte hebben wij de akte nog doorgesproken, en ook toen hebt u dit niet aangegeven of vragen gesteld hierover. Het eerste ontwerp van de akte is verzonden op 4 januari 2013 en de akte is ondertekend op 22 maart 2013, zodat er voldoende tijd is geweest om de akte goed door te nemen en vragen te stellen. Ik betreur het dat u achteraf pas met deze opmerking komt, omdat het anders in de akte verwerkt had kunnen worden.”
- Klager heeft de KNB verzocht te bemiddelen tussen hem en de kandidaat-notaris, hetgeen niet tot een oplossing heeft geleid.
3. De klacht
3.1 De kandidaat-notaris heeft niet voldaan aan haar zorgplicht. In de akte van verdeling heeft zij geen rekening gehouden met het verschil tussen de omvang van de twee hypotheken en de waarde van de woning. Er was sprake van een negatieve waarde van € 12.688,62. Bij de verrekening is dat niet aan de orde gekomen. Daardoor heeft klager naar zijn zeggen voor een bedrag van € 6.344,31 aan schade geleden.
3.2 Bij het ondertekenen van de akte op 22 maart 2013 heeft de kandidaat-notaris niet de gehele akte voorgelezen.
4. Het verweer
4.1 In het convenant, dat niet door de kandidaat-notaris is opgesteld maar door de financieel adviseur, was niets opgenomen over de hoogte van de hypotheekschuld. Er was volgens de kandidaat-notaris daarom geen enkele aanwijzing dat sprake zou zijn van een “onderwaarde” van de woning, die nog in de verrekening betrokken zou moeten worden: als deze er al geweest zou zijn, was deze blijkens de opgaven van klager en zijn ex-echtgenote al onderling verrekend.
De kandidaat-notaris stelt dat zij het e-mailbericht van klager van 5 januari 2013, hiervoor vermeld onder 2i. , niet eerder dan in deze tuchtprocedure heeft gezien, maar dat e-mailberichten van klager wel vaker niet aankwamen. Daarvan was klager op de hoogte; waarschijnlijk is het bericht in de spambox beland, aldus de kandidaat-notaris. Klager heeft de kandidaat-notaris nooit, ook niet telefonisch, gevraagd om de punten van dat bericht nog eens door te nemen.
Op 5 februari 2013 hebben klager en zijn ex-echtgenote bij de kandidaat-notaris de eerste conceptakte in zijn geheel doorgenomen. Tijdens dit gesprek bleek dat er een spaarkasverzekering was, die afgekocht moest worden. Klager en zijn ex-echtgenote hadden daartoe de formulieren al opgestuurd naar de maatschappij. Klager zou van de opgebouwde waarde € 1.500,- ontvangen en zijn ex-echtgenote € 4.500,- .
Over een onderwaarde van de woning die nog moest worden verrekend is volgens de kandidaat-notaris toen niet gesproken. Van de financieel adviseur van klager had de kandidaat-notaris overigens geen reactie gekregen op de hem toegezonden (eerste) conceptakte.
Ten slotte is de kandidaat-notaris uit de reacties naar aanleiding van de tweede conceptakte evenmin gebleken van een nog te verrekenen onderwaarde.
4.2 Hetgeen klager stelt over het niet geheel voorlezen door haar van de akte op 22 maart 2013, is niet juist, aldus de kandidaat-notaris. Partijen krijgen bij haar bij de ondertekening altijd een ‘meeleesexemplaar’ van de akte. Haar opmerking “daar hebben we het al over gehad” sloeg op het opgebouwde kapitaal van de spaarkasverzekering, waarover tijdens de bespreking op 5 februari 2013 uitgebreid was gesproken, zodat de kandidaat-notaris er in beginsel van uitging dat daarop geen nadere toelichting meer nodig was.
5. De beoordeling
5.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wna gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van diegenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient te beoordelen of de handelwijze van de kandidaat-notaris een verwijtbare gedraging in de zin van voornoemd artikel oplevert.
5.2 Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de kandidaat-notaris verklaard dat zij geen navraag heeft gedaan bij klager en zijn ex-echtgenote over het verschil tussen de som van beide hypothecaire inschrijvingen (€ 187.688,-) en de taxatiewaarde van de woning (€ 175.000,-). Zij heeft aangenomen dat dit verschil op een andere manier verrekend was tussen partijen bij de akte, aangezien daarover in het convenant niets was opgenomen. In de akte heeft zij daarom ook vermeld dat de overige goederen in onderling overleg verdeeld en geleverd zijn.
5.3 De kamer is van oordeel dat het op de weg van de kandidaat-notaris lag om haar veronderstelling dat het bedoelde verschil op een andere manier verrekend was, bij klager en zijn ex-echtgenote te verifiëren. Haar verklaring ter zitting is bovendien niet te rijmen met de bepaling in de (concept)akte, dat tussen partijen geen verrekening zal plaatsvinden van baten en lasten ten aanzien van het registergoed.
Hoewel uit de feiten blijkt dat de kandidaat-notaris de nodige tijd heeft besteed aan het opstellen van de akte van verdeling, acht de kamer het opmerkelijk dat zij de meest in het oog springende posten in die akte, te weten de hoogte van de hypothecaire inschrijvingen met daartegenover de taxatiewaarde van de woning, niet naar behoren heeft doorgenomen. De kandidaat-notaris kan zich niet verschuilen achter het feit dat het email-bericht van klager van 5 januari 2013 (waarschijnlijk) in de spambox is terechtgekomen en evenmin disculpeert haar het gegeven dat klager daar zelf niet op is teruggekomen. Het hiervoor onder 3.1 genoemde klachtonderdeel is dan ook gegrond. De kamer acht het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en geboden, rekening houdend met het feit dat ook klager de kandidaat-notaris had kunnen herinneren aan de door hem gestelde vragen in zijn e-mailbericht van
5 januari 2013.
5.4 Er bestaat voor een notaris geen verplichting om een akte in haar geheel voor te lezen. Klager had bovendien bij het passeren van de akte aan de kandidaat-notaris kunnen laten weten indien hem bepaalde passages die hij daarin had gelezen nog niet duidelijk waren.
Het klachtonderdeel hiervoor onder 3.2 genoemd wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kamer voor het notariaat:
- verklaart de klacht voor wat betreft onderdeel 3.1 gegrond;
- legt de kandidaat-notaris daarvoor een waarschuwing op;
- verklaart de klacht voor wat betreft onderdeel 3.2 ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. C.E. van Oosten-van Smaalen, voorzitter, A.H. Schotman, A.M.J.M. Ploumen, Th.W. van Grafhorst en N.T. Vink, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.B.T. Kienhuis, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2015.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam (postbus 1312, 1000 BH Amsterdam) binnen 30 dagen na de dag van verzending van de aangetekend verzonden
kennisgeving.