ECLI:NL:TNORDHA:2015:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-44

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2015:2
Datum uitspraak: 14-01-2015
Datum publicatie: 04-02-2015
Zaaknummer(s): 14-44
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klager verwijt de notaris dat pas zeven maanden na aanwijzing van de notaris door de kantonrechter haar advocaat voor het eerst contact heeft gehad met de notaris.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 14 januari 2015 inzake de klacht onder nummer 14-44 van:

[klaagster],

hierna ook te noemen: klaagster,

tegen

mr. [notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna ook te noemen: de notaris,

advocaat mr. M.M. Olthoff-Worst te Amsterdam.

De procedure

De Kamer heeft kennisgenomen van:

·         de klacht, met bijlagen, ingekomen per e-mail bij de Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden op 3 juli 2014,

·         antwoord van de notaris,

·         repliek van klaagster, met bijlage,

·         dupliek van de notaris.

Het procesverloop

De voorzitter van de Kamer voor het notariaat te Arnhem-Leeuwarden heeft op 9 juli 2014 de president van het gerechtshof te Amsterdam verzocht een andere Kamer voor het notariaat aan te wijzen voor de behandeling van de onderhavige klacht, nu de notaris plaatsvervangend lid is van de Kamer voor het notariaat in het ressort  Arnhem-Leeuwarden. Bij beslissing van 10 juli 2014 heeft de president van het gerechtshof te Amsterdam op de voet van artikel 99 lid 2 Wet op het notarisambt (hierna te noemen: Wna) de Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag aangewezen teneinde zich met de behandeling van voormelde klacht te belasten.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 december 2014. Daarbij waren aanwezig klaagster en de notaris bijgestaan door zijn advocaat mr. M.M. Olthoff-Worst.

Van het verhandelde is proces­verbaal opgemaakt met daaraan in afschrift gehecht de op de zitting overgelegde pleitaantekeningen van klaagster.

De feiten

Op 14 juni 2010 is de moeder van klaagster, mevrouw [X] (hierna te noemen: erflaatster), overleden. Klaagster was het enige kind van erflaatster. Ten tijde van het overlijden van erflaatster was zij gehuwd met de heer [Y] (hierna te noemen: [Y]), niet zijnde de vader van klaagster. Op 12 januari 2004 heeft erflaatster een testament gemaakt waarin zij – voor zover hier van belang – het volgende heeft bepaald:

“ERFSTELLING EN TWEETRAPSMAKING

D. ERFSTELLING

1.  Ik bepaal dat de wettelijke verdeling van boek 4 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is en benoem tot mijn erfgenamen mijn echtgenoot alsmede mijn afstammelingen, gezamenlijk en voor gelijke delen en ten aanzien van mijn afstammelingen met plaatsvervulling, welke plaatsvervulling zal gelden vóór eventuele aanwas.

(...)

TWEETRAPSMAKING

Hetgeen mijn echtgenoot (hierna te noemen: de bezwaarde) van het uit mijn nalatenschap aan hem nagelatene bij zijn overlijden onverteerd zal hebben nagelaten, zal ten deel vallen aan mijn erfgenamen bij versterf ten tijde van mijn overlijden (hierna te noemen: de verwachters).

(...)

BEPALINGEN INZAKE DE TWEETRAPSMAKING

Met betrekking tot de tweetrapsmaking gelden de volgende bepalingen.

(...)

Beschrijving

1. De bezwaarde is verplicht op verzoek van de verwachter zo spoedig mogelijk na het openvallen van de nalatenschap overeenkomstig de wettelijke voorschriften een beschrijving te maken.

Jaarlijkse opgave

2. De bezwaarde is verplicht jaarlijks aan de verwachter een ondertekende, nauwkeurige opgave te zenden van de goederen die niet meer aanwezig zijn, van de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen, en van de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en die geen vruchten zijn.

(...)

Duur van de tweetrapsmaking

11. Het recht van de bezwaarde eindigt:

(...)

-          bij (her)trouwen of het aangaan van een geregistreerd echtgenootschap door de bezwaarde, tenzij zekerheid wordt gesteld.

(...)

EXECUTEURSBENOEMING

F. Ik benoem mijn echtgenoot tot executeur.

Boedelnotaris en boedelbeschrijving

De executeur heeft het recht om een boedelnotaris aan te wijzen.

De executeur moet met bekwame spoed een boedelbeschrijving met inbegrip van een voorlopige staat van de schulden der nalatenschap opmaken en de hem bekende schuldeisers oproepen tot indiening van hun vorderingen bij de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, bij de executeur. De aanmelding van een vordering stuit de verjaring.

