ECLI:NL:TNORARL:2014:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/182
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2014:39 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-05-2014 |
| Datum publicatie: | 12-02-2015 |
| Zaaknummer(s): | AL/2013/182 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2013/182
Beslissing van de Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden op de klacht van
[X],
wonende te [..],
namens:
[A],
[B],
[C],
[D],
[E],
[F].
hierna te noemen: klagers,
tegen
[Z],
notaris te [..].
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de brief met bijlagen van klagers van 27 november 2013, waarin de klacht tegen de notaris is neergelegd;
- de brief met bijlagen van de notaris van 23 december 2013;
- de brief van klagers van 14 januari 2014;
- de brief van de notaris van 14 februari 2014;
- de mondelinge behandeling op 4 april 2014, waarbij aan de zijde van klagers [C], [G], [D], [H], [I], [A], [B], [J] zijn verschenen, alsmede de notaris;
- de pleitaantekeningen van klagers.
In het klaagschrift is aangegeven dat de klacht mede ingediend namens mevrouw [K]. Aangezien [X] na opmerkingen van de notaris niet heeft onderbouwd dat hij gemachtigd is om mevrouw [K] voornoemd in deze procedure te vertegenwoordigen, en zij ook niet ter zitting is verschenen, zal de Kamer van Toezicht haar niet als klaagster aanmerken.
2. De feiten
2.1. Mevrouw [L] (hierna te noemen: erflaatster), geboren op 22 december 1915, is overleden op 23 december 2010.
2.2. Klagers zijn kinderen en kleinkinderen van erflaatster en als zodanig erfgenamen van erflaatster. Zij hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard. Erflaatster heeft nog twee erfgenamen, te weten mevrouw [M] en de heer [N], die de nalatenschap zuiver hebben aanvaard.
Alle kinderen zijn voor gelijke delen gerechtigd.
2.3. De heer [N] is executeur in de nalatenschap van erflaatster (hierna verder: de executeur). Hij heeft de notaris verzocht om behulpzaam te zijn bij de afwikkeling. De notaris heeft de erfgenamen in januari 2011 aangeschreven, onder bijvoeging van een verklaring voor het geval zij de nalatenschap zuiver zouden willen aanvaarden. Op 5 september 2011 is hij als betrokken notaris ingeschreven in het boedelregister.
2.4. Tot de nalatenschap van erflaatster behoren onder meer vorderingen op de executeur en [M], en schulden aan de erfgenamen ter zake het vaderlijk erfdeel van haar in 1995 overleden echtgenoot.
Gedurende het leven van erflaatster heeft de executeur onroerende zaken van erflaatster gekocht. In de door de notaris opgemaakte akte betreffende de levering van het ouderlijk huis is opgenomen dat de door de executeur verschuldigde koopsom op zijn derdenrekening is voldaan. Feitelijk is die koopsom (zonder zekerheidstelling) omgezet in een geldlening.
2.5. De notaris heeft op 30 augustus 2011 een verklaring van erfrecht afgegeven, en nadien een vermogensoverzicht aan de erfgenamen toegezonden. Het overzicht is opgesteld door de accountant van de executeur. Deze heeft ook de aangifte erfbelasting verzorgd. In het overzicht zijn ook vorderingen van erflaatster op de executeur en [M] opgenomen.
In het vermogensoverzicht is aangegeven dat het boedelsaldo na oprenting van de vaderlijke erfdelen € 23.940,23 negatief is. De notaris heeft aan het slot opgemerkt dat de executeur voorstelt om de schuld wegens het vaderlijk erfdeel buiten aanmerking te laten aangezien deze voor ieder van de erfgenamen gelijk is.
2.6. Een aantal klagers hebben vraagtekens geplaatst bij het vermogensoverzicht en kandidaat-notaris mevrouw [O] van notariskantoor [P] te[..] in de arm genomen om hun belangen te behartigen. [O] heeft de notaris diverse vragen gesteld, waarop deze namens de executeur heeft gereageerd. De notaris heeft medio 2012 laten weten dat de executeur de administratie aan klagers ter inzage wilde geven, mits die inzage op hun kosten zou worden verricht door een AA- of RA-accountant. Verder heeft hij hen uitgenodigd om een andere boedelverdeling voor te stellen. Klagers zijn daartoe niet overgegaan.
