Zoekresultaten 351-360 van de 4289 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2974
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:138
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts is werkzaam bij een praktijk gespecialiseerd in tandheelkundige spoedgevallen. Klager heeft zich tot de praktijk gewend in verband met plotselinge kiespijn. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een endodontische behandeling uitgevoerd. Klager verwijt de tandarts dat zij de endodontische behandeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd omdat er een zenuwdeel zou zijn achtergebleven in de kies waardoor klager veel pijn had. Daarnaast verwijt hij de tandarts dat zij gebrekkig is geweest in haar nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:204 Hof van Discipline 's Gravenhage 260078
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:204
Beklag artikel 13 Advocatenwet niet-ontvankelijk. Tegen een beslissing tot toewijzing van een advocaat kan geen beklag worden ingediend. De voorziening van artikel 13 Advocatenwet is geen absolute waarborg voor daadwerkelijke toegang tot de rechter. Van de toegewezen advocaat kan niet gevergd worden dat hij een procedure opstart zonder zekerheid dat het verschuldigde griffierecht door de klager aan hem wordt voldaan.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:58 Accountantskamer Zwolle 25/3131 Wtra AK
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:58
Ongegronde klacht. Het accountantskantoor waarvoor betrokkene werkt, heeft voor klagers opdrachten uitgevoerd (samenstellen jaarrekening, aangifte Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting (IB/Vpb), btw-aangifte). Het accountantskantoor is een buitengerechtelijk incassotraject gestart tegen klagers nadat een aantal facturen niet werd betaald. Het valt betrokkene niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zijn kantoor het geschil over de facturen niet voorlegt aan de Raad voor Geschillen van de NBA, maar aan de civiele rechter. Voor het overige is de klacht naar het oordeel van de Accountantskamer onvoldoende door klagers onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2951
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:145
Klacht tegen een arts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de arts als arts-assistent werkzaam was. De moeder van klaagster was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte heeft zich in de avond gemeld op de SEH en is ‘s-nachts vanuit de SEH opgenomen in het ziekenhuis. De volgende ochtend is zij overleden.De arts was in het kader van haar opleiding tot militair arts net begonnen als arts-assistent op de SEH. De opname van patiënte op de SEH waar het in deze zaak om gaat, vond plaats aan het einde van haar vijfde dienst. Klaagster verwijt de arts dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en patiënte in plaats daarvan naar een niet geschikte afdeling is gebracht zonder verdere monitoring (in samenwerking met de SEH-arts), de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege acht het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de arts geen contact heeft opgenomen met de longarts toen de omvang en complexiteit van de medicatielijst haar duidelijk werden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:148 Raad van Discipline Amsterdam 26-444/A/NH 26-446/A/NH/D
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:148
Raadsbeslissing. Artikel 60b Advocatenwet en dekenbezwaar. De financiële problemen van verweerder laten zich op dit moment niet verenigen met het voeren van een behoorlijke advocatenpraktijk. Verweerder wordt voor onbepaalde tijd geschorst in de uitoefening van zijn praktijk. De schorsing gaat in na één maand. Dit biedt verweerder de gelegenheid om orde op zaken te stellen en concrete stappen te zetten om zo een verzoek tot opheffing van de schorsing voor te bereiden. Ook biedt de periode van een maand verweerder de gelegenheid zijn cliënten te informeren en lopende zaken af te ronden of over te dragen. De beslissing op het dekenbezwaar wordt aangehouden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3040
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:139
Klaagster werd vanuit het ziekenhuis verwezen naar de afdeling dermatologie in verband met huidklachten. Zij kreeg antibiotica voorgeschreven. Bij ‘verse’ plekken (huiduitslag) kon klaagster terugkomen. Klaagster werd vervolgens door de arts op consult voor een herbeoordeling gezien. Na onderzoek concludeerde de arts dat er op dat moment geen reden was voor aanvullende diagnostiek. Klaagster vindt onder meer dat zij onvoldoende behandeling heeft gekregen en er onterecht geen nader diagnostisch onderzoek is gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot datzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:205 Hof van Discipline 's Gravenhage 250436
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:205
Klacht over de eigen advocaat. De klacht van klaagster richt zich op de communicatie van verweerder met klaagster en de wijze waarop verweerder de zaak van klaagster inhoudelijk behandeld heeft. In tegenstelling tot de beslissing van de raad acht het hof de klacht van klaagster gedeeltelijk gegrond. Het hof vernietigt de beslissing van de raad en legt aan verweerder de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:59 Accountantskamer Zwolle 26/1104 Wtra AK
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:59
Kennelijk ongegronde klacht. De voorzitter is van oordeel dat klager onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om te kunnen oordelen dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:206 Hof van Discipline 's Gravenhage 250306W
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:206
Afwijzing wrakingsverzoek. Het hof ziet in de door verzoeker aangevoerde wrakingsgronden geen aanleiding het wrakingsverzoek toe te wijzen. Verzoeker benoemt in zijn wrakingsgronden dat hij de zitting als partijdig heeft ervaren. Partijdigheid en vrees voor vooringenomenheid is alleen een toewijzingsgrond van een wrakingsverzoek indien de vrees hiervoor objectief gerechtvaardigd is. Dat is hier niet het geval. Het feit dat er tijdens de zitting vragen werden gesteld door het hof aan verzoeker en/of anderszins (door de voorzitter) enige sturing werd gegeven aan het verloop van de zitting, leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat de tuchtrechters wier wraking wordt verzocht bevooroordeeld en/of vooringenomen, laat staan racistisch, zouden zijn.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2754
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:140
Klacht tegen een klinisch geriater. Klager is niet tevreden over de wijze waarop de klinisch geriater in opdracht van de rechtbank over zijn vader een deskundigenrapport heeft geschreven. Hij verwijt de klinisch geriater onder meer dat hij de ‘Leidraad deskundigen in civiele zaken’ niet heeft gevolgd en onvolledig onderzoek heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel a over het niet volgen van de leidraad deels gegrond verklaard, bepaald dat geen maatregel wordt opgelegd en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot het oordeel dat de klacht ook op andere onderdelen gegrond is en legt aan de klinisch geriater een waarschuwing op.