(...)”.

[Y} heeft de nalatenschap van erflaatster zuiver aanvaard. Klaagster heeft op 26 januari 2011 een beroep gedaan op haar wilsrecht als bedoeld in artikel 4:21 van het Burgerlijk Wetboek. Daarmee heeft zij de nalatenschap van erflaatster aanvaard. De nalatenschap bestond uit onder meer goederen in Spanje.

Op 13 juni 2013 heeft klaagster een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland. Samengevat heeft zij verzocht om in de nalatenschap van erflaatster:

  1. een boedelbeschrijving te bevelen ten overstaan van een door de kantonrechter benoemde notaris;
  2. [Y] te veroordelen rekening en verantwoording af te leggen over het door hem als executeur gevoerde bewind over de nalatenschap van erflaatster binnen één maand na betekening van de beschikking, zulks onder verbeurte van een dwangsom;
  3. [Y] te veroordelen inzage te geven in de opgaven van artikel D lid 2 van het testament van erflaatster, zulks op verbeurte van een dwangsom;
  4. de vordering van klaagster op [Y] vast te stellen met benoeming van een notaris;
  5. voor recht te verklaren dat de rechten van [Y] uit hoofde van het testament zijn vervallen.

Op 2 oktober 2013 heeft de kantonrechter te Leeuwarden bij beschikking het volgende bepaald:

“ (...)

4.1. beveelt dat een boedelbeschrijving wordt opgemaakt van de nalatenschap van mevrouw [X] (...)

4.2. benoemt ter uitvoering van het onder 4.1. gegeven bevel mr. [notaris], notaris te [vestigingsplaats] als notaris als bedoeld in artikel 672 lid 1 Rv;

4.3. stelt vast dat de vordering op grond van artikel 4:13 lid 3 BW van [Z] op [Y] € 49.216,50 bedraagt;

4.4. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.5. wijst af het verzoek om in het kader van de onder 4.3. gedane vaststelling een notaris en een onzijdig persoon te benoemen;

(...)”.

Naar aanleiding van de beschikking van de kantonrechter heeft klaagster op 8 november 2013 telefonisch contact opgenomen met het notariskantoor. Daarna heeft zij (en haar advocaat mr. C. van der Slikke) nog enkele keren per telefoon en e-mail contact gezocht met de notaris.

De klacht

Klager verwijt de notaris dat pas zeven maanden na aanwijzing van de notaris door de kantonrechter haar advocaat voor het eerst contact heeft gehad met de notaris. De notaris heeft nimmer een reactie gegeven op e-mails of telefoontjes van klaagster. Op 8 november 2013 heeft klaagster gesproken met een kantoorgenoot van de notaris, die haar vertelde dat de notaris bezig was met de zaak en dat hij niet kon zeggen wanneer de notaris klaagster zou terugbellen.

Op 22 april 2014 heeft mr. Van der Slikke op haar initiatief voor het eerst telefonisch contact gehad met de notaris. Inhoudelijk is het gesprek in mei 2014 gevoerd. Het is echter bij een éénmalig inhoudelijk telefonisch contact gebleven tussen mr. Van der Slikke en de notaris. De notaris heeft moedwillig en systematisch het contact met klaagster vermeden. Verder heeft de notaris mr. Van der Slikke onzorgvuldige informatie verstrekt. De notaris heeft mr. Van der Slikke bericht dat de opgave van de inboedel te hoog zou zijn. Aangezien mr. Van der Slikke de dag erna op vakantie zou gaan, verzocht zij klaagster zelf de notaris te berichten over de inboedel alsmede over de vraag of klaagster het zinvol vond dat de notaris [Y} een brief wilde schrijven met het verzoek om medewerking te verlenen aan het opstellen van een boedelbeschrijving. Klaagster heeft in de e-mail van 14 mei 2014 de notaris bericht dat zij in het bezit was van diverse stukken inzake de goederen in Spanje. Dat de inboedel te hoog was ingeschat, was omdat de notaris een houten huisje/caravan aanzag voor inboedel. Het schrijven van een brief aan [Y] achtte klaagster zinvol, maar zij vond dat daar geen kosten voor in rekening gebracht mochten worden.

Dat de notaris zelf op geen enkele manier contact heeft gezocht met klaagster/haar advocaat is denigrerend en frustrerend. Klaagster voelt zich machteloos.