2.7. [O] heeft haar werkzaamheden voor klagers op 2 juli 2012 beëindigd.
De notaris heeft klager [X] op 9 juli 2012 per email verzocht om contact met hem op te nemen voor overleg. Op 9 juli 2012 heeft [X] laten weten dat klagers niet meer geïnteresseerd zijn en dat een andere weg zijn ingeslagen. De notaris heeft zijn verzoek om overleg nadien nog verschillende malen herhaald.
3. De klacht en het verweer
3.1. Klagers verwijten dat de notaris dat hij als boedelnotaris tekort is geschoten bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster. Zij hebben hun klacht in acht onderdelen met sub-klachten uitgesplitst, opgenomen onder de paragrafen:
1. Ondeugdelijke financiële verantwoording;
2. Misleidende informatie;
3. Notaris betracht onvoldoende transparantie en objectiviteit jegens de
erfgenamen en voert de nalatenschap niet op juiste wijze uit;
4. Juridisch niet juist;
5. Geen antwoord;
6. Niet uitgevoerde toezeggingen;
7. Notaris wordt gedicteerd;
8. Notaris intimideert de erfgenamen.
Bij het klaagschrift zijn diverse (ongenummerde) stukken gevoegd ter onderbouwing van de verschillende klachtonderdelen.
3.2. De notaris voert gemotiveerd verweer. Op zijn verweer zal de Kamer hieronder, voor zover van belang, nader ingaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1. Ingevolge artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De Kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
4.2. De notaris heeft de klachtonderdelen gemotiveerd weersproken. De notaris stelt dat hij, nadat hij de verklaring van erfrecht had afgegeven, vanaf september 2011 diverse besprekingen heeft gevoerd met de executeur, dat hij voorstellen van de executeur tot verdeling van de nalatenschap aan de overige erfgenamen heeft gedaan en dat hij antwoord heeft gegeven op vragen van [O] over de door de accountant van de executeur vervaardigde en door de notaris toegezonden vermogensopstelling. In die vermogensopstelling zijn anders dan klagers stellen, ook de schulden van de executeur en
[M] aan erflaatster opgenomen. Dat de executeur de koopsom voor het door hem verworven ouderlijk huis destijds met instemming van erflaatster zonder zekerheidstelling schuldig is gebleven, was aldus de notaris in 1998 zeker in familieverhoudingen niet ongebruikelijk.
De notaris voert verder onder meer aan dat zijn voorstel, op verzoek van de executeur, om de schulden wegens het vaderlijk erfdeel voor de berekening van ieders aandeel in de nalatenschap van erflaatster buiten beschouwing te laten in dit geval logisch was. Hij licht toe dat het voorstel voortvloeit uit het feit dat de executeur en zijn zus [M] de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. Indien de vaderlijke erfdelen met de daarover gekweekte rente ten laste van het boedelsaldo komen, zal de nalatenschap van erflaatster negatief zijn en aldus voor hun rekening komen. Omdat alle kinderen in beide nalatenschappen voor gelijke delen gerechtigd zijn, acht de executeur dit onredelijk en het stond hem naar mening van de notaris vrij om het betreffende voorstel aan zijn mede-erfgenamen te doen. Of de mede-erfgenamen dat voorstel moeten aanvaarden blijft buiten deze discussie.
4.3. De notaris wijt het ontstaan van de klacht voornamelijk aan het gebrek aan communicatie met klagers en hun onwil om een persoonlijk gesprek met hem en de executeur aan te gaan. De notaris wilde de gang van zaken uitleggen en heeft klagers uitgenodigd voor een gesprek. Een dergelijk overleg had kunnen leiden tot eventueel noodzakelijke aanpassingen van de overzichten. Maar klagers hebben geen gevolg gegeven aan zijn pogingen tot contact, aldus de notaris. Ook het afgeven van de verklaring van erfrecht duurde bijvoorbeeld al acht maanden, omdat de erfgenamen niet op zijn correspondentie reageerden.