De notaris heeft het volgende aangevoerd. In november 2013 heeft klaagster telefonisch contact gehad met een kantoorgenoot van de notaris. Vanwege de eindejaarsdrukte heeft de notaris geen kans gezien klaagster op korte termijn terug te bellen. De notaris heeft daarna contact gehad met de advocaat van klaagster en met haar afgesproken dat het contact enkel en alleen tussen de advocaat en de notaris zou lopen. De notaris heeft in dat gesprek aan de advocaat kenbaar gemaakt dat hij geen begin zou maken met de werkzaamheden, voordat door klaagster enige vorm van zekerheid zou zijn verstrekt voor de door de notaris te maken kosten. Dat de advocaat dat vervolgens niet bespreekt met haar cliënt (klaagster) is de notaris niet aan te rekenen. Vaststond dat de verblijfplaats van [Y] onbekend was. Er dienden derhalve kosten te worden gemaakt voor een onderzoek naar de verblijfplaats van [Y]. Verder diende er onderzoek te worden verricht naar (de waarde van) de bestanddelen van de nalatenschap in Spanje. Dat de notaris voor aanvang van de werkzaamheden eerst een voorschot wilde, is niet meer dan redelijk. Het is zeker niet de intentie van de notaris geweest om klaagster bewust te mijden. De notaris heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld.

De beoordeling van de klacht

Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. 

De Kamer overweegt voor zover de klacht ziet op het niet reageren als volgt. Vast is komen te staan dat klaagster op 8 november 2013 telefonisch contact heeft gezocht met de notaris. Vervolgens heeft zij diezelfde dag de notaris op zijn eigen e-mailadres het telefoongesprek van eerder die dag bevestigd. Onweersproken is gebleven dat de notaris op 22 april 2014 voor het eerst contact heeft gehad met de advocaat van klaagster die hem belde. Op eerdere e-mails en telefoontjes van klager heeft de notaris niet gereageerd. Gezien de eindejaarsdrukte had de notaris klaagster uit moeten nodig voor een gesprek in januari. Dan had klaagster geweten waar zij aan toe was, had zij zich gehoord gevoeld en had de notaris meteen duidelijkheid kunnen krijgen over de goederen in Spanje. De notaris en klaagster hadden dan kunnen bespreken hoe [Y] benaderd kon gaan worden om stukken aan te leveren voor het opstellen van de boedelbeschrijving. Nu de notaris zes maanden lang niet heeft gereageerd richting klaagster en het initiatief tot contact van de zijde van klaagster moest komen, acht de Kamer de klacht gegrond. Daarbij komt nog dat na 22 april 2014 klaagster diverse mails aan de notaris heeft gezonden die onbeantwoord bleven. Het had voor de hand gelegen dat de notaris daarop gereageerd had, in elk geval door minstens eenmaal te wijzen op de zijns inziens met de advocaat van klaagster gemaakte afspraken.

Voor zover de klacht ziet op het onzorgvuldig verstrekken van informatie, overweegt de Kamer als volgt. De notaris heeft aangevoerd dat uit de stukken die hij tot zijn beschikking had weinig tot niets viel af te leiden, ook niet over de waarde van de goederen in Spanje. Sommige stukken waren bijna onleesbaar. De Kamer overweegt dat het verwijt ziet op door de notaris aan de advocaat van klaagster verstrekte informatie die de notaris weer baseerde op hem ter beschikking staande documenten. Dat het betoog van de notaris over de documenten onjuist zou zijn, is niet gebleken. Dit klachtonderdeel klacht wordt dan ook afgewezen.

Maatregel

De Kamer rekent het de notaris aan dat hij na november 2013 niet een tijdpad heeft genoemd aan klaagster waarbinnen hij zou reageren, hij ook na de eindejaarsdrukte in januari geen contact heeft opgenomen met klaagster en dat er pas in mei (6 maanden na het eerste bericht van klaagster) op initiatief van de advocaat van klaagster het eerste inhoudelijk contact heeft plaatsgevonden. De Kamer acht het handelen van de notaris dermate onzorgvuldig dat zij de maatregel van waarschuwing passend acht.

De beslissing

De Kamer voornoemd:

verklaart de klacht betreffende het niet reageren gegrond;

legt de notaris de maatregel van waarschuwing op;

wijst de klacht voor het overige af;

bepaalt dat de opgelegde maatregel, nadat tegen onderhavige beslissing geen rechtsmiddel meer openstaat, ten uitvoer zal worden gelegd op een nader te bepalen vergadering van de Kamer, waartoe de notaris per aangetekende brief zal worden opgeroepen door de secretaris.

Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, O. van der Burg, L.G. Vollebregt, H.M. Kolster en E.S. Voskamp, bijgestaan door mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2015.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.