4.4. De Kamer stelt voorop dat klagers hun klachten uitgebreid hebben toegelicht en van bijlagen hebben voorzien. Uit die stukken kan de Kamer echter niet opmaken dat de notaris ten opzichte van hen verwijtbaar heeft gehandeld. Daaruit blijkt niet van een ondeugdelijke financiële verantwoording door de notaris, en evenmin dat hij klagers misleidende informatie heeft gegeven. Ook kan niet worden geconcludeerd dat de notaris juridisch onjuist heeft gehandeld en/of vragen van [O] niet adequaat heeft beantwoord. Uit de correspondentie met [O] komt juist naar voren dat de notaris door klagers gewenste stukken en toelichtingen steeds bij de executeur heeft opgevraagd en – zodra voorhanden – aan hen heeft doorgegeven.
Dat in het vermogensoverzicht is voorgesteld om het vaderlijk erfdeel buiten beschouwing te laten is mede gezien de toelichting die de notaris hierop heeft gegeven, geen reden om hierover anders te oordelen. Gesteld noch gebleken is dat de notaris klagers aangaande hun rechtspositie iets anders heeft voorgehouden dan hij in deze procedure naar voren heeft gebracht.
Uit de door klagers ingebrachte stukken blijkt ook niet dat de notaris bepaalde toezeggingen niet zou zijn nagekomen, dat hij is gedicteerd of dat hij erfgenamen heeft geïntimideerd. Vaststaat dat de notaris klagers namens de executeur heeft uitgenodigd om de administratie te laten controleren, om voorstellen voor een andere verdeling te doen en om in overleg te treden om tot afwikkeling te komen. Klagers bestrijden niet dat zij daarop niet zijn ingegaan. Dat bepaalde zaken voor hen onduidelijk zijn gebleven, kan in de gegeven omstandigheden niet aan de notaris worden verweten.
4.5. De notaris heeft kortom zijn rol als betrokken boedelnotaris niet op onjuiste wijze vervuld. Op geen enkele wijze is uit het dossier van frauduleuze handelingen gebleken. Voor een dergelijke beschuldiging zijn naar het oordeel van de Kamer op grond van de voorliggende informatie in het geheel geen aanknopingspunten te vinden.
4.6. Ten aanzien van het verwijt van onvoldoende transparantie overweegt de Kamer nog als volgt. In zijn brieven van 22 mei 2012 en 20 juni 2012 aan [O] heeft de notaris desgevraagd toegelicht dat een in het vermogensoverzicht vermelde vordering van erflaatster op de executeur van € 100.558,00, ter gelegenheid van de verkoop van de ouderlijke woning is ontstaan. Klagers verwijten de notaris dat hij hen niet heeft verteld dat die koopprijs nog niet was betaald en dat wegens het ontbreken van een zekerheidstelling sprake is van beperkte eigendom. Zij wijzen erop de leveringsakte die ten overstaan van de notaris is verleden vermeldt dat de koopsom op een van zijn rekeningen is bijgeschreven en dat erflaatster de executeur daarvoor kwijting verleent.
Hoewel het de Kamer niet geheel duidelijk is wat klagers bedoelen met “beperkte eigendom”, is zij van oordeel dat het vanwege de vermelding in de leveringsakte op de weg van de notaris had gelegen om in voornoemde brieven wat meer uitleg over deze transactie te geven, waarmee hij misverstanden met klagers mogelijk had voorkomen. De Kamer acht zijn handelwijze evenwel niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De schuldig gebleven koopsom is immers als vordering van erflaatster op de executeur in het financiële overzicht opgenomen, zodat niet kan worden geconcludeerd dat deze aan de overige erfgenamen is "onthouden" of voor hen is verhuld.
4.7. Op grond van het bovenstaande acht de Kamer de klacht ongegrond.
5. De beslissing
De Kamer voor het notariaat acht de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, plv. voorzitter,
Mrs. D.E.M.J. Eggels, H.J. Hettema, M.E. van Rossum, H. Quispel, plv. leden, en in tegenwoordigheid van mr. C. van Schelven, secretaris, uitgesproken in het openbaar door mr. R.J. Jue, plv. voorzitter, op 20 mei 2014.
De secretaris De voorzitter